Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


De omgevallen boekenkast | virtuele realiteit

18 juni 2020 Blog

Door Tjerk Ruimschotel

Terwijl anders mijn maandelijkse google tijdlijnen zevenmijlslaarsachtige voetafdrukken vertonen, waren die van de maanden april en mei eerder die van een klein duimpje. De aanwijzingen van onze overheid opvolgend ben ik maar op één plaats geweest: thuis.

In de jaren zeventig baarde een architect enig opzien door een huis te ontwerpen zonder ramen, want, zo zei hij, op televisie zijn veel meer en mooiere dingen te zien dan de tuintjes en straten waar de bewoners anders op uit gekeken zouden hebben. En inderdaad waren op televisie, tablets en smartphones de afgelopen maanden veel meer dingen te zien geweest dan dat wat ik uit het raam kijkend zag. Zo ongeveer alle papieren en digitale tijdschriften, kranten en andere platforms hebben ons gevoed, overvloedig mag ik wel zeggen, met al dan niet gratis films en series die we nog moesten zien en wie niet kon wachten totdat we weer fysiek op vakantie mochten, kon de de ene na de andere virtuele reis maken door landschappen, steden en musea – eventueel gekoppeld aan de loopband of hometrainer. In plaats van domweg je balkon op en neer te marathonnen, kon je nu beweging en visuele ervaring koppelen. Dat deed me denken aan een extreem voorbeeld van ontsnappingsliteratuur dat ik ooit las. Ver voor de digitale virtuele realiteiten die ons nu voorgeschoteld worden, moest je je verbeelding gebruiken wanneer je een reisboek las of een atlas bestudeerde. In gedachten waande je je dan in andere landen, op de maan of twintigduizend mijl onder zee.

In het boek Albert Speer; His Battle with Truth van Gitta Sereny uit 1995, vertelt Hitlers architect en Minister van Bewapening hoe hij zijn dagelijkse wandelingetje op de binnenplaats van de gevangenis in Spandau zinvol probeerde te maken. Allereerst door in gedachten de 626 kilometer lange reis van Berlijn naar zijn vaderlijk huis te lopen. Binnen een half jaar had hij met een gemiddeld dagreis van 7 kilometer Heidelberg bereikt. Daar (denkbeeldig) aangekomen wilde Speer op een iets minder abstracte manier via Wenen richting Istanboel reizen en besloot een ‘Reis om de Wereld’ te maken. Tegen Sereny zegt hij: “Na de wandelingen voorbereid te hebben door kaarten, reisverhalen en kunstgeschiedenisboeken te bestuderen, richtte ik me in mijn fantasie op de verschillen in landschappen, rivieren, bloemen, planten, bomen en rotsen. In de steden waar ik doorheen kwam, dacht ik aan kerken, musea, grote gebouwen en kunstwerken ”.

Toen hij na twintig jaar vrijgelaten werd, had hij, naar eigen zeggen (in Speer in Spandau; dagboeken,1976) nauwgezet bijgehouden, 31.936 kilometers afgelegd en was hij iets ten zuiden van Guadalajara in Mexico uitgekomen. Of ook dit een verzinsel of verdraaiing is, is in wezen niet belangrijk.

Zoals Benjamin Tiven in zijn artikel Dear Catastrophe Architect; Albert Speer and the Garden of Spandau (verschenen in het Bidouin – Failurenummer van zomer 2007) aan geeft loopt Speer in Spandau niet naar de toekomst maar (her)beleeft hij voortdurend zijn verleden. Niven betoogt dat toen Speer lid werd van de nazipartij hij een wereldvreemde en mislukte architect was. Maar zó bedreven in het behagen van de Führer dat hij de toonaangevende architect in Duitsland werd zonder zijn studie echt af te ronden. Speers ‘Wanderjahre’, de reizen die je onderneemt als onderdeel van je vorming, kwam laat bij hem. In de gevangenis keerde Speer terug naar de basis van ons vak: lopen. De ordening van ruimte, fysiek of symbolisch, hangt af van het feit dat die ruimte wordt ervaren, afgebakend, in kaart gebracht en begrepen door een mens, aldus Tiven.

Dit deed me onwillekeurig terugdenken aan mijn eigen ‘Wanderjahre’, temeer omdat zeer onlangs bekend werd dat Christo op 84 jarige leeftijd was overleden. Een jaar voor mijn afstuderen kon ik een rondreis door de Verenigde Staten maken; beginnend in Boston en via Chicago, San Francisco, Los Angeles en New York weer naar huis. Verder ging de reis, vanzelfsprekend autorijdend, door oneindige landbouwgebieden en tijdloze monumentale natuurgebieden. Belangrijke tussenstop, of misschien wel einddoel, was het bezoek aan Running Fence, het 40 kilometerlange kunstwerk van 6 meter hoog gordijndoek dat Christo daar in het wat saaie landschap ten noorden van San Francisco tijdelijk bouwde. Maar dat in ontelbare foto’s, films, tijdschriften en boeken vastgelegd is, waaronder het tweestoeptegelsdikke Christo Running Fence in beperkte oplage (met stukje doek erbij) uitgegeven in 1978.

Onderweg kocht en las ik een bescheiden stapeltje boeken. In New York las ik, het toen net verschenen, monumentale, meer dan 1100 pagina’s dikke en terecht met een Pullitzerprijs bekroonde boek van Robert A. Caro The Power Broker; Robert Moses and the Fall of New York 1975.

Op weg naar Los Angeles uiteraard Los Angeles: The Architecture of Four Ecologies, uit 1971 van Reyner Banham, die schreef dat hij leerde autorijden om die stad te begrijpen.

Ook geestverruimend, ook a Pelican book en ook voorzien van een prachtige voorplaat was het boek Mental Maps uit 1974 van Peter Gould en Rodney White.

En natuurlijk ook de bestseller van die dagen Zen and the Art of Motorcycle Maintance; An Inquiry into Values, van Robert M. Pirsig uit 1973 over ‘The Fabulous Journey of a Man in search of Himself’.

Na die reis kon ik beginnen met de laatste fase van mijn studie. Ik schreef over de betekenis van de kunst van Christo voor architectuur en stedebouw in wonen-TA/BK van augustus 1977 onder andere het artikel Bijdrage aan bestrijding van een onbegrepen omgeving. Voor mij was de essentie van zijn werk dat de persoonlijke wens om iets te maken, alleen zin heeft wanneer dat door zo veel mogelijk mensen meebeleefd en begrepen kon worden. Als het leidt naar ‘een collectieve ervaring in ruimte en tijd’. Ik studeerde individueel af op een plan voor het bewoonbaar maken van het Eiland van Dordrecht voor een kwart miljoen mensen.

De Coronacrisis heeft niet alleen bepaalde dingen uitgesteld, daar komen we wel overheen. Sommige mensen zijn in de tussentijd overleden en of dat inpakken van de Arc de Triomphe nu nog doorgaat is onzeker. Maar wel de realiteit. De echte, geen digitale.