Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


De omgevallen boekenkast | Vooral

8 maart 2022 Blog
Door Tjerk Ruimschotel

VOORAL

De afgelopen weken heb ik me, naast de ons zelf opgedragen taak om na te denken over vrouwen in de stedebouw, ook behoorlijk bezig gehouden met een belangwekkend, maar ook wel wat wonderlijk boek over steden voor iedereen. Om te beginnen las ik het niet als boek, maar als een gratis gedownload pdf-bestand van 89 A-viertjes platte tekst, dus zonder afbeeldingen. Dat wil zeggen, de afbeeldingen werden niet getoond maar omschreven, bijvoorbeeld: Portrait of Simon: He is wearing a blue t-shirt with a black jacket and black glasses. Simon is holding a white cane with red stripes between his arms. In his right hand he holds a mobile phone, and in his left hand The Emotion Whisperer wearable. Het boek is gepubliceerd door Pakhuis De Zwijger in Amsterdam, de organisatie achter het tweejarig programma Designing Cities for All (2020-2022).

 

De uitnodiging voor de booklaunch medio december vorig jaar gaf een korte samenvatting van dit boek en de ambities van het DCFA-programma: “To end and celebrate the first year of Designing Cities for All, we publish 18 Perspectives on Designing Cities for All, an essay book in which all the authors are committed to creating cities of belonging, where everybody feels and is allowed to feel at home. These essays will help you understand how design is part of the problem, but also holds the key to the solution.“ De boekcover heeft een wat uitgebreidere titel: 18 Perspectives by Laura Adèr & Ariana Rose, Galit Ariel, Rudy van Belkom, Joost Beunderman & Indy Johar, Aminata Cairo, Maurice Crul & Frans Lelie & Bernardine Walrecht, Simon Dogger, Marie van Driessche, Sennay Ghebreab, Nyasha Harper-Michon, Lyongo Juliana, OluTimehin Kukoyi, Maggi Leung, Nica Renoult, Nishant Shah, Jacquie Shaw, Rut Turró and De Voorkamer on Designing Cities for All.

 

Nadat ik, gedeeltelijk op scherm, gedeeltelijk op print, de 18 essays van deze 22 schrijvers had gelezen  bleek dat het boek opgebouwd is uit drie delen met elk zes essayistische bijdragen van personen die op de een of andere manier ook bij de verschillende afleveringen van het DCFA-programma betrokken waren. De delen zijn getiteld: Cities of Belonging; Everthing is Design en Making it Work, maar de afzonderlijke essays lijken niet specifiek binnen deze hoofdindeling te vallen waardoor ik een strenge redactie mis. Het boek is ook geen verslag van, maar eerder een soort teaser voor, het DCFA-programma  waarvan de reeds verschenen afleveringen op de website van Pakhuis de Zwijger zijn terug te vinden. Daar zien we dat er drieluiken van lezingen waren georganiseerd met programmatische titels als: Breaking it Down (waarin achtereenvolgens ingegaan wordt op 1. Designing, 2. Cities en 3. For All), IdenCity, Design from Inclusion, Transition Together, Equity x Design en Hacking the City. Wat (mij) opvalt is dat, naast het uitsluitend gebruik van Engels (wat echt niet iedereen in Amsterdam/Nederland beheerst) nogal wat begrippen worden gebruikt, die, volgens mij,  buiten de kring van direct betrokkenen niet door alle mensen begrepen worden. Ook moest ik constateren dat ik zelf nauwelijks iets wist van de ruim 20 mensen die hun visie op de inclusieve stad gaven, wat natuurlijk vooral wat van mij en mijn (beperkte) professionele blik op de wereld zegt.

 

Aan het eind van het gedownloade boek gekomen trof ik een uniek uitgebreide toelichting op het fysieke boek: First of all, we consider language also as design. As a society, we still use ableist, colonial, transphobic, homophobic, and gender-unequal language in our daily speech. To avoid using euphemisms and callous idioms, we tried to use more straightforward and literal language instead. When it comes to the graphic design, we used a readable typeface with a font size of 12 point for body text and 9 point for footnotes, because smaller fonts may be illegible for some audiences. To help you find your way through the body text, we used headers. We made sure each line didn’t exceed 60 characters to not tire the eyes (what also helps is the use of paper with a matte finish) and all texts are aligned left to make it easier to read. The distance between each word is kept the same, to make it readable for those with for example dyslexia. And for the ones among us with low vision and cognitive disabilities, we used white space throughout the design to improve the visual layout. Did you know that the most sustainable book size is 170×240 mm? That’s because you can print 16 pages on one sheet of paper and have zero paper waste. We not only chose this option because it’s a better choice for our future generations, but also because it’s user friendly for people with fine motor disabilities. We also paid attention to the binding and used a method that makes it easy to flatten the document when using screen magnifiers, and that you can read it without using your hands. The result? A book that works better for all!

 

Na deze tamelijk expliciete uitleg over de vormgeving van het boek en nogal impliciete verwerping van een aantal (blijkbaar kwalijk gevonden) vormen van taalgebruik, heb ik natuurlijk meteen een papieren recensie-exemplaar aangevraagd en gekregen. Het boek leest inderdaad lekker weg, hoewel ik zelf toch nog wat leesproblemen had met de modieuze kleuren die over de tekst heen gedrukt zijn. Het papieren boek kent per essay een aantal (in de pdf ontbrekende) QR-codes die verwijzen naar ofwel het optreden van de auteur op een van de bijeenkomsten in Pakhuis De Zwijger dan wel naar een video, een podcast of een boek, soms van de essayist zelf. Bij elkaar worden een stuk of 40 boeken genoemd, waarvan ik er slechts eentje al, met vrouw en dochters, gelezen heb (Invisible Women van Criado Perez). Het merendeel van de soms nogal nadrukkelijk geformuleerde suggesties voor verdere zelfstudie en -reflectie lijken vooral, zo niet uitsluitend gericht te zijn op de groep van witte, gezonde, heteroseksuele mannen (al dan niet racistisch, vrouw- én LGBTIQ+-onvriendelijk en/of klimaatvernietigend). Vrijwel alle essays zijn breed geformuleerde aanklachten tegen exclusie (uitsluiting) en oproepen om te werken aan een ’inclusieve stad, waar iedereen toegestaan wordt zich thuis te voelen’. Wat op zich natuurlijk een goede zaak is, maar de opeenstapeling én koppeling van sociale-, ecologische-, economische- en technologische problemen op globaal én individueel niveau maakt het soms moeilijk te begrijpen waar de oplossingen gevonden moeten worden. Of wat we als stedebouwkundigen en planologen aan die Steden voor/van Iedereen kunnen doen. En waar de schrijvers van de meeste essays vinden dat we vooral naar anderen moeten luisteren, verbaas ik me geregeld over het nogal zendende, om niet te zeggen zendelingsachtige, gehalte van de teksten, vaak bewust vanuit een outsider’s perspective geformuleerd. Het komt op zijn minst wat dwingend over en niet altijd geworteld in een concrete praktijk.

 

De acht samenvattende ‘tools & skills’ aan het slot van het boek zijn, naar mijn gevoel, daarentegen redelijk simpel en begrijpelijk, maar vooralsnog weinig instrumenteel of specifiek vakkundig: 1. Adopt a Flexible mindset; 2. Build self-awareness; 3. Acknowledge your bias; 4. Practise critical self-reflection; 5. Design by listening; 6. Put together diverse teams; 7. Create sense of community; 8. Start with education. Om in ieder geval aan dat laatste tegemoet te komen zal ik de meer dan 30 livecasts van de reeds verschenen DCFA-bijeenkomsten gaan terugzien (achter elkaar een volle werkweek van 40 uur) en wat boeken bestellen. Omdat die 40 aanbevolen boeken wat veel is, laat ik me in eerste instantie leiden door de suggesties van Lyongo Juliana en dus staan op mijn DCFA-wishlist: Sinan Çankaya, Mijn ontelbare identiteiten; Maurice Crul, Jens Schneider en Frans Lelie, Superdiversiteit; Massih Hutak, Jij hebt ons niet ontdekt, wij waren hier altijd al; Floor Milikowski, Van wie is de stad; David Sim, Soft City; en Robert Vuijsje, Maar waar kom je écht vandaan?

 

En vervolgens puur op titel en beschrijving: Gestalten/Space10, The Ideal City; Meike Schalk, Thérèse Kristiansson en Ramia Mazé, Feminist Futures of Spatial Practice; Liam Young, Planet City en tot slot van Stipo, Our City? Countering Exclusion in Public Space. Stipo is eén van de weinige min of meer traditionele planologisch/stedebouwkundige bureas waarvan een publicatie genoemd wordt. Bij BNSP ledenis Stipo  wellicht bekend van de BNSP-excursie  The City at Eye Level en van de (gratis) te downloaden publicatie De Stad op Ooghoogte in Nederland (2017). Ik hoop dat ik me vergis maar ik krijg de indruk dat noch bij de formulering van de blijkbaar acuut gevonden problemen, noch bij het begin van het zoeken naar oplossingen ervan leden/bureaus/instellingen van de BNSP in de frontlinie hebben gestaan. Behalve twee planologische academici schitteren onze beroepsgenoten door afwezigheid, vooral het ontbreken van spraakmakende stedebouwkundigen en praktijkgerichte planologen uit de wereld van de stedelijke overheid lijkt me zorgelijk. Hopelijk raakt het DCFA-essayboek na afloop van het tweejarig programma over een jaar meer aan ons werkterrein en zijn de, soms wat confronterende, denkbeelden vanuit het DCFA-programma meer in onze eigen activiteiten en werkzaamheden doorgedrongen. We’ll see.