Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


Stedenbouwkundige bureaus en omgevingsplannen

De rol van de stedenbouwkundige bureaus benoemd in de kamerbrief van Minister Ollongren over de Omgevingswet

Ook de stedenbouwkundige bureaus, die in opdracht van de bevoegd gezagen werken aan onder meer omgevingsplannen, moeten met het DSO uit de voeten kunnen. Een groot deel van de werkzaamheden in de planketen wordt door deze bureaus verricht en het is van belang via kennislabs bij hen de kennis over het juridische instrumentarium en de werkwijzen via het DSO te verbreden. In overleg met de stedenbouwkundige bureaus en de leveranciers van lokale plansystemen wordt gewerkt aan aanvullende onderdelen voor het digitale stelsel, te weten:

  • Een set basismodellen die bureaus en bevoegde gezagen werk besparen.
  • Een mechanisme om plannen digitaal te kunnen uitwisselen tussen stedenbouwkundig bureaus enerzijds en plansoftware van
    softwareleveranciers anderzijds.
  • Het ontwikkelen van een zogenaamde ‘validatieservice’ om bronhouders te helpen met controleren of het opgestelde plan in technische zin goed is om
    door het DSO te verwerken.

Hierbij blijven we samen met stedenbouwkundige bureaus richting bestuurders en professionals herhalen: het hoeft niet allemaal tegelijk, ga er op voorhand vanuit dat ook na inwerkingtreding veel kan en moet gebeuren en richt je op de zaken die zowel belangrijk als urgent zijn. Er is overgangsrecht beschikbaar en gebiedsdekkende omgevingsplannen kunnen later. Het is belangrijk dat binnen de organisaties geïnvesteerd wordt in de kennis en kunde om uiteindelijk die plannen te maken en die instrumenten te benutten via de beschikbaar gestelde informatie en vooral door te oefenen.

Bovenstaand is een excerpt uit de Kamerbrief van Minister Ollongren dd 14 december. Kennislab heeft  binnen dit proces een cruciale rol vervuld inzake kennis vergaren, kennis delen, pilots uitvoeren en adviezen verstrekken richting overheden en ministeries inzake de invoering van de Omgevingswet gerelateerd aan de invoering van DSO.

Kennislab deelnemer aan Deskundigenbijeenkomst Invoering Omgevingswet Eerste Kamer.

Op dinsdag 30 november vond in de Eerste Kamer een deskundigenbijeenkomst plaats over de invoering van de Omgevingswet met als thema: een goed werkend Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
Koos Seerden, directeur van Rho adviseurs, nam als vertegenwoordiger van Kennislab Omgevingswet deel en vertegenwoordigde de bureaus die zijn aangesloten bij NL Ingenieurs en BNSP en samenwerken binnen het consortium Kennislab Omgevingswet.
De bijeenkomst werd georganiseerd door de commissies voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO) en Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV). Doel van de bijeenkomst was om een realistisch beeld krijgen van de huidige technische stand van zaken bij het DSO. Daarnaast hopen de Kamerleden een realistische inschatting te kunnen maken van de termijn waarop het DSO verantwoord kan worden ingevoerd. Ook vroegen de commissies betrokken partijen welke resterende aandachtspunten zij zien voor en na de invoering.
De belangrijkste boodschap is ‘voer de Omgevingswet in en maak de datum van invoering op korte termijn bekend’. De praktijk is groot voorstander van de Omgevingswet en wil duidelijkheid hebben over de invoeringsdatum. Enkele belangrijke onderdelen van het DSO zijn in de loop van 2022 beschikbaar, zoals de ‘samenloop’, downloadservice en validatie.
De praktijk heeft tijd nodig om dit alles voor de eerste met echte content, omgevingsplannen voor hele gemeentes, te testen en ermee te oefenen. En de praktijk moet worden opgeleid. En dat in een tijd dat we met name bezig zijn met het faciliteren van de woningbouwopgave en de energietransitie. Vandaar dat invoering op 1 januari 2023 nodig is in plaats van 1 juli 2022.

Van de bijeenkomst is een (gedeeltelijk) videoverslag beschikbaar evenals de positionpapers van deskundigen en presentatie van Koos Seerden.

Download hier de presentatie van Kennislab
Presentatie Koos Seerden 1e kamer 30-11-2021

https://www.eerstekamer.nl/nieuws/20211130/deskundigenbijeenkomst_invoering
https://www.youtube.com/watch?v=2aL2F1UyYwo https://www.eerstekamer.nl/overig/20211130/position_paper_rho_bureaus_koos/document3/f=/vlo8nr75b2qh.pdf https://www.eerstekamer.nl/overig/20211130/presentatie_rho_adviseurs_koos/document3/f=/vlobf88oj4np.pdf

Verkenningen inzet regionaal programma voor uitwerking RES ambitie

Het Kennislab Omgevingswet heeft namens het NP-RES al eerder in beeld gebracht hoe de Omgevingswetinstrumenten gebruikt kunnen worden in het uitwerken van de Regionale Energiestrategieën (RES). In de nieuwste publicatie is het instrument programma verder onderzocht. Samen met vier RES-regio’s, NP-RES, Netbeheer Nederland en de adviseurs van de Kennislab-bureaus zijn de kansen voor het versnellen van de RES-ambities via (regionale) programma’s in beeld gebracht. Benieuwd? Lees hier de verschillende factsheets of neem contact op met de Kennislab-bureaus.

Stapsgewijze invoering nieuw digitaal stelsel omgevingsplannen: ‘Voor het eerst hebben we gekeken of de auto ook reed’

Afbeelding: Ministerie van IenW

Vertegenwoordigers van Kennislab zijn geïnterviewd door ROm / Stadzaken over de invoering van de Omgevingswet en het DSO. Kennislab heeft pilots en onderzoeken verricht om het DSO op haalbaarheid en werkzaamheid te toetsen. Een interview die iedereen die zich met de Omgevingswet en het DSO bezig houdt in hoge mate zal  interesseren. Dank aan ROm /Stadszaken voor het mogen delen van dit artikel.

Voor het eerst konden stedenbouwkundige en ruimtelijke ordeningsbureaus afgelopen najaar oefenen met het maken van omgevingsplannen op basis van de officiële plansoftware. Die is nog steeds niet helemaal klaar, toch kregen de marktpartijen – die driekwart van de omgevingsplannen maken – veel inzicht in waar het nog aan schort. Te veel om het nieuwe stelsel in één keer in te voeren, en dus zal dat stapsgewijs gebeuren.

Lees hier het gehele artikel verschenen in ROm en op de website van Stadzaken

 

 

Nieuwe datum inwerkingtreding Omgevingswet 1 juli 2022

Hierbij informeert Kennislab de leden van de BNSP over de nieuwe datum inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1 juli 2022.

Bijgevoegd de informatie zoals verzonden door de minister naar de Kamers en het nieuwsbericht dat VNG over de nieuwe datum heeft verzonden.

De link naar de brief die de minister vanochtend aan de Kamers heeft gestuurd over de nieuwe datum

De link naar het nieuwsbericht van de VNG over de nieuwe datum.

Een bijlage met een nadere toelichting op de keuze voor de nieuwe datum vanuit het perspectief van de VNG waarin de rol van Kennislab en van de stedenbouwer expliciet wordt genoemd is hier te downloaden..

Dienstverleners Omgevingswet presenteren zich

Wat zijn de mogelijkheden voor ondersteuning bij de implementatie van de Omgevingswet? Op welke manier kan je structureel ontzorgd worden? Hoe kan je je kennis en kunde vergroten om de transitie naar de Omgevingswet te maken?
Tijdens de week van de dienstverleners Omgevingswet, van 23 tot en met 27 november a.s., krijg je hier antwoord op en is er de gelegenheid tot het stellen van vragen.
Een overzicht van alle deelnemende dienstverleners vindt je in dit document.

Inzichten en praktijkervaringen
Bij de implementatie van de Omgevingswet kunnen overheden een beroep doen op dienstverleners. Denk daarbij aan (organisatie) adviesbureaus, projectmanagement leveranciers op het gebied van ICT, implementatie organisaties voor software-, plan- en ingenieursbureaus. Tijdens de week van de dienstverleners Omgevingswet delen dienstverleners hun inzichten en praktijkervaringen met betrekking tot de Omgevingswet. De presentaties zullen u veel informatie verschaffen maar bieden ook de gelegenheid om vragen te stellen aan de dienstverlener en de mogelijkheid om over het gepresenteerde onderwerp in gesprek te gaan.
In de presentaties komt in ieder geval het volgende aan bod:

  • Bij welke minimumeis(en) het dienstenaanbod overheden helpt en op welke manier. Dienstverleners geven hierin inzicht door middel van een casus, praktijkvoorbeeld of workshop.
  • De relatie met Route 2022 – roadmap invoering Omgevingswet.
  • Met welke partner(s) wordt samengewerkt.

Marktverkenning Omgevingswet dienstverlening
Alle dienstverleners die diensten aanbieden met betrekking op de Omgevingswet presenteren zich ook zich via de marktverkenning aan gemeenten. Wil je voorafgaand aan de presentaties alvast een indruk van de markt krijgen, bekijk dan de Marktverkenning Omgevingswet dienstverlening.

Aanmelden
Via dit formulier kan jij je aanmelden voor de presentaties van dienstverleners. Elke presentatie duurt 1 uur en deelname is gratis. De presentaties worden ook opgenomen en achteraf voor een beperkte tijd beschikbaar gesteld via de website van VNG.

Nieuwe datum inwerkingtreding Omgevingswet volgt in mei

Na overleg tussen de VNG met het ministerie en overige koepels is afgesproken om zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over een nieuwe datum van de inwerkingtreding van de omgevingswet.

Het streven is om het uitstel zo kort mogelijk te houden, en om tot een realistische nieuwe datum voor de inwerkingtreding te komen.  Oorspronkelijk zou op basis van deze informatie in juni worden gekeken naar de datum van inwerkingtreding. Nu al besloten is om de wet uit te stellen, is met de minister afgesproken om ook zo snel mogelijk met een nieuwe datum te komen. Het streven is om dat in mei te doen.

Meer informatie vanuit de VNG over dit onderwerp

 

Zeer actuele ontwikkelingen Geonovum-Kennislab en Klankbordgroep DSO-Kennislab: reageer vandaag nog op de vragen en benut kansen!

Kennislab,

Geonovum en Kennislab hebben op maandag 8 juli 2019 overleg gevoerd over omgevingsplannen en het DSO. Carin Stolzenbach van CroonenBuro5, Peter Bugel van BugelHajema en Ruud Louwes van Rho/coördinator Kennislab namen deel. Dit overleg vloeit voort uit de reactie van Kennislab op de internetconsultatie van het STOP/TPOD 0.97 voorjaar 2019. Het resultaat van dit overleg zijn vier acties. Daarvoor was er op 4 juli overleg met de Klankbordgroep DSO (5e actie). Daar gaat Kennislab aan deelnemen.

  1. Opstellen experiment-omgevingsplan voor de keten

Geonovum is heel hard op zoek naar concrete content. Een waarachtig voorbeeld van een omgevingsplan, met échte regels, échte contouren of beter gezegd werkingsgebieden et cetera. Kan iemand inhoudelijk een dergelijk plan opleveren? Het is in de vorm van een opdracht vanuit Geonovum. KuiperCompagnons gaat hiermee aan de slag.

  1. Duidelijkheid begrippen en waardelijsten

Organisatie van een bijeenkomst voor het verkrijgen van duidelijkheid over de begrippen, zoals activiteit, functie en gebruik, en het toepassen en desgewenst aanvullen of bijstellen van de waardelijsten. Ieder bureau kan twee adviseurs afvaardigen.

  1. Praktijkafspraken opzet omgevingsplannen

De mogelijkheid dat we in de toekomst een keur aan verschillende opzetten voor omgevingsplannen in de gemeenten gaan krijgen. Of kunnen we praktijkafspraken maken voor enkele hoofdmodellen en daarmee vervolgens maatwerk leveren? Dat werk praktischer met behoud van maatwerk. Gedacht wordt aan een bijeenkomst voor vertegenwoordigers van bureaus die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van omgevingsplannen in de eigen organisatie.

  1. Ondersteuning Kadaster DSO

Het Kadaster heeft een grote behoefte aan ondersteuning bij het maken van voorbeeldbestanden van omgevingsdocumenten: met name omgevingsplannen, maar ook omgevingsverordeningen, waterschapsverordeningen en omgevingsvisies. Ieder bureau kan zelf reageren op de oproep van het Kadaster. Informatie hierover is op te vragen bij Judith Flapper BNSP, j.flapper@bnsp.nl

  1. Klankbordgroep DSO en Kennislab

De recente oproep voor deelname aan een bespreking van landelijke Klankbordgroep DSO heeft geresulteerd in de vertegenwoordiging van Kennislab door Linda Dekkers van KuiperCompagnons en Niek van den Berg van BugelHajema. Zij namen deel aan de bespreking, blijven Kennislab vertegenwoordigen en hebben inhoudelijke inbreng vanuit de Kennislab-partners nodig en verzorgen de terugkoppeling.

Via deze link is een uitgebreidere toelichting met informatie over de deelname en aanmelding opgenomen.

 

Met vriendelijke groet,
Ruud Louwes, Kennislab
Rho, adviseur ruimtelijk ordeningsrecht

 

INTERNETCONSULTATIE STOP/TPOD GEONOVUM

maart 2019

Kennislab Omgevingswet heeft gereageerd op de stop/tpod versie 097 die door Geonovum begin dit jaar is gepubliceerd. In de reactie wordt met name ingegaan op de TPOD Omgevingsplan. Tot slot  worden suggesties voor de TPOD Omgevingsvisie gedaan en verbetering van de leesbaarheid van de documenten. In dit overzicht worden de belangrijkste onderwerpen eerst vermeld. Daarna de meer technische opmerkingen.

Waardering en respect (algemeen)

Kennislab heeft waardering en respect voor alle producties en de inzet voor grote zorgvuldigheid door Geonovum. In korte tijd worden enorm veel werkzaamheden verricht. Dat is een prestatie van formaat.

In aanvulling hierop zijn de volgende opmerkingen gemaakt suggesties gedaan, vraagtekens gezet en voorstellen gedaan.

Een grote diversiteit aan omgevingsplannen is mogelijk gemaakt. En toch … (algemeen)

We juichen toe dat in deze versie meer diversiteit mogelijk is bij de opzet van een omgevingsplan.

De diversiteit aan omgevingsplannen kan groot zijn. Het is goed om in dit stadium die vrijheid te bieden. Tegelijkertijd kan het voor de praktijk nuttig zijn werkafspraken te maken gericht op het samenstellen van bijvoorbeeld enkele modellen voor omgevingsplannen. Dit kan voor de praktijk de uniformiteit, raadpleegbaarheid, uitwisseling en efficiënt werken ten goede komen.

Iedere gemeente zal één hoofdstructuur van het omgevingsplan krijgen. Die structuur bepaalt waar welke aspecten van de fysieke leefomgeving worden geregeld. De TPOD laat vrij of zaken via activiteiten, functies, omgevingswaarden, thema’s en dergelijke worden geregeld. Gemeenten kunnen dit naar eigen inzicht inrichten. Adviesbureaus kunnen of zullen in ieder geval hierbij betrokken worden.

Om te bereiken dat ieder efficiënt kan werken – dat is  voor gemeenten en adviesbureaus van belang – heeft Kennislab het voornemen een bijeenkomst te beleggen om het idee te bespreken of werkafspraken voor de praktijk zijn te maken. In ieder geval is onderlinge uitwisseling van de achtergronden voor de  modellen voor een omgevingsplan nuttig. Graag nodigen we Geonovum uit. We zullen ook de VNG hiervoor uitnodigen.

Het is nuttig de opties te verkennen  het maken van werkafspraken te combineren met de grote diversiteit aan mogelijkheden voor de opzet van een omgevingsplan. Daar kunnen alle betrokken partijen baat bij hebben.

Verzoek voor verheldering van het onderscheid in verschillende annotatietypen (algemeen)

In de TPOD’s en waardelijst worden diverse annotatietypen genoemd. Het gaat dan bijvoorbeeld om activiteiten, functies, thema’s, onderwerpen en meer. Het volgt uit de Omgevingswet dat het onderscheid tussen al die verschillende annotaties niet op voorhand duidelijk is. Ook na het bestuderen van de TPOD’s blijft het te maken onderscheid tussen enkele annotatietypen onduidelijk. In de waardelijst zijn door Kennislab enkele aanvullingen opgenomen die dit ook illustreren. Waarom worden sommige Activiteitgroepen wel genoemd en andere niet?

De achtergrond van de keuzes voor de genoemde onderwerpen en thema ’s vraagt in ieder geval verheldering. De lijsten kunnen weliswaar worden uitgebreid. Bij aanvulling van de lijsten ontstaat de neiging in de verschillende lijsten exact dezelfde zaken te vermelden. Is het een optie de lijsten samen te voegen en in ieder geval allebei op kaart raadpleegbaar te maken? Het verschil waarom de ene lijst wel op kaart kan worden weergegeven en de andere lijst niet, vraagt om een toelichting.

Voorstel tot aanvulling en verduidelijking waardelijst  (paragraaf 5.8)

Voor de waardenlijst zijn suggesties voor aanvulling gedaan in een afzonderlijk document. Deze aanvullingen zijn mede gebaseerd op de ervaringen die op dit moment in de praktijk worden opgedaan met het opstellen van Chw-plannen en het opnemen van de gemeentelijke verordeningsregels in het omgevingsplan. Daarnaast zijn aanvullingen gedaan vanuit de onderwerpen/begrippen waarop de instructieregels uit het Bkl zien.

Op een eerder verzoek voor het opnemen van de groep Oosterschelde-estuarium is opgemerkt dat dit nogal regionaal is. Dat is echter een misverstand. Er zijn grote open wateren waar meerdere gemeenten bij betrokken zijn. Vanuit de gemeentelijke optiek bezien is het kunnen onderscheiden van een groot open water net zo belangrijk als een woongebied. Gepleit wordt voor een afzonderlijke functiegroep ‘Groot open water’. Daarin kunnen vervolgens allerlei functies als scheepvaart, natuur, recreatie enzovoort worden samengebracht en via een integrale manier van regelen. De functiegroep Water is hiervoor niet representatief omdat dat alleen het bestanddeel water weergeeft. Opties zoals functiegroepen Estuarium, Deltawateren of ‘Nationaal Park’ is nog beter.

Bij de functies kunnen vervolgens de belangrijkste wateren als afzonderlijke functies worden toegevoegd. Dit stimuleert een integrale benadering én regeling voor zo’n gebied, het maakt het in ieder geval specifiek mogelijk. Voor die wateren is dit namelijk extra van belang. Er zijn ook voldoende redenen geweest voor bijvoorbeeld de aanwijzing van gebieden als Nationaal Park of National landschap. Bij het maken van omgevingsplannen is het wenselijk daarop direct op te kunnen aansluiten. Het is dan zelfs denkbaar dat regeling die in het kader van de aanwijzing van Nationaal Park op een nader uit te werken manier deel gaan uitmaken van het omgevingsplan, voor zover dit de fysieke leefomgeving betreft.

Verzoek om verduidelijken onderscheid Omgevingsnormgroep en Omgevingswaardegroep

Het is niet duidelijk waarom onderscheid wordt gemaakt tussen de waardenlijsten voor Omgevingsnormgroep en Omgevingswaardegroep. Bovendien zijn beide lijsten verre van compleet om daarmee in de praktijk voldoende uit de voeten te kunnen. Dit klemt des te meer omdat dit limitatieve lijsten zijn.

Bekijken of samenvoeging van lijsten een optie is. Of dat dezelfde onderwerpen bij verschillende annotatietypes kunnen worden gehanteerd. Hiermee verdwijnt dan het onderscheid. Dat sluit niet aan op het pleidooi het onderscheid te verduidelijken. Dat wordt onderkend.

Een uitgebreidere studie naar de invulling van de waardelijst is een optie. Zie hiervoor de uitnodiging voor een bespreking.

Verzoek Thema nader te bekijken

Bij Thema worden onderwerpen genoemd zoals gezondheid, externe veiligheid en water. Klimaat hoort daar ook bij. Het is niet geheel duidelijk wat het verschil is tussen Thema en Onderwerp en voorts is het opmerkelijk dat Thema niet op kaart kan worden weergegeven (5.8.8.1.). In 5.8.9.1 staat dat Onderwerp wel op kaart kan worden getoond. Dat hierin verschil wordt gemaakt vergt aanpassing of een nadere toelichting.

Het is zelfs denkbaar dat een belangrijk deel van de regels worden opgesteld vanuit de belangen van die thema’s. Een gemeente kan ervoor kiezen dat bijvoorbeeld gezondheid en klimaat de actuele en toekomstgericht sturingsprincipes zijn. Het kunnen regelen van de fysieke leefomgeving vanuit die principes is dan logisch. Het draagt ook bij aan het opstellen van daadwerkelijk vernieuwende omgevingsplannen.

Nadere onderbouwing van het onderscheid tussen Thema en Onderwerp. Graag meer duidelijkheid over het belang van het onderscheid hiertussen. En daarnaast het mogelijk maken van het op kaart weergeven van Thema.

Bespreking van het noemen van een grootdiverse zelfde onderwerpen bij de verschillende annotatietypes of verduidelijking van het onderscheid van de annotatietypes, inclusief aanvulling.

Voorstelling voor aanvulling met resultaten Staalkaarten (paragraaf 5.8)

In de waardelijst wordt een aansluiting gemist van de staalkaarten op de TPOD Omgevingsplan en andersom. Een eerste brug tussen de twee projecten is het opnemen van de verschillende gebiedstypen waar de staalkaarten op gaan zien, in de waardenlijst. Dit kan onder Thema of Onderwerp. Het gaat erom dat een gemeente – afhankelijk van het type gebied – een bepaalde set regels zal willen hanteren die zowel zal zien op bepaalde activiteiten als functies, om daarmee een bepaalde omgevingskwaliteit te borgen/toe te staan. Het typeren van gebieden op basis van gebiedstypen vormt daarmee een motivering voor bepaalde keuzes in deze omgevingskwaliteit die mogelijk reeds in de omgevingsvisie/programma’s zijn gemaakt. Het toepassen van gebiedstypering ondersteunt dientengevolge het beleidscyclisch werken. Dit is in lijn met het gedachtegoed achter de Omgevingswet.

Vraag naar raadplegen beleidsregels (paragraaf 3.2)

In tabel 2 is opgenomen dat vanuit het omgevingsplan beleidsregels moeten kunnen worden geraadpleegd. Waar vindt deze raadpleging plaats, ook in het DSO?

Aanpassing ten aanzien van programma (paragraaf 3.2)

In tabel 4 is opgenomen dat omgevingswaarden worden vastgesteld in programma’s met een programmatische aanpak. Dat is niet juist. Omgevingswaarden worden vastgesteld door opname in het Omgevingsplan (art. 2.11 lid 1 OW). In een programma (eventueel met programmatische aanpak) wordt slechts invulling gegeven aan de wijze waarop de omgevingswaarde bereikt zou kunnen worden. Een invulling is een beoordelingskader voor omgevingsplanactiviteiten dat vervolgens moet worden doorvertaald in het Omgevingsplan.

Verzoek om meer deelparagrafen (paragraaf 5.6.2.2)

Gevraagd wordt meer ruimte te bieden voor subsubsubparagrafen en wellicht nog een grotere differentiatie hiervan. Dat is gelijk aan het verzoek van de Rijksoverheid.

Het omgevingsplan wordt opgesteld voor de gehele gemeente. Daarin worden tal van zaken toegelicht en beschreven. Een gemeente kan kiezen voor een veelomvattend omgevingsplan. Dan kan de tekst daardoor omvangrijk worden. Het opsplitsen van tekstfragmenten in steeds kleiner worden deelparagrafen heeft als voordeel dat elders in de tekst en bij vanuit de regels preciezer naar kleinere tekstfragmenten kan worden verwezen. Dit komt de raadpleegbaarheid van de achtergronden van de regels ten goede.

Wijziging documenten buiten het omgevingsplan (paragraaf 5.8.11.1)

In paragraaf 5.8.11.1 is opgenomen dat een wijziging van een document waarnaar wordt verwezen in het omgevingsplan onbedoeld zou kunnen leiden tot wijziging van het omgevingsplan zonder dat daar een besluit van het bevoegd gezag aan ten grondslag ligt. Dat is echter wat een dynamische verwijzing inhoudt en meerwaarde kan bieden om een flexibel Omgevingsplan te creëren! Zie: Stb, 2018, 290, p. 101-103, Wetsvoorstel Invoeringswet Omgevingswet, Kamerstukken II, 2017/18, 34986, nr. 3 (MvT); Stb. 2018, 290, p. 72. Het is ook niet nieuw. In de huidige praktijk wordt dit reeds gedaan met het verwijzen naar de Parkeernota in het kader van de normering van voldoende parkeergelegenheid in het bestemmingsplan. Het verzoek is dit anders te formuleren.

Verzoek mogelijkheid toevoegen ‘lagen van rechtswege’ (paragraaf 5.8)

Het moet mogelijk zijn ‘lagen’ aan het omgevingsplan van rechtswege toe te voegen. Lagen kunnen zijn: thematisch/onderwerpgericht, aangepaste bruidsschatregels, verordeningsregels, etc. Dit omdat het ondoenlijk is voor gemeenten om het omgevingsplan in een keer helemaal volledig of gebiedsgericht op te stellen. Daarvoor is de complexiteit te groot. De vraag is of het nieuwe systeem voorziet in deze lagensystematiek.

Regelkwalificatie instructieregels (paragraaf 5.8.12.1)

In paragraaf 5.8.12.1 is opgenomen dat je de soorten regels in het omgevingsplan kunt annoteren met een regelkwalificatie. Daarbij wordt aangegeven dat de instructieregel een regelkwalificatie is. Dit voorbeeld werkt verwarrend aangezien instructieregels niet in het Omgevingsplan zijn opgenomen.

Voorstel toevoegen mogelijkheid voorbescherming (hoofdstuk 7)

Vraag 2 Voorbescherming: het lijkt ons wenselijk voorbeschermingsregels te annoteren. Dan zijn ze makkelijker vindbaar (en dus ook te verwijderen als ze zijn vervallen als dat niet automatisch kan, wat uiteraard de voorkeur verdient!).

Voorstel Bouwvlak niet opnemen (hoofdstuk 7)

Vraag 5 Bouwvlak: dit is nog moeilijk te overzien maar het lijkt afdoende om een annotatie Bouwactiviteit met Locatie te hebben.

Voorstel annotatiemogelijkheden Omgevingsvisie uit te breiden (TPOD Omgevingsvisie, paragraaf 6.4)

Omgevingsvisies kunnen bij uitstek worden opgesteld vanuit de sturingsprincipes zoals gezondheid en klimaat. Deze thema’s zijn niet opgenomen bij Onderwerp in de waardelijst.

Uitbreiding van die lijst is een vereiste om een omgevingsvisie te kunnen opstellen vanuit de onderwerpen die staan genoemd in artikel 2.1 van de Omgevingswet. De indruk bestaat dat regels vanuit die thema’s niet op kaart kunnen worden weergegeven, maar alleen de Onderwerpen. Wellicht berust dit op een misverstand. Verduidelijking kan dit verhelpen.

Waardelijst Omgevingsvisie  (TPOD Omgevingsvisie, paragraaf 6.4)

Tabel 5 lijkt weer te geven dat in de omgevingsvisie alleen gebruik kan worden gemaakt van de annotatie Onderwerp. In de waardelijst staat een zeer beperkt aantal onderwerpen genoemd, ondanks dat die lijst uitbreidbaar is. Onduidelijk is immers hoe onderwerpen zoals gezondheid, klimaat en hiermee vergelijkbare onderwerpen moeten worden geanoteerd.

Er staan zaken bij functies, thema’s en activiteiten genoemd die in een omgevingsvisie zeker ook als een afzonderlijk werkingsgebied moeten kunnen worden opgenomen. Uiteindelijk is het de vraag of de lijsten van functies, beperkingengebied en dergelijke ook voor de omgevingsvisie beschikbaar moeten zijn. Daar lijkt het wel op.

Verbeteren leesbaarheid TPOD/STOP’s (Algemeen STOP/TPOD)

Het komt de leesbaarheid van de TPOD’s ten goede als tekstdelen beginnen met de vermelding hoe iets goed werkt of wel bedoeld is. De tekstdelen die beginnen met ‘hoe iets niet kan, iets niet is bedoeld en in ieder geval verkeerd zal werken’ zet de lezer eerst op het verkeerde been. De materie is al complex.

Door het vertrouwen dat het goed gaat – de essentie van de Omgevingswet – wordt het voor de lezer eenvoudiger het nieuwe systeem te doorgronden. Alleen als het echt noodzakelijk is te vermelden dat het ook verkeerd kan gaan.

Nadere informatie

Voor nadere informatie over of een toelichting op deze consultatiereactie zijn Jasmijn van Tilburg van BRO, René van der Zweerde van Kuiper Compagnons en Claudia Wenker en Ruud Louwes van Rho adviseurs beschikbaar. Op de waardelijst kunnen Jasmijn van Tilburg en André Domburg van Wissing een toelichting geven.

Download hier de waardenlijst

Download bovenstaande als pdf

Jasmijn van Tilburg

BRO Ruimte om in te leven – 0411850 400 – 06 150 253 61 – jasmijn.van.tilburg@bro.nl

René van der Zweerde

KuiperCompagnons – 0104330099 – 0653633544 – rvanderzweerde@kuiper.nl

André Domburg

Wissing Ruimtelijke denkers – 0180613144 – 0653418001 – a.domburg@wissing.nl

Claudia Wenker

Rho adviseurs voor leefruimte – 0102018690 – 0612641617 – claudia.wenker@rho.nl

Ruud Louwes

Rho adviseurs voor leefruimte – 0118689058 – 0651704365 – ruud.louwes@rho.nl

AMENDEMENT EN MOTIE DREIGEN OMGEVINGSWET TE TORPEDEREN

De ruimere mogelijkheden die de Omgevingswet biedt gaan in rook op als het planschaderecht wordt aangepast. Dat betoogt de Hulstse wethouder Jean-Paul Hageman (ruimtelijke ordening, Algemeen Belang Groot Hulst) in een ingezonden stuk op de website van Binnenlands Bestuur. Dinsdag buigt de Tweede Kamer zich over een amendement en een motie. 

Forfait teruggeschroefd

Als een burger nu schade lijdt van een ruimtelijke ontwikkeling, is ‘vanaf 2 procent’ daarvan voor eigen rekening. Dit is het zogenaamde wettelijke forfait. Het wetsvoorstel voorziet in een vast percentage van 5 procent. Dinsdag wordt een amendement van de Tweede Kamerleden Ronnes (CDA) en Smeulders (GroenLinks) ingediend, waarin dat forfait wordt teruggeschroefd tot ‘ten minste 2 procent’. Daardoor worden volgens Hageman de ruimere mogelijkheden die de Omgevingswet aan nieuwe initiatieven geeft, meteen de nek omgedraaid.

Rem op initiatieven

‘Als wordt gekozen voor een wettelijk forfait ‘vanaf 2 procent’, dan zet dit een rem op het aantal initiatieven’, stelt Hageman in het stuk. ‘Dit is het gevolg van de onzekerheid of er wel of geen planschade moet worden betaald en vooral de hoogte hiervan, naast de onzekerheid of het initiatief uiteindelijk slaagt en naast alle onderzoekskosten. We moeten af van procedures voor beperkte schades en mee in de verschuiving in de richting van de 5 procent, zoals deze uit de jurisprudentie volgt. Initiatiefnemers die investeren in de gewenste verbetering van de omgeving willen we juist ruimte bieden.’

Moment van vaststelling van planschade

Ook een motie van SGP-Kamerlid Bisschop, kan niet op Hagemans instemming rekenen. Bisschop verzoekt te bekijken de bepaling van de planschade te behouden bij de planvaststelling in plaats van verschuiving naar het moment van daadwerkelijke realisering, hetgeen volgens Hageman ertoe leidt dat een gemeente geen uitnodigend en vernieuwend omgevingsplan gaat vaststellen. ‘Het is wel zo dat het gemeentebestuur bij vaststelling van een omgevingsplan zich bewuster moet worden van eventuele schade voor individuele situaties’, erkent hij. ‘Dat kan worden geborgd door hieraan in het omgevingsplan specifiek aandacht te besteden. Bovendien past dit bij de grotere rol die participatie krijgt bij het opstellen van een omgevingsplan.’

Deze samenvatting is een bewerkte versie van het bericht op BinnenlandsBestuur.nl

Lees hier het gehele bericht

 

 

Recent nieuws

Inzending ARC22 Awards gestart!

18 mei 2022 netwerk

ARC Awards is dé ontwerpprijs van stoel tot stad. Onafhankelijke jury’s belichten het allerbeste werk in de categorieën architectuur, stedenbouw, interieur, detail, innovatie, jong talent en.

Lees verder

BEP + PEP talk, 3 juni ’22

17 mei 2022 netwerk

Op 3 juni organiseert PEP in samenwerking met Bureau Architectenregister de BEP+PEP talk, een voorlichting voor Master studenten over de beroepservaringperiode. Tijdens deze online bijeenkomst.

Lees verder

BNA Inspiration Night 23 juni ’22

17 mei 2022 netwerk

 “Where Science meets Society” Natuurinclusief ontwerpen is ontwerpen met en voor de natuur. Het is meer dan groen opnemen in een plan, op het dak.

Lees verder

Agenda

06 juli 2022

08:30 tot 18:00BNSP

Dag van de Ontwerpkracht