Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


De omgevallen boekenkast | Datumgrens

18 december 2019 Blog

Door Tjerk Ruimschotel
Met een dochter in London wonend en één binnenkort in New York is niet alleen je perspectief op de wereld-buiten-Nederland anders, maar ook je besef van tijd. Het tijdsverschil met London is, bellend en append, overkomelijk, terwijl het uur ‘verlies’ cq ‘winst’ reizend van en naar die stad er hoogstens toe leidt dat je op de terugreis de avondspits rond Antwerpen nauwelijks kan vermijden. Of dat je een uur moet wachten voor je “Gelukkig Nieuwjaar” dan wel “Happy New Year” kunt zeggen.

Bij New York wordt dat anders: zes uur tijdsverschil betekent onder meer dat de overlappende nachtperiode meer dan de helft van het etmaal beslaat en dat wij alleen ’s middags en ’s avonds contact met de overkant kunnen hebben, waar het dan ochtend en middag is. New York ligt echt ver weg aan de andere kant van de Grote Plas (zoals de Atlantische Oceaan vooral vroeger vaker genoemd werd) waar Engeland nog makkelijk te bereiken valt: ‘s ochtends weg – ’s avonds aan tafel. Toch weten we het reisje naar London een extra avontuurlijk tintje mee te geven door te zeggen dat we Continentaal Europa verlaten om naar de Britse Eilanden te gaan en dat we helemaal naar het Westelijk Halfrond reizen: ze woont, met man en twee zonen, een mijl west van de nulmeridiaan van Greenwich.

Vanaf 1884 was dit de internationaal vastgesteld nulmeridiaan, hoewel de Fransen tot 1911 vasthielden aan die van Parijs. In het boek De Meridiaan van Parijs (1995 en 2003) vertelt de Nederlandse nieuws- en dicteelezer Philip Freriks (1944) de geschiedenis van Frankrijk, aan de hand van de 135 bronzen medaillons die de Nederlandse kunstenaar Jan Dibbets in het plaveisel langs het tracé van de meridiaan plaatste als monument voor de Franse landmeter François Arago (1786–1853). Deze was vooral bekend geworden door het meten van de meridiaan van Parijs op Frans grondgebied om de standaardmeter te kunnen bepalen. In het in 1947 vertaalde De schat van Scharlaken Rackham (originele titel Le Trésor de Rackham le Rouge) geschreven en getekend in 1943 door de Belgische tekenaar Hergé (1907-1983) merkt Kuifje, dat ze (spoiler alert!) verkeerd gezocht hadden naar de locatie van de schat van de voorvader van kapitein Haddock op basis van het gradenstelsel van Greenwich, terwijl ridder Hadoque die van de meridiaan van Parijs hanteerde.

De meridiaan van Greenwich had als tegenhanger de Internationale Datumgrens op 180* ooster- en westerlengte, letterlijk aan de andere kant van de aarde. De Franse schrijver Jules Verne (1828-1905) heeft (spoiler alert!) in de plot van zijn boek De reis om de wereld in tachtig dagen (oorspronkelijk in 1873 uitgegeven als Le tour du monde en quatre-vingts jours )gespeeld met het gegeven dat de datumgrens in oostelijke richting wordt gepasseerd, wat dus een dag winst oplevert. Hoe moeilijk dat concreet te begrijpen valt, blijkt ook uit Het eiland van de vorige dag, de Nederlandse vertaling uit 1995 van L’isola del giorno prima van de Italiaanse schrijver Umberto Eco uit 1994. In de roman gaat het onder meer om een eiland dat net ten westen van de datumgrens ligt, waardoor je dus naar gisteren kijkt, als je daar vanuit het oosten naar kijkt.

Het eiland Samoa dat vlak ten oosten van de datumgrens lag besloot zich op middernacht 29 december 2011 te positioneren west van de grens, onder meer vanwege de handel met Australië en Nieuw-Zeeland. Daardoor werd 30 december dus overgeslagen. Eerder, in 1995 en mogelijk door het verschijnen van Eco’s boek, was de datumgrens, die dwars door het eilandenrijk Kiribati liep, 3.000 km naar het oosten verlegd om overal in dat land dezelfde datum te hebben. Het Kiribatische atol Kiritimati met als belangrijkste nederzetting London, in 1777 door de Engelsman James Cook ‘ontdekt’ en Christmas Island genoemd, is het eerste stuk land op aarde waar de nieuwe dag begint. Jammer genoeg liggen zo’n beetje alle eilanden van Kiribati vrijwel op zeeniveau, zodat de bewoners binnenkort waarschijnlijk ook de eerste klimaatvluchtelingen zullen zijn en we een nieuwe plek voor de vroegste jaar- en millenniumwisseling moeten zoeken.

Over de stad van vandaag, morgen en gisteren zijn vele publicaties geschreven; maar niet zoveel met die begrippen inde titel. Uit 1972 heb ik Urbanisatie; op zoek naar de stad van morgen. Hierin probeert een twintigtal wetenschappers en intellectuelen (variërend van Umberto Eco tot Sicco Mansholt) in opdracht van de Fondation Européenne de la Culture een bijdrage te leveren aan ‘het scheppen van een leefbare omgeving voor de Europese Mens’ in 2000. Iets ouder en ook iets minder ambitieus is de publicatie van de Partij van de Arbeid uit 1953 Mens en stad; Amsterdam vandaag en morgen onder redactie van B.C. Franke en J. (Joop) M. den Uyl, met fraaie omslag. L.I. Stordiau en Jo Veugelers verzorgden vijftig jaar geleden respectievelijk de standaardwerken Oldenzaal: stad met een verleden en Oldenzaal stad van morgen.

Thuis titels zoekend die spelen met de ambiguïteit van heden, verleden en toekomst vond ik in de boekenkast de publicatie Verzonnen verleden uit 2009 met foto’s van Korrie Besems over het neo-traditionalisme in de bouw in Nederland. En Back from Utopia; The Challange of the Modern Movement van Hubert-Jan Henket & Hilde Heynen uit 2002 waarin geprobeerd wordt betekenis te geven aan de geschiedenis (en het erfgoed) van het toekomstgerichte Modernisme in de architectuur en stedebouw van begin 20e eeuw. Beide tonen ons de problematische posities van het toekomstdenken in het verleden en het verledendenken in het heden.

Op de drempel van het oude- en het nieuwe jaar lijken onze westerburen (het VK) zich per wet eind 2020 definitief van het project Europa te willen afscheiden om zich (nog) meer op hun westerbuur (de VS) te gaan richten. Ik ben benieuwd of de Britten, wanneer het onmogelijk zal blijken het Britse eiland fysiek los te koppelen van het Continentale Plat, hun tijdzone 5 uur gaan opschuiven. De afstand van 5.500 km tot New York zal daar evenwel niet korter door worden, wat jammer is. Maar Theo van Doesburg schijnt ooit gezegd te hebben dat dit met een niet-Euclidisch wiskunde is op te lossen. Ik mag het hopen; het zou een hoop CO2 en vliegschaamte voorkomen.