Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


De omgevallen Boekenkast | METROPOOL – vervolg

8 mei 2017 Blog

Nadat ik in mijn blog van februari ingegaan was op de boeken die ik naar aanleiding van Zef Hemels Toekomst van de stad, een pleidooi voor een metropool uit de boekenkast had gehaald, ben ik in mijn blog van april begonnen nader in te gaan op de inhoud van zijn boek. Maar alleen al voor de inleiding van de in totaal 250 pagina’s tekst had ik meer dan 1.000 woorden nodig. Op deze manier dreigt mijn recensie een feuilleton te worden die heel 2017 kan duren. Ondertussen lijkt Zefs werk de meest uitgebreid gerecenseerde publicatie van de jaren tien te gaan worden. Om een beetje vaart te maken én doublures te voorkomen, wil ik graag hier aandacht vragen voor en linken aanbieden naar eerder verschenen recensies, in willekeurige want chronologische volgorde.

Maar ik vraag me in gemoede af waarin deze ‘Alle Ballen op Amsterdam-strategie’ verschilt van wat Hemel Hitler verwijt, die “de metropool nooit zou hebben begrepen”….

Om te beginnen verscheen op 21 september 2016 (dus een week voor de boekpresentatie op 27 september) op Stadslente (het weblog van Gerben Helleman) een uitgebreide en evenwichtige recensie getiteld De toekomst (en geschiedenis) van de stad, inclusief korte samenvatting en verdere leestips. http://stadslente.blogspot.nl/2016/09/de-toekomst-en-geschiedenis-van-de-stad.html.

 

toekomst en geschiedenis van de stad blog

 

Een verkorte weergave hiervan kwam in het dubbelnummer 2016/04-05 van S+RO (Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening), dat overigens na de fusie met het Tijdschrift voor Volkshuisvesting voortaan (op A5-formaat) verder door het leven gaat als het tijdschrift Ruimte en Wonen, zonder boekrecensies. Volgens mij een teken des tijds dat het steeds meer over abstracte fenomenen gaat zoals Ruimte en Wonen en steeds minder over maatschappelijke werkterreinen, relevante beroepsvelden en wetenschappelijke disciplines: https://www.ruimteenwonen.nl/de-toekomst-van-de-stad

 

wie wil er wonen in een wereldstad blog therk

 

29 september reageerde Friso de Zeeuw met een artikel onder de als retorische vraag geformuleerde titel Wie wil er wonen in de een megastad? in de NRC op het artikel “Meer is meer in de megalopolis’ van Zef Hemel in de papieren versie van NRC van zaterdag 24 en zondag 25 2016. Overigens verscheen deze opinie op nrc.nl al op 23 september, maar onder de titel ‘De metropool als wereldwonder’: https://www.nrc.nl/nieuws/2016/09/28/wie-wil-er-wonen-in-een-megastad-bijna-niemand-4507724-a1523802 en https://www.nrc.nl/nieuws/2016/09/23/meer-is-meerin-de-megalopolis-4362748-a1523077

…Volgens mij een teken des tijds dat het steeds meer over abstracte fenomenen gaat zoals Ruimte en Wonen en steeds minder over maatschappelijke werkterreinen…

Op 26 september 2016 verschijnt op de site van atheneum boekhandel een milde, enigszins relativerende recensie van Pieter Hoexum (auteur van o.a. Kleine filosofie van het rijtjeshuis (2014).

https://www.athenaeum.nl/recensies/2016/kleine-grote-steden/ . Marcel Hulspas vraagt zich een week later op de site van Sargasso af of Hemel toch niet beter dat pamflet had kunnen schrijven, in plaats van dit boek ‘zonder kop of staart’. http://sargasso.nl/de-toekomst-van-de-stad/ De dag daarop betogen Ries van Wouden en Edwin Buitelaar (sectorhoofd en senior wetenschappelijk onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving) dat de bewijsvoering van Zef dun of afwezig is: http://www.pbl.nl/publicaties/de-stad-verdient-een-beter-debat

Ook Martin de Jong vindt (geografie.nl op 12 oktober) de economische onderbouwing niet geheel overtuigend, maar is gecharmeerd van de manier waarop Hemel voortdurend bestaande wijsheden uitdaagt en er nieuwe tegenover zet http://geografie.nl/artikel/liefde-voor-de-echte-metropool

 

liefde voor de metropool geografie.nl

 

Jeroen Saris daarentegen had op facebook graag gehad dat Hemel Teilhard de Chardin, Manuel Castells en het Internet of Things aan elkaar had geknoopt, maar komt ook met de vraag of bijvoorbeeld Londen wel zo’n fijne stad is om in te wonen. https://www.facebook.com/jeroen.saris.77/posts/10210115774027601

Luuk Oost bestrijdt 26 oktober in zijn blog op de website Ruimtemakers-Oost van de (voormalige (?)) BNSP werkgroep) GSRO de stelling van Hemel dat Amsterdam achtergesteld en benadeeld wordt door de rijksoverheid. https://www.ruimtemakers-oost.nl/blog/entry/zef-hemel-huilie-huilie-en-de-metropool#null . Vanuit Shanghai reageert Joost van den Hoek in De Architect van 28 oktober met steun, maar ook enkele praktische kanttekeningen: http://www.dearchitect.nl/architectuur/blog/2016/10/megastad-debat-101105404

Ergens aan het eind van het jaar presenteert Wim Vierling op Platform 31 een fraai overzicht van de verschillende kwalificaties die in een aantal recensies zijn gebruikt en verbindt een en ander moeiteloos met het Jaar van de Ruimte, agenda Stad en The City we Need 2.0

http://www.platform31.nl/externe-publicaties/de-toekomst-van-de-stad

Op 22 februari 2017 publiceerde Wim Derksen op zijn privé website een verslag van een vraaggesprek dat hij had met Zef Hemel naar aanleiding van twee kritische blogs op 3 en 17 oktober 2016:

http://www.wimderksen.com/2017/02/22/zef-hemel-als-kind-van-amsterdam-zefhemel/

http://www.wimderksen.com/2016/10/17/dromen-van-zefhemel-helpen-amsterdam-niet-vooruit/

http://www.wimderksen.com/2016/10/03/waarom-zefhemel-de-stad-overschat/

Tot slot concludeert op 3 maart op Archined Walter Manshanden in een zeer uitgebreide bespreking dat het boek “op alle onderdelen afbreuk doet aan een belangrijk onderwerp.” https://www.archined.nl/2017/03/een-pleidooi-voor-de-metropool

Al met al pittige en soms fundamentele kritiek. En opvallend dat bij de stukken van Zef Hemel zelf noch bij de recensies nauwelijks aantrekkelijke beelden van dat zo gewenste grootstedelijke milieu gepresenteerd (kunnen) worden. Zelf begrijp ik nog steeds een paar dingen niet en dat zijn nu juist de vragen waar Zef antwoord op zou hebben gegeven in zijn boek: “Wat zijn steden? Hoe werken ze? Hoe groeien ze? Wat kunnen ze ons bieden? En hoe ontstaat grootstedelijkheid?”

 

pakhuis de zwijger blog tjerk

 

Daar krijgen we, ik althans, geen bevredigende antwoorden op. Wel boute beweringen en suggestieve stellingen en uitdagende uitspraken. Om zijn pleidooi voor de metropool te voorzien van een (al dan niet wetenschappelijke) verantwoording worden mid-20e eeuwse auteurs als de onvermijdelijke stadsromantica Jane Jacobs, de niet geheel betrouwbare archeoloog James (Jimmy) Mellaart en de rooms katholieke charlatan Pierre Teilhard de Chardin van stal gehaald. Het lijkt me dat de wetenschap op het terrein van de stadssociologie en -economie, archeologie en geschiedenis ondertussen wel een paar stappen verder moet zijn. In ieder geval zijn onze fysieke en psychische samenlevingsvormen drastisch veranderd onder invloed van moderne media en andere recente verworvenheden en hebben we meer dan ooit behoefte aan denkers en doeners die werken aan de reële en urgente opgaven van onze tijd. Ik zou niet weten voor welk probleem een door Hemel bepleit Amsterdam-van-Twee-Miljoen-Inwoners een oplossing is.

Tot slot treedt ook in dit boek de Wet van Godwin op; namelijk dat als een discussie maar lang genoeg duurt, iemand wel een vergelijking met Hitler maakt. In dit geval doet Zef dat zelf, nadat hij op de discussie vooruit is gelopen door in het boek allerlei professionele meningen of wetenschappelijke standpunten waar hij het mee oneens is te bestempelen als “vooroordeel” of “misvatting”. Het betoog van Hemel wordt ontsierd doordat hij verschillende, vaak goeddoordachte en –voorbereidde beleidsmaatregelen nogal eens diskwalificeert als “een dwaas voornemen”, “een grote vergissing” of “een groot misverstand”. Ook ontwijkt hij op voorhand het debat door zich af te vragen of je het wel voldoende begrepen hebt als je de mening (of alternatieve geschiedschrijving) van Hemel niet deelt. Hoewel de website van Zef al enige tijd in de reparatie is (en ik dus de laatste stand van zaken niet kan controleren) heeft hij, volgens mij, alleen op Herman Vuisje, Paul Scheffer en Friso de Zeeuw gereageerd en wel door hen min of meer weg te zetten als ouwe zakken (want “babyboomers” en conservatief) en angsthazen, want bang voor de grote stad. Ik kan me niet herinneren dat Hemel in zijn blogs inhoudelijk en feitelijk gereageerd heeft op diegenen die zijn boek zorgvuldig gelezen hebben en de moeite namen hun mening te verwoorden en openbaar te maken. Daarentegen wil Hemel naar eigen zeggen vooral schrijven voor “een jongere, meer mondiaal denkende generatie”.

…Zelf begrijp ik nog steeds een paar dingen niet en dat zijn nu juist de vragen waar Zef antwoord op zou hebben gegeven in zijn boek: “Wat zijn steden? Hoe werken ze? Hoe groeien ze? Wat kunnen ze ons bieden? En hoe ontstaat grootstedelijkheid?”…

Al eerder heb ik op de soms grillige logica in het verhaal van Hemel gewezen, maar hij fulmineert (als ik hem goed begrijp) met name tegen de “rampzalige spreidingspolitiek” van ons naoorlogse ruimtelijke beleid. In plaats van opleidingsmogelijkheden, kennisverwerving, machtsuitoefening, werkgelegenheid en cultuuruitingen tot in de uithoeken van Nederland (de wingewesten) te laten doordringen, vindt Zef dat vrijwel alle aandacht, energie, geld maar vooral groei in bevolking naar de enige kandidaat voor de Nedermetropool (te weten Amsterdam) moet gaan. Tot op zekere hoogte wil ik voorbijgaan aan de dubieuze manier waarop ook deze keer weer het lokale belang van de Amstelstad gelijkgesteld wordt aan het nationale belang, zoals dat bijvoorbeeld eerder met de haven en de kanalen en sluizen daarnaartoe, de krotopruiming, stadssanering en gentrificatie, de metro, een kantorenwijk, misdaad en het voetbal is gebeurd. Maar ik vraag me in gemoede af waarin deze ‘Alle Ballen op Amsterdam-strategie’ verschilt van wat Hemel Hitler verwijt, die “de metropool nooit zou hebben begrepen” en waarvan zijn ‘provinciaalse mentaliteit ‘ duidelijk wordt in zijn toekomstbeeld van “het grote Duitse rijk waarin dorpen en stadjes vooral klein moesten blijven, alleen Berlijn mocht, nee moest tot megalomane proporties uitgroeien.”

Misschien wordt het tijd dat we, eventueel vanuit onze beroepsvereniging, de hoogleraren stedebouw en planologie (en stedebouw- en stadsgeschiedenis) eens gaan vragen te komen met een voor ons en de samenleving relevant onderzoeks- en publicatieprogramma, waarin op samenhangende en begrijpelijke wijze aan wetenschap gedaan wordt in plaats van aan het berijden van particuliere stokpaardjes en het uitdragen van individuele meningen. Ik verheug me nu al op de reeks aan publicaties die dan zal verschijnen.

 

Tjerk Ruimschotel