Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


De Omgevallen Boekenkast | Vergeetwoorden 2a Ruimtelijke Orde

20 mei 2019 Blog

Het is maar goed dat er binnen de BNSP geen extremistische trollen zitten (en ik niet op social media) want anders zou ik wel digitaal gecomplimenteerd/uitgescholden zijn geweest met/over mijn verlangen naar een Nationaal Plan voor de Ruimtelijke Orde van Nederland. Of er moeten geen lezers meer zijn die, al dan niet conform de Wet van Godwin, een link met de Tweede Wereldoorlog hebben kunnen maken. Immers in 1938 werd een staatscommissie ingesteld die moest nagaan in hoeverre de Woningwet van 1901 nog voldeed. Het eindrapport van de commissie-Frederiks verscheen eind april 1940 en stelde dat er behoefte was aan een nationale regeling of in de woorden van die tijd “een algemeen plan, dat de bestemming aangeeft van den Nederlandschen bodem en dat ten doel heeft een harmonische ontwikkeling van het oppervlak van ons vaderland langs vooraf uitgebakende lijnen te bevorderen”.

 

 

 

 

 

 

De Duitse bezetter besloot in medio mei 1941 een centrale organisatie voor de ruimtelijke ordening in te stellen. Dit werd de Rijksdienst voor het Nationale Plan, ondergebracht bij het departement van Binnenlandse Zaken.

Het is jammer dat het op zich prima idee voor een dergelijk plan voor het nationale territoir besmet is geraakt door de ordeningsdrift (“Ordnung muss sein”) van een bezettende macht en steeds meer uit het zicht verdween. In 1966 werd de RNP opgevolgd door de RPD, de Rijksplanologische Dienst, waarbij de van oorsprong heldere naam en taakstelling al begon te vervagen, wat doorgezet zou worden in respectievelijk het Ruimtelijk Planbureau dat de RPD in 2001 gedeeltelijk verving en wat sinds de samenvoeging in 2008 met het Milieu– en Natuurplanbureau het Planbureau voor de Leefomgeving is gaan heten. Ik heb geen flauw idee wat een planbureau is en bij leefomgeving vraag ik me altijd af hoe die gedefinieerd wordt? Want die omgeving is voor velen met buitenlandse familiebanden, handelsbetrekkingen en vakantie(huisje)s een behoorlijk weidser begrip dan wat in we binnen gemeentelijke, provinciale en nationale grenzen aanpakken. Desondanks pleit ik voor een Nationaal Plan.

Tegen degenen die mij, behalve planningsnostalgie en semantische heimwee ook boreale sympathieën zouden gaan verwijten, zou ik, juist in deze meimaand, nadrukkelijk willen zeggen dat ik nooit enige nationalistische, laat staan nationaalsocialistische denkbeelden heb omhelsd. Net als velen in de ruimtelijke ordening heb ik eerder geput uit het internationalistische sociaaldemocratische, romantisch-communistische gedachtengoed. Tegelijkertijd heb ik, als professional, steeds geprobeerd de relaties tussen de verschillende schaalniveaus en juridisch-geografische eenheden te leggen. Wat dat betreft is het jammer, juist in deze meimaand van Europese verkiezingen en Engelse Brixit-perikelen, dat de ruimte op Europees niveau, in eerste instantie gezien wordt als het gebied dat met grensbewaking moet worden afgeschermd van de rest van de wereld en in tweede instantie alleen terug komt in de Europese Economische Ruimte.

 

 

In mijn boekenkast is bedroevend weinig Europese ruimtelijke ordening te vinden. Naast het tweedelige standaardwerk De regie van de stad, Noord-Europese stedebouw 1900-2000 onder redactie van Koos Bosma en Helma Hellinga uit 1997, alleen de beide ooit in de ramsj aangeschafte Greetings from Europe; Landscape & Leisure geïnitieerd door Dirk Sijmons als Rijksadviseur voor het landschap uit 2008 en de dikke bundel Happy; Cities and Public Happiness in Post-War Europe geredigeerd in 2004 door Cor Wagenaar.

Uiteraard hebben veel van de stedebouwkundige overzichtswerken die ik heb een sterk (West-)Europees karakter. Een Pan-Europees perspectief, dus inclusief Centraal- en Oost-Europa vind ik alleen in mijn exemplaar van Hans Ibelings Europese architectuur vanaf 1890 uit 2011. Wat een veel te bescheiden titel is voor een boek dat meer dan een eeuw politiek-maatschappelijke en artistiek-wetenschappelijke ontwikkelingen bespreekt, aangeeft wat dat betekent voor de verschillende samenlevingen in ruimte en tijd en daar de nationale of liever gezegd regionale architectonische illustraties bij geeft.

Hoe belangrijk gelijktijdige identificatie met verschillende schaalniveaus is en hoe dat in de tijd (soms heel snel) kan veranderen was, juist in deze maand, zichtbaar in de support voor een lokale voetbalploeg. Twee dochters, geboren in Amsterdam maar wonend in Nijmegen en Londen verfden hun wangen en kinderen rood-wit, wat in een familie met twee Engelse schoonzonen (uit Londen) voor de nodige extra interne spanningen heeft gezorgd. De Bosatlas van Nederland; de canon van Nederland in kaarten en beelden heeft, althans in mijn editie van 2007 op pagina 390 een kaart met daarin het ‘marktgebied’ waaruit het merendeel van de supporters van de clubs in het betaald voetbal afkomstig is. Dit gebied is voor Ajax beperkt tot wat ooit de Stelling van Amsterdam was (zie De Stelling van Amsterdam, Harnas voor de hoofdstad, onder redactie van Paul Vesters, 2003), maar het lijkt me dat dit voor de afgelopen tijd uitgebreid zou kunnen worden tot minstens het gebied van de Nieuwe Hollandsche Waterlinie, misschien zelfs van de Vesting Holland, wat tegenwoordig de Randstad is. Maar deze steun veranderd natuurlijk nog meer zodra we winnen of wanneer ze verliezen of in de nationale competitie andere tegenstanders (dat wil zeggen andere steden) tegen komen.

Die lossige identificatie met plaatsgebonden fenomenen zoals lokale voetbalploegen, waarin overigens spelers uit de gehele wereld worden opgesteld, lijkt me een beter model dan de eng nationalistische denkbeelden die momenteel over de gehele wereld aan kracht lijken te winnen. Zo heeft ‘Europa’ ervoor gezorgd dat men zich in Noord-Ierland tot aan Brexit, zonder veel juridische poespas, laat staan sektarische burgeroorlogen, zowel Iers, Brits, Noord-Iers, Europeaan of wat dan ook kunnen voelen. En mijn Londense schoonzoon, wonend in Beckenham, Zuid-London, kan met mijn kleinzoon supporter zijn van de voetbalclub Tottenham Hotspurs, spelend in de Noord Londense wijk Tottenham in het White Hart Lane stadium, genoemd naar een stedebouwkundig interessante buurt uit de jaren dertig is, vergelijkbaar met Elinkwijk uit Utrecht en de Volewijck in Amsterdam.

 

 

Enkele jaren geleden verscheen in april 2014 als nummer 95 van het voetbaltijdschrift voor lezers Hard gras de special Het gras van Londen: langs de tempels van het oude profvoetbal. Hierin bezoekt schrijver Sjoerd Mossou de stadions van de Londense profclubs. Wat niet eenvoudig is omdat sommige historisch interessante clubs en/of stadia niet meer in de hoogste regionen opereren, verschillende clubs nogal van plek in de stad en plaats op de ranglijsten veranderd zijn en de grens van wat Londen genoemd wordt in de loop van de tijd ook nogal veranderd is. Gelukkig is er een jaarlijkse update op de website van Hidden London http://hidden-london.com/miscellany/football . Onder de titel The geography of London football: From the mammoths in the middle to the minnows on the margins wordt ook voor het seizoen 2018/2019 bijgehouden wie waar speelt in de zes voetbalklassen die in Londen gespeld worden.

Arsenal bijvoorbeeld verdween ooit uit de Zuidoost Londense garnizoenswijk Woolwich om naar het sjiekere Highbury te gaan. Daar is het oude Arsenal Stadium verbouwd tot up-market woningbouw rond een rechthoekig parkje en speelt Arsenal in een stadium vernoemd naar de luchtvaartmaatschappij uit de Verenigde Arabische Emiraten. Overigens is Chelsea in Russische en Liverpool in Amerikaanse handen.

In de huidige wereld met wisselende geografische identificaties en loyaliteiten is het niet onbegrijpelijk dat vier Engelse (waaronder drie Londense) mannenvoetbalploegen elkaar voor een Europese titelstrijd treffen in Madrid en Baku, de hoofdstad van Azerbeidzjan, dat de Champignons Leaguefinale voor vrouwen in Boedapest plaatsvindt tussen Barcelona (met onze Lieke Martens) en Olympique Lyon (met onze Shanice van de Sanden) en dat het Eurovisie Songfestival waaraan Australië wel en Oekraïne vanwege Rusland niet deelneemt, wordt gehouden in Tel Aviv in Israël.

Kennis van de historische geografie van dat land met zijn bewogen ontstaansgeschiedenis en twijfelachtig ruimtelijke ordeningsbeleid zou ons, hier, moeten inspireren tot een veel preciezer geformuleerd en vormgegeven visie op en besluitvorming voor de bestemming van de Nederlandse bodem in geopolitiek verband, bijvoorbeeld in een nationaal plan.