Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


De 1,5m samenleving van OD205 | Samen Rondcirkelen en Het Betoverde Noordplein

Ontwerp Samen Rondcirkelen

Binnen ons bureau (od205) hebben wij altijd een interne ontwerpwedstrijd met een prikkelend thema.

Dit keer was het thema ‘de 1,5m samenleving’. Twee teams hebben zich hierover gebogen en dat heeft geresulteerd in twee uitwerkingen:

  • Samen rondcirkelen
  • Het betoverde Noordplein

De ontwerpen focusen zich niet op het dwangmatige en technische eis van 1,5m maar proberen een positieve invalshoek mee te geven. Als casus voor het ontwerpconcept hebben wij het Noordplein in Rotterdam gebruikt.

Samen Rondcirkelen

Fysieke afstand aanhouden is noodzakelijk. Het is NU noodzakelijk.

We gaan er vanuit dat dit virus de interactie tussen mensen niet blijvend heeft beïnvloed en vertrouwen erop dat mensen met en bij elkaar willen zijn zoals we dat gewend zijn.

In de tussentijd houden we ons aan de gedragsregels van social distancing. Van de 1,5 meter afstand. Als ontwerpers kunnen wij dit ondersteunen door die afstand visueel te maken. Tegelijkertijd kunnen wij mensen helpen om buiten te zijn, onder elkaar door de openbare ruimte aantrekkelijker te maken.

Het Noordplein biedt een zee van mogelijkheden. Dat komt door de leegte van de ruimte en de uniforme inrichting van klinkers en boomkransen. Maar er zijn ook nauwelijks aanleidingen voor activiteiten. Wat moet je op het plein; behalve oversteken of af en toe een markt bezoeken?

Met ons voorstel “samen rondcirkelen” creëren wij beschutte plekken voor activiteiten en informele looproutes die die plekken met elkaar verbinden. Daarbij spelen cirkels van 1,5 m doorsnede een sleutelrol. Zij maken onmiskenbaar visueel  wat de ruimte is die een ieder individueel om zich heen nodig heeft.

Terwijl de looproute als een tijdelijk pad kan worden aangeduid zijn de activiteitencirkels als blijvende elementen op het plein bedacht. Zij zijn multifunctioneel, niet vast geprogrammeerd maar geven hooguit houvast voor activiteiten, zoals zitten, sporten, ontmoeten, eten en drinken etc.

In het post-epidemie tijdperk is deze inrichting net zo waardevol als nu. Ze stimuleert buiten-activiteiten op het Noordplein. Samen dingen doen. Ook op het moment dat niemand meer zal weten waar de vormgeving en de maatvoering eigenlijk vandaan komt.

Ontwerp het betoverde Noordplein

 Het Betoverde Noordplein

Door de huidige situatie ziet het er naar uit dat veel Nederlanders dit jaar hun zomervakantie thuis moeten gaan vieren. Wat kunnen we doen in de openbare ruimte om deze zomer net zo onvergetelijk te maken als een vakantie naar Zuid-Frankrijk of een van de Griekse eilanden en tegelijkertijd alle regels van de 1,5 meter samenleving te respecteren? Wij willen iedereen een veilige mogelijkheid aanbieden om toch verschillende zomeractiviteiten te kunnen doen tijdens de vakantie.

Daarvoor hebben wij het Betoverde Plein ontworpen dat bijvoorbeeld op het Noordplein in Rotterdam Noord opgebouwd kan worden, maar zich kan aanpassen aan elk plein. Het Noordplein wordt omgetoverd tot een activiteiten doolhof. Groene wanden verdelen het plein in ruimtes waar steeds verschillende activiteiten worden georganiseerd. Dan kan van alles zijn; denk aan verschillende sporten (tafeltennis, frisbee, doeltje trappen, badminton), yoga, een klasje streetdance, maar ook een buitenbioscoop, foodtruckfestival, horeca en muziekfestival. Allemaal op gepaste afstand.

Onze inspiratie is het Betoverde Doolhof, een spannend spel waarin door het verplaatsen van tegels steeds een nieuwe route ontstaat. Zo ook op het Noordplein. Als er in een van de ruimtes geen plek meer is voor meer deelnemers dan sluit de ingang met een watergordijn. De route verandert dus afhankelijk van de verschillende activiteiten en het aantal deelnemers. Elk bezoek aan het Betoverde Noordplein is weer een nieuwe ontdekkingstocht.

De ingang geeft je info over welke activiteiten er zijn en hoeveel plek er nog is. Geen zin om deel te nemen aan een activiteit? Dan kan je ook enkel de doolhof route lopen en de activiteiten overslaan. Je kunt ook een drankje oppikken bij de bar of de route gebruiken als hardlooproute, hij is breed genoeg.

De wanden die het Betoverde Plein vormen volgen op het Noordplein het grid van de bomen. De wanden zijn opgebouwd uit houten modules die aan elkaar te koppelen zijn, afhankelijk van de vorm van het plein en de gewenste activiteiten. De houten wanden zijn voorzien van veel groen en geven af en toe een doorkijkje naar een activiteit.

Met het Betoverde plein willen we laten zien dat het ook binnen de 1,5 meter samenleving mogelijk is om plekken te creëren waar je aangenaam kan verblijven, waar je wordt verrast en waar je sport en spel kan combineren.

od205

 

Ruimte voor anderhalve meter ruimte

Jacco Rensen | Stedenbouwkundig ingenieur | Oproep voor 1,5metersamenleving

Hoeveel ruimte hebben we, krijgen we, nemen we?

Al na de aankondiging dat de ‚intelligente lockdown’ zou worden versoepeld, leek het verkeer toe te nemen. In het weekeinde van 9 en 10 mei leek ‚11 mei’ al van kracht… Het zijn symptomen van de huidige mentaliteit van een groot deel van de Nederlandse bevolking. Velen lijken regels in eigen voordeel uit te leggen, of de regels maar deels te kennen en de rest erbij te verzinnen op het moment dat het nodig is. Ook de redeneringen: „Het mag eigenlijk niet, maar als ik het (als enige) doe, dan is dat helemaal niet erg” en „Ach, het zal wel goed gaan” zijn helaas wijdverspreid. Mijn verwachting is dan ook dat de lockdown zal terugkeren, en mogelijk strenger dan tot nu toe. Het vertrouwen van de overheid in ons, die ons de versoepeling oplevert, zal hoogstwaarschijnlijk worden beschaamd.

Maar laten we voor het gemak uitgaan van het goede van de mens. Misschien zorgt de coronacrisis er wel voor dat ingesleten horkerigheid en prinsesjes(m/v)-gedrag verminderen. En misschien dringt bij meer mensen door dat veel spullen hebben en bijzondere activiteiten doen niet nodig is voor een mooi leven.

Dus het zou zomaar kunnen dat tot aan de uitrol van een vaccin we kunnen genieten van vrijheid met een veiligheidsmarge van anderhalve meter. Voetgangers, fietsers en snorfietsers zullen de meeste aandacht moeten besteden aan het aanhouden van voldoende afstand. Bromfietsers en motorrijders zonder gesloten (integraal-)helm rijden over het algemeen midden tussen de auto’s. Meestal hebben zij dus automatisch voldoende veiligheidsmarge om zich heen.

In de praktijk blijkt het overgrote deel van de (snor)fietsers bij het inhalen onvoldoende afstand te houden, zelfs op een breed tweerichtingsfietspad zonder tegenliggers. Mogelijk schat men de afstand verkeerd in, of denkt men niet aan de anderhalve meter afstand in het heetst van de strijd. Het is natuurlijk ook lastig om met een snorfiets of e-bike af te remmen bij een bocht naar links, zodat je netjes aan de rand van het pad kunt rijden in plaats van tegen de middenstreep. Nog meer afremmen om te wachten op een opening tussen voetganger en tegenligger is natuurlijk ondoenlijk: kost teveel tijd en je kunt omvallen!

Ook op zeer brede trottoirs wijken sommige voetgangers nog geen centimeter af van hun koers bij het naderen van een obstakel zoals een ander mens. Mogelijk verwacht men dat de ander als een lakei knipmessend opzij springt. Of ook hier zijn niet nadenken of verkeerd inschatten de oorzaken.

Het zal helaas nodig zijn om vele tienduizenden kilometers straten, fietspaden en trottoirs te voorzien van markeringen. Lijnen geven aan waar de marge van anderhalve meter begint of eindigt. Pijlen en symbolen geven aan hoe die lijnen gebruikt kunnen/moeten worden. Leuke inrichting van de openbare ruimte kan helpen, mits iedereen snapt waar het om gaat en  waarvoor het bedoeld is. Helaas is het onbetaalbaar om dit overal te doen. Extra aandacht kan het beste als eerste gaan naar centrumgebieden en qua uitstraling verwante buurten en naar zeer smalle straten. De rest zal vooral met verf en verkeersborden worden aangepast. Wellicht kunnen de producenten hiervan ook de status krijgen van essentiële sector?

De naoorlogse woonwijken

 

Op enkele uitzonderingen na zijn de naoorlogse woonwijken ruim genoeg opgezet om veel verkeer tegelijkertijd te kunnen verwerken. Tussen voetgangers en fietsers zorgen rijen geparkeerde auto’s (langsparkeren) voor voldoende veiligheidsmarge. Maar de trottoirs zijn te smal om twee voetgangers te kunnen laten passeren. Het invoeren van eenrichtingsverkeer op trottoirs is onpraktisch. Voetgangers zullen alleen even uitwijken naar de rijbaan bij een tegenligger. In de afgelopen maanden werkte dat uitstekend. Maar de komende tijd zal het verkeer een stuk drukker worden. En dan is even de straat op wippen minder gemakkelijk of zelfs gevaarlijk. Voor de straten, waar fiets- en motorverkeer zoveel toenemen dat even uitwijken te gevaarlijk wordt, zijn twee oplossingen mogelijk:

  1. Het woonerf-model: De maximum snelheid wordt gereduceerd tot 10 of 15 km/u. Hierdoor heeft iedere weggebruiker voldoende tijd om uit te wijken indien nodig. Elke straat zal met voldoende verkeersborden moeten worden uitgerust, om iedereen te informeren.

  1. In de straat wordt eenrichtingsverkeer Uiteraard moet hierbij goed worden nagedacht over de verkeersstromen. Het is onwenselijk als de vuilniswagen ergens tegen de richting in moet rijden om de ronde goed te kunnen afmaken. De rijen parkeerplaatsen aan weerszijden schuiven op. De vrijkomende ruimte is voor de voetgangers. Wie goed ter been is, gaat net als nu de stoeprand af en op, maar hoeft zich niet tussen geparkeerde auto’s te wurmen. Mogelijk duurt de situatie langer dan een paar maanden. In dat geval kunnen eventueel vlonders worden toegepast om de hoogteverschillen op te heffen, of een laagje zand (of gemalen olivijn, meteen ook extra CO2-reductie!) met hergebruikte tegels of straatstenen. Plantenbakken of permanente groenstroken kunnen op een fraaie manier voldoende afstand tussen passerende voetgangers garanderen.

De vooroorlogse wijken

Afgezien van hier en daar een villawijk is geen enkele vooroorlogse wijk ontworpen op de aanwezigheid van veel auto’s. In normale omstandigheden is het dus al in bijna elke straat een grote ellende met eenrichtingsverkeer en smalle stoepjes. Menigeen moet nu al met de rollator of wandelwagen op straat lopen omdat tussen lantaarnpaal en voorgevel (of tussen gestalde fiets en stoeprand) te weinig ruimte is of omdat het stoepje geblokkeerd is door illegaal geparkeerde auto’s. De invoering van de scanauto kan een betere naleving van de regels bevorderen met een onafzienbare stroom parkeerboetes. Maar als er gewoonweg te weinig parkeerplaatsen in de wijde omgeving zijn, dan zal dit tot veel klachten en seponering leiden.

En nu hebben we dan ook nog eens extra ruimte nodig. Om voldoende afstand tussen voetgangers onderling en tussen voetgangers en (snor)fietsers te garanderen moeten wisselstroken worden ingericht. Op deze stroken rijden (snor)fietsers op voldoende afstand van voetgangers, die gewoon op de stoep lopen. Passerende voetgangers kunnen naar deze stroken uitwijken. Meestal kan dit wel, hooguit moet door beide voetgangers eventjes gewacht worden. Vriendelijke (snor)fietsers zullen af en toe stoppen om wachtende voetgangers voor te laten gaan. Het versmallen van de rijbaan is meestal geen optie. Sommige straten kunnen worden afgesloten, zodat alle ruimte beschikbaar is voor (snor)fietsverkeer en voetgangers. Af en toe een vuilnis- of verhuiswagen in zulke straten is geen probleem.

In andere straten moeten in ieder geval alle parkeerplaatsen worden opgeofferd, maar blijft de rijbaan open om de circulatie van motorverkeer in stand te houden. Auto’s en vrachtwagens gebruiken daarbij de wisselstrook en de anderhalve meter marge met de wisselstrook in de andere rijrichting.

We zullen dus aan de slag moeten met meer centraal parkeren:

  • Grasvelden, het midden van rotondes en grasstroken aan de rand van plantsoenen en speeltuinen worden met rijplaten geschikt gemaakt voor parkeren, eventueel met twee wielen op straat. Het gras zal dit niet overleven, boomwortels in de grond daaronder hopelijk wel.
  • Achtertuinen die met de zijkant aan een straat grenzen kunnen worden gehuurd en tijdelijk ingericht als parkeerterreintje. Uiteraard alleen als de tuinen zijn voorzien van schuttingen. Het slopen van muren of heggen is zelfs in deze omstandigheden een te grote ingreep.
  • Juist bij kruisingen is vaak extra ruimte aanwezig. Deze kan beschikbaar worden gesteld aan te parkeren auto’s. Hierdoor wordt het zicht op het verkeer natuurlijk wel veel slechter. Om voorzichtig rijden af te dwingen wordt een snelheid van 10 km/u ingevoerd, eventueel met ondersteuning door drempels of een verkeersplateau. Misschien kan op elke straathoek een stopbord worden geplaatst. Zo wordt een Amerikaanse situatie ingevoerd: alle voertuigen op een kruising stoppen eerst, om vervolgens in de juiste volgorde de kruising over te steken. Of de gemiddelde Nederlandse verkeersdeelnemer dit aankan, is nog maar de vraag…
  • Waar geen voordeur bereikt moet kunnen worden, kan het trottoir eventueel worden opgeheven. Dit betekent wel dat voetgangers moeten oversteken of zich moeten mengen met het fiets- en motorverkeer.

Deze behoorlijk draconische maatregelen maken aan iedereen duidelijk hoeveel ruimte de auto nodig heeft, en dat vaak die ruimte er eigenlijk niet is.

De veiligheidsmarges tussen de loop- en wisselstroken kunnen worden gemarkeerd met belijning en aangekleed met fietsparkeerplaatsen en plantenbakken. Uiteraard moet het mogelijk blijven voor voetgangers en (snor)fietsers om uit te wijken naar een andere (wissel)strook.

In erg smalle straten zal zelfs eenrichtingsverkeer voor voetgangers en (snor)fietsers moeten worden ingevoerd, om in ieder geval drie stroken met onderling anderhalve meter afstand te verkrijgen. De veiligheidsmarges kunnen worden ingericht met wachtplaatsen, waar langzame fietsers zich kunnen laten inhalen, met fietsparkeerplaatsen en met plantenbakken.

Als de mentaliteit van de verkeersdeelnemers eenrichtingsverkeer niet toelaat, dan komen er aan weerszijden wisselstroken (voetgangers en (snor)fietsers door elkaar) met in het midden een inhaal-/passeerstrook. De tussenruimte moet uitsluitend met verf aangegeven worden om te garanderen dat op elk moment kan worden uitgeweken. Stoepranden moeten over de gehele lengte voorzien worden van een helling. In de praktijk kunnen (snor-)fietsers op de geverfde tussenruimte rijden, en bij het inhalen van voetgangers naar de middelste strook uitwijken.

Centrumgebieden

Karaktervolle, en dus oude en smalle straten in centrumgebieden hebben hetzelfde probleem als straten in vooroorlogse wijken, maar dan in verhevigde mate. Gelukkig zijn hier flink wat straten nu al autovrij, en bestaat de wens om meer straten af te sluiten. Voetgangers hebben nu al de neiging om eenrichtingsverkeer aan te houden. Wie aan de linkerkant van de straat loopt, zal bij tegenliggers en tegelijkertijd ander verkeer regelmatig moeten inhouden. De weg wordt dan namelijk versperd door uitstallingen van winkels, zitjes van eethuisjes, plantenbakken, gestalde fietsen, afvalcontainers enzovoorts.

De voorstellen voor autovrije, vooroorlogse straten kunnen ook gebruikt worden voor vergelijkbare straten in centrumgebieden. De aankleding zal echter meer aandacht moeten krijgen. Het biedt een uitgelezen kans om oververhitte binnensteden te vergroenen en daarmee af te koelen. De uitstallingen van winkels kunnen in de bufferzones geplaatst worden. Zitjes kunnen uiteraard niet, tenzij in de straat twee meter extra ruimte aanwezig is.

Fietspaden naast drukke wegen

Naast drukke wegen liggen over het algemeen fietspaden met eenrichtingsverkeer. Bij de echt drukke wegen moeten daar zelfs bromfietsen op rijden. In de anderhalvemetermaatschappij wordt veilig inhalen bijna altijd onmogelijk. De enige oplossing is om het naastgelegen voetpad (deels) in te richten met een rijbaan voor langzame fietsers. Ligt naast het voetpad een ruim gazon, dan kan een alternatief voetpad worden gecreëerd middels een strook van (zeer) kort gemaaid gras. Als deze ruimte niet aanwezig is, dan kan af en toe een inhaalstrook op het voetpad worden aangegeven. Hierbij moet niet zuinig met markeringen worden omgegaan: symbolen voor voetgangers en fietsers, haaientanden, korte pijlen voor langzame fietsers en lange pijlen voor snelle (brom-/snor-)fietsers. Deze situatie is verre van ideaal. Daarom moet alles op alles worden gezet om bromfietsen ook op de drukste wegen met het motorverkeer mee te laten rijden.

ALGEMENE OPMERKING:

In de illustraties is meestal de kleur groen gebruikt voor het aangeven van veiligheidsmarges en belijning. In de praktijk is natuurlijk elke kleur mogelijk, al heeft groen wel de status van „veilig”. Lichte kleuren vallen niet alleen goed op, maar weerkaatsen ook zonlicht en helpen daardoor mee om de bebouwde kom minder te laten opwarmen in de zomer.

Zet ’m op, allemaal!

Tilburg, Langendijk: zeer ruime woonstraat met doorgaand fietsverkeer, alleen markeringen nodig

Recent nieuws

Ledennieuws

LOOP! Ontwerpers schrijven boek over steden waarin het ‘lekker lopen’ is

In het pas verschenen boek Loop! vertelt stedenbouwkundige Annemieke Molster samen met landschapsarchitecte Sandra Schuit hoe steden en dorpen loopvriendelijker kunnen worden. Lopen is geweldig..

Lees verder
Uit het netwerk

NOVI-Nieuws

Vervolg Kamerdebat over Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 24 september is de NOVI behandeld in de Kamer tijdens een AO (Algemeen Overleg). Het VAO (verslag van.

Lees verder
Uit het netwerk

Nationaal congres beheer openbare ruimte

Donderdag 26 november staat het NCBOR 2020 gepland, georganiseerd door iAMPRo & CROW Levende stad. Deze online editie staat in het teken van ‘Transitieopgaven: van.

Lees verder

Agenda

23 november 2020

19:30 tot 21:30

Lezing Marco te Brömmelstroet

16 december 2020

18:30 tot 20:30BNSP

ALV 2020

21 januari 2021

20:00 tot 21:30BNSP

Presentatie Theo Baart

11 februari 2021

20:00 tot 21:30BNSP

Presentatie Milikowski verplaatst