Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


De Omgevallen Boekenkast: VENETIË

29 augustus 2016 Blog
De omgevallen boekenkast venice

Door: Tjerk Ruimschotel

Als voorbereiding op ons tweejaarlijkse familie-uitje naar Venetië, met als vakgerelateerd excuus het bezoek aan de Internationale Architectuurbiënnale heb ik maar weer eens mijn boeken op het Venetië-plankje in de Italië-kast bestudeerd. Dat wil zeggen vooral uitgezocht, doorgebladerd en opnieuw gerangschikt, want het begint al een aardige collectie boekwerken te worden, waarin zelfs verschillende subcategorieën te onderscheiden zijn.

DOB Presence of the pastAllereerst zijn er natuurlijk de catalogi van de biënnale zelf. De eerste tentoonstellingen waren nog niet volgens het huidige format van een thematische hoofdtentoonstelling met afzonderlijke landenpresentaties. Na enkele semi-officiële aanzetten in 1975 en 1979 was de eerste echte Venetiaanse architectuurbiënnale van 1980 gewijd aan het toen moderne Post-Modernisme. Van de verschillende edities (Italiaans, Frans en Engels) heb ik de Engelse versie getiteld The Presence of the Past ooit tweedehands aangeschaft. De catalogus van de tweede biënnale Architettura nei Paesi Islamici ontbreekt nog. Wel heb ik post-actief de drie jaar later verschenen twee delen van Progretti Venezia aangeschaft alsook de Italiaans-Nederlandse publicatie over Berlage (Hendrik Petrus Berlage Desegni –Tekeningen) waar de gehele 4e biënnale van 1986 aan was gewijd. Vanaf 1991 heb ik alle (niet steeds om het jaar georganiseerde) architectuurbiënnales bezocht, erover geschreven en de catalogi aangeschaft. Eerst verschenen in één deel, zoals die van de 5e biënnale simpelweg Quinta Mostra Internazionale di Architettura (1991) getiteld en de 6e (1996: Sensors of the Future; The Architect as Seismograph) maar na 2000, wanneer de biënnale eindelijk ook steeds tweejaarlijks gehouden wordt, in (minimaal) twee delen verschenen. Zo staan dan in verschillende formaten keurig in volgorde de centimeters dikke boekwerken over de 7e tot en met de 12e editie: Less Aesthetics, More Ethics (2000), Next (2002), Metamorph (2004), Cities (2006), People meet in Architecture (2010). Vervolgens het bescheiden eendelig werk gewijd aan de 13e biënnale Common Ground en dan de tweedelige catalogus (in één band) van Koolhaas Fundamentals van twee jaar geleden. Naast de catalogus verzorgde Koolhaas samen met Irma Boom een 15-delige serie boeken in cassette over de 15 elementen waaruit een gebouw bestaat en dus Elements of Architecture geheten, maar met € 168 te duur geprijsd om aan te schaffen. Minder prijzig, maar zijn doel als communicatiemiddel volledig voorbij schietend was de plastic koffer van 7 cm dik met daarin vijf boekwerken van zeer verschillend formaat horend bij de 11e biënnale van 2008 Out There; Architecture Beyond Building. Vanwege het buitenformaat van 33 x 36 cm (!) moet het koffertje op een aparte plek bewaard worden en valt hij een beetje buiten de verzamelde collectie en mijn aandacht.

“Toch zijn er, wat ons betreft maar weinig goede boeken over de historische stadsontwikkeling, de actuele ruimtelijke problematiek en/of moderne architectuur. Eigenlijk is alleen Auftritte Scenes (2002) van Alban Janson & Thorsten Bürklin de moeite waard”

DOB Aufritte ScenesNaast de biënnaleboeken zijn er natuurlijk de gebruikelijke Cantecleer-, Capitool- en Kompasgidsen voor kunst en architectuur, alsmede de vele historisch getinte persoonlijke reisverslagen en stadsbeschrijvingen. Terwijl ook nogal wat romans en detectives in de Lagunestad spelen. Er is wel eens opgemerkt dat er zoveel boeken over Venetië geschreven zijn dat je met één exemplaar van elk van die publicaties het Canal Grande kon dempen. Toch zijn er, wat ons betreft maar weinig goede boeken over de historische stadsontwikkeling, de actuele ruimtelijke problematiek en/of moderne architectuur. Eigenlijk is alleen Auftritte Scenes (2002) van Alban Janson & Thorsten Bürklin de moeite waard. Zoals de ondertitel Interactionen mit dem architektonischen Raum, die Campi Venedigs aangeeft, worden in dit monumentale boekwerk achttien van de ruim honderd, in de loop van de tijd organisch ontstane stads-, wijk- en buurtpleinen van de stad geanalyseerd op verschillende ruimtelijke aspecten die in het stadsontwerp aan de orde komen. In de uitgebreide bibliografie figureren echter slechts enkele werken over de stad Venetië zelf. En dan veelal over religieuze architectuur, zoals Berlage in 1880 in zijn Italiaanse reisherinneringen (uitgegeven in 2010) ook alleen maar over kerken rept. Uiteraard zijn er veel werken over Palladio, waaronder de nog altijd nauwelijks overtroffen Pinguïn-editie uit 1966 van James S. Ackerman Palladio. Sergio Los schreef voor Arsenale Editrice in 1995 over die andere Venetiaanse grootmeester Carlo Scarpa, an architectural guide. Iets eerder had Guido Zucconi voor dezelfde uitgeverij Venice, an architectural guide geschreven, waarin op een bescheiden wijze aandacht werd besteed aan moderne architectuur in deze enigszins ‘anti-moderne stad’. Ongewijzigd herdrukt in 2007 was dit toch jarenlang mijn favoriete gids voor Venetië totdat de onvolprezen uitgeverij DOM uit Berlijn rond de opening van de vorige biënnale kwam met een architectuurgids Venice; Buildings and Projects After 1950 Een indrukwekkende eigentijdse aanvulling op al die architectuurgidsen met voornamelijk klassieke architectuur. Via meer dan honderd gebouwen wordt onbekommerd aandacht besteed aan de modernste ontwikkelingen zoals de vele nieuwe woningbouwprojecten, de haventerminal voor cruiseschepen en relevante gebouwen op het vaste land. Ook worden vijftien nooit gerealiseerde projecten opgevoerd, waaronder het ontwerp van Le Corbusier voor een ziekenhuis, fraai beschreven in Le Corbusier’s Venice Hospital and the Mat Building Revival, 2001)

“Overigens toont Foscari dat het uiteindelijk toch niet zo erg is geweest dat Palladio het Dogenpaleis niet heeft mogen/kunnen verbouwen, want we zouden dat rare byzantijns getinte areligieus-gotische paleis dat er nog steeds staat wel missen…”

DOB unbuild veniceHoe belangrijk ongerealiseerde projecten voor de architectuur in het algemeen en voor de ontwikkeling van de betreffende architect zelf in het bijzonder zijn is aangetoond door Antonio Foscari in zijn beeldschone Andrea Palladio; Unbuilt Venice uit 2010. Overigens toont Foscari dat het uiteindelijk toch niet zo erg is geweest dat Palladio het Dogenpaleis niet heeft mogen/kunnen verbouwen, want we zouden dat rare byzantijns getinte areligieus-gotische paleis dat er nog steeds staat wel missen, wanneer het vervangen zou zijn geweest geworden door een gebouw dat we eerder aan de Weense Ringstrasse of op het Berlijnse Museuminsel vinden thuishoren. De eclectische eruditie en ruimtelijke scherpzinnigheid van Foscari wordt ook door zijn dochter Guila tentoongespreid in haar ter gelegenheid van de biënnale van 2014 verschenen Elements of Venice. In deze vuistdikke pocket behandelt ze niet alleen de ruimtelijke transformaties in en van de stad, maar ook koppelt ze dat op een associatief-wikipediaanse wijze aan de vijftien door curator Rem Koolhaas geïntroduceerde bouwkundige elementen, variërend van gevel, via trap, gang, vloer, hellingbaan, dak, plafond, deur, haard, raam en balkon naar muur. Niet eerder werd een stad in al zijn sociaal-economische en planologisch-ruimtelijke bestanddelen zo goed geanalyseerd en gepresenteerd. Een must voor elke Venetië-ganger, architect, stedebouwkundige en/of planoloog om uiteindelijk de stad zelf in al zijn geplande fysieke schoonheid én historische toevalligheden goed te kunnen lezen.

biennale

replies are closed