Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


De omgevallen boekenkast | Bescherming Bevolking

25 maart 2020 Blog
Door Tjerk Ruimschotel

Omdat ik minder goed ben in het maken van grappige YouTube-filmpjes over de Coronacrisis heb ik de sociale afstandelijkheid van de afgelopen dagen vooral gebruikt om na te gaan wat nu (en op termijn) de reikwijdte van onze disciplines is in relatie tot wat we sinds kort mondiaal meemaken. Vooral het volledig ontbreken van vooraf vastgestelde beschermings- en bestrijdingsconstructies verbaast me. Zelf niet meer werkzaam in de beroepspraktijk (wat eigenlijk ook een beetje raar is voor een blogger in een nieuwsbrief van een beroepsvereniging) kan ik vooral reflecteren op wat ik binnen het werkveld de afgelopen decennia op dit terrein gedaan en meegemaakt heb. En uiteraard de boekenkast (en het internet) raadplegen.

En het eigen werkarchief; zo schreef ik eind 2016 in onze Nieuwsbrief dat het ” het misschien wel eens tijd is de veiligheidsdimensie (die na de stadspoorten, stadswallen, stellingen en linies steeds verder uit het dagelijks leven verdween) weer in onze ontwerpen voor de gebouwde omgeving te betrekken. Niet als een overdreven reactie op een stelletje vervelende (wat al te snel als straatterrorist bestempelde) hangjongeren en treitervloggers. En ook niet om alsnog Oscar Newman (Defensible Space; Crime Prevention Through Urban Design, 1973) en Alice Coleman (Utopia on Trial, 1985) gelijk te geven, want dat hebben ze niet. Maar om op verantwoorde wijze de verschillende risico’s op het terrein van de volksgezondheid, volkshuisvesting, massatransport en -recreatie, het milieu en klimaat, de terrorismedreigingen en politieke instabiliteit in beeld te brengen en in onze probleemoplossende ontwerpen te verwerken. De actuele globalisering van conflicten leidt tot een bepaalde mate van militarisering van onze particuliere lokale situatie, variërend van ons huis, werkplek, publieke gebouwen tot de door ons gebruikte transportmiddelen en –knooppunten”. Einde zelfcitaat.

Sindsdien is, voor zover ik weet, slechts op enkele fronten voortgang geboekt, die echter maar weinig bijdraagt aan bescherming tegen of bestrijding van de huidige gezondheidsrisico’s. Bijvoorbeeld het Verbeterprogramma Groepsrisico’s, waar ik (als voorzitter van de BNSP), samen met Jan Mans en Hans Leeflang een Commissie van Aanbeveling voor vormde.

In december 2014 mocht ik het Relevantcongres toespreken ter gelegenheid van het verschijnen van de eerste publicatie van het netwerk Ontwerp Veilige Omgeving Ontwerpen voor een Veilige Omgeving, In 2015 verscheen als vervolg daarop de publicatie Handleiding voor een Veilig Ontwerp, beide publicaties als pdf te downloaden via de website ontwerpveilige omgeving http://ontwerpveiligeomgeving.nl/kennis-delen/publicaties/.

In deze publicaties, en ook in de daaraan gelieerde ontwerpateliers, workshops en summerschools werd met name aandacht besteed aan het verminderen van zogeheten groepsrisico’s bij calamiteiten als brand, ontploffingen en vrijkomende giftige stoffen. Een en ander is sinds kort door het RIVM verder verwerkt en uitgebreid in het Handboek Omgevingsveiligheid, wat eigenlijk geen boek is, maar een website https://omgevingsveiligheid.rivm.nl/handboek-omgevingsveiligheid . Enigszins moeizaam navigeerbaar maar in hoge mate vrij toegankelijk en transparant en binnenkort onderdeel van (de procedures en instrumenten van) de Omgevingswet.

Dat lijkt minder het geval te zijn met de verzamelde kennis over de mogelijkheden om misdaad en fysieke onveiligheid door ontwerpmaatregelen te verminderen. In november 1991 was ik uitgenodigd om een inleiding te geven op de themadag Criminaliteit en gebouwde omgeving, georganiseerd door de Stichting Transpol. Deze begin jaren negentig ontbonden stichting was opgezet door de politiecommissarissen van de grote steden om een commercieel aantrekkelijke relatie te leggen tussen verschillende partijen die op verschillende manieren misdaden bestreden en/of probeerden te voorkomen. In de jaren tachtig had het begrip Sociale Veiligheid een hoge vlucht genomen en was ik vanuit een gemeentelijke ontwerppraktijk betrokken bij het opzetten, evalueren en/of toepassen van de in die tijd ontwikkelde denkbeelden, zoals neergeslagen in publicaties van Theo van der Voordt en Herman van Wegen.

Om te beginnen het praktische Sociaal veilig ontwerpen; Checklist ten behoeve van het ontwikkelen en toetsen van (plannen) voor de gebouwde omgeving (1990) en uiteraard hun gezamenlijke proefschrift Sociale veiligheid en gebouwde omgeving: theorie, empirie en instrumentontwikkeling (the relationship between the built environment and public safety) uit 1991.

Daarna ben ik, net als vele andere professionals dit onderwerp een beetje uit het oog verloren. In 2008 verscheen van Ita Luten het Handboek Veilig Ontwerp en Beheer; Sociale veiligheid in buitenruimten, gebouwen en woningen (met een 2e druk in 2011) en in juni 2009 schijnen Lonneke van Noije en Karin Wittebrood van het Sociaal en Cultureel Planbureau het rapport  te hebben gepubliceerd.

Momenteel zit de meeste kennis achter de paywall van de Stichting Veilig Ontwerp en Beheer SVOB die het CPTED (Crime Prevention Through Environmental Design)model centraal stellen. https://www.svob.nl/ .

Ik krijg de indruk dat dit deel van het veiligheidsdomein wat weggedrukt is door de recente milieu- en klimaatproblematieken, met name de waterveiligheid en – beschikbaarheid en de pogingen tot een alomvattend veiligheidsbeleid te komen. De 1,5 meter afstand die we nu ten opzichte van elkaar moeten aanhouden maakt de titel van de goedbedoelde RIVM-studie 2015 enigszins ridicuul: Ruimte en gezondheid; een vanzelfsprekende combinatie?

Deze ‘verkenning naar de relatie tussen ruimtelijke ordening en gezondheid vanuit het ruimtelijke, milieu- en volksgezondheidsdomein’ is, ben ik bang, voor het merendeel van onze beroepsgenoten, in ieder geval voor mij toch te weinig aansprekend geweest om relevant te zijn in onze beroepsuitoefening of reflectie daarop.

Echt stedebouwkundige of planologische publicaties over het beschermen van de bevolking ken ik niet, behalve dan het architectuurhistorisch boekwerk van (de helaas te vroeg overleden) Koos Bosma Schuilstad; bescherming van de bevolking tegen luchtaanvallen uit 2006. Vanuit twee invalshoeken is dit monumentale werk aangevlogen: enerzijds vanuit de vraag of een Duitse bunker in Utrecht aangewezen zou moeten worden als monument, daarmee een woningbouwplan blokkerend, anderzijds vanuit de na ‘9/11’ wereldwijd uitgesproken ambities om de burgerbevolking te beschermen tegen terroristische luchtaanvallen. Behalve een historisch overzicht van de parallelle stadsvorming voor, tijdens en direct na de Tweede Wereldoorlog, bespreekt Bosma, op aandringen van het Stimuleringsfonds Architect, de subsidient, het wat actueler tijdvak na 1989 (Val van de Berlijnse Muur en het Einde van de Koude Oorlog). Schuilstad bespreekt het fenomeen van een soort tweede stad in of onder de ‘echte stad’ waar de bevolking in tijden van nood, bijvoorbeeld bij luchtaanvallen onderdak vond.

De Engelstalige editie verscheen in 2012 als Shelter City Protecting Citizens Against Air Raids, terwijl de oorspronkelijke Nederlandse editie thans via ramsj.nl en bol.com voor nog geen tien euro (ex verzendkosten) te verkrijgen is.

Ook daar veel lezenswaardige boeken die je altijd al had willen lezen maar waar je nooit aan toe kwam om te kopen zoals: Nederland Stedenland, Steden vol Ruimte, Het verleden van Steden en nog veel meer waaronder het boek van John van de Water/Next Architects uit 2011 met de nu wel wat wrange titel: Je kunt China niet veranderen, China verandert jou.

Uitgelezen kansen dus voor al onze beroepsgenoten die, vanwege arbeidstijdverkorting en/of thuis-isolatie, meer en/of weer tijd hebben voor een goed boek. Maar natuurlijk ook voor onze wat oudere, al dan niet gepensioneerde, beroepsgenoten, al dan niet met hart- en/of longklachten, die elke keer wanneer er gewag wordt gemaakt van dodelijke corona-slachtoffers, de relativerende opmerking moeten aanhoren “dat het hier vooral gaat om oudere en kwetsbare personen”. Alsof we leven in een mensenpark waarin regels geformuleerd zijn dat de sterke wel en de zwakkere exemplaren geen hulp en mededogen mogen verwachten. Alsof er voor sommige mensen wel en anderen geen ruimte is in de schuilkelders. De huidige gezondheidscrisis toont meer dan ooit aan dat het niet meer mogelijk is je heil te zoeken in een andere wereld dan in die van ons allemaal. Ook schuilen kan niet meer.