Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


De omgevallen boekenkast | NOVI TIJD

19 februari 2020 Blog
Door Tjerk Ruimschotel

Een congres is vaak als een klus in het huishouden: voordat je eraan kan beginnen moet je altijd eerst wat anders doen; het duurt altijd langer dan je vooraf dacht en er komt altijd wat van achter weg. De BNSP/NVTL-Jaardag 2020 was niet veel anders: om in Amsterdam te komen moest je extra vroeg op om de dagelijkse files te overwinnen en in te gaan op de omrijvoorstellen die de tomtom deed om de incidentele ongelukken met bijhorende vertragingen te vermijden.

Verder had ik me, zoals vaker, vooraf ingelezen in het onderwerp en de sprekers om een soort programma-mapje samen te stellen. Het strakke tijdschema van de dag zelf werd door de kordate leiding van Guido Wallagh echter gewoon gehaald, maar de inhoud van het besprokene was, althans bij mij, weer aanleiding om de boekenkast te raadplegen, de boekwinkel nog eens aan te doen en het internet te doorzoeken.

Vooruitlopend op een verslag van de dag en tussen de voorbereiding van een buitenlandse studiereis door heb ik me aan het impliciete én expliciete huiswerk gezet dat door de sprekers in meer of mindere mate werd gegeven.

Het begon wat vaag rond doel en reikwijdte van de Novi, de Nationale Omgevingsvisie. Zeker omdat Emiel Reiding aangaf dat de ‘februari-brief’ waarschijnlijk pas in maart zal verschijnen en er nog flink gesleuteld gaat worden aan de keuzes die gemaakt moeten worden. Verder krijg ik niet de indruk dat ondanks jaren werk en een campagne om pers, publiek en professionals erbij te betrekken het een onderwerp is dat gauw trending gaat worden in het ruimtelijke laat staan nationale debat.

Anders is dat met het plan/onderzoek/kaartbeeld van ‘Wageningen’’ voor Een natuurlijkere toekomst voor Nederland in 2010 dat door Bertram de Rooij in sneltreinvaart werd gepresenteerd en dat ondertussen ook al breed uitgemeten is in de dagbladpers en zelfs de Linda en Geenstijl haalde. De reden waarom dit wel een veelbesproken aansprekend en –lokkelijk toekomstbeeld was werd niet geheel beantwoord, maar zou kunnen liggen in het apolitieke, groene karakter ervan, waar niemand tegen kan zijn en wat juist vanwege de nadruk op de (denkend aan Holland) brede rivieren een nieuwe nationaal waterwerk zou kunnen worden.

Han Meyer beschrijft in zijn De staat van de delta; waterwerken, stadsontwikkeling en natievorming in Nederland uit 2016 hoe de Zuiderzeewerken, en het Deltaplan voorboden en voorbeelden kunnen zijn voor een eigentijdse metropoolvorming in een adaptieve delta. Zelf haal ik uit het boek dat natievorming en ruimtelijke orde altijd het resultaat waren van besluitvorming die steeds politieke keuzes inhield.

In de tweedelige publicatie Nieuw Nederland; onderwerp van ontwerp uit 1987 van de stichting Nederland Nu Als Ontwerp bijvoorbeeld werden verschillende toekomsten geschetst van verschillende Nederlanden, afhankelijk van de gekozen ruimtelijke strategie; Zorgvuldig, Dynamisch, Kritisch of Ontspannen – nauwelijks bedekte pseudoniemen voor de politiek van het CDA, de VVD, de PvdA en D66, de toenmalige hoofdstromingen in het politieke landschap.

Het betoog van Co Verdaas is uitgebreider na te lezen in zijn downloadbare oratie Gebiedsontwikkeling; de paradox van het paradijs uit 2019, maar bleef, hoe waardevol ook, naar mijn smaak toch nog iets teveel hangen in het wetenschappelijk schetsen van de verschillende opgaves en de veranderende context waarin we aan ons ‘paradijs’ moeten blijven sleutelen, zonder aan te geven dat het uiteindelijk toch gaat om het nemen van politieke keuzes in een maatschappelijke situatie.

Uiteraard had ik voor onze jaardag het essay Een stad van komen en gaan/Cities of Coming and Going van Michelle Provoost en Wouter Vanstiphout in Blauwe Kamer Jaarboek 2015 weer eens gelezen, en misschien moet ik toch ook hun, medio 2019 gelanceerde, boek A City of Coming and Going aanschaffen.

Misschien meteen ook het in 2016 verschenen tweedelige Migropolis; Venice – Atlas of a Global Situation van Wolfgang Scheppe en de IUAV Class on Politics of Representation dat eveneens de migratie- en toerisme problematiek aan de orde stelt, zeker nu het afgeprijsd is.

Het verhaal van Povoost ging echter vooral over de (ook door de anderen genoemde) opgave van 1 miljoen woningen de komende tijd en zij refereerde aan eerdere opgaves van soortgelijke omvang die keer op keer verbonden waren met een breed maatschappelijk gedeelde visie op de meest wenselijke vorm van samenleven. De Wederopbouw-, de Groeikernen- en de Vinexoperatie waren, elk op eigen wijze, instrumenteel in de manier waarop we onze eenheidsstaat wensten vorm te geven en letterlijk welke plaats het wonen daarin had. Op de een of andere manier mis ik, met haar, de nodige regie, richting en inspiratie op rijksniveau en vanuit de voor onze beroepsuitoefening essentiële instituten op het terrein van onderwijs, reflectie en stimulering. Vooral nu met een ‘vlottende bevolking van komen en gaan’ uit verschillende delen van de wereld en met nieuwe vormen van wisselende identiteiten en (tijdelijke) loyaliteiten met landen en culturen. Te veel en vaak wordt gezegd dat de oude tijden niet meer terug komen, maar ik vind het een beetje raar om in een tijd waarin van rijkswege allerlei ,ons rakende, maatregelen afgekondigd worden (van ophokplicht, via rook- en boerkaverbod, tot snelheidsverlaging en verzekeringsverplichting) te moeten horen dat de nationale ruimtelijke orde niet meer door de nationale ruimtelijke overheid geordend zou kunnen of mogen worden.

Voordat we inhoudelijk in kunnen gaan op de oproep, die Jacqueline Tellinga namens BNSP en NVTL deed om mee te denken over de toekomstige wijk voor een samenleving van merendeels niet-gezinshuishoudens, leek het mij raadzaam de evaluaties van de vorige grootscheepse woningbouwprogramma’s en –projecten en de daaraan gekoppelde ontwerpstudies en prijsvragen nog eens goed op een rijtje te zetten.

Een eerste greep: uiteraard het boek van H.T. Siraa over Een miljoen nieuwe woningen; de rol van de rijksoverheid bij wederopbouw, volkshuisvesting, bouwnijverheid en ruimtelijke ordening (1940-1963), maar ook In Holland staat een huis uit 1995, waarin Adriaan Geuze/West 8 voorafgaand aan de ambitie 800.000 woningen te bouwen een fotografische analyse maakt van de suburbane woonwijken uit de voorliggende periode.

Een jaar eerder was verschenen: Ontwerpen aan Holland … ; inspirerende schetsen en projecten voor het wonen in de 21ste eeuw van de nationale Woningraad (NWR) en Stichting Architecten Onderzoek Wonen en Woonomgeving (STAWON). Een jaar later zou verschijnen Ontwerpen voor Nederland; een nieuw programma voor het stedelijk landschap in de 21ste eeuw van de stichting Ontwerpen voor Nederland, gevolgd in 1998 door De vrije ruimte; nieuwe strategieën voor de ruimtelijke ordening van dezelfde stichting en zo ging het nog een tijdje door.

Momenteel speelt de prijsvraag Panorama Lokaal, een initiatief van het College van Rijksadviseurs, waarin gezocht wordt naar oplossingen voor de problematiek van woonwijken aan de stadsranden. Kortom er is genoeg werk aan de winkel. Maar voordat we, zoals gesuggereerd werd op de BNSP/NVTL-Jaardag, de ‘woonwijk’ als sociaal-ruimtelijk fenomeen bij de vuilnisbak zetten en het alleen maar over multifunctionele ‘leefwijken’ gaan hebben, is het goed te bedenken dat in 1987 Niek de Boer en Donald Lambert 40 jaar naoorlogse Nederlandse stedebouw konden karakteriseren via een analyse en karakterisering van woonwijken in hun Woonwijken; Nederlandse stedebouw 1945-1985. Ook dit is zo’n boekwerk waarvan ik hoop dat er ooit (in dit geval dus in 2027) een vervolgdeel van wordt verzorgd; in dit geval dus over de periode 1985-2025. Een volgende keer daarover meer.