Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


De Omgevallen Boekenkast | Vergeetwoorden 2: Ruimtelijke ordening

18 april 2019 Blog BNSP

Door Tjerk Ruimschotel

Uiteraard heette de eerste nota over de ruimtelijke ordening van Nederland niet de Eerste Nota over de Ruimtelijke Ordening van Nederland, want ook midden twintigste eeuw kon men nog niet zo goed in de toekomst zien. Alleen literaire en academische schrijvers kunnen vooraf bedenken dat iets een eerste deel is van wat bijvoorbeeld een trilogie of twaalfdelig werk (in 26 banden) gaat worden.

In de ambtelijk-bestuurlijke wereld is dat anders. Aan het begin van mijn studietijd in Delft begreep ik van docenten en ouderejaars studenten dat de toen kersverse tweede nota ruimtelijke ordening uit 1966 een belangrijk plandocument was dat ons tot aan het jaar 2000 een raamwerk bood (de ‘blokjeskaart; ) voor de meest wenselijke ruimtelijke orde in en van ons land. Daarbij werd rekening gehouden met een groei naar twintig miljoen inwoners en een ongekende automobiliteit.

Enigszins teleurgesteld moest ik aan het eind van mijn studie constateren dat de omstandigheden blijkbaar zo snel veranderd waren dat we via een uitgebreid informatie- en inspraakproces midden jaren zeventig tot een derde nota ruimtelijke ordening moesten komen.

Wat ik me daar vooral van herinner is de grote hoeveelheid documenten (in die tijd nog gewoon analoog op papier) waarover we in allerlei lokale discussiegroepen moesten vergaderen. Ik ben bang dat die ergens in een nooit meer uitgepakte verhuisdoos liggen en dus niet handzaam in de boekenkast staan, zoals bijvoorbeeld de Tweede Nota als een boekje met mapje met drie kaarten. Toch heb ik het gevoel dat die derde nota te weinig professionele erkenning heeft gekregen als product van het denken in systemen, maar ook van het zoeken naar democratisch draagvlak en nadere beschouwing verdient.

Echter wie als leek, of als professional, de geschiedenis van het ruimtelijk beleid enigszins probeer te achterhalen, maar de afgelopen 60 jaar niet alle rijksnota’s bewaard heeft,  geen zin heeft allerlei academische handboeken aan te schaffen of universitaire bibliotheken te raadplegen, heeft een probleempje. Om te beginnen heeft Wikipedia weliswaar een artikel over een nota ruimtelijke ordening als beleidsvoornemen, maar dat is zeer summier. In feite niet meer dan een opsomming van de, volgens die informatiebron acht, tot nu toe verschenen nota’s: de Nota Westen des Lands (1958), de Eerste nota ruimtelijke ordening (1960), de Tweede nota ruimtelijke ordening (1966), de derde nota ruimtelijke ordening (1974), de Verstedelijkingsnota (1976), de Vierde nota ruimtelijke ordening (1988), de Vierde nota ruimtelijke ordening Extra (1992), en de Vijfde nota ruimtelijke ordening (2001). Los van het niet geheel correcte karakter van deze opsomming hebben alleen de Tweede, Vierde en Vierde Extra een eigen artikel, waar ook niet veel in staat. Opvallend is dat er geen enkele informatie is over het vigerende ruimtelijke beleid, neergelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van 2012), noch over de plannen voor een nieuw ruimtelijk ordeningsbeleid op nationaal niveau; de NOVI ofwel de Nationale Omgevingsvisie.

Eerder, op zoek naar een volkshuisvestelijk overzicht kwam ik al terecht op de website van de Canon Sociaal Werk , waar je eerst ‘Volkshuisvesting’ moet kiezen uit 14 thema’s, om vervolgens bij het jaartal ‘1966’ (één van de 25 vensters) onverwachts een artikel te kunnen openen getiteld ‘Het maakbare wonen en de ruimtelijke ordening’. Daarin wordt een aardig overzicht gegeven van de ruimtelijke ordening vanaf midden jaren zestig tot aan 2015. Interessanter is een link naar een pdf-je waarin een onbekende auteur ooit (z.j.) een overzicht geeft van de Eerste tot en met de Vijfde Nota. Ook aardig zijn de linken naar de in 2013 opgestelde Canon Ruimtelijke Ordening en het bijhorende RO-Calendarium, dat de SVIR nog wel meepakt. Ook wie rechtstreeks via de overheidswebsites wat meer informatie zoekt kan via wat intuïtieve muisklikken Canon en Calendarium bereiken.

Door die overzichtjes bedacht ik weer dat ik heel lang gedacht had dat er überhaupt geen eerste Nota Ruimtelijke Ordening was geweest ,maar dat die met terugwerkende kracht bestond uit de forse nota De ontwikkeling van het Westen des Lands van januari 1958 en het eerder in 1956 verschenen complementaire notaatje Het Westen en overig Nederland; ontwikkeling van de gebieden buiten het Westen. Maar in 1960 verscheen toch werkelijk de eerste echte, getiteld: Nota inzake de ruimtelijke ordening in Nederland. In de titel van de tweede werd het wat formele ’inzake’ vervangen door het wat vagere ‘over’ en bij de derde nota verdween zelfs ‘in Nederland’ uit de titel. De vierde, met als ondertitel Op weg naar 2015 kreeg eerst in 1992 een soort vervolg (Vierde nota over de ruimtelijke ordening Extra), die op zijn beurt in 1999 aangepast werd met de Actualisering vierde nota over de ruimtelijke ordening Extra. De vijfde nota, in 2001 gepubliceerd door minister Pronk, kreeg voor het eerst een programmatische titel: Ruimte maken, ruimte delen met als ondertitel Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening 2000/2010.

Een prachtig vormgegeven boekwerk dat mede daarom nog steeds antiquarisch verkrijgbaar is en vanaf de boekenplank van menig beleidsmaker zijn doorwerking niet heeft gemist. Echter in kleine lettertjes en ook nog eens onderbroken door een dubbele pagina kaartbeelden wordt de lezer geïnformeerd dat dit pas deel 1 (Kabinetsvisie) is van de planologische kernbeslissing (PKB), die vier stappen kent. Door de val begin 2002 van het kabinet Kok II (naar aanleiding van het rapport over de val van Srebrenica in 1995) is er nooit een deel 4 in de kamer vastgesteld. De werkelijke vijfde (of toch zesde) nota van Sybilla Dekker van het kabinet Balkenende II is pas in 2006, na vaststelling in Tweede en Eerste Kamer, definitief geworden.

Gestoken in een uiterst sober wit jasje met als titel, de nummerproblematiek ontwijkend, Nota ruimte; ruimte voor ontwikkeling wordt afstand genomen van een ambitieus ruimtelijk ordeningsbeleid op nationaal niveau en wordt naast bezuinigd ook veel gedelegeerd. Op de een of andere manier hebben we vervolgens als rijksbeleid geen nota’s over de ruimtelijke ordening meer vastgesteld maar in 2012 een ‘schets van de ambities van het Rijk’ gemaakt, vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, met de onuitsprekelijke afkorting SVIR als was het een Russische rivier.

 

En nu gaan we naar één visie voor het nationale omgevingsbeleid: de Nationale Omgevingsvisie ofwel NOVI wat Kroatisch is voor nieuw. En weer ontbreekt een bij voorkeur van rijkswege gestimuleerde dan wel gesubsidieerde poging het voorgaande beleid op aansprekende wijze te evalueren en publicabel te maken.

Het blijft dus behelpen en roept de vraag op wat het ontbreken in van een ordentelijke, d.w.z. geactualiseerde en systematisch opgezette categorie ruimtelijke ordening met allerlei goede ondercategorieën en artikelen in Wikipedia zegt over ons als beroepsgroep. In ieder geval dat de afdeling communicatie van het ministerie van Infra en Milieu alleen binnen zijn eigen informatiebubbel zit en ook niet wordt aangesproken om de verschillende Wikipedia-lemma’s een beetje bij te houden. Overigens lijkt het er ook op dat de beroepsgroepen zelf geen behoefte hebben aan het beter presenteren van (de actualiteit én geschiedenis van) hun beroepspraktijken, bijvoorbeeld via de beroepsverenigingen of onderwijsinstellingen. Wellicht een taakje voor al die planologische hoogleraren en docenten, al dan niet uitbesteed aan hun studenten?

Misschien hecht ik teveel aan heldere geschiedschrijving en klare taal bij taakomschrijvingen dat het me niet verbaasd heeft dat concrete beroepspraktijken als stedebouwkunde en ruimtelijke ordening verworden zijn tot beleidsmatige visies op aspecten van infrastructuur en ‘ruimte’, wat dat laatste ook mag zijn. En ik worstel nog met die naam voor die strategische overheidsvisie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie heeft volgens het ministerie ‘betrekking op alle terreinen van de leefomgeving en gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed’.

Zolang die visie niet voor de totale (sociale én fysieke) leefomgeving wordt opgesteld, maar alleen voor (een deel van) de ruimtelijke aspecten ervan zou het product, wat mij betreft eigenlijk gewoon een Nota over de Ruimtelijke Ordening van Nederland mogen blijven heten. Maar liever zonder rangtelwoord, gewoon met datum van vaststelling; 2020 bijvoorbeeld. In ieder geval niet met een pretentieus programmatische titel. Eigenlijk verlang ik, denk ik, gewoon weer terug naar het Nationale Plan.