Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


De Omgevallen Boekenkast: Oorlog & Vrede

29 september 2016 Blog
de-omgevallen-boekenkast-oorlogenvrede

Door: Tjerk Ruimschotel

De tropisch aandoende nazomer begint op zijn eind te lopen, de bladeren beginnen te vallen, de dagen worden zichtbaar korter. En hoewel het Jaar van het Boek nog niet ten einde is heeft het volk gestemd over het meest belangrijke boek, dat ondanks of dankzij de toenemende ontkerkelijking en islamisering, de Bijbel is. Op twee Het achterhuis en direct daarna In de Ban van de Ring. Hoe gek wil je het hebben! Los daarvan heeft de PTT, zoals ik PostNL blijf noemen (op voorstel van een naar werk hengelende grafisch ontwerper) een serie zegels uitgebracht met de tien belangrijkste boeken volgens de KB (Koninklijke Bibliotheek). Naast de onvermijdelijke Anne Frank zien we op postzegelformaat afbeeldingen van, volgens mij, volstrekt onbekende werken als Der Naturen bloeme uit 1266 (!) van Jacob van Maerlant, Karel van Manders Schilder-Boeck (1604), Spinoza’s postume werk Opera posthuma uit 1677 en de Chassidische legenden uit de Tweede Oorlogsjaren van H. N. Werkman. De Mei van Gorter (1889) kent iedereen van naam, maar niemand heeft het gelezen net zomin als het 80-jarig boekwerkje Oom Jan leert zijn neefje schaken van o.a. Max Euwe. Gelukkig hebben wij wel Turks fruit en De schippers van de Kameleon in de boekenkast.

“op de een of andere manier zijn we voor het brede publiek weinig relevant”

Tegen beter weten had ik gehoopt op een uitverkiezing van een meer op ons vakgebied en werkterrein toegespitst boekwerk. Maar op de een of andere manier zijn we voor het brede publiek weinig relevant en het schiet natuurlijk ook niet op wanneer we ons bijvoorbeeld op de recente Architectuurbiënnale van Venetië (Reporting from the Front) wel op pretentieuze wijze presenteren met een expositie, maar daar geen goede papieren publicatie van maken. Iets wat onze, ook in Venetië, zuiderburen de Belgen wel steeds doen. Alleen de abonnees van Volume (een niet bij iedere stedebouwkundige of planoloog op de deurmat ploffend periodiek) konden via nummer 2 van dit jaar een ingevoegde brochure over de Nederlandse bijdrage getiteld BLUE lezen, voor zover dat door grafisch toepasselijk geachte blauwe waas over tekst en foto’s mogelijk was. Het Biënnale-thema tamelijk letterlijk nemend, deed Malkit Shoshanreporting-from-the-front (auteur van de fenomenale en prijswinnende Atlas of The Conflict Israel-Palestine 2010) verslag van een soort onderzoek naar de mogelijkheden om de ruimtelijk gevolgen van een UN-interventiemacht op voorhand te ontwerpen. Enigszins moralistisch werd geopperd dat na vertrek van de militairen de restanten van de basis een bijdrage zouden moeten leveren aan de verstedelijkingsproblematiek van de bevolking ter plekke.

Dit lijkt lovenswaardig maar ik vrees dat hiermee niet alleen de militaire efficiëntie in het gedrang komt, maar ook dat aan de op zich al niet eenvoudige taak om een goed functionerend kampement te ontwerpen nu extra en soms wellicht ook tegenstrijdige programma’s en verwachtingen worden toegevoegd. Nog los van het toch wel weer wat aanmatigend ontwerpersdenkbeeld dat je via het ontwerp de toekomst voor anderen kunt bepalen, leidt dit idee tot een verhoogd risico op ontwerpfouten voor zoals de UN-missie als ten opzichte van de lokale bevolking. Per slot is het al heel moeilijk om in een actuele situatie een goed ontwerp te maken, laat staan voor een nog geheel onbekende toekomst. De ontwerpers van onze Oud dan wel Nieuw Nederlandse Vestingwerken van de 16e en 17e eeuw hebben zich nooit kunnen realiseren dat om te beginnen die verdedigingswerken ooit (na de Vestingwet van 1874) overbodig zouden worden, terwijl ze er al helemaal geen rekening mee hielden dat er laat negentiende-eeuwse programma’s als ziekenhuizen, brandweerkazernes, gasfabrieken en schouwburgen op gesitueerd zouden moeten kunnen worden. En er werd zeker niet gedacht aan het latere recreatief gebruik van de stadswallen, zoals beschreven in Bolwerken als stadsparken; Nederlandse stadswandelingen in de 19e en 20e eeuw van Elisabeth Cremers, Fred Kaaij en Clemens M. Steenbergen uit 1981

“…tijd de veiligheidsdimensie die na de stadspoorten, stadswallen, stellingen en linies steeds verder uit het dagelijks leven verdween, weer in onze ontwerpen voor de gebouwde omgeving te betrekken.”

Aan de andere kant is het misschien wel eens tijd de veiligheidsdimensie die na de stadspoorten, stadswallen, stellingen en linies steeds verder uit het dagelijks leven verdween, weer in onze ontwerpen voor de gebouwde omgeving te betrekken. Niet als een overdreven reactie op een stelletje vervelende (wat al te snel als straatterrorist bestempelde) hangjongeren en treitervloggers. En ook niet om alsnog Oscar Newman (Defensible Space; Crime Prevention Through Urban Design, 1973) en Alice Coleman (Utopia on Trial, 1985) gelijk te geven, want dat hebben ze niet. Maar om op verantwoorde wijze de verschillende risico’s op het terrein van de volksgezondheid, volkshuisvesting, massatransport en-recreatie, het milieu en klimaat, de terrorismedreigingen en politieke instabiliteit in beeld te brengen en in onze probleemoplossende ontwerpen te verwerken. De actuele globalisering van conflicten leidt tot een bepaalde mate van militarisering van onze particuliere lokale situatie, variërend van ons huis, werkplek, publieke gebouwen tot de door ons gebruikte transportmiddelen en -knoopunten.

“De architectuur van oorlog & vrede is niet langer het domein van militairen buiten dienst en donateurs van de Stichting Menno van Coehoorn.”

boekblogDe architectuur van oorlog & vrede is niet langer het domein van militairen buiten dienst en donateurs van de Stichting Menno van Coehoorn, uitgever van overzichtswerken als verschanste schoonheid; een verrassende ontdekkingstocht langs historische verdedigingswerken in Nederland uit 1977 en Vesting, vier eeuwen vestingbouw in Nederland 1982 of academici die genieten van proefschriften als  ‘Papiere Bolwercken’; De introductie van de Italiaanse stede- en vestingbouw in de Nederlanden (1540-1609) en het gebruik van tekeningen, 1991. Noch van voorvechters van een meer prominente plaats voor ‘militaire constructies’ binnen het domein van de Architectuur, zoals Keith Mallory en Arvid Ottar die in 1973 The Architecture of War samenstelden, leidend tot een op zich waardevol maar ook wat waardenvrije typologie en morfologie van Het Duitse Fortificatie-ontwerp 1935-1945 van R. Rolf uit 1985.

Ook de meer landschappelijke en dus sneller feitelijk en in gedachten gedemilitariseerde objecten als de Oude en Nieuwe Hollandsche Waterlinies inclusief de Stelling van Amsterdam zijn onderwerp van cultuurhistorische beschrijving en recreatief herontwerp geworden in onder meer De Stelling van Amsterdam, harnas voor de hoofdstad 2003, Strategisch laagland; digitale atlas Nieuwe Hollandse Waterlinie 2007 en de Atlas Nieuwe Hollandse Waterlinie 2009, maar hebben weinig betekenis voor onze ruimtelijke veiligheidsaspecten van vandaag de dag.

“Zonder direct deze (en vele andere) publicaties op Marktplaats te zetten, zullen we om een beetje bij de tijd te blijven onze boekenkasten drastisch moeten aanvullen met relevante nieuwe vakliteratuur. ”

Zonder direct deze (en vele andere) publicaties op Marktplaats te zetten, zullen we om een beetje bij de tijd te blijven onze boekenkasten drastisch moeten aanvullen met relevante nieuwe vakliteratuur. Ik ben al begonnen met het samenstellen van een ‘wishlist’, zoals een verlanglijstje tegenwoordig heet; gelukkig komen de feestdagen eraan.

 

vesting