Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


DE OMGEVALLEN BOEKENKAST | RIEK

11 april 2022 Blog BNSP

RIEK

Hoewel in de afgelopen maanden twee op de vrouw gerichte bouwkundige publicaties zijn verschenen die het alleszins de moeite waard waren om gelezen te worden (wat ik dus deed) ben ik nog lang niet tevreden. Om te beginnen zijn ook deze twee ‘vrouwenboeken’ door vrouwen geschreven en verder verschijnen er nog steeds veel meer uitgaves over niet-vrouwen dan over vrouwen. In 2021 bijvoorbeeld verschenen in Nederland monografische publicaties* over leven en werk van de volgende architecten, stedebouwkundigen en landschapsarchitecten: Piet Oudolf, Jan Sterenberg (waar ik zelf ooit ben begonnen), Nico de Jonge, H+N+S (Dick Hamhuis/JanDirk Hoekstra + Lodewijk van Nieuwenhuijze  + Dirk Sijmons), Herman Hertzberger, Granpré Molière, Dudok (2x), Eduard Cuypers, Bedaux de Brouwer en het architectenbureau Baanders van Hermanus Baanders, zijn twee zonen Herman en Jan en diens zoon Jan jr, opgetekend door (achter)kleinzoon Rudolf-Jan … en een monografie van/over Riek Bakker: één vrouw en zeventien mannen!

We zijn dus niet echt opgeschoten sinds Grada Wolffensperger ruim een eeuw geleden als eerste vrouwelijke bouwkundig ingenieur in Delft afstudeerde. Erica Smeets-Klokgieters promoveerde in januari jongstleden op een onderzoek naar de eenentwintig tot 1946 afgestudeerde vrouwelijke architecten onder de titel:  ‘Hulde aan onze kranige Architecte!’ De opkomst van de eerste vrouwelijke architecten van Nederland. Het proefschrift zelf is via wat digitale omwegen te vinden via de repository van de Universiteit van Utrecht: ‘Hulde aan onze kranige architecte!’ : De opkomst van de eerste vrouwelijke architecten van Nederland (uu.nl) en beschrijft op indringende wijze de moeizame beroepspraktijk en de, soms ook ontluisterende, persoonlijke geschiedenissen van die eerste vrouwelijke bouwkundig ingenieurs.

Daarentegen is de wel zeer succesvolle carrière van de in Boskoop afgestudeerde Riek Bakker onderwerp van de in december 2021 bij Boom verschenen publicatie De Ruimte van Riek, bouwend aan Nederland van de co-auteurs Margreet Fogteloo en Riek Bakker. In feite is het een (auto)biografie met negen chronologische hoofdstukken over Rieks leven (met soms Joop-ter-Heulachtige titels zoals Op eigen benen; Weer op eigen benen en Hoe nu verder?) gelardeerd met besprekingen van acht min of meer achtereenvolgende projecten: vanaf de Kop van Zuid in Rotterdam (midden jaren 80) , via het Utrecht City Project en de VINEX-locatie Leidsche Rijn, de Regio Groningen Assen, Piushaven in Tilburg, Schiedam Park A4 en Masterplan Soesterberg tot het recente Park Achterhoek in Winterswijk. Alle projecten zijn van na 1986 toen ze het door haar en Ank Bleeker in 1977 opgerichte bureau Bakker en Bleeker (het latere Bureau B+B) had verlaten.

Ook komt in een projecthoofdstuk de door Riek voorgezeten Adviescommissie Gebiedsontwikkeling aan de orde. Opvallend afwezig is haar hoogleraarschap in Eindhoven (1998-2001) waarvan ik graag gehoord zou hebben hoe zij op academische wijze over haar werk en het fenomeen gebiedsontwikkeling had gereflecteerd. Verder had ik, in het huidig tijdsgewricht van representatie en identificatie, meer willen weten over de door haar bewonderde vakmatige voorbeelden; al dan niet van het mannelijk/vrouwelijk geslacht of seksuele geaardheid. Ze noemt er geen. En Fred Zandvoort, waar ze ooit begonnen is, is zelfs uit de index verdwenen, hoewel zijn bureau wel genoemd wordt. Misschien iets voor de derde (!) druk. Wel leren we zoveel familieleden van Riek (en haar partner Katrien) kennen, dat ik af en toe een zelfgemaakte stamboom moest raadplegen om te begrijpen over wie het ging.

Het boek is een uitgebreid en fascinerend verslag van de manier waarop soms tamelijk persoonlijke, om niet te zeggen intieme, gebeurtenissen in iemands leven een weerslag hebben gehad op diens professionele werk. Het hoort (“koop dat boek en beluister de podcasts”) op de verplichte leeslijst van (aankomende en ervaren) stedebouwkundigen en planologen als bron van inspiratie en informatie, ondanks dat het als monografisch werk tekort schiet vanwege het ontbreken van een omvattend overzicht van werken en functies en van een ordentelijke bibliografie. Niet iedereen heeft de vuistdikke publicatie over het bureau B+B (Bureau B+B Stedebouw en landschapsarchitectuur; een collectief talent 1977-2010) uit 2010 in zijn/haar boekenkast. Of het ‘vriendenboek’ BVR NL Ruimte en regie, verschenen in 2004 ter gelegenheid van zo’n tien jaar BVR, het bureau dat Riek Bakker en Jaap Van Rijs oprichtten na Rieks Rotterdamse directeurschap, of de tien jaar daarvoor verschenen uitgave Riek Bakker; Ruimte voor verbeelding naar aanleiding van de haar toegekende (grote) Rotterdam-Maaskantprijs in 1994. Noch de tijd om een en ander samen te voegen terwijl Rieks leven-en-werk toch een prachtig promotie-onderwerp zou zijn, tevens passend in de huidige tendens naar meer ‘meerstemmigheid’ (vrouw, LHBTIQA+, niet-academisch) in de officiële geschiedschrijving, hoewel ze zich nooit een feministe noemde.

Overigens is het met de wel-academisch gevormde vrouwen, volgens Erica Smeets, ook niet altijd even makkelijk gegaan. Van de eenentwintig vooroorlogse afgestudeerden aan de TH-Delft en AvB-Amsterdam oefenden slecht dertien het beroep uit, vijf  in een nauwe samenwerking met een mannelijke echtgenoot, géén met een vrouwelijke partner/levensgezel. Zeven vrouwen maakten carrière bij de overheid als gemeente-architect, stedebouwkundige (Lotte Beese, Wil van den Broek d’Obrenan, Jacoba (Ko) Mulder), planoloog (Toot Strumphler) of door zich te specialiseren in gewapend betonconstructies bij de Genie, wat Riné Boerée deed. Slechts één vrouw (de ongehuwde Wil Jansen) slaagde erin een redelijk succesvolle eigen praktijk op te bouwen, met een beetje hulp van familie en vrienden. Ada Struyk trouwde met een befaamd stedebouwkundige (J.A. Kuiper) en werd onder andere politica, lid van de Raad voor de Volkshuisvesting, bestuurslid van de Rotterdamse afdeling van de Vereniging van Vrouwen met een Academische Opleiding en vicevoorzitter van de VrouwenAdviesCommissie.

Het lijkt me echter niet dat deze vooroorlogse vrouwen de rolmodellen zouden moeten zijn die we onze huidige en toekomstige vrouwen in de bouw willen voorhouden. Maar ook de carrière van Riek lijkt me niet het meest realistisch te presenteren toekomstbeeld, vanwege het toch wel unieke karakter van haar leven en werk. Natuurlijk is het goed wanneer vrouwen, net als mannen, ervan dromen om hoofd stadsontwikkeling van een van de vier grote steden te worden, of hoogleraar aan een Technische Universiteit. Maar net als mannen vaak genoegen moeten nemen met een minder iconische werkkring zouden vrouwen kennis moeten kunnen nemen van een breed palet van stedebouwkundige (en planologische) beroepsuitoefeningen.

Nu we op televisie via het vermakelijke programma ‘Vrouwen die bouwen’ getuige kunnen zijn van de verder alledaagse werkzaamheden van een dwarsdoorsnede van de vrouwelijke werkers op de bouwplaats, zouden we, wat mij betreft ook en vooral via de boekdrukkunst, moeten kunnen horen van het dagelijkse werk dat door vrouwen gedaan wordt op particuliere stedebouwkundige en planologische bureaus en binnen de overheidsdiensten. Ik kijk dan ook met buitengewoon veel belangstelling uit naar het nieuwe project van uitgeverij nai010. Onder de titel Vrouwen in Architectuur wil men “de ontbrekende stemmen van vrouwen belichten en bijdragen aan een completere architectuurgeschiedenis en het heersende narratief breder, inclusiever en daarmee rijker en vitaler maken.” Ik hoop daarbij dat in die geschiedenis in ieder geval de stedebouwkundig discipline meegenomen wordt, hoewel het reflectieve planologische werk ook niet onbelangrijk is voor een goed begrip van het werken in en aan de gebouwde omgeving.

Verder neem ik aan dat nai010 ook een inventariserend bibliografisch onderzoek heeft laten verrichten naar het aandeel boeken over vrouwen in de (stede-)bouw dat ze de afgelopen tijd hebben uitgegeven om te bezien hoe de achterstand moet worden ingelopen. Hun voornemen elk jaar één publicatie aan de reeks over ‘ontbrekende stemmen’ toe te voegen loopt vooralsnog niet over van ambitie, gelet op de tientallen boeken die per jaar worden uitgeven. Hopelijk nemen andere uitgeverijen de uitdaging aan om ook iets zorgvuldiger naar hun eigen publicatie-beleid te kijken en kan ik in een volgende blog een betere publicitaire vrouw/man-verhouding melden dan de huidige, schamele en beschamende, één op zeventien.

Tjerk Ruimschotel

* Noel Kingsbury, Piet Oudolf/Hummelo, HL Books; Michiel Kruidenier, Architect Jan Sterenberg en het bouwen in de jaren ’80, nai010; Yvonne Horsten-van Santen, Luisterrijk cultuurlandschap; Nico de Jonge, landschapsarchitect, blauwdruk; Marieke Berkers e.a., denken, doen, laten; drie decennia sleutelen aan het landschap, H+N+S Landschap, blauwdruk; Christien Brinkgreve, De ruimte van Herman Hertzberger, Atlas Contact; Sjettie Bruins, M.J. Granpré Molière; Architectuur en stedenbouw als beroep en als culturele opdracht in de 20ste eeuw, Barkhuis; Iwan Baan, Dudok by Iwan Baan, nai010/Dudok Architectuur Centrum; Herman van Bergeijck, De stadsopbouw en stedenbouw van W.M. Dudok, uitgever Rode Haring; Constant van Nispen, Eduard Cuypers; architect met een eigen koers, Verloren; Hans Ibelings e.a. Bedaux de Brouwer Architecten, The Architecture Observer; Rudolf-Jan Baanders, Architectenbureau Baanders; van Jugendstil naar modernisme, De Onderste Steen.