Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


De omgevallen boekenkast | Metropool

8 april 2017 Blog

In mijn blog van februari beloofde ik op de inhoud van het recent verschenen boek De toekomst van de stad; een pleidooi voor de metropool van Zef Hemel nader in te gaan. Om maar meteen met de deur der conclusies in het huis van de recensie te vallen: het boek is tegelijkertijd stimulerend, enthousiasmerend, verwarrend, warrig, onevenwichtig, belerend, irriterend en roept meer vragen op dan het zegt te beantwoorden, maar ook (en misschien wel juist daardoor) uitnodigend tot verdere reflectie, kennisopbouw, tegenspraak en eigen meningsvorming.

Maar eigenlijk is het niet ‘het boek’ dat deze eigenschappen heeft, maar het gehele samenspel van gedachtes en meningen, argumentatie en kennisoverdracht van de auteur dat aldus getypeerd moet worden. Waar in het vervolg over het boek of de publicatie gesproken wordt gaat het dus, wat mij betreft, om datgene wat Zef Hemel in deze vorm aan het papier heeft toevertrouwd. Het boek zelf heeft alleen de gebruikelijke fysieke productspecificaties als omvang (274 pagina), formaat (16 x 211 x 136 mm), gewicht, (329 gram), papiersoort, lettertype, typografie, omslag en datum van verschijnen (augustus 2016).

…Maar eigenlijk is het niet ‘het boek’ dat deze eigenschappen heeft, maar het gehele samenspel van gedachtes en meningen, argumentatie en kennisoverdracht van de auteur dat aldus getypeerd moet worden….

Maar waar het begrip ‘het boek’ door mij gebruikt wordt als compacte omschrijving van alles waar het in het boek feitelijke en inhoudelijk over gaat, praat Zef over ‘de stad’ alsof het om een eenduidig fenomeen gaat, in plaats van over die vrijwel onontwarbare kluwen van fysieke elementen waarbinnen mensen hun leven leiden en/of aan de instandhouding en transformatie van (onderdelen) van die kluwen werken.

japan-217882__480

In de paragraaf ‘Planners begrijpen steden niet’ stelt Hemel, zonder meer: “Steden zijn trots, hebben een ziel, zijn jaloers, kopiëren elkaar. Steden lijken op mensen.” Dat begrijp ik inderdaad niet. Als stedebouwkundig heb ik zelf, als ambtenaar, particulier adviseur, maar ook als, al dan niet boze, bewoner, steeds gedacht dat alles in de stad (en op het platteland) het (al dan niet bedoelde) ruimtelijk resultaat is van ontelbare beslissingen door burgers en bestuurders in de loop van de tijd genomen. En niet ‘vanzelf’ gegroeid is. En al helemaal niet omdat “steden hele intelligente organismen zijn die groeien en complexer worden onder bepaalde omstandigheden.”

Echter; terwijl Hemel dit letterlijk meent, komt hij in de inleiding, na kort zijn boek te hebben samengevat, al tot de volgens mij tegenovergestelde, maar, zoals hij zelf zegt ‘verrassende conclusie’ dat in de mensen de oplossing schuilt: “Burgers moeten actief worden geraadpleegd, gehoord, gemobiliseerd, vrijgemaakt, geïnspireerd, in staat gesteld maatschappelijk te ondernemen. Hoe meer burgers zeggenschap krijgen over hun leefomgeving, hoe beter het systeem zichzelf bestuurt. Voor mij is dat de kern van de moderne planologie.”

Jane Jacobs

 

Hoe hij daartoe gekomen is vraagt vervolgens meer dan 200 pagina’s en voert ons door de geschiedenis van de ontwikkeling van steden en over de gehele wereld. Ik zal proberen, in grote lijnen het betoog van het boek volgend, mijn commentaar te geven.

Wat allereerst opvalt, is dat Zef die burgers, waar hij alle heil van verwacht, niet serieus lijkt te nemen. Op de allereerste bladzij neemt hij ze al de maat: “Gek dat de meeste Nederlanders nog steeds denken dat je in een middelgrote stad beter af bent dan in een echte metropool. Vraag aan een Nederlander of hij in een miljoenenstad zou willen wonen en hij zal je vol afgrijzen in de ogen staren. Hij zal zeggen dat hij tevreden is met Zutphen, Almere of Sittard. Amsterdam of Rotterdam vindt hij eigenlijk al te groot. Volgens mij berust dit op een misverstand. Grote steden zijn namelijk beter, de allergrootste zelfs het beste wat deze wereld aan mensen te bieden heeft.”

Zonder verdere argumentatie of onderbouwing volgt dan: “Ze maken mensen vrij en ze zullen de wereld redden. Maar veel Nederlanders lijken die boodschap niet te willen horen”. Het is alsof je een Jehova’s Getuige hoort in plaats van een wetenschapper die in de praktijk gepokt en gemazeld is.

Waarom heeft Hemel dit boek eigenlijk geschreven?

Allereerst omdat hij zelf ervaren heeft dat grote steden door hun complexiteit en gevarieerdheid de meeste mogelijkheden en de meeste kansen op werk en persoonlijke ontwikkeling bieden. In zijn eigen woorden: “Ik heb het zelf ervaren. Grote steden bieden de beste context voor mensen om te bloeien, de controle van de staat is er geringer. Grootstedelijkheid maakt vrij.” Nog los van de vraag of het wenselijk is dat ergens onze wetten en regels minder gehandhaafd worden, weet ik, uit eigen ervaring, dat je aan het eind van een doodlopend landweggetje en aan de rand van een natuurgebied ook behoorlijk vrij kunt zijn.

Een tweede reden is zijn wens om, zonder iemand een grote stad te willen opdringen, toch “ergens in Nederland een echte grote diverse stad [te laten] ontstaan. Sta het toe.” Hoewel dit op zich een legitiem verlangen is, blijft onduidelijk waarom er per se in onze toch vrij kleine natiestaat Nederland een metropool moet komen, terwijl we daar in de afgelopen duizend jaar stadsontwikkeling in Nederland duidelijk nooit voor gekozen hebben of er aan toe gekomen zijn. Dat het anders kan bewijst Australië, dat behalve een continent ook een (wat wonderlijk tot stand gekomen) land is met ongeveer evenveel inwoners als Nederland maar met een stuk of vier miljoenensteden, met, weet ik uit eigen ervaring, aantrekkelijke metropolitaine kwaliteiten. Maar wij zijn een land van vele kleine, en middelgrote steden en voor degenen die zo nodig korter of langer in een metropool willen leven, wonen of werken zijn Londen, Brussel, Parijs en Berlijn toch redelijk nabij?

…Nog los van de vraag of het wenselijk is dat ergens onze wetten en regels minder gehandhaafd worden, weet ik, uit eigen ervaring, dat je aan het eind van een doodlopend landweggetje en aan de rand van een natuurgebied ook behoorlijk vrij kunt zijn….

Maar de belangrijkste reden, denk ik, voor Zef Hemel om te pleiten voor de metropool is zijn afkeer van Nederland en de Nederlandse ruimtelijke orde, zoals we die om ons heen zien: “Nederland mag geen doorsneeland worden, laat staan verworden tot een lappendeken van steden en stadjes, omcirkeld door asfalt en beton en afgewisseld door megastallen, golfcourses, outlet centers, kassen en dozen – door sommigen een metropool genoemd, maar in feite de overtreffende trap van een saaie, energievretende, monotone buitenwijk. Daarom dit boek.”

grand_paris_metropole_douce_lin180309_dalin

In deze volzin zien we, wat we in het gehele boek terugzien, namelijk dat in een ogenschijnlijk logische argumentatie een aantal wonderlijke en soms zelfs tegenstrijdige gedachtesprongen zitten die het begrijpen van wat Hemel nu precies wil betogen behoorlijk in de weg zitten.

Ik, althans, begrijp eigenlijk niet waarom Nederland geen gewoon doorsneeland zou mogen zijn, al zou ik niet weten wat dat was. Ook snap ik niet wat zo vreselijk is aan die lappendeken van steden en stadjes etc, zeker niet wanneer ik die, uit eigen ervaring, beleef als een complex conglomeraat van historisch gegroeide, planmatig gemodificeerde ruimtelijk zeer gevarieerde woon-, werk en vrije tijdsmilieus. Dat lijkt me trouwens eerder het tegenovergestelde dan de overtreffende trap van een saaie (al dan niet energievretende, monotone) buitenwijk

Ik heb het gevoel dat Hemel hier refereert aan het begrip ‘Tapijtmetropool’ dat in 1989 door Willem Jan Neutelings geïntroduceerd werd in een gelijknamige studie voor de gemeente Den Haag. Als stedebouwkundig ambtenaar mocht ik toentertijd opdrachtgever voor en ontvanger van die prikkelend kijk op de complexiteit en gevarieerdheid van de versplinterde stad in Nederland zijn.

Tapijtmetropool Neutelings Riedijk architcten, 1989
Tapijtmetropool Neutelings Riedijk, 1989

Ik verzeker Hemel dat die visie op de nieuwe sociaal-ruimtelijke organisatie van de stedelijkheid, voor mij althans, een enorme emancipatoire kracht geeft aan het onbevangen kunnen én moeten waarderen van al die ruimtelijke elementen en fragmenten als “megastallen, golfcourses, outlet centers, kassen en dozen” die niet begrepen kunnen worden in een traditionele architectonisch-stedebouwkundige esthetica.

De frustratie van Zef Hemel speelt juist nu omdat Nederland in zijn ogen “hopeloos achterop is geraakt als het gaat om het bieden van grootstedelijkheid”. Na het hele naoorlogse ruimtelijk ordeningsbeleid een “ernstige vergissing” te hebben genoemd en te vrezen dat het toekomstig beleid zal plaatsvinden in “een golf van verstandsverbijstering”, verdriet het Zef dat “het beste wat steden te bieden hebben – grootstedelijkheid, een grootstedelijke diensteneconomie – in dit mengelmoesje grotendeels verloren gaat of zelfs ontbreekt. Om dat duidelijk te maken en er een alternatief tegenover te stellen was volgens Hemel een essay niet voldoende (noch een intreerede), maar een boek waarin grote steden centraal staan en waarin de volgende vragen beantwoord worden: “Wat zijn steden? Hoe werken ze? Hoe groeien ze. Wat kunnen ze ons bieden? En hoe ontstaat grootstedelijkheid?”

In een volgend blog zullen we kijken of het Hemel lukt hier bevredigende antwoorden op te geven.

wordt vervolgd….

 

BLOG | OMGEVALLEN BOEKENKAST | METROPOOL Reacties van Paul Rijnaarts en Tjerk Ruimschotel

11 april 2017 00.52

Beste Tjerk

Zelden ben ik het met je eens, vanwege je enigszins op Nederland gerichte en daardoor in internationaal verband tekort schietende vertogen over stedenbouw en planologie. Maar je kritiek op “De toekomst van de stad” is moedig en te loven. Want velen, waaronder Zef Hemel schieten in een aantal analyses tekort. We zullen veel meer rekening moeten houden met het verschijnsel “vlottende bevolking”.  Zeeland is leeg, maar in de zomer stampvol.  De Amsterdamse regio telt overdag drie keer zoveel mensen als volgens de bevolkingsstatistiek. Allerlei nutsvoorzieningen en dus ook lokale belastingen worden op de verkeerde getallen gebaseerd. Steden worden rijk, als daar eens mee gerekend wordt.

Het wordt tijd in te zien dat er interne en externe comuting cities zijn.  Londen, Los Angeles, San Francisco Bay Area, Parijs, Berlijn, Warshaw, Moskou, Madrid, Milaan, New York, Shanghai, Bejing, veel Indiase metropolen, Mexico City, Sao Paulo, Buenos Aeres, Istanbul, Teheran, Cairo, Johannisburg, Melbourne, Sydney, Jabotabek, Tokyo, Yokohama, Parijs, etc. het zijn allemaal megasteden met een intern comuting profiel.  Dat wil zeggen dat je normalerwijze die gebieden niet binnen 24 uur kunt verlaten, en dat gedurende dag en nacht het aantal inwoners  ongeveer gelijk is en veelal onwaarschijnlijk groot. Die megasteden moeten hun inwoners ook veel bieden, o.a. grote tot park omgebouwde landschappen, intern dan wel aan de rand.

Iets anders zijn de externe comuting cities. Die hebben vaak relatief kleine inwonertallen, maar zijn overdag vaak twee tot drie keer zo groot dan in de nachtelijke uren. Voorbeelden daarvan zijn de noordelijke en zuidelijke Randstadvleugels, de Frankfurt-Wiesbaden Regio, München, Basel, Nürnberg, Copenhagen, Malmö, Stockholm, Oslo, Dublin, Manchester, Birmingham, Barcelona, Rome, Turijn, Lyon, Chicago, veel Amerikaanse en Canadese steden, Sint Petersburg, Hanoi, Taipei, Bangkok, Wenen, Boedapest, Boekarest, Athene, etc.

Singapore, Hong Kong en Macao zijn meer stadsstaten en  in deze beide rijen uitzondering.

Als je voor die externe comuting cities metropoolvorming gaat nastreven ben je op de verkeerde weg. Er zijn zoveel historische redenen dat het is zoals het is dat er geen kunstgrepen mogelijk zijn om tot metropoolvorming te komen; bovendien ontbreekt de ratio om dat ook te willen.

Conclusie: Zef Hemel slaat de plank mis, maar jouw kritiek ook; die valt weer terug op de Hollandse pietepeuterigheid, waar terecht ook een einde aan moet komen. Een extra schep op de stedelijke regiovorming, zou ik zeggen, en verder weg met al die kunstmatige decentralisatie uit het Joop den Uyl- en zgn. overloop-tijdperk.

Met vriendelijke groet,

Paul Rijnaarts

NB: In dit betoog heb ik een groot aantal vooral Afrikaanse steden/metropolen buiten de lijstjes gehouden, omdat ik die vooral als stedelijke rampgebieden beschouw, waarbij ik voor Marokko, Kenia en Zuid-Afrika een uitzondering wil maken. Geldt ook voor een groot aantal Zuid- en Midden-Amerikaanse steden. Caracas bijvoorbeeld is een prachtstad, en tegelijkertijd een ramp. Binnen bovenstaande discussie zou dat echter teveel verwarring stichten.

 

12 april 2017 12.35

Beste Paul

Dank voor je reactie waarin je mijn kritiek op “De toekomst van de stad” moedig en te loven noemt.

Hoewel ik het op zich al jammer vind dat je het zelden met mij eens ben, snap ik niet zo goed de reden daarvoor. Als ik je goed begrijp is dat vanwege mijn  “enigszins op Nederland gerichte en daardoor in internationaal verband tekort schietende vertogen”. Vooral dat ‘daardoor’ ontgaat me. Los van het feit dat ik me nooit heb aangematigd in internationaal verband relevant te willen zijn, lijkt het me sterk dat jij, alleen al omdat ik me meestal richt op de Nederlandse vakwereld en – beroepsuitoefening, het zelden met me eens kunt zijn. Daar moeten meer inhoudelijke redenen voor zijn.

Overigens heb ik in mijn columns in 25 jaar Blauwe Kamer, mijn bijdragen aan de Nieuwsbrief van de BNSP en overige publicaties, lezingen etc inderdaad vaak de situatie in Nederland tot onderwerp gehad, omdat ik a. in Nederland woon en werk en dus enigszins op de hoogte ben van de Nederlandse vakwereld, b. me voor een Nederlands publiek en in de Nederlandse taal het beste kan uitdrukken en c. over die situatie wat dacht te kunnen vertellen.

Maar je hebt in zoverre gelijk dat de internationale dimensie van ons vak en werk in de vakpers en beroepsvereniging wat ondergeschoven blijft. Als oud-voorzitter (en huidig lid van de Raad van Advies) van de beroepsvereniging van Nederlandse stedebouwkundigen en planologen BNSP zou ik je dan ook (met enige klem), mede namens de redactie, willen vragen om geregeld (of beter nog regelmatig) een bijdrage aan de Nieuwsbrief te leveren. Er staat geen geldelijke beloning tegenover, maar wel de kans op eeuwige roem.

Met vriendelijke groet

Tjerk Ruimschotel

13 april 2017 18.34

Beste Tjerk,

Altijd ben ik weer verheugd om een reactie te krijgen die in goed Nederlands en verder “to the point” is gesteld. Waarvoor lof.

Even over dat internationale. Ik ben daarin wat kort door de bocht gegaan. Je commentaar is wat dat betreft heel goed. Verder zal ik je kritiek ter harte nemen door meer commentaren de BNSP-wereld in te sturen. Door mijn werk ben ik meer mondiaal dan Europees, laat staan Nederlands gericht.

Even terug naar de aanleiding. Zef Hemel moet lid worden. Hij is echt het boegbeeld van onze wereldwijde dimensie in de diverse vertogen. Niet dat ik het in alles met hem eens ben, maar hij brengt supra-nationaal wel voldoende reuring in onze meestal wat gezapige Nederlandse opstelling. Ditzelfde vind ik van Jos Gadet. Zonde dat zijn wereldwijze beschouwingen buiten onze vakwereld blijven.

Met vriendelijke groet,

Paul Rijnaarts