Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


De Omgevallen Boekenkast | Het Noorden

14 november 2018 Blog

Als voorbereiding op de laatste BNSP Omgevingstour begin november in Leeuwarden zocht ik in boeken- en archiefkast naar aanvullende informatie over de rol en positie van het Noorden van Nederland op sociaal, economisch en ruimtelijk terrein. Maar er zijn, tenzij ik me slecht georiënteerd heb, weinig tot geen recente publicaties over de planologische en/of ruimtelijke ordeningsaspecten van het Noorden als geheel. Wat op zich niet verwonderlijk is want de problematiek in Groningen, Friesland en Drenthe verschilt per provincie nogal. Het weidevogelgebied van Friesland, het aardbevingsgebied van Groningen en de sociaaleconomische segregatiegebieden in Drenthe hebben zo elk hun eigen dynamiek en zelfs binnen de provincies zijn er grote verschillen tussen stad en (platte)land, maar een overkoepelende aanpak voor deze perifere regio zou eigenlijk niet mogen ontbreken.

Dat is anders geweest: toen ik begin 21e eeuw in Groningen (‘Stad’) ging werken, was een paar jaar daarvoor (1998) het juryrapport van de 5e EO-Wijers prijsvraag gepubliceerd onder de titel Wie is bang voor het Lege Programma; een miljoen hectares welvarend Noord-Nederland. Anders dat de gebruikelijke plannen gebaseerd op groeiscenario’s verschenen prachtige toekomstbeelden over een andere manier van omgaan met trage ruimtelijke processen en krimpende natuurlijke patronen. Weliswaar uitgetekend op de noordelijke kuststrook van Noord-Nederland maar als aanpak toepasbaar op een veel groter gebied.

 

In 2001 verscheen ter gelegenheid van het 25 jarige bestaan van de stichting Noorderbreedte de bundel: Alles wordt anders; de transformatie van het Nederlandse Noorden. Daarin werd op even enthousiasmerende manier als via de EO Wijersprijsvraag uitgegaan van de eigen kracht van het Noorden om een specifieke toekomstvisie te ontvouwen. De stichting met het gelijknamige tijdschrift gaat, naar eigen zeggen, over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden. Het doel is burgers, bestuurders, beleidsmakers, vakmensen en maatschappelijke organisaties te inspireren tot een welbewuste ontwikkeling van Noord-Nederland.

Ook in 2001 verscheen Denklijnen voor het Noorden en overig Nederland; Advies over een snelle verbinding tussen het Noorden en de Randstad van de Raad voor Verkeer en Waterstaat en de VROM-raad. Beide vonden de tijd nog niet rijp voor een principebesluit tot realisatie van een magneetzweefbaan tussen het Noorden en de Randstad. Want er was tot dan toe te weinig is gekeken naar de plaats van zo`n lijn in het bredere verband van nationale en internationale vervoersystemen. Bovendien was, nog steeds volgens die raden, te weinig aandacht besteed aan de veranderingen die een dergelijke lijn in de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland teweeg zou brengen. Ik kan me niet herinneren dat beide aspecten vervolgens krachtdadig zijn opgepakt en analyserend en ontwerpend zijn omgewerkt tot levenskrachtige planvoorstellen voor een welbewuste ruimtelijke ontwikkeling. Wel dat de snelle verbinding tussen Randstad en Groningen het slachtoffer werd van planologische blunders en financiële catastrofes bij infrastructurele werken elders in Nederland. En dat recent geprobeerd gaat worden met wat hogere trajectsnelheden en voorbijgaan van tussenliggende provinciehoofsteden op termijn de reistijd met een krap kwartiertje te verminderen. Ondertussen blijft de periferie in de ‘mental map’ van de Randstedeling een soort Verweggistan.

In 2006/2007 verscheen een publicitair drieluik van planologische medewerkers van de Rijksuniversiteit Groningen dat juist uitging van die afzijdige ligging van Noord-Nederland: Evelien Hermans en Gert de Roo redigeerden Lila en de Planologie van de Contramal; de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Noord-Nederland krijgt een eigen kleur. Lila betekende ‘Living in Leasure-rich Areas’ en de economische potentie van een ontspannen vorm van wonen werd uitgewerkt door Arjan Brouwer, Martine de Jong en (weer) Gert de Roo in Expeditie woonlandschappen; het landschap als drager van een regionale wooneconomie 2007. Ondertussen waren de verschillende kwaliteiten van Noord-Nederland door Gregory Ashworth, Peter Groote en Piet Pellenbarg beschreven in A Compact Geography of the Northern Netherlands 2007.

Dat het Noorden in de natievorming van Nederland een bijzondere plek heeft gehad blijkt uit een aantal publicaties in de onvolprezen Groninger Historische Reeks, zoals Nederland en het Noorden van 1991 onder redactie van K. van Berkel, H. Bosch en W.R.H. Koops. Het door M.G.J. Duyvendak geredigeerde Regionaal besef in het Noorden (2013). De regionale geschiedenis in combinatie met de geografie was natuurlijk al veel eerder op bijzondere wijze beoefend door prof. dr. H.J. (Mozaïek der functies) Keuning (1904-1985), maar daarover een andere keer.

Ooit was er het redelijk functionerend (aan de BNSP gelieerd) netwerk Noorderstroom dat 8 tot 10 keer per jaar een zeer divers gezelschap aan vakgenoten, kunstenaars, boeren, burgers en buitenlui wist te interesseren om op locatie aan ruimtelijke vraagstukken te werken. Tegenwoordig lukt het niet om voldoende beroepsgenoten te interesseren voor een discussie over het Noorden van Nederland. Zelfs niet in combinatie met een bezoek aan Places of Hope; een tentoonstelling en serie activiteiten over hoe we samen de toekomst van Nederland vormgeven. Dit alles onder het motto ‘Zin in de toekomst!’ Met kunstenaars, science fiction films, ateliers en workshops werd op zoek gegaan naar het goede leven van morgen.

De toekomst begint, volgens curator Maarten Hajer, in Leeuwarden, en in Noord-Nederland, waar mens en natuur en stad en platteland, onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Places of Hope was een creatieve plek voor iedereen die geïnteresseerd is in de toekomst. In Places of Hope wordt gewerkt aan twee ateliers: over het veenweidegebied en over ‘Het zelfbewuste Noorden’. Eindelijk weer eens op ontwerpend onderzoek gebaseerde toekomstvisies, denk ik dan. En ook hoe bijzonder relevant het voor alle BNSP-leden geweest zou zijn om terug te kijken op twintig jaar denken over en werken aan het Noorden, maar vooral om kennis te nemen van de actuele problematieken en de twee mogelijke sturingsmechanismen ( centraal en decentraal) om een en ander aan te pakken. Het was beschamend te constateren dat de BNSP-leden in groten getale afwezig bleven. Ze hebben ongelijk. Het is te hopen dat de BNSP in staat zal blijven om, al dan niet op locatie, ook regionale ruimtelijke vraagstukken te agenderen en te bespreken.

Wachtend op de publicaties van de Places of Hope-onderzoeken en hopend dat de BNSP toch weer eens het Noorden aandoet, heb ik met de feestdagenmaand op komst maar wat actuele aardbevingsromans op mijnlijstje.nl gezet: Saskia Goldschmidts Schokland, Jan Mulders Liefde & Aardbevingen en ook wat journalistieke producten zoals Louis Stillers Gasland; Nederland wordt wakker geschud. Hoewel ik bang ben dat die ondertitel hoopvol denken is, wanneer ik aan het uitblijven van concrete plannen en die niet-opdagende BNSP-leden denk.

Tjerk Ruimschotel

.