Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


De omgevallen Boekenkast | WREED LONDON

5 juli 2017 Blog

 

Omdat de pond, na de zoveelste blunder van een Prime Minister van het Verenigd Koninkrijk, lekker laag stond en ik voor kleinkinderoppas toch in London moest zijn, heb ik mijn Britse boekencollectie weer wat kunnen aanvullen. Voor een deel met tweedehandse of antiquarische boekwerken en gedeeltelijk met nieuwere uitgaves. Wat dat laatste betreft vielen (mij) twee a drie zaken op: een hernieuwde aandacht voor (sociale) woningbouw en een herwaardering van de naoorlogse architectuur en stedebouw, met name van het brutalisme, waarschijnlijk één van de meest karakteristieke maar tevens ook meest gehate architectuurstromingen uit het Engeland van de 20e eeuw.

england post war

Zo verschenen in 2015 twee boeken van Elain Harwood (senior onderzoeker van de English Heritage, een soort geprivatiseerde Rijksdienst voor de Monumentenzorg) waarin sprake is  van een zekere erkenning van de sociaal-architectonische kwaliteiten van de na-oorlogse volkshuisvesting. Allereerst de derde, sterk gewijzigde druk van England’s Post-War Listed Buildings dat met een vuistdikke omvang van 23 x 22 x 5 cm ongeveer vier keer zo groot is als de editie uit 2000. Even omvangrijk is Space, Hope and Brutalism, English Architecture 1945-1975 waarin die eerste naoorlogse periode op encyclopedische wijze behandeld wordt.

space hope and brutalism

Vorig jaar november verscheen bij RIBA-publishing van Clare Nash Contemporary Vernacular Design; How British Housing Can Rediscover its Soul. Dit jaar verscheen eind april het boek ‘Social Housing – Definitions and Design Exemplars’ van Paul Karakusevic en Abigail Batchelor, als (zelfstandige) catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling van een vijfentwintigtal Europese woningbouwprojecten in The Architecture Gallery van het RIBA. Eveneens tot 28 mei was in The Architectural Space van the Royal Academy of Arts de tentoonstelling Futures Found; the Real and Imagined Cityscapes of Post-war Britain met de begeleidende publicatie Lost Futures; The Disappearing Architecture of Post-war Britain van Owen Hopkins. Op 28 juni was de boekpresentatie van Redefining Brutalism van Simon Henley (net als Clare Nash en Karakusevic directeur-eigenaar van een architectenbureau), waarin hij probeert “ to redefine the subject, to detoxify the term and to find relevance in the work, not just a cause for nostalgia”.

social housing

Maar deze (tot dan vooral academische) kwesties werden op 14 juni jongstleden op gruwelijke wijze in de realiteit van alledag getrokken door de desastreuze brand in de Grenfell-tower toen vele tientallen bewoners bij vol bewustzijn hun dood door verstikking of verbranding zagen aankomen. Na en naast de (meer dan terechte) felle kritiek op de lokale en nationale overheid die zowel faalden in de preventie van de ramp, als in de opvang van de slachtoffers ervan, kwamen twee zaken naar voren: de schrijnende (kwalitatieve en kwantitatieve) woningnood in London en de (deels raciaal getinte) minachting van de heersende klasse voor de leefwereld van de sociale onderklasse, al dan niet omschreven als ‘working class’, ‘working poor of ’urban poor’.

Tegelijk kwam in volle hevigheid weer de discussie over de ‘architectuur van de stad’ naar voren. Daarbij gaat het (op Rossiaanse wijze) zowel om de structuur van de stad zelf als om de vormgeving van de samenstellende bestanddelen. London is, meer nog dan andere anglo-saxische steden, sterk gesegregeerd. Zowel op het niveau van de metropool als op borough (zeg maar stadsdeel) niveau maar ook binnen buurten, zelfs in een straat of bouwblok woont arm en rijk vaak in elkaars directe nabijheid maar sociaal en fysiek strikt gescheiden. Soms doordat hele buurten met hekken en beveiligers tot ‘gated communities’ zijn gemaakt, soms doordat naast de hoofdingang van een gebouw met bemarmerde lobby met conciërge voor het (verplichte) deel ‘betaalbare’ woningen een aparte ingang (’the poor door’) is gemaakt.

Verder is sinds Thatcher en Blair, ondanks de vele uiterst luxueuze appartementengebouwen van de laatste jaren, collectieve woningbouw, zeker uit de jaren 60 en 70 weggezet als mislukte projecten van megalomane, eventueel utopisch gedreven, architecten en stadsontwikkelaars die geen oog hadden voor de wensen van de gewone man in de straat. Vergeten (of erger genegeerd) wordt dat die projecten, vaak ontworpen door de beste architecten en planners van die tijd, gericht waren op het bereikbaar maken van hoogwaardige woningen voor alle lagen van de bevolking en dat jaren van (soms moedwillige) verwaarlozing van de projecten geleid heeft tot een opeenstapeling van volkshuisvestelijke en bouwkundige problemen.

estates an intimate history

Ook het dumpen van de meest problematische bevolkingsgroepen in deze soms wat gecompliceerd vormgegeven complexen was niet bevorderlijk voor een goed leefklimaat. En zo werden ‘housing estates ‘ steeds meer geframed als plekken waar je vandaan moet trekken in plaats van er te willen wonen. Lynsey Hanley beschreef in Estates – An Intimate History al tien jaar geleden (en in de 2e druk van dit jaar nog eens uitgebreider) van binnenuit die ambivalente houding van de bewoners met betrekking tot de woning en de leefomgeving. Het wordt moeilijk om je te hechten aan je buurt wanneer die, door iemand als David Cameron, de vorige minister president, omschreven wordt als ‘sink estates’, waar misdaad gekweekt wordt en die maar het beste (zonder veel overheidssubsidie) gesloopt en vervangen kunnen worden.

Tegelijk kwam in volle hevigheid weer de discussie over de ‘architectuur van de stad’ naar voren. Daarbij gaat het (op Rossiaanse wijze) zowel om de structuur van de stad zelf als om de vormgeving van de samenstellende bestanddelen….

Soms worden niet alleen verloederde hoogbouwflats, maar ook heel geslaagde en prettig bewoonbare laagbouwwijken met sloop bedreigd omdat de dichtheid (vaak al meer dan 100 woningen/ha) te laag zou zijn en de opbrengsten van een nieuw plan voor een geheel andere bewonersklasse veel hoger zijn. Vanwege de gedwongen uitplaatsen van de bewoners naar meer perifere gebieden binnen Greater London wordt dit proces wel ‘social cleansing’ genoemd. Een perfide variant om probleemwijken en -gebouwen te elimineren is het tot architectonisch monument verklaren van een sociaal woningbouwcomplex, het (gewetensvol) restaureren en vervolgens vullen met kapitaalkrachtige stadsbewoners. In toenemende mate wordt ervoor gepleit om in de redengevende argumentatie van een monumentwaardig sociaal woningbouwproject (zoals Goldfingers Balfron Tower) juist die sociale component te garanderen; ook armere mensen mogen in een mooi gebouw wonen.

Maar deze (tot dan vooral academische) kwesties werden op 14 juni jongstleden op gruwelijke wijze in de realiteit van alledag getrokken door de desastreuze brand in de Grenfell-tower …

Wanneer sloop-nieuwbouw te rigoureus is, is één van de letterlijk en figuurlijk oppervlakkige manieren om het betonnige karakter van deze “concrete monstrosities” wat te verdoezelen het bekleden van de gevels. Deze ‘cladding’ heeft naast een esthetische vaak vooral een energiebesparende reden, maar lijkt (waarschijnlijk slecht uitgevoerd) de reden van de ongekend snel uitslaande brand in de Grenfell-tower te zijn geweest. In recente beschrijvingen wordt de toren (ontworpen en gebouwd rond 1970) ‘brutalistisch’ genoemd. Op de een of andere manier staat in Engeland naoorlogse woningbouw en moderne architectuur gelijk aan hoogbouw qua type en qua stijl aan brutalisme.

the new brutalism

Hoewel de term, gemunt door Rayner Banham in zijn essay in de Architectural Journal van 1955 en zijn gelijknamige (en antiquarisch meer dan € 200 kostend) boek The New Brutalism, Ethic or Aesthetic uit 1966, geen eenduidig architectuurstijl definieert, is het toch wel duidelijk dat de Grenfell-tower hooguit in zijn wat grof gearticuleerde circulatiestructuur bij de open onderbouw op verdiepingshoge poten wat brutalistische trekjes heeft. De toren zelf is eerder braaf dan confronterend in zijn materiaalgebruik en vormgeving en ik ben hem dan ook in geen enkele van de recente golf aan inventariserende websites en publicaties over het brutalisme tegengekomen. Zo ontbreekt hij op de Brutalist London Map van Henrietta Billings & Simon Phipps uit 2015 en in Brutal London uit 2016 van Simon Phipps.

brutalst london map

De onvolprezen Pevsner zegt in The Buildings of England – London 3: North West (Bridget Cherry & Nikolaus Pevsner 1991): “…a dismally amorphous mixed housing development dominated by an array of unloveble tower blocks. The Lancaster Road West Estate was planned for the borough by Clifford Wearden; the tower and three-finger block representing Phase 1 of a scheme that was to include a commercial centre and other ambitious housing developments. This plan was given up in favour of more humane domestic developments built in the 1980s…” Desondanks zal Grenfell, net als Ronan Point (zie Wikipedia) niet mogen ontbreken in die nog te verschijnen gids voor Londense sociale en collectieve woningbouw.