Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


De omgevallen boekenkast | Reisherinneringen

17 september 2018 Blog

Toen ik deze zomer, op het schaduwrijke terras voor ons Toscaanse familievakantiehuisje (met uitzicht op Il Palagio, het biodynamische landgoed van Sting) weer eens begon met de Italiaanse Reisherinneringen van Berlage (1856-1934)terwijl de rest van (klein)kinderen en aanhang een tochtje maakten, wist ik al snel waarom ik het boek ook de vorige Italiaanse vakanties niet had uitgelezen: het is een bijzonder saai boekwerk, dat ons op geen enkele manier inzicht biedt in de bijzonderheden van deze Grand Tour zelf, noch van de invloed die deze reis moet hebben gehad op het latere werk van de toen 24 jarige bouwmeester in de dop.

Het boek is gedeeltelijk een langdradige opsomming van de verschillende kerken die in de verschillende steden bezocht zijn en gedeeltelijk een nogal stereotiepe om niet te zeggen clichématige beschrijving van het ‘dagelijkse leven’. Het is volstrekt onduidelijk waarom deze reisherinneringen in 2010 (dus 130 jaar na de reis en 66 jaar na het overlijden van Neerlands meest overschatte architect slash stedenbouwkundige moesten worden uitgegeven en dan nog wel bij Uitgeverij 010, bezorgd en ingeleid door Herman van Bergeijk.

Een jaar later zou Herman (weer bij 010) wel een relevant boek over een reis van Berlage schrijven (Berlage en Nederlands-Indië; ‘Een innerlijke drang naar het schoone land’) want daarin gaat het om een ervaren, zeventigjarige, bouwmeester die zich buigt over een aantal (stede)bouwkundige problemen van die tijd, waaronder die van een ‘inheemsche’ bouwstijl in een koloniale situatie. In het boekje over de Italiaanse reis van Berlage wordt eigenlijk alleen het (misschien wel terecht nooit eerder uitgegeven) reisverslag in extenso gepubliceerd, voorzien van een kort voorwoord. In het boekje over de reis van Berlage naar Indië wordt daarentegen uitgebreid ingegaan op de aanleiding van de reis, het gissen naar het ware doel van de reis en de verschillende (buitengewoon goed betaalde) min of meer informele opdrachten die Berlage ontving voor adviezen over de monumentenzorg en de stadsuitbreiding van Batavia (thans Jakarta). In de bijlagen, die meer dan de helft van het boekje uitmaken, zijn verschillende brieven, rapportages en verslagen van voordrachten opgenomen. Het reisverslag zelf moet de lezer van Berlage en Nederlands-Indië er maar zelf bij halen.

Midden jaren tachtig kocht ik, in het kader van een jaar durende studiereis naar Indonesië, Berlages Mijn Indische Reis; gedachten over cultuur en kunst met 36 reproducties naar teekeningen van den schrijver uiteraard uitgegeven bij W.L & J. Brusse’s Uitgeversmaatschappij in 1931, acht jaar na de reis zelf. In die tussentijd zou hij nog een uitbreidingsplan voor de stad Groningen maken. Driekwart eeuw later zelf werkend in Stad moest ik, dat plan bestuderend, denken aan de Haagse directeur Gemeentewerken die het Plan-Berlage voor Den Haag van 1908 gekarakteriseerd zou hebben als: ‘Gelukkig slechts een Toekomstbeeld, want de werkelijkheid zal er geheel anders uit gaan zien’. Begin jaren negentig verscheen een relatiegeschenkachtige verzameldoos op LP-formaat met 46 van de minstens 54 door Berlage gemaakte reistekeningen en een inleidende en toelichtende brochure van Joris Molenaar: De Indische reis van H.P. Berlage.

Waarom Van Bergeijk niet ook een boekje over de reis van Berlage naar de Verenigde Staten heeft verzorgd is mij niet duidelijk. Ook Berlages Amerikaanse Reisherinneringen, twee jaar na de reis van 1911 verschenen, heb ik in de kast, op de plank Americana want aangeschaft toen ik in september 2007 mee mocht op de studiereis naar Amerika van het in 2012 opgeheven Fonds voor Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst.

Van eerdere studiereizen van het Fonds BKVB had ik al Expeditie L.A (1995) waarin de 18 deelnemers in een tijdschriftachtige publicatie op elk eigen wijze verslag deden van hun impressies en bevindingen. Ons reisverslag verscheen, na de dagelijkse aflevering ervan in een weblog op de site van het fonds, echter in een, door Irma Boon vormgegeven, 927 pagina’s dik ‘telefoonboek’ met 6.536 afbeeldingen. Acht van die afbeeldingen werden gebruikt om de twee edities (een Nederlandstalige en een Engels-Amerikaanse) elk 4 verschillende omslagen te geven. Van Bladeren door het Amerikaanse landschap; een index van boeken en beelden (NAi Uitgevers 2009) heb ik die vier exemplaren die alleen in de foto op de omslag verschillen. Van Reading the American landscape; an Index of Books and Images heb ik er slechts één en wel die met de American diner van Chief Yellow Horse in de woestijn op de cover. Gelukkig hebben we momenteel nog maar vijf kleinkinderen en kan ik ze elk één boek nalaten, met daarin het artikel Drosscape; God’s Own Junkyard Revisited; Learning from Landscapes van hun grootvader.  Maar wanneer dat aantal verandert moet ik toch eens achter die exemplaren met andere omslagen aan.

Tjerk Ruimschotel

PS: Maar het mooiste stedebouwkundige reisverslag blijft, sinds ik dat eind jaren tachtig kocht, voor mij toch het in 1986 door Barber van de Pol vertaalde boek De autonauten van de kosmosnelweg; of een tijdloze reis Parijs-Marseille van Julio Cortazar en Carol Dunlop. In dit oorspronkelijk in 1983 verschenen boek Los autonautas de la cosmopista; viaje attemporel Paris-Marsella doen Cortazar en Dunlop op pseudo-wetenschappelijke, minutieus-gedocumenteerde en ontroerend-hilarische wijze verslag van hun tocht op de Autoroute du Sud.

Ze doen er drieëndertig dagen over, want ze verlaten de weg geen enkele maal en bezoeken alle parkeerplaatsen onderweg en slapen steeds op de tweede parkeerplaats die ze die dag aandoen. Soms rijden ze maar 30 kilometer per dag. Tegen de achtergrond van de ernstige ziekte van Carol is de reis en het verslag daarvan niet alleen een liefdevolle beschrijving van de bijzonderheid van de alledaagse banaliteit van de snelwegomgeving, maar ook en vooral een metafoor voor het leven zelf.

Na enkele herdrukken verdween het boek uit de aandacht en was het tientallen jaren vrijwel nergens meer te krijgen. In 2014 kreeg het boek van Meulenhoff een tweede leven nadat Charlotte Mutsaers in De Wereld Draait Door een hartstochtelijk pleidooi voor het boek had gehouden. Soms heb je als boekbespreker toch enige invloed, denk ik dan.