Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


Verslag OmgevingsTour Utrecht | Gezonde Stad

15 maart 2018 BNSP OmgevingsTours

Verslag OmgevingsTour Utrecht Gezonde Stad

Op 22 februari vond de OmgevingsTour Utrecht Gezonde Stad plaats. Samenwerkingspartner voor de Tour van de BNSP is de Gemeente Utrecht. De middag werd gemodereerd door Eva de Ruiter

Moderator Eva de Ruiter

Utrecht groeit, steeds meer mensen trekken naar deze stad. Om plek te bieden aan al die mensen is er een grote verdichtingsopgave, bouwen binnen de grenzen van de stad. Interessante vraag voor de beroepsgroep stedenbouw en planologie is, hoe onze professie kan bijdragen aan een inclusieve stad waarin de maatschappelijke opgaven net zo belangrijk zijn als de groei.

Naast de verdichtingsopgave geldt namelijk ook dat de locaties die zijn aangewezen voor deze verdichting, gelegen in de zogenaamde Band, zich kenmerken door sociale, economische en culturele ongelijkheid in relatie tot de meer aanpalende florerende wijken van Utrecht. Hoe zorg je voor een gezonde, inclusieve leefomgeving terwijl je tegelijkertijd investeert in de verdichtingsopgave

Hoe kan je bijdragen aan steviger netwerken binnen de buurt, bijvoorbeeld ten bate van langer zelfstandig thuis wonen, het tegengaan van eenzaamheid, grotere zelfredzaamheid, veerkracht maar ook community-vorming. Dat zijn immers grote maatschappelijke uitdagingen die steeds meer op de stad afkomen. Wat betekent dat voor ons beroep?

Feitelijk is de insteek van de Tour “De leefomgeving als maatschappelijke en ruimtelijke opgave” waarbij er wordt gewerkt aan een inclusieve stad die voor iedere bewoner een meerwaarde op gebied van leefomgeving en leefruimte biedt.

Presentatie Nathan Rozema, Labyrinth en Krachtstation

Nathan Rozema, initiatiefnemer van Het Krachtstation; wijkgericht

Het Krachtstation is ontstaan vanuit een eigen initiatief en onderzoek van Labyrinth en haar partners; een full-service onderzoeks- en adviesbureau dat bestaat uit een op elkaar ingespeeld team van specialisten met ruime ervaring op diverse onderzoeksterreinen in het bijzonder op het gebied van zorg, arbeidsparticipatie, versterken van wijkeconomie en ondernemerschap.

Labyrinth is gevestigd in de stad Utrecht met wijken als Kanaleneiland en Overvecht, waardoor ze van dichtbij te maken hebben met multiculturele vraagstukken en vaak bij de hiervan betrokken worden. De visie van Labyrinth is dat je moet uitgaan van de kracht van de wijk en ondernemerschap in wijken moet stimuleren want ondernemers zijn sleutelfiguren die zich met hart en ziel inzetten om een wijk levend en leefbaar te houden. Maar ook de bewoners spelen in het leefbaar maken en houden van de wijk een grote rol. Hoe betrek je ze bij transformatieprocessen die ten goede komen aan hun wijk.

Een mooi voorbeeld van een zelfredzaam en bijzonder succesvol initiatief is het Krachtstation, gevestigd in een oude school en plaats biedend aan allerlei initiatieven, van bedrijf tot horeca tot woonvoorziening voor studenten en ontmoetingsplek voor de bewoners van de wijk.

Geïnitieerd door Labyrinth en haar partners, opgezet zonder ondersteuning of subsidie maar met de inzet van betrokken bewoners en ondernemers is het Krachtstation, midden in een wijk die compleet transformeert, een plek die de locatie een enorme positieve boost geeft in het kader van leefbaarheid, maatschappelijke betrokkenheid, ontmoeting en deling. Het Krachtstation onderhoudt zichzelf en brengt geldstromen door de wijk, in de wijk. Ondernemerschap, ontmoetingen, zowel zakelijk als anderszins en het wonen met een eigen verantwoordelijkheid om je woonomgeving leefbaar te maken worden gefaciliteerd. Het Krachtstation is uitgegroeid tot een begrip in een wijk waar het begrepen worden tijden lang onder druk heeft gestaan en…waar bewoners en betrokken bedrijven en bedrijfjes mede bijdragen aan het welslagen van dit bijzondere krachtproject.

Bekijk de presentatie van Nathan Rozema: krachtstation-BNSP

 

Presentatie Ries van der Wouden, Planbureau voor de Leefomgeving

Ries van de Wouden, Planbureau van de leefomgeving; nationaal gericht

Daar waar Nathan ons inleidt in de wijk, leidt Ries van der Wouden ons in op de nationale schaal en de opgaven waar we voor staan inzake Omgevingswet en Nationale Omgevingsvisie.

Het nieuwe omgevingsbeleid voegt voorheen gescheiden beleidsterreinen samen – zoals de ruimtelijke ordening, het natuur- en milieubeleid, cultureel erfgoed, verstedelijking, infrastructuur en waterbeleid.

De geplande invoering van de Omgevingswet in 2020 of later en het opstellen van een Nationale Omgevingsvisie (NOVI) bieden veel kansen voor vernieuwing. Die dreigen nu ten dele te worden gemist; door een concentratie op de opgaven in de fysieke leefomgeving (klimaat, circulaire economie, infrastructuur, landbouw en landschap) lijkt te worden vergeten dat omgevingsbeleid in de eerste plaats ook een maatschappelijke opgave is. De policy brief en daarmee ook de presentatie die Ries van der Wouden heeft opgesteld is een pleidooi om daar rekening mee te houden en deze thema’s in het omgevingsbeleid mee te nemen. In zijn presentatie benadrukt Ries van der Wouden juist de maatschappelijke, menselijke betrokkenheid.

Zijn sheet inzake politieke stemmingsvoorkeur is daarbij een eyeopener. Daar waar de VVD in het gevisualiseerde stemoverzicht bijna overal in het land als grootste partij wordt aangemerkt, en daardoor een eensgezindheid suggereert in het maatschappelijke domein, biedt de kaart van de tweede partijenvoorkeur een heel ander beeld, verdeeldheid en voorkeuren die regiogericht zijn. Deze tweede kaart biedt inzicht in regionale diversiteit, problematieken en prioriteit die door bewoners wordt gegeven aan het politieke klimaat. Ries van der Woude waarschuwt dat bij de opgaven juist de maatschappelijke waarden moeten worden meegenomen wil deze grote nieuwe vormgeving van de ruimtelijke ordening en de fysieke leefomgeving een kans van slagen krijgen.

Bekijk de presentatie van Ries van der Wouden: Omgevingsbeleid op een tweesprong 

 

Presentatie Ellen van Beckhoven, Gemeente Utrecht

Ellen van Beckhoven, Senior-Adviseur gezonde leefomgeving; Utrecht stedelijk gebied

Ellen presenteert de groeiopgave van Utrecht die zich sinds de tweede helft van de vorige eeuw prominent manifesteert. De huidige grote groeiopgave moet binnen de gemeentegrenzen plaatsvinden en dat houdt in: verdichting in de bestaande stad.

Hoe combineer je deze verdichting met de opgave Gezonde Stad waar Utrecht een speerpunt in haar beleid van heeft gemaakt. Gezondheid en stedelijkheid was in het verleden geborgd maar is met de tijd van elkaar verwijderd geraakt terwijl Utrecht van alle steden momenteel voor de grootste groeiopgave in de bevolking staat. De verdichtingsopgave ligt in de zogenaamde Band van Utrecht, juist deze Band kenmerk zich (zie presentatie) door maatschappelijk zwakkere leefgemeenschappen, op allerlei gebied, gezondheid, sociale cultuur, economie, opleiding.

Tegelijkertijd ontstaan juist ook in de Band initiatieven die bijdragen aan het versterken van het wijkgevoel en daaraan direct verbonden de leefomgeving. Zie als inspirerend voorbeeld het initiatief het Krachtstation. Utrecht gaat dan uit van het motto “create health by creating communities en look what’s strong en not what’s wrong.

Daar moet dus de investering plaatsvinden. Grootste fysieke vraag daarbij is: of gezond stedelijk leven wel voor iedereen bereikbaar is. Hoe de groei in te zetten dat iedereen, maar vooral voor de Utrechters die dit het hardst nodig hebben, hiervan kunnen profiteren. Dit gegeven vormt tegelijkertijd de insteek voor de workshop die later op de middag door Ellen wordt geleid.

Bekijk de presentatie van Ellen van Beckhoven: Band Versterken – omgevingstour 

 

De excursies

Er vinden na de presentaties twee excursies plaats.

Eén excursie wordt geleid door Nathan Rozema en Kariem van Stichting Trendy, die de deelnemers meenemen op safari door de wijk; in dit geval de omgeving rondom het Krachtstation. Nathan begint de ‘lopende discussie’ door direct buiten het gebouw van het Krachtstation aan te geven wie, waar, waarom en met welke ontstaansgrond in het gebouw zitten. Ook wijst hij op het kruispunt waaraan Krachtstation gelegen is. Dit wordt momenteel volledig op de schop genomen en we ervaren de ‘gemiste kans’. Met de omvorming van het kruispunt (voor de Google-map-pers onder ons; het 5 Mei-plein) had een veel herbergzamer woon- en verblijfsomgeving tot stand gebracht kunnen worden. Nu is en blijft het een grote verkeersmachine met al zijn negatieve effecten. Met name de scheidende werking van plein en verkeersader Churchilllaan tussen winkelcentrum en Kanaleneiland ZW is opvallend. Ook opvallend is dat het winkelcentrum, ondanks herhaalde opknapacties van de afgelopen jaren, volledig introvert gebleven is; er is geen enkele interactie tussen winkelcentrum en omgeving. (Een ‘gesloten bunker’.) Daarna lopen we in zuidelijke richting en komen, na enige omzwervingen en veel discussie aan op de grote, niet bebouwde, ruimte gelegen tussen Marco Pololaan en Columbuslaan. Dit ‘park’, centraal in de zuidwestelijke kwadrant van de wijk en ‘gespannen tussen’ twee kerkgebouwen, zou een grote rol kunnen spelen in de wijk. Het lijkt alsof er van deze potentie weinig gebruik wordt gemaakt.
De flatgebouwen (de zeer overheersende woonvorm van Kanaleneiland) kennen in de plint enkel bergingen en garageboxen; ook hier geldt dat de interactie tussen woongebouwen en straat geheel afwezig is. Met alle negatieve gevolgen voor verblijfskwaliteit, gezelligheid en sociale veiligheid.
We constateren dat het groen in de wijk weinig aantrekkelijk is: kwaliteit, sortimentskeuze en mate van onderhoud maken dat dit weinig zinvol groen is met weinig positief effect op de verblijfsomgeving. ‘Schaamgroen’, ‘zinloos groen’ zijn als termen hier op zijn plaats.

Tenslotte komen we aan bij een flatblok waar in de onderbouw enige boxen zijn omgezet in winkeltjes en kleinschalige voorzieningen. Dit maakt ‘het leven op straat’ direct geheel anders. Een (nu nog beperkt) voorbeeld dat zeker navolging verdient !

Excursie Kyra Kuitert/Rosemarie Maas/ geen prettige plek!

Gelijktijdig nemen Kyra Kuitert en Rosemarie Maas de deelnemers aan hun workshop mee op tour om juist de plekken te bezoeken en te inventariseren in de omgeving die zouden kunnen transformeren tot prettige plekken met een positieve uitstraling op de wijk. De plekken die worden bezocht blinken niet uit in leefbaarheid; veel hekken, kleine speelvoorzieningen, een in zichzelf gekeerd winkelcentrum en een onbestemd groen grondgebied langs de oevers van het Merwedekanaal geven aanleiding om de workshops van voeding te voorzien voor ingrepen in de leefomgeving van deze buurt die groot effect op de leefbaarheid ervan beoogt. Er wordt uitgegaan van de mogelijkheden die deze plekken bieden om te transformeren naar prettige verblijf- en ontmoetingsplekken.

Kyra en Rosemarie gaat uit van de vier V’s:

  • Veiligheid  Onder andere ‘sociale ogen en oren’
  • Variatie  Visuele afwisseling, vooral op ooghoogte
  • Verblijf  Aangenaam zitten met een prettig uitzicht
  • Verplaatsing  Logisch en comfortabel van ‘a’ naar ‘b’

Met deze vier uitgangspunten lopen ze het ‘ommetje’ door de buurt als inspiratie voor de workshop.

De workshops

Na de excursie ging men in workshops met specifieke thema’s aan de slag:Elk vanuit een ander perspectief maar wel met een focus op de relatie tussen stedenbouw en (het creëren van) maatschappelijke waarde.

Kyra Kuitert, Bureau KM, workshop 1
  1. Kyra Kuitert, Rosemarie Maas,  Bureau KM en auteurs van het handboek Prettige Plekken; openbare ruimte: verbinden, ontmoeten, gezonde fysieke en sociale leefomgeving.
    Workshop 1, openbare ruimte, verbinden, ontmoeten, gezonde fysieke en sociale leefomgeving
  2. Judith de Koster, Bureau BGSVen Joris van Haaften, stedenbouwkundige Gemeente Utrecht: Verdichtingsprojecten verbinden met maatschappelijke opgaven.

    Workshop 2, Stedelijke verdichting en maatschappelijke opgaven

     

  3. Ellen van Beckhoven en Frederik Leenders, Gemeente Utrecht: Wat kan de vakgroep bijdragen aan een inclusieve en gezonde leefomgeving bij de groeiopgave van Utrecht.
    Workshop 3 aan het werk, inclusieve en gezonde leefomgeving bij groeiopgave, de rol van de vakgroep

De workshops vonden plaats in de vorm van pressure cookers. In één uur tijd werden thema’s behandeld en de discussies aangegaan om tot kennisdeling en inspiratie voor de betreffende onderwerpen te komen.De conclusies van de workshops werden onder leiding van moderator Eva de Ruiter plenair gedeeld.

Conclusies workshop 1; verbinden, ontmoeten, gezonde fysieke en sociale leefruimte:

Wat viel op inzake de openbare ruimte rondom het Krachtstation:

Veel groene ruimte in de wijk

  • Er is veel potentie in het gebied aanwezig inzake inrichting van de openbare ruimte. Er bevindt zich veel ongebruikte ruimte in het gebied. Gebruik deze ongebruikte ruimte voor transformatiedoeleinden inzake gezonde leefomgeving.
  • Denk hierbij aan natuurlijk spelen, tuintjes maar vooral stem af met de doelgroep wat zij voor zich zien als mogelijke ‘gezonde’ invulling.
  • Vul de plinten op die zich in het gebied bevinden, ook van die gebouwen die in transformatie zijn.
  • Zorg voor verblijfplekken en biedt zitmogelijkheden zodat zowel jongeren, jonge ouders en ouderen zitmogelijkheden hebben. Dit stimuleert gesprekken en ontmoetingen.
  • Scherm zicht op auto’s af door middel van groene ingrepen.
  • Het gebied kenmerkt zich door veel hekken die sociaal verkeer afsluiten. Zorg voor aangename routes, verwijder hekken en biedt alternatieven voor afscheidingen.
  • Er zijn groene plekken, deze kunnen als verbinder worden aangemerkt tussen de straten in de wijk of tussen wijken onderling, richt ze zorgvuldig, in overeenstemming met gebruikers in, maak daar een wijkproject van.

Kyra Kuitert , Bureau KM, presenteert de conclusies van workshop 1

 

Onvoldoende ruimte voor sport in de Merwedekanaalzone

  • Het viel de workshopleiders en deelnemers op dat er onvoldoende is geïnvesteerd in sportvoorzieningen rondom het Merwedekanaal terwijl deze strook zich heel duidelijk aanbiedt daarvoor.
  • Investeer bijvoorbeeld langs de oevers in pannakooien (basketbal, voetbal, tennis).
  • Investeer in aantrekkelijke routes die uitnodigen tot een wandeling naar de oevers van het kanaal en richt deze als zodanig in dat het prettige plekken worden.
  • Creëer langs het Merwedekanaal een centrale ontmoetingsplek/sportplek met bijvoorbeeld een alternatieve horecavoorziening.

Kansen voor ontmoeting in de wijk ook bij verdichting

  • Gebruik de strook langs het kanaal door onder anderen toepassing van kleur bij inrichting en groen.
  • Voeg elementen toe die het verblijf stimuleren zoals ligstoelen, sportattributen (fitnessparcours of anderszins), en leg aantrekkelijke en vanzelfsprekende routes aan met elementen daarin verwerkt die de fantasie stimuleren (prijsvraag?).
  • Winkelcentrum: verbreed de stoepen en stimuleer terrassen zodat men prettiger loopt en verblijft.
  • Zorg voor minder auto’s of creëer parkeergelegenheid uit het zicht van het centrum. Geparkeerde auto’s vormen een grote barrière voor het creëren van prettige verblijfplekken.
  • Stimuleer de vestiging van kiosken, dit stimuleert het creëren van ontmoetingsplekken en brengt reuring in het gebied.
  • Creëer aangename, zichtbare zitplekken in het winkelgebied zowel in de buiten- als in de binnenruimte.

Conclusies workshop 2; Verdichtingsprojecten verbinden met maatschappelijke opgaven

  • Bij verdichtingsopgaven spelen ook mobiliteitsconcepten, deze krijgen meer massa en invloed als je de omringende wijken betrekt en verbindt.
  • Maak de lokale economie aanvullend en verbindt oud en nieuw. Hiertoe moeten fysieke voorwaarden worden geformuleerd maar ook sociale voorwaarden. Zorg voor kwaliteit inzake lokale economie.
  • Zorg dat de ‘verkleuring’ van binnenstedelijke herontwikkelingsgebieden (Cartesius, Werkspoor, Merwede, KPD-strook, Rotsoord etc.) maat houdt met ontwikkelingen en zorg voor indien mogelijk een goede balans.
  • In de verdichtingsopgaven liggen ook milieupunten. Deze milieupunten zijn altijd druk bezocht (afval). Maak van zo’n milieupunt een leuke plek die uitnodigt tot ontmoeten, wellicht economie en verblijf.
  • Een enclave is alleen dan succesvol als je meerdere verbindingen legt met de overige omringende leefomgeving. In die zin investeer in evenementen voor buurten. Een mooi voorbeeld daarvan is de marathonloop die het Krachtstation met scholen heeft georganiseerd.
  • Respecteer ook de reeds aanwezige leefomgeving en zorg dat deze wordt opgenomen indien je een verdichtingsproject in een dergelijke leefomgeving projecteert. Een voorbeeld van een fijne leefomgeving is de Schepenbuurt. Dit is een “some where plek” en niet een “anywhere plek”. Deze buurt heeft een eigen identiteit. Er bestaat een grote sociale cohesie.
  • Let dus op dat je geen gentrificatie toepast waardoor oorspronkelijke bewoners van hun plek worden verdreven.
  • Ontwikkel een RET traject, en verbindt daarmee de wijken onderling, neem dit traject mee bij je verdichtingsopgave.
  • Gebruik de voorzieningen die in een bepaalde wijk al aanwezig zijn om andere wijken te verleiden van deze voorzieningen gebruik te maken, bijvoorbeeld sportvelden en – hallen kunnen met korting door omringende wijkbewoners worden gebruikt. Zo investeer je in verbindingen op fysiek en sociaal terrein. Daarnaast stimuleer je de “nieuwe Utrechtenaren “die zicht in de verdichtingsprojecten vestigen, om de wijken rondom je leefomgeving, bij je leefomgeving te betrekken.
  • Betrek bewoners uit omliggende wijken in de Collectieve Dienstvoorziening die voor de verdichtingsopgave wordt ingezet.
  • Zorg voor een programmatorische goede afstemming, als in een wijk een bepaald voorzieningenniveau aanwezig is, faciliteer dan de toegang tot die wijk inplaatsvan investeren in een tweede voorzieningenniveau ter plekke. Zo “verplicht” je (nieuwe) wijkbewoners om een andere wijk in te gaan om gebruik te maken van de reeds aanwezige voorziening.
  • Houdt het geld in de wijk dus investeer in lokale economieën en geef deze een kans.
  • Investeer in energiecorporaties die een groter gebied beslaan zodat er een collectief energiebeheer en -gebruik mogelijk is.
  • Er is ruimte, ook restruimte, deze bieden kansen om te investeren in gebruiks- of ontmoetingsplekken in plaats van ongebruikt en daardoor ongedefinieerd te worden, kortom neem in een verdichtingsproject ook de omgeving mee en zorg op voorhand voor verbindingen met omringende gebieden/wijken.
  • Onderzoek: wat hebben omliggende buurten nodig om goed te kunnen functioneren als buurt of wijk en probeer daar een uitwisseling tussen buurten onderling van te maken, ik bied jou ruimte, wat bied jij mij daarvoor in de plaats. Zet dus in op een buurtkwartet.

Joost van Haaften en Judith de Koster (workshop 2) in discussie met Nathan Rozama

 

Conclusies workshop 3; Wat kan de vakgroep bijdragen aan een inclusieve en gezonde leefomgeving bij de groeiopgave van Utrecht.

  • Heeft stedenbouw een rol bij de maatschappelijke en gezonde opgave, was een eerste belangrijke vraag. Deze vraag wordt vooralsnog geborgd door de juristen in de omgevingsvisie die inhaken op het maatschappelijke gegeven gezonde mens in onder anderen sociografische zin. Tot voor enige tijd was de betrokkenheid inzake gezond en sociaal maatschappelijk gedragen een top-down benadering. De vakwereld heeft hier ook mee te maken en zal zich zeker rekenschap moeten geven bij stedenbouwkundige en planologische ingrepen van deze opgave. Dus ja, de vakgenoten hebben een rol in deze opgave. Ze zijn ertoe verplicht deze opgave in hun werk mee te nemen.
  • Stedenbouw en gezondheid met sociaal-maatschappelijk draagvlak was van oudsher een integrerend principe. Door de verschillende overheidslagen is deze integratie uit elkaar geknipt en hoe deze weer met elkaar verbonden moeten worden op alle schaalniveaus is daardoor feitelijk het wiel weer opnieuw uitvinden. Ook stedenbouwkundigen en planologen worstelen hiermee, hoe vindt je elkaar.
  • Vanuit de politiek en de Raad wil men het geluk kunnen meten via de happy city-index. Het blijkt dat geluk vooral wordt afgemeten aan een brede welvaart. Echter de investering vanuit de vakgroep moet erop gericht zijn om juist ook de sociaal-maatschappelijke vraagstukken mee te nemen in hun planvorming en uitvoering. Daarin moet en kan de vakgroep gestimuleerd worden wanneer programmatisch hierop nadruk komt te liggen. Zo worden ook zij gedwongen om integraal te werken.
  • De vakgroep is zich ervan bewust dat participatie, naast duurzaamheid, ook een investering vraagt op gebied van het sociale en gezonde vlak. Deze termen moeten programmatorisch worden opgenomen. Het is theorie en de praktijk is nog weerbarstig want . . . . hoe neem je dat op en waar kan de samenwerking tussen vakgebieden worden bevorderd.
  • Wie is uiteindelijk verantwoordelijk voor de gezonde stad. Het zou goed zijn wanneer er bijvoorbeeld voor stedenbouwers een kompas wordt samengesteld waarbij al deze programmatorische eisen in zijn verwerkt.
  • Het vakgebied en de overheden zouden gebaat zijn bij de gezondheidsmonitoring die meer onderzoekend te werk gaat in plaats van trendvolgend. Resultaten daaruit kunnen dan opgenomen worden in programma’s voor stedenbouw.
  • Er zijn gereedschapskisten ten aanzien van gezonde stad, inclusieve stad; hoe kunnen die worden gedeeld en gebruikt.
  • Overall blijkt dat er vooralsnog meer vragen zijn dan mogelijke verbindingen hoewel de tendens wel gericht is op deze verbinding. De rol van de stedenbouwkundige komt niet duidelijk naar voren en verdient, wellicht in vervolgsessie, duidelijk aandacht te krijgen.

Conclusies workshop 3 Frederik Leenders licht de conclusies toe.

 

Conclusies overall

Tijdens de plenaire terugkoppeling wordt gewezen op het feit dat men zich eerst echt moet gaan verdiepen in de wijken, wat speelt er, is men zelf al een stuk op weg om leefbaarheid, sociale en fysieke omstandigheden en cultuurmaatschappelijke verbindingen te verbeteren. Vaak blijkt dat wijken op eigen initiatief, en nog niet gedeeld met overheden, al op weg zijn om hun eigen omgeving en omstandigheden te verbeteren. Zie het Krachtstation dat ook op eigen wijze, zonder inmenging van de overheden, maar wel met inhoudelijke hulp van de Gemeente met betrekking tot vergunningverleningen en Mitros met betrekking tot het meewerken aan het plan, tot bloei komt en zich door ontwikkelt. Vanwege het succes wordt het Krachtstation (terecht) betrokken bij de succesprojecten van de stad terwijl ze het helemaal “alleen” hebben gedaan en daardoor ook onafhankelijk zijn. Gebruik de creativiteit van aanwezige bewoners om processen ten aanzien van inclusiviteit, gezonde stad, verdichting tot stand te brengen. En . . . . laat overheden maar ook de vakgroep kennis opdoen van deze initiatieven en ermee samenwerken om vervolgens in gezamenlijkheid de gezonde stad te programmeren waarbij niet alleen DE PLEK maar juist DE OMGEVING wordt betrokken.

Conclusies overall van de OmgevingsTour Utrecht Gezonde Stad

Het verslag is hier ook als download beschikbaar

Bekijk hier de fotoreportage van de OmgevingsTour Utrecht

Foto’s: Wil Groenhuijsen