Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


Ruimte voor anderhalve meter ruimte

18 mei 2020 BNSPOproep jouw nieuwe samenleving op 1,5 meter afstand
Jacco Rensen | Stedenbouwkundig ingenieur | Oproep voor 1,5metersamenleving

Hoeveel ruimte hebben we, krijgen we, nemen we?

Al na de aankondiging dat de ‚intelligente lockdown’ zou worden versoepeld, leek het verkeer toe te nemen. In het weekeinde van 9 en 10 mei leek ‚11 mei’ al van kracht… Het zijn symptomen van de huidige mentaliteit van een groot deel van de Nederlandse bevolking. Velen lijken regels in eigen voordeel uit te leggen, of de regels maar deels te kennen en de rest erbij te verzinnen op het moment dat het nodig is. Ook de redeneringen: „Het mag eigenlijk niet, maar als ik het (als enige) doe, dan is dat helemaal niet erg” en „Ach, het zal wel goed gaan” zijn helaas wijdverspreid. Mijn verwachting is dan ook dat de lockdown zal terugkeren, en mogelijk strenger dan tot nu toe. Het vertrouwen van de overheid in ons, die ons de versoepeling oplevert, zal hoogstwaarschijnlijk worden beschaamd.

Maar laten we voor het gemak uitgaan van het goede van de mens. Misschien zorgt de coronacrisis er wel voor dat ingesleten horkerigheid en prinsesjes(m/v)-gedrag verminderen. En misschien dringt bij meer mensen door dat veel spullen hebben en bijzondere activiteiten doen niet nodig is voor een mooi leven.

Dus het zou zomaar kunnen dat tot aan de uitrol van een vaccin we kunnen genieten van vrijheid met een veiligheidsmarge van anderhalve meter. Voetgangers, fietsers en snorfietsers zullen de meeste aandacht moeten besteden aan het aanhouden van voldoende afstand. Bromfietsers en motorrijders zonder gesloten (integraal-)helm rijden over het algemeen midden tussen de auto’s. Meestal hebben zij dus automatisch voldoende veiligheidsmarge om zich heen.

In de praktijk blijkt het overgrote deel van de (snor)fietsers bij het inhalen onvoldoende afstand te houden, zelfs op een breed tweerichtingsfietspad zonder tegenliggers. Mogelijk schat men de afstand verkeerd in, of denkt men niet aan de anderhalve meter afstand in het heetst van de strijd. Het is natuurlijk ook lastig om met een snorfiets of e-bike af te remmen bij een bocht naar links, zodat je netjes aan de rand van het pad kunt rijden in plaats van tegen de middenstreep. Nog meer afremmen om te wachten op een opening tussen voetganger en tegenligger is natuurlijk ondoenlijk: kost teveel tijd en je kunt omvallen!

Ook op zeer brede trottoirs wijken sommige voetgangers nog geen centimeter af van hun koers bij het naderen van een obstakel zoals een ander mens. Mogelijk verwacht men dat de ander als een lakei knipmessend opzij springt. Of ook hier zijn niet nadenken of verkeerd inschatten de oorzaken.

Het zal helaas nodig zijn om vele tienduizenden kilometers straten, fietspaden en trottoirs te voorzien van markeringen. Lijnen geven aan waar de marge van anderhalve meter begint of eindigt. Pijlen en symbolen geven aan hoe die lijnen gebruikt kunnen/moeten worden. Leuke inrichting van de openbare ruimte kan helpen, mits iedereen snapt waar het om gaat en  waarvoor het bedoeld is. Helaas is het onbetaalbaar om dit overal te doen. Extra aandacht kan het beste als eerste gaan naar centrumgebieden en qua uitstraling verwante buurten en naar zeer smalle straten. De rest zal vooral met verf en verkeersborden worden aangepast. Wellicht kunnen de producenten hiervan ook de status krijgen van essentiële sector?

De naoorlogse woonwijken

 

Op enkele uitzonderingen na zijn de naoorlogse woonwijken ruim genoeg opgezet om veel verkeer tegelijkertijd te kunnen verwerken. Tussen voetgangers en fietsers zorgen rijen geparkeerde auto’s (langsparkeren) voor voldoende veiligheidsmarge. Maar de trottoirs zijn te smal om twee voetgangers te kunnen laten passeren. Het invoeren van eenrichtingsverkeer op trottoirs is onpraktisch. Voetgangers zullen alleen even uitwijken naar de rijbaan bij een tegenligger. In de afgelopen maanden werkte dat uitstekend. Maar de komende tijd zal het verkeer een stuk drukker worden. En dan is even de straat op wippen minder gemakkelijk of zelfs gevaarlijk. Voor de straten, waar fiets- en motorverkeer zoveel toenemen dat even uitwijken te gevaarlijk wordt, zijn twee oplossingen mogelijk:

  1. Het woonerf-model: De maximum snelheid wordt gereduceerd tot 10 of 15 km/u. Hierdoor heeft iedere weggebruiker voldoende tijd om uit te wijken indien nodig. Elke straat zal met voldoende verkeersborden moeten worden uitgerust, om iedereen te informeren.

  1. In de straat wordt eenrichtingsverkeer Uiteraard moet hierbij goed worden nagedacht over de verkeersstromen. Het is onwenselijk als de vuilniswagen ergens tegen de richting in moet rijden om de ronde goed te kunnen afmaken. De rijen parkeerplaatsen aan weerszijden schuiven op. De vrijkomende ruimte is voor de voetgangers. Wie goed ter been is, gaat net als nu de stoeprand af en op, maar hoeft zich niet tussen geparkeerde auto’s te wurmen. Mogelijk duurt de situatie langer dan een paar maanden. In dat geval kunnen eventueel vlonders worden toegepast om de hoogteverschillen op te heffen, of een laagje zand (of gemalen olivijn, meteen ook extra CO2-reductie!) met hergebruikte tegels of straatstenen. Plantenbakken of permanente groenstroken kunnen op een fraaie manier voldoende afstand tussen passerende voetgangers garanderen.

De vooroorlogse wijken

Afgezien van hier en daar een villawijk is geen enkele vooroorlogse wijk ontworpen op de aanwezigheid van veel auto’s. In normale omstandigheden is het dus al in bijna elke straat een grote ellende met eenrichtingsverkeer en smalle stoepjes. Menigeen moet nu al met de rollator of wandelwagen op straat lopen omdat tussen lantaarnpaal en voorgevel (of tussen gestalde fiets en stoeprand) te weinig ruimte is of omdat het stoepje geblokkeerd is door illegaal geparkeerde auto’s. De invoering van de scanauto kan een betere naleving van de regels bevorderen met een onafzienbare stroom parkeerboetes. Maar als er gewoonweg te weinig parkeerplaatsen in de wijde omgeving zijn, dan zal dit tot veel klachten en seponering leiden.

En nu hebben we dan ook nog eens extra ruimte nodig. Om voldoende afstand tussen voetgangers onderling en tussen voetgangers en (snor)fietsers te garanderen moeten wisselstroken worden ingericht. Op deze stroken rijden (snor)fietsers op voldoende afstand van voetgangers, die gewoon op de stoep lopen. Passerende voetgangers kunnen naar deze stroken uitwijken. Meestal kan dit wel, hooguit moet door beide voetgangers eventjes gewacht worden. Vriendelijke (snor)fietsers zullen af en toe stoppen om wachtende voetgangers voor te laten gaan. Het versmallen van de rijbaan is meestal geen optie. Sommige straten kunnen worden afgesloten, zodat alle ruimte beschikbaar is voor (snor)fietsverkeer en voetgangers. Af en toe een vuilnis- of verhuiswagen in zulke straten is geen probleem.

In andere straten moeten in ieder geval alle parkeerplaatsen worden opgeofferd, maar blijft de rijbaan open om de circulatie van motorverkeer in stand te houden. Auto’s en vrachtwagens gebruiken daarbij de wisselstrook en de anderhalve meter marge met de wisselstrook in de andere rijrichting.

We zullen dus aan de slag moeten met meer centraal parkeren:

  • Grasvelden, het midden van rotondes en grasstroken aan de rand van plantsoenen en speeltuinen worden met rijplaten geschikt gemaakt voor parkeren, eventueel met twee wielen op straat. Het gras zal dit niet overleven, boomwortels in de grond daaronder hopelijk wel.
  • Achtertuinen die met de zijkant aan een straat grenzen kunnen worden gehuurd en tijdelijk ingericht als parkeerterreintje. Uiteraard alleen als de tuinen zijn voorzien van schuttingen. Het slopen van muren of heggen is zelfs in deze omstandigheden een te grote ingreep.
  • Juist bij kruisingen is vaak extra ruimte aanwezig. Deze kan beschikbaar worden gesteld aan te parkeren auto’s. Hierdoor wordt het zicht op het verkeer natuurlijk wel veel slechter. Om voorzichtig rijden af te dwingen wordt een snelheid van 10 km/u ingevoerd, eventueel met ondersteuning door drempels of een verkeersplateau. Misschien kan op elke straathoek een stopbord worden geplaatst. Zo wordt een Amerikaanse situatie ingevoerd: alle voertuigen op een kruising stoppen eerst, om vervolgens in de juiste volgorde de kruising over te steken. Of de gemiddelde Nederlandse verkeersdeelnemer dit aankan, is nog maar de vraag…
  • Waar geen voordeur bereikt moet kunnen worden, kan het trottoir eventueel worden opgeheven. Dit betekent wel dat voetgangers moeten oversteken of zich moeten mengen met het fiets- en motorverkeer.

Deze behoorlijk draconische maatregelen maken aan iedereen duidelijk hoeveel ruimte de auto nodig heeft, en dat vaak die ruimte er eigenlijk niet is.

De veiligheidsmarges tussen de loop- en wisselstroken kunnen worden gemarkeerd met belijning en aangekleed met fietsparkeerplaatsen en plantenbakken. Uiteraard moet het mogelijk blijven voor voetgangers en (snor)fietsers om uit te wijken naar een andere (wissel)strook.

In erg smalle straten zal zelfs eenrichtingsverkeer voor voetgangers en (snor)fietsers moeten worden ingevoerd, om in ieder geval drie stroken met onderling anderhalve meter afstand te verkrijgen. De veiligheidsmarges kunnen worden ingericht met wachtplaatsen, waar langzame fietsers zich kunnen laten inhalen, met fietsparkeerplaatsen en met plantenbakken.

Als de mentaliteit van de verkeersdeelnemers eenrichtingsverkeer niet toelaat, dan komen er aan weerszijden wisselstroken (voetgangers en (snor)fietsers door elkaar) met in het midden een inhaal-/passeerstrook. De tussenruimte moet uitsluitend met verf aangegeven worden om te garanderen dat op elk moment kan worden uitgeweken. Stoepranden moeten over de gehele lengte voorzien worden van een helling. In de praktijk kunnen (snor-)fietsers op de geverfde tussenruimte rijden, en bij het inhalen van voetgangers naar de middelste strook uitwijken.

Centrumgebieden

Karaktervolle, en dus oude en smalle straten in centrumgebieden hebben hetzelfde probleem als straten in vooroorlogse wijken, maar dan in verhevigde mate. Gelukkig zijn hier flink wat straten nu al autovrij, en bestaat de wens om meer straten af te sluiten. Voetgangers hebben nu al de neiging om eenrichtingsverkeer aan te houden. Wie aan de linkerkant van de straat loopt, zal bij tegenliggers en tegelijkertijd ander verkeer regelmatig moeten inhouden. De weg wordt dan namelijk versperd door uitstallingen van winkels, zitjes van eethuisjes, plantenbakken, gestalde fietsen, afvalcontainers enzovoorts.

De voorstellen voor autovrije, vooroorlogse straten kunnen ook gebruikt worden voor vergelijkbare straten in centrumgebieden. De aankleding zal echter meer aandacht moeten krijgen. Het biedt een uitgelezen kans om oververhitte binnensteden te vergroenen en daarmee af te koelen. De uitstallingen van winkels kunnen in de bufferzones geplaatst worden. Zitjes kunnen uiteraard niet, tenzij in de straat twee meter extra ruimte aanwezig is.

Fietspaden naast drukke wegen

Naast drukke wegen liggen over het algemeen fietspaden met eenrichtingsverkeer. Bij de echt drukke wegen moeten daar zelfs bromfietsen op rijden. In de anderhalvemetermaatschappij wordt veilig inhalen bijna altijd onmogelijk. De enige oplossing is om het naastgelegen voetpad (deels) in te richten met een rijbaan voor langzame fietsers. Ligt naast het voetpad een ruim gazon, dan kan een alternatief voetpad worden gecreëerd middels een strook van (zeer) kort gemaaid gras. Als deze ruimte niet aanwezig is, dan kan af en toe een inhaalstrook op het voetpad worden aangegeven. Hierbij moet niet zuinig met markeringen worden omgegaan: symbolen voor voetgangers en fietsers, haaientanden, korte pijlen voor langzame fietsers en lange pijlen voor snelle (brom-/snor-)fietsers. Deze situatie is verre van ideaal. Daarom moet alles op alles worden gezet om bromfietsen ook op de drukste wegen met het motorverkeer mee te laten rijden.

ALGEMENE OPMERKING:

In de illustraties is meestal de kleur groen gebruikt voor het aangeven van veiligheidsmarges en belijning. In de praktijk is natuurlijk elke kleur mogelijk, al heeft groen wel de status van „veilig”. Lichte kleuren vallen niet alleen goed op, maar weerkaatsen ook zonlicht en helpen daardoor mee om de bebouwde kom minder te laten opwarmen in de zomer.

Zet ’m op, allemaal!

Tilburg, Langendijk: zeer ruime woonstraat met doorgaand fietsverkeer, alleen markeringen nodig