Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


DE OMGEVALLEN BOEKENKAST | VERGEETWOORD 1: VOLKSHUISVESTING

21 februari 2019 Blog

Terwijl mijn vrouw in ons dorp aan Syrische vluchtelingen in het kader van hun inburgering de Nederlandse taal en onze lokale Kerst- en Oud & Nieuwviering probeerde uit te leggen, las ik in de NRC de verschillende afleveringen van een serie over de woningmarkt. Met onder meer de volgende titels: Wordt 2019 een beter jaar om een huis te kopen? en In je eentje huren in de woontoren, dat is de toekomst! Nou waren wij niet van plan om binnenkort alleen te zijn dus blijven we voorlopig maar domweg gelukkig in onze woonboerderij in het buitengebied. Maar ik moest wel denken aan de manier waarop we, als land/volk, onze huisvesting organiseren. En dan vooral aan de veranderingen in het denken en doen daaromtrent. Was de woningbouw ooit een belangrijk (deel)aspect van ons stedebouwkundig en planologisch handelen, thans lijkt ‘volkshuisvesting’ genomineerd te kunnen worden als ‘vergeetwoord’ van het zaterdagse radioprogramma de Taalstaat. Vergeetwoorden zijn ‘woorden uit vervlogen tijden, die vandaag de dag in de vergeethoek van de Nederlandse taal dreigen te raken … [maar] het verdienen om opnieuw omarmd te worden door sprekers, lezers en schrijvers.’ En professionals en politici denk ik dan daarbij.

Maar dan niet op de manier waarop de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties jaarlijks een zogeheten Staat van de Volkshuisvesting presenteert. Daarin wordt namelijk niet in de breedte gesproken over hoe en waar we vinden dat de bevolking gehuisvest kan en moet worden, maar wordt een stand van de woningmarkt gegeven. In de editie 2018 wordt allereerst een algemeen beeld geschetst van de belangrijkste ontwikkelingen voor huishoudens op de woningmarkt in relatie tot economische en demografische trends. Gevolgd door twee verdiepingsslagen over doorstroming op de woningmarkt en over gasloze nieuwbouw. Tevens is de jaarlijkse rapportage over de corporatiesector opgenomen, waar prestaties, financiën en toezicht en governance centraal staan. Kortom in plaats van een helder en concreet overheidsbeleid en –handelen, gaat het om wat morrelen aan de woningmarkt. Zorgde de staat ooit dat er (via subsidies, vergunningen, plannen, stimuleringsmaatregelen, chantage en omkoping) gewoon 100.000 woningen per jaar op de juiste plekken gebouwd werden, thans komt het ministerie met een Nationale Woonagenda 2018-2021. Een agenda!

 

Minister Ollongren zelf weet dat dit document vooral symbolisch moet worden gezien. “Met de woonagenda staan de neuzen dezelfde kant op en dit markeert de start van de intensivering van bestaande woningbouw”. De problemen op de woningmarkt zullen echter met de gepresenteerde plannen “niet als sneeuw voor de zon” verdwijnen, zou de bewindsvrouw gezegd hebben. Sterker het is slechts de start om (met Aedes, Bouwend Nederland, IVBN, IPO, NEPROM, NVB-Bouw, NVM, Unie van Waterschappen, Vastgoed Belang, Vereniging Eigen Huis en de Woonbond) de uitdagingen op de woningmarkt aan te pakken. Pikant was dat de VNG niet mee wilde werken en het ontgaat mij waarom waterschappen en makelaars wel mee mogen/moeten denken over de woningmarkt/volkshuisvesting maar planologen, volkshuisvesters en stedebouwkundigen niet. Misschien moet één van die hoogleraren volkshuisvesting, die we tot mijn verrassing nog hebben, eens de teloorgang van dat trotse emancipatieproject uit het begin van de 20e eeuw goed beschrijven, want in mijn boekenkast (noch op het wereldwijde web) heb ik dat overzicht nog niet kunnen vinden.

Wel vond ik van good old prof. dr. ir. Hugo Priemus zijn Bouwen & wonen: inleiding in de woningbouw en volkshuisvesting van bijna 50 jaar geleden (1970) verschenen bij, de inmiddels geprivatiseerde Staatsuitgeverij en uitgegeven in het kader van de televisie-cursus Bouwen en Wonen van de stichting Teleac, wat staat voor Televisie Academie. Uit de titel van Priemus’ boek blijkt al dat er een verschil is tussen woningbouw en volkshuisvesting. Eveneens uit die tijd heb ik Volkshuisvesting. Een bijdrage tot de geschiedenis van woningbouw en woningbouwbeleid Sunschrift 82. Nijmegen, SUN 1974 van de te vroeg overleden Jacques Nycolaas.

Uit de geschieden van de volkshuisvesting heb ik het prachtig vormgegeven en inhoudelijk onovertroffen Tuinsteden en volkshuisvesting in Nederland en Buitenland met beknopt overzicht van woningwetgeving en crisismaatregelen van G. Feenstra uitgegeven door Van Mantgem & De Does in 1920. En een brochure uit 1964 van het ooit zogeheten Ministerie van Volkshuisvesting simpelweg getiteld: De volkshuisvesting in Nederland.

De jaren tachtig waren een goede periode voor de volkshuisvesting of voor mijn boekenkoopmogelijkheden.

Het begon meteen in 1980 met nummer 173 van die fraaie vierkante Architectuur Sunschriften onder redactie van Cees Boekraad: Architectuur en volkshuisvesting; Nederland 1870-1940 verschenen bij de Socialistiese Uitgeverij Nijmegen onder redactie van Maristella Casciato, Franco Panzini en Sergio Polano met bijdragen van onder andere Herman van Bergeijk en Jacques Nycolaas.

De relatie tussen volkshuisvesting en stedebouw, met name rond de oprichting en vroege ontwikkeling van het Nederlandsch Instituut voor de Volkshuisvesting, het latere Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (NIROV) werd uitgebreid beschreven in de handelseditie van het proefschrift Voor volkshuisvesting en stedebouw  Uitgeverij Matrijs,1987, waar Peter de Ruijter in 1986 postuum op promoveerde. Bij leven promoveerde de Marieke Kuipers op de relatie tussen architectuur, bouwmateriaal en massa-woningbouw: Bouwen in beton – experimenten in de volkshuisvesting voor 1940 Staatsuitgeverij 1987.

Onder redactie van Liesbeth Bloeme, Wilma Greter, Marijke van Schendelen, Marijke Storm verscheen bij Uitgeverij SUA te Amsterdam 1988 Versteend beleid, volkshuisvesting in een geëmancipeerde samenleving waarin de meer politiek-culturele dimensie van de woningbouw werd beschreven. Eveneens in die context verschenen twee publicaties van de lokale politiek en bijhorende ambtenarij: Ottens, Egbert & Len de Klerk Volkshuisvesting – een kwestie van beschaving. Memorandum over de toekomst van de volkshuisvesting.

Diensten Volkshuisvesting Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Groningen, 1988, en onder redactie van de Werkgroep 5×5 (Adri Duivesteijn en anderen)Voorbij het gangbare: een pleidooi voor de kwaliteit van volkshuisvesting en stedebouw uitgegeven door De Balie in Amsterdam 1989,

Het decennium werd afgesloten met een eerder verschenen titel: Architectuur en volkshuisvesting; Woningraad Extra 47 onder redactie van Marjolein van der Tweel, Almere, 1989 kwartaaluitgave van de Nationale Woningraad; deze editie over de sociale, de technische en de esthetische dimensie van het woningontwerp.

In de jaren 90 kwam het NIROV met het Q-werkboek / Kwaliteit in de volkshuisvesting geredigeerd door Kees de Graaf en als afronding van een belangrijke periode in de Nederlandse ruimtelijke ordening verscheen het koffietafelboekdikke werk Met het oog op de omgeving. Een geschiedenis van de zorg voor de kwaliteit van de leefomgeving. Het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (1965-1995) van H.T. Siraa, A.J. van der Valk en W.L. Wissink W.L. bij SDU-Uitgevers Den Haag, 1995

 

De foto op de stofomslag van dit boek is illustratief voor de veranderingen van de afgelopen kwart eeuw: om te beginnen is het sociale woningbouwcomplex De Zwarte Madonna van Carel Weeber afgebroken om plaats te maken voor onder andere het Ministerie van Binnenlandse Zaken dat tegenwoordig over ‘wonen’ gaat. Dus woningen slopen ten behoeve van overheidskantoren. Verder is het gebouw van waaruit de foto genomen is niet meer het ‘VROM-gebouw’. Sinds juli 2017 zijn hier gevestigd: de ministeries van Buitenlandse Zaken (BZ) en Infrastructuur en Milieu (IenM), het hoofdkantoor en loket Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V).

Die laatste drie instellingen zouden in het oude Ministerie van VROM op zijn plaats geweest zijn: meer dan ooit gaat het bij de volkshuisvesting niet om de kwantiteit en zelfs niet de kwaliteit van de woningen op zich, maar vooral om de vraag (en het antwoord daarop) wie zich waar mag vestigen. In een Open Europa kunnen wij-Nederlanders ons overal ‘vrij vestigen’, maar de binnenlandse discussie over migranten, al dan niet vluchtelingen, wordt steeds meer er een over juridische en praktische manieren om mensen ‘buiten de deur’ te houden. In een globaliserende wereld is het ‘geboorterecht’ op een stuk grond een anachronisme.

Stedebouwkundigen en planologen zouden een bijdrage kunnen leveren aan een goede (her)huisvesting van de wereldbevolking wanneer ze creatieve oplossingen weten te verzinnen om (letterlijk) plaats te bieden aan al die grote groepen mensen die, al dan niet tijdelijk, op een andere plek zouden willen wonen dan waar ze nu zijn. Dan hoeven we ook niet steeds rare pardonregelingen te verzinnen en hoeven we ook niet meer steeds te bedenken welke groepen (mantelzorgers, mensen uit blijf-van-mijn-lijf-huizen, vergunninghouders, asielzoekers) al dan niet voorrang op de woningmarkt zouden moeten hebben. Aan het werk dus.

Tjerk Ruimschotel