Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


De omgevallen boekenkast | Stede-Bouwvak

14 juli 2021 Blog

Nu we, Corona/Covid-gewijs, weer op reis lijken te mogen gaan, zijn er, behalve het opzoeken en bijhouden van de verschillende en steeds veranderende reisbeperkingen per land, twee prangende vragen: waar gaan we, als stedebouwkundigen naar toe en wat nemen we als vakantievakliteratuur mee? Wat ons op de volgende vraag brengt: welke op ons vak gerichte informatiebronnen hebben we daarvoor? Ooit gingen we bijvoorbeeld en masse naar steden als Barcelona, Berlijn of Bilbao om daar de ontwikkelingen ter plekke en ‘life’ te ervaren. Blijkbaar was daar voldoende informatie over geweest om onze beslissingen collectief te sturen. Tijdschriften, boeken, congressen en periodieken van beroepsverenigingen speelden daarin een rol en ik heb eerlijk gezegd geen idee hoe dat tegenwoordig precies gaat.
Zelf heb ik me daarnaast een tijdje laten leiden door de aanwijzing tot Europese Culturele Hoofdstad wat vaak interessante stadregeneratieve projecten met zich meebracht. Maar zo langzamerhand is ‘Europa’ zo uitgestrekt geworden en worden steeds onbeduidender stadjes naar voren geschoven dat het niet bij te houden is. Verder was het voor ons min of meer vanzelfsprekend om elke twee jaar (met het gehele, uitbreidende en uitdijende, gezin) naar Venetië te gaan voor de Architectuurbiënnale, omdat daar ook altijd interessante stedebouwkundige zaken te zien waren. Maar, maar dit jaar hoeven we niet meer zo nodig naar de, net als de EK, een jaar uitgestelde biënnale, zelfs niet terwijl het thema ‘How we live’ is, wat toch een tamelijk fundamenteel relevante kwestie voor stedebouwkundigen is. Mogelijk spelen naast corona een opkomende vliegschaamte en terughoudendheid voor al te exotisch stedebouwtoerisme een rol bij onze keuze ook dit jaar lekker-weg-in-eigen-land te gaan, of net over de grens. Daarom heb ik de jaarboeken landschapsarchitectuur en stedenbouw van de afgelopen 3 jaar maar weer eens doorgeploegd. Ook jaarlijks verschijnend als nummer 4 van het blad Blauwe Kamer geven de jaarboeken een inspirerend bedoeld beeld van ‘Het Beste’ van de recente ontwerp- en realiseringspraktijk.

In het Jaarboek landschapsarchitectuur en stedenbouw in Nederland 2020 wordt daarnaast apart aandacht besteed aan de stad Zwolle in een essay met de intrigerende titel: Het geheim van Zwolle; de succesvolle stedenbouw van een provinciestad. Alleen jammer voor ons dat die succesvolle stedenbouw slecht summier aangeduid wordt en Zwolse projecten nauwelijks eerder in de jaarboeken verschenen. Van de 21 Jaarboek 2020-projecten bleken er negen een ontwerp te zijn, twee waren studies en één een tentoonstelling, zodat er 9 reisbestemmingen overbleven, waaronder Antwerpen, wat nogal vaak in de jaarboeken verschijnt.

In de boekenkast heb ik alleen een ongedateerde publicatie Antwerpen Ontwerpen, die in 1990 verscheen naar aanleiding van de manifestatie Stad aan de Stroom, niet te verwarren met Antwerpen Ontwerpen; Stadsontwikkeling in Antwerpen uit 2012, waarin een overzicht wordt gegeven “van onze belangrijkste ruimtelijke ambities en realisaties van de laatste jaren.”

Om me verder voor te bereiden op een stadsontwikkelingstripje naar onze zuiderburen heb ik de ‘vakpublicatie’ Stad van morgen, de vernieuwing van de stadsvernieuwing (2016) en de ‘inspiratienota’ Ruimte geven aan de stad van morgen (2018) gedownload. Met enig (digitaal) uitzoekwerk is voor deze bestemming een alomvattende reisgids te maken, dus die staat al op onze eigen bucketlist Eropuit in Nederland (en omgeving). Met Zwolle ben ik nog bezig wat niet meevalt: ondanks aankondigingen drie jaar geleden is bijvoorbeeld De Historische Atlas van Zwolle nog niet verschenen, wat jammer is omdat, anders dan de titel suggereert, in deze serie vaak ook ingegaan wordt op recente stedebouwkundige ontwikkelingen en ik graag succesvolle stedenbouw wil bezoeken.

De jaarboeken inventariserend blijkt het Jaarboek landschapsarchitectuur en stedenbouw in Nederland 2019 duidelijk pre-corona te zijn ontwikkeld: van de 21 projecten zijn er tien gerealiseerd en te bezoeken, ware het niet dat er vijf in het buitenland gesitueerd zijn, waaronder Rusland en Italië. Het Jaarboek landschapsarchitectuur en stedenbouw in Nederland 2018 is het meest reisopwekkend: zes van de 20 projecten zijn nog ontwerpen, maar van de 14 resterende gerealiseerde projecten ligt slechts één in het buitenland.

De grote steden Amsterdam, Rotterdam Den Haag en Utrecht nemen, zoals vaker een stevig aantal projecten voor hun rekening, maar Tilburg scoort met drie projecten dit keer zeer hoog. De afgelopen jaren is Tilburg onderwerp geweest van een aantal interessante publicaties: in 1986 verscheen wolstad in ombouw; de inzet van het stadsvormonderzoek bij de herstructurering van de oude stad in Tilburg van Rein Geurtsen, Maurits de Hoog en Sjoerd Cusveller, die zijn afstudeerwerk hierin opnam.

In 1987 bewerkte Hans Wijffels zijn afstudeerscriptie en -ontwerp tot Tilburg, stad zonder concept; bespiegelingen van 150 jaar stadsontwikkeling. In de jaren negentig werd aan de TU Eindhoven, samen met de gemeente Tilburg, een ruimtelijk onderzoek naar dat concept uitgevoerd, wat resulteerde in de publicaties Stadsvorm Tilburg, historische ontwikkeling; een methodisch morfologisch onderzoek (1993) Stadsvorm Tilburg, Ontwikkeling 1975-1995 (1995) en Stadsvorm Tilburg, stadsontwerp en beeldkwaliteit (1996).

Om te begrijpen hoe dit kloeke drieluik de stadsontwikkeling van Tilburg de afgelopen decennia heeft bepaald probeerde ik het in 2018 verschenen ‘cahier’ Verweven Stad van stadsarchitect Ludo Hermans te kopen, maar dat lijkt nergens te verkrijgen te zijn.

Het in 2001 verschenen boek Architectuur en stedenbouw in de gemeente Tilburg, 1850-1940 stopt zoals de titel al aangaf in de jaren 30. Misschien kan de bestelde Historische Atlas van Tilburg (2019) me verder helpen, ondertussen ga ik maar eerst, zonder verdere boekenkennis, naar het krimpdorp bij ons in de buurt met de vakantie-thuis-vierende naam Uithuizen, waar volgens het Jaarboek 2020 de centrumvernieuwing het dorp ‘klaar maakt voor de toekomst’.

Volgens de selectiecommissie was het “uitermate bijzonder dat gemeente en provincie zoveel geld vrijgemaakten voor de herinrichting van een dorpshart dat kampt met leegstand en bevolkingskrimp. Want eigenlijk krijg je er niks voor terug behalve een geluksgevoel.” Als dat geen omweg waard is, weet ik het niet.