Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


Corona in een Levende Stad | Elma van Beek

Elma van Beek is partner bij Bureau Maris, oprichter van de Levende Stad en lid van de werkgroep Duurzame Stedelijke Ontwikkeling van BNSP en NVTL

Een levend organisme gedraagt zich naar de wetten van de natuur, of het nou een virus, een mens of een stad betreft. Welke mechanismen treden in werking als je de stad als levend organisme beschouwt en er heerst corona? De richtlijnen van het RIVM hebben gevolgen voor de inrichting van de openbare ruimte, groenvoorzieningen, mobiliteit, publieke functies en openbare voorzieningen. En dat betekent dat beleidsmakers en ontwerpers een verantwoordelijkheid hebben en daarbij te maken hebben met een onduidelijk tijdpad.

Gedrag verandert, een levende stad verandert mee
Een Levende Stad ontwikkelt mee met de veranderende behoeften van de mens, zoals beschreven in het boek ‘Levende stad, stad om in te leven’. In coronatijd is er een behoefte, ook al is die opgelegd, aan 1,5 meter afstand tussen individuen. Dit verandert ons gedrag; we ontmoeten elkaar vaker digitaal, werken veel meer thuis, houden balkonsessies, kringgesprekken in parken en plantsoenen.

Dit heeft gevolgen voor de korrelgrootte waarmee de openbare ruimte ontworpen zou moeten worden. Bankjes, abri’s, wachtrijen, de opnamecapaciteit van een park of plein, alle elementen in de openbare ruimte zijn aan de 1,5 meter regel onderhevig. Het aanpassen duurt een tijd; de stad heeft zijn eigen ritme om zich aan te passen. Alleen daar waar op dit moment ontwerpen gemaakt worden, kan of zal deze afgedwongen marge nu al in de vormgeving zichtbaar zijn. Misschien is dit over enkele jaren een relikwie uit een afwijkende periode, misschien is het de start van een nieuw normaal, met permanente invloed op allerlei niveaus in de stedelijke ruimte.

Meer groen in de leefomgeving
Vanuit andere belangen, zoals klimaatadaptatie, gezondheid en schone lucht, is al langer een pleidooi hoorbaar voor meer groen in de stad. Tijdens de ‘intelligente lockdown’ zijn mensen voor de dagelijkse beweging en frisse neus meer aangewezen op hun woning en de directe omgeving. Het belang van een aantrekkelijke buitenruimte en de nabijheid van plantsoenen, parken en uitloopgebieden is daarmee bekender geworden bij een grotere groep mensen. Omarmt BV Nederland thuiswerken als blijvend alternatief, dan krijgt deze sterkere behoefte aan een kwalitatief hoogwaardige, groene woonomgeving een permanent karakter.

Verandering in mobiliteit
Met de versoepeling van de coronamaatregelen gaan mensen zich geleidelijk aan weer meer verplaatsen. Het gebruik van trein, bus, tram en metro is daarbij als vervoermiddel echter minder aantrekkelijk geworden. De afgelopen jaren werd het openbaar vervoer als duurzame verplaatsingsvorm gepresenteerd. Nu worden mensen die een alternatief hebben, actief ontmoedigd om het collectief openbaar vervoer te nemen. Als we straks allemaal weer even mobiel worden als voordat corona toesloeg, heeft dat grote gevolgen voor ons toen al dichtgeslibde wegenstelsel.

Als het aangenaam weer is en tot een zekere reisafstand, vormen fiets en speed pedelec goede alternatieven. Blijft de angst voor besmetting in de samenleving domineren, dan zullen veel mensen voor de auto of motor als veilig vervoermiddel kiezen. Dit alles kan grote gevolgen hebben voor ons  wegenstelsel. Waar de auto het eerst aangewezen vervoermiddel is, neemt de druk op de schaarse openbare ruimte toe door een grotere vraag naar verkeers- en parkeerruimte. Dit geldt bijvoorbeeld  voor woonwijken, waar de auto van thuiswerkers vaker voor de deur blijft staan. Voor het behoud van een goede verblijfskwaliteit en prettige sfeer voor ontmoeting van mensen, is bij de herinrichting een zorgvuldige overweging op zijn plaats.

Ander gebruik publieke gebouwen
Corona heeft ook invloed op het gebruik van openbare gebouwen en publieke functies. Dat kan grotendeels tijdelijk zijn, maar het is de verwachting dat een aantal elementen een permanent karakter hebben. Met name in de sport- en cultuursector, bij stadions, evenementen, theaters, bioscopen en discotheken is de zoektocht naar een balans tussen de nieuwe veiligheid en een economisch gezond verdienmodel nog maar net begonnen. Vanuit deze sectoren neemt daardoor de druk op de buitenruimte eveneens toe.

De horeca is weer geopend, maar met de huidige toegestane bezetting draaien maar weinig ondernemingen rendabel. Een van de overlevingsstrategieën is het vergroten van terrassen in pleinen en straten van een voetgangersgebied. Het oppervlak aan vrije wandel- en verblijfsruimte verkleint daarmee. Een deel van de cafés en restaurants is helemaal gesloten gebleven, omdat zij hun kosten niet kunnen terugverdienen. Als de 1,5 meter restricties langer aanhouden, zullen deze cafés en restaurants definitief verdwijnen. De vanzelfsprekende aanwezigheid van horecavoorzieningen verdwijnt daarmee. Als gevolg daarvan klinkt er nu al een roep om meer openbare sanitaire voorzieningen in drukbezochte winkelstraten, langs fietsroutes, in parken en op stranden.

Alles komt samen in de openbare ruimte
In de zoektocht naar nieuwe verdienmodellen neemt het belang van de buitenruimte in al zijn veelzijdigheid toe. Om deze druk in goede banen te leiden is het aan beleidsmakers om de benodigde ruimte te bieden voor de functies, die daar in coronatijd om vragen. Dit geldt zowel voor het vastgoed als voor de buitenruimte.
Daarvoor zijn strategische keuzes nodig, in wat er past bij de identiteit en ambities van de betreffende locatie. Maak bijvoorbeeld de uitbreiding van terrassen in wijkcentra en winkelstraten mogelijk en sta in leegstaande panden meer verschillende functies toe, die ontmoeting en flexwerken faciliteren. Voor ontwerpers is het zaak de balans in de openbare ruimte te hervinden. Dat betekent meer plaats maken voor voetgangersroutes, verblijfskwaliteit en groenvoorzieningen, ondanks de toenemende druk van het autoverkeer. Als de stad zich zo aanpast, kunnen we blijvend beter omzien naar elkaar in een stad die ook tot in de verre toekomst houdbaar is.

Zo dragen we bij aan een goed functionerende samenleving in een prettige leefomgeving en past de Levende Stad zich aan, aan de veranderende behoeften van de mensen.


    

 

 

 

 

 

Stadsleven | Coronastad

Ook Stadsleven volgt de wereld sinds Corona en welke impact dit rondzwervende virus heeft op het stadsleven. In tijden van #corona klinkt de stad anders. Soundtrackcity nodigde mensen uit om ‘hun’ stadsgeluiden te delen. “We horen anders, en we horen andere dingen”, schrijft Michiel Huijsman. Lees én luister in het #Coronastad webmagazine van Stadsleven: www.stadsleven.nu/themas/coronastad/

 

Social Distancing Dashboard biedt routekaart voor stadsbewoners | TU Delft & AMS Institute

De eerste voorzichtige stappen zijn gezet om de COVID-19 lockdown te versoepelen. Voetgangers en fietsers keren terug naar de straten van de stad. Nu het drukker wordt, kan het bewaren van de afstand van 1,5 meter in veel stedelijke gebieden een uitdaging zijn vanwege de manier waarop de openbare ruimte is ontworpen. Om hier meer inzicht in te krijgen, hebben wetenschappers van de TU Delft in samenwerking met AMS Institute het Social Distancing Dashboard ontwikkeld.

Het Social Distancing Dashboard maakt stadsplattegronden die op straat- en wijkniveau laten zien of het mogelijk is om de afstand van 1,5 meter in de openbare ruimte na te leven. Het dashboard brengt een overzicht in kaart van verschillende factoren die daar invloed op hebben, zoals de breedte van voetpaden en de locaties van bushaltes.

Open toegankelijk

De kaarten zijn open toegankelijk en beschikbaar voor gebruik voor beleidsmakers die belast zijn met het nemen van beslissingen over volksgezondheid en stadsplanners, die werken aan COVID-19 gerelateerde interventies voor steden. Het dashboard is ook bedoeld om bewustzijn te creëren bij bewoners, die zich zo veilig mogelijk door de straten van de stad willen verplaatsen.

Het team van onderzoekers, onder leiding van de assistent-professor van de faculteit Industrieel Ontwerpen van de TU Delft en research fellow bij AMS Institute, Dr. Achilleas Psyllidis, gaf het startschot voor het project met een routekaart van Amsterdam. Meer dashboards zijn in de maak voor andere steden zoals Rotterdam, Delft en Den Haag.

Data-gedreven ontwerp

Om de breedte van de voetpaden automatisch in te schatten en in te delen volgens een risicoprofiel combineert het Social Distancing Dashboard gegevens vanuit meerdere bronnen: de Basisregistratie Grootschalige Topografie, het Centraal Bureau voor de Statistiek en OpenStreetMap. Het gebruik van deze hoge resolutie datasets maken het mogelijk om analyses uit te voeren op verschillende schaalniveaus. Variërend van postcodegebieden tot buurt-, wijk-, stads- en regionale niveaus.

Bewegen in de stad op afstand

Om op een voetpad te voldoen aan de 1,5 meter afstandsregel, zou het idealiter mogelijk moeten zijn dat twee mensen naast elkaar lopen in dezelfde of in tegengestelde richting zonder van het voetpad af te stappen. Dit betekent dat het voetpad minimaal 2,5 tot 3 meter breed moet zijn. Daarom kleuren veel straten aan de grachtengordel van het centrum van Amsterdam op de kaart rood. Een patroon wat voor veel van de kenmerkende smalle straten in historische stadscentra zal gelden, ook internationaal.

 

Niet geschrokken door het rood op de kaart ziet de gemeente Amsterdam het Social Distancing Dashboard als een kans. Chief Technology Officer, Ger Baron: “Deze kaart visualiseert de uitdaging van bewoners om te leven in de 1,5 meter samenleving en de uitdaging van gemeentes en overheden om deze te ontwerpen. We kunnen deze kaart inzetten om straten die op de kaart rood en oranje gemarkeerd worden te vergelijken met de werkelijke situatie op straat. De data helpt ons bij het bedenken van interventies, nieuwe manieren om de openbare ruimte te organiseren en om op een transparante manier samen te werken met burgers en bedrijven”.

Overgangsfase

Dr. Psyllidis: “Deze COVID-19-crisis heeft opnieuw het belang van data aangetoond  om besluitvorming te ondersteunen bij het ontwerpen van strategieën die steden en landen kunnen helpen bij de ‘overgangsfase’ naar een nieuwe werkelijkheid. Wij zijn van mening dat alle belanghebbenden in de stad moeten kunnen beschikken over instrumenten die kunnen helpen bij het maken van de juiste keuzes. Of dat nu op persoonlijk niveau is of op gemeentelijk niveau. Kennis is nodig om goede oplossingen te ontwerpen in de juiste context. Ons Social Distancing Dashboard project is een voorbeeld van hoe we kunnen bijdragen aan kennis en inzicht ten behoeve van besluitvorming over COVID-19 gerelateerde aanpassingen in de stedelijke planning.”

Vervolgstappen

Het doel van het Social Distancing Dashboard is om een overzicht te geven van verschillende aspecten die ervoor zorgen of er wel of niet aan de 1,5 meter afstandsregel kan worden voldaan. Het huidige dashboard bevat informatie over de breedte van de stoep en de locaties van het openbaar vervoer. Aangezien er meer factoren van invloed zijn, gaan de onderzoekers ook informatie opnemen over faciliteiten zoals supermarkten of andere locaties waar veel mensen komen. Daarnaast worden andere soorten data toegevoegd, zoals mobiliteitsgegevens en druktemetingen.

Automatische berekeningen

Het Social Distancing Dashboard wordt automatisch berekend, waardoor er een kleine foutmarge kan zijn. De Basisregistratie Grootschalige Topografie biedt de beste digitale kaart van Nederland, maar houdt nog geen rekening met nieuwe interventies die door verschillende gemeenten worden doorgevoerd om extra ruimte te creëren voor de 1,5 meter samenleving, bijvoorbeeld door het blokkeren van het autoverkeer op sommige plekken. Het onderzoeksteam is van plan om nauw samen te werken met geïnteresseerde gemeenten, om de gegevens te actualiseren en dichter bij de huidige praktijk te brengen.

Met dank aan TU Delft en AMS Institute  voor het delen van dit bericht

Meer informatie:

Social Distancing Dashboard

Beschrijvingspagina

TU Delft website

Covid 19 | The Planner: Bart Stuart en Klaar van der Lippe | Buro Spelen

Door omstandigheden werken we deze maanden vanuit Antwerpen Zuid. Als kunstenaars actief in ruimtelijke ordening in Nederland, kijken we ook hier kritisch en opgewekt naar de stad. Belgie voelt anders dan Nederland. Het is anders stil op straat. Grimmiger. Maatregels op dit moment van kracht creëren een dystopische sfeer. Een beetje als in de science-fiction serie ‘The handmaidstale’.  Een sfeer van Surveillance, Overal in de stad tijdelijke camera’s. Agenten en handhavers patrouilleren op pleinen. In de Jodenbuurt loopt het leger rond, compleet met roadblocks en pantserwagens om de diamantairs te beschermen.  Om je te mogen verplaatsen, zijn officiele attesten nodig . Kortom: buitengewone toestanden.

We houden ons aan de regels en beperken ons stedelijk onderzoeksgebied tot 1 kilometer vanaf ons verblijfsadres. Tijdens onze dagelijkse toegestane wandeling ontdekken we dat het bouwen in en aan de stad toch door gaat. Achter een grote leegstaande sociale woningbouwflat aan de Gentplaats, vlak bij de Schelde, wordt door de ontwikkelaar ‘Tripple living’ een exclusieve wijk ontwikkeld: Nieuw Zuid.  Duur wonen in ‘ecologische setting’: Centrale warmte voorziening, waterberging in openbaar gebied. Topstuk is een ‘groene’ woontoren met 86 bomen en 1000 struiken van Italiaanse (st)architect Stefano Boerie. Door de lockdown stilte en fris blauwe lucht lijkt wat er staat griezelig veel op de render. Ikea gebouwen, denk aan badkamerrekjes en prullenplankjes, staan immaterieel en contextloos in compositie. Frêle boompjes en ingezaaide wilde bloemen bewegen zachtjes in de wind. Kunst galeries, wel ‘wegens COVID gesloten’, in de plint. Bewoners zijn schaars. Af en toe een rokend silhouet in de ‘privé buitenruimte met schitterend zicht op de Schelde’. Alleen een vrouw in strakke imitatie Gucci die haar te dikke hond laat kakken in gemeenschappelijke tuin valt uit de toon. Later begrijpen we dat de bewoners van de lege flat voor een klein deel hier zijn ondergebracht. Een andere verrassing is de ruw betonnen museum bunker. De enige vreemde niet Ikea eend in de wijk.

Dok Zuid- Definitief ontwerp – de kroon als groene omkadering van de tafels © AG VESPA, Tractebel – ADR Architects – Georges Descombes i.s.m. Les Eclairistes Associés & Erik De Waele

In 1885 wordt het plan voor “het Zuid”, een particuliere stads-ontwikkeling, door de gemeente Antwerpen goedgekeurd. Een Hausmanniaans totaalconcept, voor wonen werken en cultuur en economie. Door de neo-classisistische grandeur in de volksmond ‘petit Paris’ genoemd. Onderdeel is ook het museum voor Schone kunsten. Een pompeus gebouw, compleet met tempelfront en bronzen strijdwagens op het dak. Het herbergt een grote collectie belangrijke nationale kunstwerken. De dokken, 8 meter diep, afgesloten van de getijden van de Schelde door sluizen een belangrijk deel van de haven. Het Zuiderpershuis levert de hydrauliek om kranen sluizen en de bruggen te bedienen, een staaltje van moderne techniek. Het is een state of the art stadshaven voor overslag, handel en opslag van ruwe grondstoffen. Ernaast een groot spoorweg emplacement om goederen op de rails verder te verplaatsen. Tekenend voor de ambities van het plan: in 1894 vindt in “het Zuid” een wereldtentoonstelling plaats.

Hier applaudisseert men sinds 21 maart iedere avond om 20.00 uur voor de zorg en voor diegene die doorwerken om het openbaar leven mogelijk te houden. Twee minuten lang. Het is fraai om te zien hoe 1 minuut voor 8 nog niemand aanwezig lijkt. Dan, miraculeus, 20 seconden voor acht gaan de ramen 1 voor 1 open. Het klappen begint. Men knikt en groet elkaar. Want het is meer dan een eerbetoon, het is ook een sociaal moment. Even contact. De rest van de dag blijft men gehoorzaam binnen.

Uiteindelijk is het ook de moderne mentaliteit die het einde betekent van de stadshaven op Zuid. Door schaalvergroting en mechanisatie schuift de haven in de jaren 60 door naar het Noorden. De dokken worden in 1969 weer gedempt. Het levendige en economisch belangrijk haven-district wordt een volkswijk met lage inkomens en ook veel gastarbeiders. Een klassieke en ongeplande gemengde wijk. Nog steeds levendig en als ruimte in de stad een erg interessant, bruisend en diverse stadswijk. De vele pakhuizen zijn perfect als spontane transformatie geent op het eerdere concept uit 1885 als cultuurdistrict, voor theaters, cafe’s, werkruimtes en ateliers voor kunstenaars. Ruim en betaalbaar.

Onze rol als betrokken actievoerders in de ruimtelijke planning kunnen we nu slechts met afstand vervullen. Inspraak is niet langer fysiek mogelijk, maar, meldt opgewekt de website van de gemeente: u kunt wel een email sturen met uw bezwaar. Dit half A4-tje wordt dan doorgestuurd naar de betreffende raads- of commissieleden. ‘Uw mening wordt meegenomen in de besluitvorming.’  Social distancing lijkt voor het functioneren van bestuurlijk apparaat niet echt een belemmering. Vlot passeren via digitale vergaderingen enkele controversiële en spraakmakende dossiers. Bijvoorbeeld in Amsterdam de Warmtevisie. Nationaal over biomassacentrales voor de komende 25 jaar, en op lokale schaal de ontruiming van de laatste alternatieve plekken. Nu levend protesteren is uitgesloten zijn we teruggeworpen op digitale woede. Toch niet hetzelfde. Met schrik constateren we dat we pas na de zomer, eerst lockdown, dan reces, weer een ambtenaar in het echt zullen tegenkomen. Want ons belang, de vrije ruimte, is niet ondergebracht in de reguliere overleggen.

Aan het einde van onze straat staat iedere dag een lange rij. De bakker op de hoek is een van de chicste van Antwerpen. Veel in deze buurt is het beste of het fijnste. Zuid is niet langer opkomend. Het is gearriveerd. Onze gastheren getuigen. Zij hebben het pand in 1985 gekocht van een autosloper. Op de begane grond woonden oude mannetjes die alles verzamelden wat ze langs de straat vonden. De buurt was wild. Thuis voor de zelf-regelaars. Het paste hen, theatermakers, als een handschoen. Nu zijn ze door de aankoop van destijds een thuishaven -op papier- vastgoedmiljonairs. Ateliers werden lofts. Etages studio’s. En iedereen grijzer, rijker en beroemder. Zij zijn opnieuw uitzondering. Eerst door hun geletterdheid, nu door hun gebrek aan deftigheid.

Het groene behang van Nieuw Zuid geeft hier iedereen een goed gevoel. Sterker: het is het verkoop-argument. Thuis vinden we de folder: unieke kans op groene starchitectuur van Boeri. Circulair, groen eco. Alles buitelt over elkaar heen in de beschrijving van een betonnen woontoren met hooguit wat schaamgroen. In de huidige onzekerheid over de toekomst leest de promo als een absurdistische grap. De lockdown maakt het mogelijk dat we het heden even als een voltooid verleden kunnen zien. Nu we in de letterlijke tussentijd de balans opmaken voelt het dubbel vreemd dat de bouw ondertussen onverstoorbaar doorgaat. Een beetje alsof  we blijven stofzuigen terwijl het huis in brand staat.

De invoering van de NOVI in Nederland is uitgesteld wegens Corona. Tenminste, ook nog Corona bovenop de problemen met de DSO, de data component van de omgevingswet. Goed, vinden experts, want dan hebben gemeenten meer tijd om alles voor te bereiden. Nu gemeenten alleen digitaal overleggen, en de invoering van de NOVI tot onbekende tijd is uitgesteld blijft de burger met weinig democratisch gereedschap achter. Terwijl juist nu grote besluiten worden genomen over de toekomst. Zo kan onbedoeld social distancing kan zomaar democratic distancing worden.

De volgende toegestane verplaatsing is naar een grote kuil aan de Kaai. De transformatie van wat eens de dokken van het Zuid waren.  De gedempte kaaien fungeerden decennia lang als parkeer- terrein, voornamelijk voor auto’s. Ook circussen en fairs, festivals en de Sinksefoor -een waanzinnig grote kermis- vonden daar plaats. We herinneren ons een groot theater festival: De Boulevard Brokendreams. Theatergroepen, zoals de Internationale Nieuw Scene, stadsnomaden, een potten café, de Turkse en Marokkaanse community, in co-existentie. Samenleven samen met en door elkaar!! Geweldig! Een grote stelplaats en schuifruimte voor culturele, maatschappelijke dynamiek. Met de komst van het Muhka-museum in 1982 voor hedendaagse kunst- maakten het compleet tot een cultureel district in het NU. In de kuil wordt gewerkt aan nog een groene illusie. Ondergronds parkeren, 4 lagen diep. Park er bovenop. In de render dezelfde dunne bomen en dunne mensen.

Onze buren komen enthousiast thuis en doen een Tesla na. Een straat verder toonde de trotse eigenaar hem aan zijn zoon. Met deuren die omhoog opengaan! Met een begeleidende tune! Ze bewegen hun armen langzaam omhoog en omlaag. Zoemen. En over zonen gesproken. De betonnen galerie in Nieuw Zuid is een kadootje van de betonbaron vader Delaere aan zijn kunstlievende zoon Tim. Er was nog een plekje over en hij wilde het zo graag..

Zien wij wel de juiste crisis? Wat ons betreft is de COVID pandemie onze eigen schuld. Uitkomst van dezelfde overmoed die de klimaatcrisis veroorzaakt.  Anderen noemen het een ongeluk, pech. Er lijkt bij regeringen consensus te bestaan over dat laatste. Ruimhartig steunen ze boeren, industrie en vliegtuigmaatschappijen. Om de pechpijn te verzachten. Het lijkt of de discussie over klimaatverandering, de klimaat urgentie, zoals Rutte braaf meestribbelde, vergeten is. In plaats van de door corona crisis verzwakte klimaatontwrichtende bedrijfstakken weg te saneren, brengen we ze terug op oud kwalijk niveau. Corona had als hefboom voor klimaatmaatregelen kunnen werken, het wordt nu een excuus voor uitstel. Op de achtergrond doen sommige lobbyisten heel goed werk…

Ondertussen is het de zoveelste warme en zonnige dag. ‘Transformatie!’ roepen de borden naast de kuil. Geweldig begrip: transformatie. Van oud en overbodig naar nieuw en gewenst. Ontwikkeling door sturing. Niets toevallig of lukraak. Controle. De dokken worden parkeergarages voor 2000 auto’s. Bovenop komt een Park! Terwijl het bord lezen beseffen hoe relatief het begrip is. Hoe versluierend ook.  Q-park Belgium N.V. legt een ondergrondse structuur aan, vele 10.000 m3 beton gaan de grond in. Aan de randen zien we nog de oude hardstenen/ gemetselde wand van het oorspronkelijke dok. Wat hier gebeurt is voor altijd. Niemand gaat dit beton meer weghalen. Hoe relatief de toekomst is beleven we nu. Gaat er nog geparkeerd worden? Willen we al die donkere lage vierkante meters nog?De groene toplaag is windowdressing om te verhullen dat hiermee het hart van het district al is verpatst aan de hoogste bieder. Hier is geen schuifruimte meer voor maatschappelijke dynamiek.

Voor KLM 4000 miljoen, voor cultuur 300 miljoen. Let wel. Voor de culturele basis infrastructuur: grote musea en theaters. Prestigieuze gebouwen en beheerslasten vormen een groot deel van het budget. Vastgoed vaak in eigendom van de gemeente of het rijk zelf. Rondpompsubsidie. Voor de makers is er niets. Terwijl juist cultuur getroffen wordt door de 1,5 meter economie. Wat extra steekt is dat het verlies van de KLM als een nationale identiteitscrisis wordt gebracht, onze cultuur verliezen is maar een bijzaak. ‘Waarom hebben jullie dan geen lobby?’ vraagt een ondernemer ons verbaasd. We dachten dat we die niet nodig hadden. Wij gingen juist over het andere, de zachte maar eeuwige waarden.. Je hebt toch alleen een lobby nodig als je belang niet vast staat? Niemand heeft het gepland, niemand heeft het gevraagd, toch gebeurt het.

Economie draait om de belofte van de verandering van het ene in het andere. Tot in het oneindige. Zo wordt parkeren een park. Een atelier een galerie, een galerie een ‘trekker’ in een vastgoedstrategie. Tot het niet meer waar is. Verandering niet meer mogelijk is. Het is de warmste en droogste april ooit dit jaar. We kijken in de kuil vol beton. De renders van het toekomstig park beloven een eindeloze namiddag. Oplevering 2025.

Transformatie is een mentaliteit. Je moet durven ongelijk te hebben. Dat is de grootste uitdaging nu. Durven we na de opgelegde stilstand echt stil te staan. Durven we door te veranderen? Zijn we bereid de kuil de kuil te laten? Transformatie is ook met anderen willen praten dan die vanzelfsprekend vertegenwoordigd zijn. De afgelopen weken is pijnlijk duidelijk geworden dat de burger applaudisseren mag, beslissen en plannen gebeurt elders.

Scherp opletten is geboden, anders facilliteren we zonder plan de transformatie van Social distancing naar democratic distancing.

Foto’s: Buro Spelen

Niets doen is wél een optie | Wouter Veldhuis | MUST

Foto Unsplash/@tandemxvisuals

Door Wouter Veldhuis

Toen mijn vader nog huisarts was, keken wij ’s avonds vaak naar ‘Vinger aan de Pols’. Het televisieprogramma over ziekte en gezondheid, gepresenteerd door de onvolprezen Ria Bremer. Niet omdat mijn vader dit nodig vond voor mijn opvoeding of zijn bijscholing. Wel om zich voor te bereiden op de grote toeloop van patiënten die de daaropvolgende dagen allemaal met dezelfde gezondheidszorgen in zijn spreekkamer zaten. Net als bij zoveel andere klachten was zijn belangrijkste medicijn een goed gesprek waarmee deze zorgen werden weggenomen.

Als docent aan de Rotterdamse Academie van Bouwkunst heb ik vergelijkbare ervaringen. Er lopen veel studenten rond met een grote maatschappelijke betrokkenheid. Fantastisch – maar het kompas van sommigen is heel erg gevoelig voor de wekelijkse uitzendingen van ‘Tegenlicht’ of ‘Zembla’. En dan wordt het lastig om goede begeleiding te geven. De ene week is digitalisering van de leefomgeving het leitmotief. Een week later is het hele ontwerp omgegooid omdat de studenten een uitzending hebben gezien over de impact van genetische manipulatie in de landbouw.

(www.anderhalvemeterstore.nl)

Architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten doen niets liever dan vraagstukken oplossen. Wat dat betreft zijn het net wiskundigen. Geef ze een puzzel en ze gaan direct aan de slag om een elegante ruimtelijke oplossing te bedenken. En precies dat is de grootste valkuil, waar veel van mijn vakgenoten op dit moment met open ogen intuinen; we zien het dagelijks leven om ons heen instorten door een bijzonder venijnig virus en gaan onmiddellijk op zoek naar een ruimtelijk medicijn.

Verzetsbeweging tegen ‘het nieuwe normaal’

Het heilig vuur van de ontwerpers werd aangewakkerd door een opmerking van premier Rutte: ‘Houdt er rekening mee dat de anderhalvemetersamenleving het nieuwe normaal zal zijn’. Binnen 24 uur hadden enkele architecten al plannen klaarliggen voor gebouwen die aan de 1,5 meter-norm voldoen. Stedenbouwkundigen hadden binnen 48 uur visies om die gevaarlijk pandemische steden ingrijpend te verbouwen zodat er geen enkel risico meer is dat mensen elkaar fysiek tegen het lijf lopen. En landschapsarchitecten zagen hun kans schoon om voorstellen te tekenen waarin straten en parken keurig uitgelijnd zijn op een grid van 3 meter, de nieuwe gulden snede.

En ik? Ik moest elke keer denken aan die studenten die elke week zo in de war raken van een uitzending van ‘Tegenlicht’ en die patiënten in mijn vaders spreekkamer met de gezondheidsklacht van de week. Tijdens een Zoom-borrel van MUST deelde ik mijn gedachten met mijn collega-architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten. En al pratend kwamen wij tot de conclusie dat er weliswaar veel anders en beter kan in onze steden, maar dat de anderhalvemetersamenleving in ieder geval nooit het nieuwe normaal mag worden. In de Corona-oorlog vormden wij zo een kleine verzetsbeweging.

Iedere verzetsbeweging heeft een manifest. Die van ons paste in een simpele tweet: “Nieuwsgierig naar de visie van MUST op de 1,5 meter samenleving? Die is er niet! Wij werken aan de stad van de toekomst, niet aan trending topics. In de stad van de toekomst zijn wij nog steeds sociale wezen die het best gedijen in nabijheid van anderen, mentaal en fysiek.”

Er meldde zich gelijk een grote groep medestrijders – maar zoals in iedere oorlog volgden er echter ook felle tegenaanvallen. Vooral de architect die als slimme puzzelaar voor ieder probleem een elegant ruimtelijk medicijn weet te vinden voelde zich van zijn voetstuk getrokken. Kort samengevat: “Als de samenleving een probleem heeft MOET de architect klaarstaan om dit op te lossen! Je onttrekken aan deze verantwoordelijkheid is hoogverraad.” De vraag of de pandemie opgelost of voorkomen kan worden door gebouwen en steden anders te ontwerpen, wordt niet gesteld. De puzzel, het programma van eisen, is immers helder: iedereen moet overal 1,5 meter afstand van elkaar kunnen houden.

still:www.rekentube.nl

Enig opportunisme is dit vakgebied niet vreemd

Ik wil de goede bedoelingen van mijn vakgenoten niet in twijfel trekken. We willen allemaal onze bijdrage leveren aan een betere samenleving, denk ik. Maar het vakgebied is enig opportunisme niet vreemd. Als ergens werk van gemaakt kan worden dan staan architecten graag vooraan. Ik help iedereen graag herinneren aan de tijd dat ontwerpers vol enthousiasme alle steden wereldwijd volledig hebben verbouwd om ruimte te maken voor de toekomst (lees automobiliteit). En nu, na 50 jaar sloop en nieuwbouw, blijkt dat de auto misschien helemaal niet zo zaligmakend is, staat mijn beroepsgroep weer vooraan om alle ingrepen uit het verleden met evenzoveel energie ongedaan te maken. Vaak denk ik dan; misschien hadden we bij de opkomst van de auto even wat minder hard moeten laten zien hoe goed wij puzzeltjes kunnen oplossen.

Misschien was het beter geweest om even niets te doen en af te wachten tot de storm gaat liggen. De stad is een eeuwenoud robuust systeem dat zich niet zomaar laat opereren zonder ernstige wonden achter te laten. En precies dat denk ik nu ook.

De anderhalvemetersamenleving is geen blauwdruk voor de stad van de toekomst, maar een tijdelijke maatregel die op medische gronden noodzakelijk is om de pandemie te beteugelen. De bestrijding van de pandemie ligt niet in de handen van architecten en stedenbouwkundigen. Dit moeten we overlaten aan medici en gedragswetenschappers.

Laten we, in plaats van driftig te gaan tekenen aan een stad die bestand is tegen Corona-aanvallen, deze bijzondere tijd gebruiken om vooral goed na te denken over steden en gebouwen die aansluiten op onze toekomstige behoeften. Want we hebben nu wel de kans om ons te bezinnen en te onderzoeken wat wij nu zo missen aan het stadsleven dat tot stilstand is gekomen. En laten we vooral verkennen wat we liever niet meer terug willen. Kortom, doe nu even niets waar je later weer spijt van krijgt. Gebruik deze tijd om eerst eens na te denken over de vraag, in plaats van gelijk te ontwerpen aan een mogelijk antwoord.

Wouter Veldhuis/MUST

We eigenen ons de openbare ruimte weer toe

Wat mij betreft moeten we onszelf de vraag stellen hoe wij als ontwerpers kunnen bijdragen aan een Rechtvaardige Stad die mensen ruimte biedt om zichzelf te ontplooien en hen tegelijkertijd de gelegenheid biedt om zelf vorm te geven aan die stad. Nu onze steden even wat rustiger aan doen, zie je dat er een grote latente behoefte is om de openbare ruimte toe te eigenen. Stoepen komen weer tot leven nu er even geen toeristenstromen langs marcheren en fietsers veroveren de rijbanen nu er minder auto’s rijden. Zou het niet zonde zijn als deze ruimte voor stadsbewoners straks weer verdwijnt? En wat leren we van de enorme drukte in de stadparken, bossen en stranden? Wat mij betreft maakt dit duidelijk hoe ongelofelijk belangrijk het is dat iedere stad ademruimte heeft om er gezond en gelukkig te kunnen leven.

Wouter Veldhuis/MUST

Kortom, laten we nu de gelegenheid gebruiken om goed met elkaar na te denken over onze toekomst en verkennen hoe we met elkaar een stap in de goede richting kunnen zetten. Ons hele stedelijke systeem moet namelijk weer opnieuw opgestart worden. En als je slim bent installeer je dan ook een aantal updates. Tegelijkertijd maak ik mij geen enkele illusie dat dit makkelijk zal gaan. Want eerdere crises hebben ons geleerd dat niets zo makkelijk is als terugvallen in ons oude gedrag, als de kans zich weer voordoet. En dat zal nu niet anders zijn.

Wouter Veldhuis, architect en stedenbouwkundige, is mede-oprichter en directeur van Must, een invloedrijk stedebouwkundig bureau dat gespecialiseerd is in stedelijke vernieuwing, strategieën voor stad en regio, cartografie en onafhankelijk onderzoek. Hij is ook bestuurslid van Stad-Forum, een onafhankelijke denktank die de gemeente Amsterdam adviseert over stedelijke ontwikkeling.

Met dank aan Wouter Veldhuis en Tracy Metz, Stadsleven.nu,  voor het delen en de plaatsing van dit blog in wisselwerking met het plaatsen van het blog van Guido Wallagh op Stadsleven.nu

Anders kijken | Guido Wallagh, partner-adviseur INBO

In 1988 introduceerde het Rijk het begrip ‘dagelijkse leefomgeving’. Twee simpele woordjes in de Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening, die alles behalve dat zijn gebleken. Want met het begrip ‘dagelijkse leefomgeving’ is een enorme impuls gegeven aan de herinrichting van ons land, met een sleutelrol voor de openbare ruimte.

Sindsdien wordt de openbare ruimte niet meer beschouwd als overgebleven ruimte tussen gebouwen, maar vooral als een culturele opgave. Aanvankelijk gingen wij en masse naar Barcelona en Parijs om te kijken wat daarmee eigenlijk bedoeld werd. Inmiddels is Nederland zelf een lichtend voorbeeld.

Met name in de jaren ’90 en ’00 heeft de openbare ruimte in ons land een ware metamorfose ondergaan. Binnensteden, woonwijken, rivieroevers, landschappen en de kust: vrijwel elke openbare ruimte is onderwerp van maatschappelijk debat, ontwerp en herinrichting geweest.

Maar waar staat het debat over de openbare ruimte nu?

Kijken we naar Amsterdam, dan zien we iets opmerkelijks in het debat sluipen. Tot voor kort kwam dit debat namelijk steeds meer in het teken te staan van ‘te’. Te druk als het gaat over de openbare ruimte in de Amsterdamse binnenstad en de daarom heen liggende buurten. Te veel als het gaat over de openbare ruimte in de stadsdelen buiten de ring A10, zoals Nieuw-West en Noord.

Overal waar te voor staat is niet goed, behalve tevreden. Ik kan mij herinneren dat mijn oma dit gezegde vaak herhaalde. Als klein kind begreep ik er werkelijk geen woord van. Inmiddels en zeker nu wij in tijden van contactbeperkingen anders kijken naar de openbare ruimte, begrijp ik dit gezegde. Een debat over te druk of te veel biedt geen ruimte voor nuance en context. Terwijl de huidige crisistijd laat zien hoe belangrijk de openbare ruimte is, maar ook hoe zeer het ook aankomt op nuance en context.

Mij valt op hoe wij momenteel het alledaagse van de openbare ruimte weer weten te waarderen. Even geen openbare ruimte die alleen maar werkt als er een evenement of keiharde muziek is, maar gewoon een openbare ruimte waar men een luchtje schept, op adem komt, er even uit is.

Mij valt op dat wij elkaar weer aankijken en zelfs aanspreken. Even geen openbare ruimte waar stress en ik-ik-ik domineert, maar gewoon een openbare ruimte waar er tijd is voor een blik in elkaars ogen, een lach of een gesprekje.

Mij valt op hoe zeer de openbare ruimte weer van iedereen is geworden. Even geen openbare ruimte die gedomineerd wordt door een bepaalde groep, leefstijl of activiteit, maar een openbare ruimte waar het goed toeven met elkaar is.

Het klinkt basaal. Het lijkt zo doodnormaal. Maar we waren de afgelopen jaren in Amsterdam – en ook wel elders in het land – het alledaagse uit het oog aan het verliezen. Persoonlijk denk ik dat de intense ervaringen die wij nu opdoen het debat, het ontwerp en de inrichting weer terug brengen tot waar het over moet gaan: de alledaagse leefomgeving. Dat zal ons meer brengen dan het 1,5 meterproof maken van de openbare ruimte.

Guido Wallagh, partner-adviseur Inbo

Pakhuis De Zwijger | Robbert Bovee | Blijvend in gesprek, alleen nu online

Jaarlijks organiseren wij meer dan 600 programma’s over een breed pallet aan onderwerpen. Hierbij is het ruimtelijke domein een grote pijler binnen onze programmering. Ons doel is vooral het verbinden van verschillende domeinen die zich met hetzelfde vraagstuk bezighouden. Door niet alleen met vakgenoten in gesprek te gaan, maar ook hier buiten de eigen box te kijken komen we tot nieuwe inzichten.

Met de komst van het coronavirus is er veel veranderd. Niets is meer zoals het was en alles moet anders. In het onderwijs, de zorg,  de logistiek en de handhaving. Van de één op de andere dag moest ook Pakhuis de Zwijger zich aanpassen aan de verdergaande maatregelen, zo ontstond de LIVECAST.

Deze video wordt niet getoond omdat er (nog) niet akkoord is gegaan met het plaatsen van cookies.
Wijzig keuze

Onlangs hebben we in onze dependance in Amsterdam Zuidoost een tweede studio geopend om onder andere offline en online programma’s aan te bieden. Denk hierbij aan onze reguliere discussie avonden, maar ook maken we nu in samenwerking met gemeenten, ontwikkelaars en andere partijen een hoop nieuwe dingen.  Zoals video’s van gebiedsplannen, organiseren we online inspraakbijeenkomsten en online omgevingsparticipatie trajecten.

Juist in deze tijd vinden wij het extra belangrijk om elkaar te blijven ontmoeten, te informeren en te inspireren. Dat doen we dus even niet meer zoals je van ons gewend bent, maar ‘gewoon’ online. Samen met doeners en denkers van over de wereld onderzoeken we in wat voor een stad en land we leven en hoe we deze in de toekomst graag zouden zien. Want alleen als we het gesprek blijven voeren, leren we hoe we het morgen beter en slimmer kunnen doen.

Kijk mee via onze website of praat mee via de Zoom webinar. Bekijk onze agenda en reserveer nu gratis je online plekje!

Indien je interesse hebt om samen over interessante thema’s binnen het ruimtelijke domein te programmeren hoor ik het graag. Je kan me mailen op robbert@dezwijger.nl

 

 

Een paar kijktips:

Making social impact in… New York City

What is the impact of the coronavirus on New York City? And who are committed to support the people that are affected most by the crisis?

 

Floris Alkemade, rijksbouwmeester

Bouwmeester in crisistijd

Terugblikken op vijf jaar met Floris Alkemade als rijksbouwmeester

 

 

De omgevallen boekenkast | Beroepshalve

Door Tjerk Ruimschotel onze vaste blogger!

Terwijl een wat zwaarmoedige buurvrouw haar eigen Piet Hein Eekachtige doodskist in elkaar timmert, de zwaluwen hun nest verder uitbouwen, de boeren doorploegen en de minister-president met zijn corona-persconferenties het kijkcijferrecord van de Peter R. de Vries-uitzending over Joran van der Sloot met bijna een miljoen verbetert, probeer ik, zoals de BNSP onlangs haar leden vroeg, te bedenken wat de coronacrisis voor mij betekent.

Om te beginnen ga je (ik in ieder geval) in tijden van crisis vaak terugdenken aan de kleinere en grotere crises eerder tijdens je leven/carrière en hoe die zich verhouden tot deze. Op dezelfde manier dat veel gesprekken tijdens een maaltijd in een restaurant gaan over vroegere restaurantervaringen en tijdens de vakanties over vroegere en toekomstige vakanties. Het is daarbij, zoals ik al eerder zei, een beetje gek dat ik een blog schrijf voor de beroepsvereniging van stedebouwkundigen en planologen, terwijl ik weliswaar ingeschreven ben in het Architectenregister, waardoor ik de beschermde titel ‘stedenbouwkundige’ mag gebruiken, maar met de aantekening ‘beroepshalve niet actief’. Anders dan werkloos geworden collega’s heb ik daar (enigszins gedwongen door het leeftijdsdiscriminerende leeftijdsontslag) toch min of meer zelf voor gekozen door met pensioen te gaan na veertig jaar beroepspraktijk. Ik ben dan ook niet coronagewijs geraakt in mijn beroepsuitoefening, maar kan het toch niet laten om, desnoods zonder eigenbelang, na te denken over de toekomst van onze disciplines en de daarmee verbonden beroepsuitoefening.

Daarbij ga ik, als rechtgeaarde ontwerper uit van een aantal fundamenteel verschillende scenario’s. Zo kunnen we nadenken over een ‘nieuwe werkelijkheid’ van na de pandemie, die dan tussen de paar maanden en een paar jaar zou hebben geduurd. Zoals het er nu naar uitziet kunnen we op grond van allerlei individuele stokpaardjes, ideologische vooroordelen en trendwatcherig gezever drie soorten toekomstverwachtingen tegemoet zien, die door Robbert Dijkgraaf onlangs zijn gerubriceerd als: alles wordt erger, alles wordt beter, of alles blijft hetzelfde. (Bron NRC). Met hem denk ik dat de aanhangers van alle drie de varianten gelijk hebben, wat ons, vrees ik, niet veel verder zal helpen. En ondertussen worden we overladen met allerlei professiegerelateerde lees- en kijktips om de verveling van de tussentijd te verdrijven.

Maar we kunnen ook bedenken dat er nooit een goedwerkend vaccin ontwikkeld gaat worden en ook geen virusremmer. Dat wordt het wat achteloos geformuleerde voorvoegsel ‘anderhalvemeter-’ de nieuwe manier waarop we voortaan sociaal, economisch, maar vooral ruimtelijk met elkaar om moeten gaan. Wat dat betekent kunnen we nog niet eens beginnen te begrijpen wanneer je de bijna aandoenlijke maatregelen – die tegenwoordig protocollen genoemd worden – ziet van sportscholen en theaters om met afgeplakte toestellen en leeg te laten stoelen te demonstreren dat we gewoon verder kunnen.

Eigenlijk zou elke stad de open source methodiek van de illustratieve interactieve plattegrond van New York (te zien op www.sidewalkwidths.nyc), gemaakt door Meli Harvey, moeten overnemen om te laten zien dat de stoepen (en fietspaden) te smal zijn voor de anderhalve meter ‘social distancing’. Voorlopig denk ik dat we in de buurt gaan komen van wat Lieven de Cauter beschrijft in zijn boek De Capsulaire beschaving; over de stad in het tijdperk van de angst verschenen in 2004 als nummer 03 in de serie reflect van NAi Uitgevers. Hoewel ik bijna zeker wist het boek in bezit te hebben was een zoektocht door mijn boekenkasten tevergeefs en heb ik het voor de snel- en zekerheid maar elektronisch aangeschaft. In deze tijd van e-commerce en webwinkelen zouden we om verdere uitbuiting van de werknemers en verdere verdozing van het landschap tegen te gaan veel meer boeken in e-vorm moeten bestellen en lezen.

Het boek van De Cauter kent, tussen pro- en epiloog vijf ongetitelde delen met steeds twee teksten (en één keer drie) met titels als Opkomst van de generische stedelijkheid; De permanente catastrofe, Geologie van de angst en Welkom in de Nieuwe Imperialistische Wereldorde. De in totaal elf, soms in woede geschreven, teksten zijn tussen 1998 en 2004 in verschillende versies (en soms vertaald) in verschillende periodieken en bundels verschenen. De titel van de publicatie komt terug in deel twee met drie teksten: De capsulaire beschaving; De vermenigvuldiging van de heterotopieën en De capsule en het netwerk. De flaptekst vat het als volgt samen: “Cultuurfilosoof De Cauter schetst het beeld van een samenleving gedomineerd door angst en afsluiting. .. de opkomst van de capsulaire beschaving is een doemscenario … en voelen we ons gedwongen ons terug te trekken in de capsules van onze voertuigen, in architecturale cocons of urbanistische enclaves: malls, gated communities, pretparken “ en “Dit proces van capsularisering speelt zich af tegen de achtergrond van een dreigende demografisch-ecologische catastrofe en een militarisering van de planeet.”

De dreiging van een nauwelijks te bestrijden virusbesmetting zou de nog metaforisch verwoorde capsules van De Cauter concrete werkelijkheid kunnen maken: geen massale, collectieve vormen van vermaak (theater, bioscoop, stadion) of vervoer (bus, trein, vliegtuig). Maar individuele vormen in ongekende hoeveelheden en misschien ook geen massale collectieve vormen van wonen en werken, gekoppeld aan allerlei vormen van nationale, regionale of lokale begrenzingen en toegangscontroles. Om het, door zijn wat rommelige vorm en warrige inhoud niet altijd even helder geformuleerde, doemscenarioboek van Lieven beter te begrijpen is close reading van het werk zelf en van de tientallen literatuurverwijzingen nodig. Ik ben bang dat ik de veelal filosofische werken van Giorgio Agamben, Jean-Francois Lyotard en Paul Virilio voorlopig nog niet aangeschaft en gelezen heb.

Gelukkig had ik wel al in de boekenkast de aangehaalde sleutelwerken van René Boomkens (Een drempelwereld; moderne ervaringen en stedelijke openbaarheid uit 1998), Rem Koolhaas (S, M, L, XL uit 1995) en Michael Sorkin (Variations on a Theme Park; The New American City and the End of Public Space uit 1992).

Ik zal daar maar eens mee beginnen om verder te kunnen denken over wat deze crisis voor ons zou kunnen gaan betekenen. In ieder geval kan ik de boekenkast drastisch gaan herorganiseren.

Ik ben al begonnen: naast een grote stapel ‘niet-meer-relevant’ komen een aantal kleine stapeltjes met werktitels als stad en publieke ruimte; verstedelijking en suburbanisatie; mobiliteit en bereikbaarheid; geografie van de angst; gelijkhebbers en warhoofden. En misschien hou ik nog een stapeltje van professionele ontsnappingsliteratuur apart. Ondertussen heb ik nog geen reacties van De Cauter en/of van de door hem genoemde auteurs op de coronocrisis kunnen vinden. Van Michael Sorkin, geboren in 1948 was dat te verwachten; hij is afgelopen 26 maart aan de gevolgen van een coronabesmetting overleden. Een wat wrange aanleiding om voor mijn 71e verjaardag al die boeken van hem die nog steeds op mijn wishlist stonden te gaan vragen.

Om te beginnen het recente What Goes Up: The Right and Wrongs to the City (uit 2018) maar ook titels als All Over The Map: Writing on Buildings and Cities (2011) en Indefensible Space: The Architecture of the National Insecurity State (2008) vragen erom gelezen te worden.

En Twenty minutes in Manhattan (2013) staat op het boekenlijstje voor onze reis naar New York. Mocht die reis voorlopig nog niet (of nooit) doorgaan dan kan het boek op het stapeltje ‘leunstoelstudiereizen’.

Harry den Hartog: Shanghai na COVID-19: global city en bouwen voor de buurt

Entree van een  ‘xiaoqu’  (woonbuurt) met aangescherpte toegangscontrole / foto Harry den Hartog

Een mooi artikel van Harry den Hartog, gepubliceerd door Archined op vrijdag 24 april over Shanghai na COVID-19. Met dank aan Harry den Hartog en Archined voor het mogen delen van dit artikel!

De wereld is een dorp. Dankzij wijdvertakte netwerken kon het coronavirus in slechts enkele weken de hele wereldeconomie lamleggen. Uitbraken zijn wellicht een terugkerend fenomeen. In hoeverre kunnen architecten en stedenbouwers een rol spelen in het beheersbaarder maken van soortgelijke rampen? Gaat Shanghai haar stadsplanning aanpassen naar aanleiding van de corona-crisis?

Lees hier het gehele artikel

 

WING werkt! Jannemarie de Jonge

Wing werkt (op afstand)!

Met een hoofdvestiging in Wageningen, een nevenvestiging in Groningen en sinds anderhalf jaar een ‘online-collega’ in Myanmar, waren we bij Wing al een beetje gewend aan video vergaderen. Maar de Corona lock down heeft alles in een stroomversnelling gebracht. Een ‘task force digitaal werken’ met ruime inbreng van Millennial collega’s houdt iedereen scherp, adviseert en laat ons oefenen met allerlei nieuwe mogelijkheden.

Onze corebusiness is kennis en belangen bij elkaar brengen voor leerprocessen, visie- en besluitvorming over een duurzame leefomgeving. Dus allerlei bijeenkomsten, ontwerpateliers, dialooggesprekken en trainingen.  Veel werk kan nu in aangepaste vorm doorgaan. Voor regulier overleg zien we zelfs voordelen in het online werken: geen reistijd, meer vergaderdiscipline, minder CO2 uitstoot!

 

 

Ook werksessies en ontwerpateliers zijn goed te doen, zeker als je de betrokkenen al kent. Het delen van scherm of office-document en digitale tekenfuncties vervangen de functie van flip-over, presentatie of schetspapier. Met een simpele chatfunctie of een meer specifieke tool als Stormboard kan je prima brainstormen. Het inventariseren van meningen kan via een poll en break out sessies geven afwisseling en verdieping.

 

 

Gelukkig is terreinbezoek ook geen probleem – daar voelen we zelfs meer ‘ruimte’ voor –  en met het mooie weer heeft dat al bijzondere (drone)beelden opgeleverd voor de versterking van de zuidelijke Lekdijk.

 

Dronebeeld zuidelijke Lekdijk, foto Ties Blaauw

Lastiger is het als je nog in de fase zit van kennis maken, vertrouwen opbouwen. Of gesprekken over gevoelige onderwerpen. Daar missen we het directe contact. We hebben al ‘wandeloverleg’ en ‘wandelinterview’ geïntroduceerd en zeker met de zomer in het vooruitzicht zien we, zodra de overheid dat weer toestaat, mogelijkheden voor alternatieve locaties (deels) in de buitenlucht. Zo biedt onze betrokkenheid bij de Wageningse Wijngaard een prima ambiance voor ontmoetingen waar inhoud en inspiratie bij elkaar komen.

 

Wandelinterview Els Wouda

Uitdagend zijn participatietrajecten waar onbekenden met elkaar in gesprek gaan over beladen onderwerpen. We merken dat veel opdrachtgevers huiverig zijn om daar mee aan de slag te gaan en vooralsnog deze projecten uitstellen of on hold zetten. Toch zien we ook hier volop mogelijkheden, vooral door verschillende kanalen en instrumenten te combineren.

Een aandachtspunt bij video bijeenkomsten is de aandachtsboog van deelnemers. Net als in een fysieke bijeenkomst is het belangrijk om werkvormen te variëren en regelmatig te pauzeren. Maar op afstand is dat moeilijker aan te voelen, en de mogelijkheden om zitten, staan, praten, luisteren, kijken, schrijven of tekenen af te wisselen zijn lastiger te organiseren. We programmeren plenaire onderdelen naast kleinere deelsessie, benutten tools als Mentimeter of Typeform om deelnemers een actieve rol te geven. En soms bouw je bewust vertraging in: zo vroeg ik in een training gespreksbegeleiding collega Ynske om een blokje stoelyoga met de groep te doen.

Onze (digitale) nieuwsbrief heet ‘Wing Werkt!’ Wing werkt, ook nu, op afstand, digitaal, aan de kwaliteit van ons landschap, aan een duurzame leefomgeving. Meer dan ooit ervaar ik de waarde van ‘samen’, ook al is dat voorlopig vooral ‘alleen samen’. Ondanks alles maakt deze tijd ons creatief, we zoeken elkaar veel op voor collegiaal advies en bedenken oplossingen die wat ons betreft blijvertjes zijn- maar wel graag onder minder bedreigende omstandigheden.

Jannemarie de Jonge (landschapsarchitect, partner bij Wing, adviesbureau voor Ruimte en Ontwikkeling)

 

 

 

Foto’s: Ties Blaauw

Recent nieuws

Uit het netwerk

Nationaal congres beheer openbare ruimte

Donderdag 26 november staat het NCBOR 2020 gepland, georganiseerd door iAMPRo & CROW Levende stad. Deze online editie staat in het teken van ‘Transitieopgaven: van.

Lees verder
Uit het netwerk

Future City Foundation| Pitchers gezocht!

Op donderdag 19 november organiseert de Future City Foundation een pitchcarrousel voor bedrijven die een slimme oplossingen aanbieden om de verspreiding corona in de openbare.

Lees verder
BNSPJong BNSP

Pilot ruimtelijk traineeship verdient brede navolging

Ruimtelijke traineeship; de manier om talent te werven en ontwikkelen In augustus 2018 nam de eerste lichting ‘ruimtelijk trainees’ afscheid van hun tweejarig traject. Vier.

Lees verder

Agenda

27 oktober 2020

10:00 tot 11:00

AON webinair gecancelled!

23 november 2020

19:30 tot 21:30

Lezing Marco te Brömmelstroet

16 december 2020

18:30 tot 20:30BNSP

ALV 2020

11 februari 2021

20:00 tot 21:30BNSP

Presentatie Milikowski verplaatst