Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


DE OMGEVALLEN BOEKENKAST | EIGEN WERK

4 september 2017 Blog

Omdat die Gids voor woningbouw in Londen er nog niet is en ik er geregeld vanwege vrienden en familie naartoe ga ben ik een tijdje terug zelf maar begonnen materiaal voor een dergelijke publicatie te verzamelen. De verschillende bestaande architectuurgidsen besteden relatief weinig aandacht aan woningbouw in het algemeen en vrijwel niets aan de ontwikkeling van de massawoningbouw of volkshuisvesting.

london suburbs, intro andrew saints

Ongeveer halverwege die moeizame klus, ergens begin dit jaar vond ik in het Mid-Engelse boekenstadje Sedbergh de in 1999 verschenen bundel van English Heritage London Suburbs met een inleiding van Andrew Saint en bijdragen van Roger Bowdler over de periode Between the Wars 1914-1940 en van Elain Harwood over The Road to Suptopia: 1940 to the present. Ongeveer een derde van het boek, wordt ingenomen door een zogeheten Gazetteer waarin van elk van de 32 stadsdelen (boroughs) een aantal kenmerkende suburbane projecten worden vermeld. Alleen de City of London (“not a borough”) ontbreekt, maar zoals in de publicatie gesteld wordt is elke vorm van stadsontwikkeling buiten die ‘square mile’ van de City, vanaf de middeleeuwen tot nu in wezen suburbaan.

…Ongeveer een derde van het boek, wordt ingenomen door een zogeheten Gazetteer waarin van elk van de 32 stadsdelen (boroughs) een aantal kenmerkende suburbane projecten worden vermeld….

In vrijwel elke publicatie over London wordt (zonder bronverwijzing) herhaald wat de Deen Steen Eiler Rasmussen in zijn London; the unique city (1934) al aangaf, namelijk dat London eigenlijk bestaat uit een verzameling stedelijke gebieden, met een hoog kleinstedelijk, suburbaan of zelfs dorps karakter.

london the unique city Rasmussen

En is de stad tegelijkertijd metropolitain en suburbaan zoals Paul Knox aantoont in zijn recente boek met de slechtbekkende titel Metroburbia; the anatomy of Greater London. Voor een belangrijk deel veroorzaakt door het vrijwel ontbreken van centrale planning of ruimtelijke ordening. Om de metropool en de verschillende woonmilieus te begrijpen zal je, hier meer dan bij andere steden, de formerende structuren en processen moeten doorgronden. Planmatige stadsontwikkeling en grootschalig ontworpen woongebieden spelen daarin een bescheiden rol. Grondeigendom, bodemgesteldheid, aanleg van (geprivatiseerd) openbaar vervoer en financiële regelingen (zoals subsidies maar ook hypotheekverstrekking) waren belangrijker in de stadsuitbreidingen zoals Alan Jackson aangeeft in zijn Semi-detached London; Suburban Development, Life and Transport 1900-1939 (1973 en 1991).

semi detached london

…Om de metropool en de verschillende woonmilieus te begrijpen zal je, hier meer dan bij andere steden, de formerende structuren en processen moeten doorgronden…

Even had ik de hoop dat ik met London Suburbs een omvattend beeld zou hebben van de Londense woningbouw, maar ondanks de bijna 300 vermelde projecten van private ontwikkelaars en lokale overheden bleef het beeld fragmentarisch en incompleet, ook al omdat de planbeschrijvingen uiterst summier en slecht geadresseerd waren.

Ook de via Amazon aangeschafte publicatie met de veelbelovende titel Home Sweet Home; Housing designed by the London County Council and Greater London Council Architects 1888-1975 was weliswaar met zo’n 75 projecten een goede doorsnede van de van overheidswege verzorgde woningproductie, maar leverde geen uitputtende overzicht van die productie, die met name in de jaren zestig en zeventig wereldvermaard was.

british buildings

Een van de meest fascinerende boektitels uit de zoektocht naar informatie was het dus mede daarom aangeschafte British Buildings, 1960-1964 uit 1965 van Douglas Stephen, Kenneth Frampton en Michael Carapetian. Min of meer chronologisch worden 13 gebouwen geportretteerd met zwart-wit fotos’en axonometrie-tekeningen. Zowel Reyner (Theory and Design in the First Machine Age 1960) Banham als Charles ( Modern Movements in Architecture 1973) Jencks zullen in 1966 en 2014 op niet geheel duidelijke wijze dit boek, opgedragen aan Colin (Collage City-1978) Rowe wegzetten als een product van de toenmalige architectonische elite. En inderdaad zijn de twee woningbouwprojecten niet direct social housing maar wel intrigerend. Denys Lasduns flatgebouw aan Green Park is een fraai voorbeeld van luxueuze appartementen met deels dubbelhoge woonruimtes georganiseerd rond een kern met een dubbelstel liften en trappenhuizen, waarvan één bedoeld is voor het inwonend bedienend personeel. Het andere woongebouw is het gebouw Corringham, een eigen werk van Douglas Steven dat steeds meer toegeschreven wordt aan zijn mede-editor en bureaugenoot Kenneth (Modern Architecture; A critical History 1980) Frampton, waarin de maisonnettes op eveneens ingenieuze wijze (scissor-section) steeds een halve verdieping verspringen over een inpandige ontsluitingsgang heen. Van slechts éen architect worden twee werken opgenomen; namelijk van het architectenechtpaar Alison & Peter Smithson. Het boek begint met een tamelijk onbekend gebleven verbouwing voor Iraqi Airlines en eindigt met hun bekende gebouwencomplex voor het blad The Economist.

…Ondanks acties vanuit de architectenwereld is deze iconische woningbouw (hét voorbeeld van brutalistische architectuur) niet monumentwaardig bevonden en onbeschermd en onbemind wordt dit enige woningbouwproject van de Smithsons (as we speak) met de grond gelijk gemaakt…

Zeven jaar na dit boek met deze wat wonderlijk gekozen periode zullen de Smithsons hun Magnum Opus ontwerpen; Robin Hood Gardens in de borough Tower Hamlets Oost London. Ondanks acties vanuit de architectenwereld is deze iconische woningbouw (hét voorbeeld van brutalistische architectuur) niet monumentwaardig bevonden en onbeschermd en onbemind wordt dit enige woningbouwproject van de Smithsons (as we speak) met de grond gelijk gemaakt, wat me enigszins droevig stemt. De Smithsons hebben slecht een beperkt oeuvre gebouwd, voor een deel door andere betrokkenen beschreven in de bundel Architecture is not made with the brain; The labour of Alison and Peter Smithson (2003).

architecture is not made with the brain

Ze hebben des te meer gedoceerd en gepubliceerd. Over hun (veelal papieren) productie schreven ze aan het eind van hun leven twee kloeke boekwerken: The Charged Void: Architecture (2002) en The Charged Void: Urbanism (2005).  Opvallend vind ik dat Robin Hood Gardens in dit laatste boek (van 351 pagina’s) slechts twee pagina’s krijgt.

Over Robin Hood Gardens verscheen in 2010 de door Alan Powers geredigeerde en door de modene monumentenzorg organisatie Twentieth Century Society uitgegeven bundel Robin Hood Gardens: Re-Visons. Vijf jaar geleden aangeschaft als steun voor de actie om dit project te beschermen kon ik het onlangs niet meer terugvinden in mijn (over het algemeen toch redelijk geordende) boekenkast. Al zoekende realiseerde ik me dat ik ook het boekje AS in DS: An Eye on the Road uit 1983 kwijt ben. Daarin beschrijft Alison Smithson de reis tussen hun Londense bureau en hun zelfontworpen buitenhuisje. Waarschijnlijk is het ergens tussenuit gevallen want het had de niet-rechthoekige vorm van een Citroen DS 19, de favoriete auto van de Smithsons en waarschijnlijk de inspiratie voor één van hun ‘criteria for mass-housing’: “is the house as comfortable as a car from the same year?”.

robin hood gardens

Ik hoop dat ik het boekje terugvindt want ook de herdruk uit 2001 is niet meer verkrijgbaar en doet bij Amazon $ 2.434,99. Digitaal daarentegen $ 7,00, wat meer binnen het budget past. Misschien moet ik toch die boekenkasten weer eens opruimen, maar eerst dat boek maar schrijven.