Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


De omgevallen boekenkast | Van A tot Z

20 september 2021 Blog

Door Tjerk Ruimschotel

Als voorbereiding op de recente BNSP-excursie naar Oosterwold in Almere deed ik wat ik altijd doe wanneer ik vakmatig (of op vakantie) een stad, plaats, streek of land bezoek: ik zoek op welke relevante boeken ik al in de boekenkast heb staan, kijk wat er op internet te vinden is qua informatie en boeksuggesties en bedenk welk boek of welke boeken ik in dat kader kan en mag aanschaffen. Zo wilde ik de al eerder door mij aanbevolen (maar zelf nog nooit gekochte) biografie van Dirk Frieling, één van de belangrijkste peetvaders van Almere aanschaffen. Helaas was het in 2016 bij nai010 uitgevers/publishers verschenen boek Hoe maken we een metropool? Over het denken en doen van Dirk Frieling nergens meer te krijgen, zelfs niet tweedehands.

Navraag bij de auteur (JaapJan Berg) leerde me dat het vanwege een onoverbrugbaar verschil van mening tussen auteur en uitgever en de begeleidingscommissie nooit uitgegeven was, hoewel Dirk al tien jaar geleden overleden is. En dat terwijl een boek over Teun Koolhaas, een andere peetvader van Almere, bij diens leven, weliswaar vlak voor zijn overlijden in 2007, verscheen : Teun Koolhaas; polderperspectieven en waterfronten van Remco van Diepen. Treurig is wel dat hij in de krant ‘Rems neef’ genoemd wordt, hoewel ook erkend werd dat Teun ‘meer invloed gehad heeft op het gezicht van Nederland dan zijn bekendere [jongere] neef’.

Maar om Oosterwold te begrijpen moeten we misschien een geheel andere lijn volgen dan de, op zich waardevolle en eigenlijk nog niet geheel afgeronde, geschiedschrijving vanuit de instituties. Het kan aan mijn aankoopbeleid liggen maar mijn meest recente boekwerk dat probeerde het verleden (en de toekomst!) van Almere inzichtelijk te maken dateert uit 2007. In de bundel Adolescent Almere. Hoe een stad wordt gemaakt (onder redactie van JaapJan Berg, Simon Franke en Arnold Reijndorp) wordt geprobeerd de stad vanuit drie gezichtskringen te analyseren en te overdenken: de ongekende groei van de stad vanuit een architectonisch, stedebouwkundig en planologisch perspectief, de afkeer van de ‘grootstedelijke elite’ voor de suburbane ‘huizenzee’ en de beleving van de Almeerse inwoners zelf.

De ongekende groei is periodiek (bij de zoveelste woning, bij jubilea of bij pensionering in zicht) beschreven leidend tot een aardig overzicht van de opeenvolgende ontwikkelingstendensen. In 1988 verscheen van  K.E. Nawijn Almere, hoe het begon; achtergronden, herinneringen en feiten uit de eerste ontwikkelingsjaren van Almere.

In 2001 verschenen vier boekwerken ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van Almere waarvan twee door Brans Stassen verzorgd: Peetvaders van Almere; Interviews met bestuurders en ontwerpers en Bedacht en gebouwd; 25 jaar Almere Stad. Rond 2007 was er weer een publicitair golfje: Jan de Vetter schreef Almere halverwege; een persoonlijke impressie van 30 jaar sociale woningbouw in Almere, Gé Huismans voerde de redactie over de Plannenatlas Almere; Chronologie van 30 jaar plannen in Almere en Brans Stassen publiceerde Het DNA van Almere met 16 interviews.

De grootstedelijke afkeer van de buitenwijk speelt al decennia, om niet te zeggen eeuwenlang, een rol in de receptie van nieuwe woongebieden. De oorspronkelijke achtergrond van het begrip suburb wordt weerspiegeld in de woonplaatsen van de financiële en intellectuele elites, hoog en droog in de bestaande monumentale stad of op de buitens op het zand, terwijl alle arbeiders- en nieuwbouwwijken in de lagergelegen, veelal venige of waterige, kant van de steden zijn gesitueerd. De Almeerse bewoners zelf komt er, ook in mijn bibliotheek wat magertjes van af, waar tegenover wel een imposante reeks van woon-experimenten staat. Weliswaar binnen de strakke kaders van de woningbouwproductie of het stedebouwkundig planconcept, dan wel gedoogd op reservaatachtige locaties voor ‘stadrandwonen’ zoals aan de Paradijsvogelweg. De oerplanoloog van Almere Han Wezenaar bepleit in zijn proefschrift Buiten Westen; planologie op avontuur aan de stadsrand uit 1994 dit soort stadsrandgebieden te integreren in nieuwe stadsuitbreiding.

Het lijkt er evenwel op dat, ooit begonnen als architectonische pseudo-zelfbouwwijkjes zoals de Fantasie en de Realiteit en via de eigenbouw-binnen-het-stedebouwkundig-kader van het Homeruskwartier, er nu een alomvattende vorm van stadsrand-eigenbouw ontwikkeld gaat worden in het gebied rond de Paradijsvogelweg: Oosterwold.

Met de radicale democratisering van het bouwen is ook de informatievoorziening gedemocratiseerd, dat wil zeggen digitaal toegankelijk gemaakt. Op de website Maak Oosterwold | Landschap van initiatieven wordt informatie gegeven over het project, over lopende initiatieven en word je in elf stappen door het Handboek Handboek Oosterwold | (maakoosterwold.nl) geloodst tot het wonen in Oosterwold.

In de rubriek ‘naslag’ kun je bladeren in de Ontwikkelingsvisie van de gemeentes Almere en Zeewolde uit 2012 Almere Oosterwold, Ontwikkelstrategie Land-Goed voor Initiatieven, de Intergemeentelijke Structuurvisie uit 2013 Structuurvisie en het bestemmingsplan (cf de Crisis- en herstelwet) uit 2015 voor het Almeerse deel van Oosterwold Chw bestemmingsplan Oosterwold.

De informatie uit die stukken, bij elkaar honderden traditionele pagina’s A4 (soms niet eens printbaar), is aan de ene kant overweldigend, maar aan de andere kant ook geruststellend in de naar volledigheid strevende regels uit het bestemmingsplan en de explicitering van de ambities en drijfveren van de planontwikkelaars. Op verschillende plaatsen wordt verwezen naar eerdere plannen in het Almeerse, naar de beweegredenen van wethouder Adri Duivesteijn en naar de door hem in 2008 geïntroduceerde Almere Principles; voor een ecologisch, sociaal en economisch duurzame toekomst van Almere 2030. Voor de belangstellende bezoeker is er evenwel nog geen handzaam informatieboekje of startpagina om Oosterwold in kort bestek te begrijpen.  En ik weet dat ik ooit zelf gezegd heb dat het niet juist is een woonomgeving als toerist te bezoeken, maar ik merk dat ik niet alleen uitzie naar de aangekondigde evaluatie van de huidige fase van het Oosterwold-experiment, maar eigenlijk ook naar een ambitieuze Gids voor de Stedebouwkundige en Volkshuisvestelijke ontwikkelingen van Almere. Het wordt tijd om de proeftuin die de Zuidweststad nu al meer dan 50 jaar is, typologisch goed te beschrijven (met beredeneerde bibliografie), te analyseren (in beeld en tekst) en te waarderen op onbevangen wijze. Het proefschrift van Petra Brouwer Van stad naar stedelijkheid is immers al twintig jaar oud en ze beschrijft, volgens de ondertiteling de planning en planconceptie van Lelystad en Almere van 1959 slechts tot 1974. Ik heb begrepen dat een andere auteur (Fred Feddes) nu bezig is met dat boek over denken en doen van Dirk Frieling onder de werktitel Samen Nederland maken. Daar wachten we dan nog maar op. Misschien dat JaapJan ondertussen tijd heeft die door mij zo gewenste gids samen te stellen. Ik kan toch niet steeds zelf alle informatie bijeengaren (of een boek gaan schrijven) wanneer ik een publicitair gemis constateer.

Excursie Oosterwold 2021-09-10, recht van overpad