Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


De omgevallen boekenkast | Beroepshalve

30 april 2020 Bloghet nieuwe werken 2020

Door Tjerk Ruimschotel onze vaste blogger!

Terwijl een wat zwaarmoedige buurvrouw haar eigen Piet Hein Eekachtige doodskist in elkaar timmert, de zwaluwen hun nest verder uitbouwen, de boeren doorploegen en de minister-president met zijn corona-persconferenties het kijkcijferrecord van de Peter R. de Vries-uitzending over Joran van der Sloot met bijna een miljoen verbetert, probeer ik, zoals de BNSP onlangs haar leden vroeg, te bedenken wat de coronacrisis voor mij betekent.

Om te beginnen ga je (ik in ieder geval) in tijden van crisis vaak terugdenken aan de kleinere en grotere crises eerder tijdens je leven/carrière en hoe die zich verhouden tot deze. Op dezelfde manier dat veel gesprekken tijdens een maaltijd in een restaurant gaan over vroegere restaurantervaringen en tijdens de vakanties over vroegere en toekomstige vakanties. Het is daarbij, zoals ik al eerder zei, een beetje gek dat ik een blog schrijf voor de beroepsvereniging van stedebouwkundigen en planologen, terwijl ik weliswaar ingeschreven ben in het Architectenregister, waardoor ik de beschermde titel ‘stedenbouwkundige’ mag gebruiken, maar met de aantekening ‘beroepshalve niet actief’. Anders dan werkloos geworden collega’s heb ik daar (enigszins gedwongen door het leeftijdsdiscriminerende leeftijdsontslag) toch min of meer zelf voor gekozen door met pensioen te gaan na veertig jaar beroepspraktijk. Ik ben dan ook niet coronagewijs geraakt in mijn beroepsuitoefening, maar kan het toch niet laten om, desnoods zonder eigenbelang, na te denken over de toekomst van onze disciplines en de daarmee verbonden beroepsuitoefening.

Daarbij ga ik, als rechtgeaarde ontwerper uit van een aantal fundamenteel verschillende scenario’s. Zo kunnen we nadenken over een ‘nieuwe werkelijkheid’ van na de pandemie, die dan tussen de paar maanden en een paar jaar zou hebben geduurd. Zoals het er nu naar uitziet kunnen we op grond van allerlei individuele stokpaardjes, ideologische vooroordelen en trendwatcherig gezever drie soorten toekomstverwachtingen tegemoet zien, die door Robbert Dijkgraaf onlangs zijn gerubriceerd als: alles wordt erger, alles wordt beter, of alles blijft hetzelfde. (Bron NRC). Met hem denk ik dat de aanhangers van alle drie de varianten gelijk hebben, wat ons, vrees ik, niet veel verder zal helpen. En ondertussen worden we overladen met allerlei professiegerelateerde lees- en kijktips om de verveling van de tussentijd te verdrijven.

Maar we kunnen ook bedenken dat er nooit een goedwerkend vaccin ontwikkeld gaat worden en ook geen virusremmer. Dat wordt het wat achteloos geformuleerde voorvoegsel ‘anderhalvemeter-’ de nieuwe manier waarop we voortaan sociaal, economisch, maar vooral ruimtelijk met elkaar om moeten gaan. Wat dat betekent kunnen we nog niet eens beginnen te begrijpen wanneer je de bijna aandoenlijke maatregelen – die tegenwoordig protocollen genoemd worden – ziet van sportscholen en theaters om met afgeplakte toestellen en leeg te laten stoelen te demonstreren dat we gewoon verder kunnen.

Eigenlijk zou elke stad de open source methodiek van de illustratieve interactieve plattegrond van New York (te zien op www.sidewalkwidths.nyc), gemaakt door Meli Harvey, moeten overnemen om te laten zien dat de stoepen (en fietspaden) te smal zijn voor de anderhalve meter ‘social distancing’. Voorlopig denk ik dat we in de buurt gaan komen van wat Lieven de Cauter beschrijft in zijn boek De Capsulaire beschaving; over de stad in het tijdperk van de angst verschenen in 2004 als nummer 03 in de serie reflect van NAi Uitgevers. Hoewel ik bijna zeker wist het boek in bezit te hebben was een zoektocht door mijn boekenkasten tevergeefs en heb ik het voor de snel- en zekerheid maar elektronisch aangeschaft. In deze tijd van e-commerce en webwinkelen zouden we om verdere uitbuiting van de werknemers en verdere verdozing van het landschap tegen te gaan veel meer boeken in e-vorm moeten bestellen en lezen.

Het boek van De Cauter kent, tussen pro- en epiloog vijf ongetitelde delen met steeds twee teksten (en één keer drie) met titels als Opkomst van de generische stedelijkheid; De permanente catastrofe, Geologie van de angst en Welkom in de Nieuwe Imperialistische Wereldorde. De in totaal elf, soms in woede geschreven, teksten zijn tussen 1998 en 2004 in verschillende versies (en soms vertaald) in verschillende periodieken en bundels verschenen. De titel van de publicatie komt terug in deel twee met drie teksten: De capsulaire beschaving; De vermenigvuldiging van de heterotopieën en De capsule en het netwerk. De flaptekst vat het als volgt samen: “Cultuurfilosoof De Cauter schetst het beeld van een samenleving gedomineerd door angst en afsluiting. .. de opkomst van de capsulaire beschaving is een doemscenario … en voelen we ons gedwongen ons terug te trekken in de capsules van onze voertuigen, in architecturale cocons of urbanistische enclaves: malls, gated communities, pretparken “ en “Dit proces van capsularisering speelt zich af tegen de achtergrond van een dreigende demografisch-ecologische catastrofe en een militarisering van de planeet.”

De dreiging van een nauwelijks te bestrijden virusbesmetting zou de nog metaforisch verwoorde capsules van De Cauter concrete werkelijkheid kunnen maken: geen massale, collectieve vormen van vermaak (theater, bioscoop, stadion) of vervoer (bus, trein, vliegtuig). Maar individuele vormen in ongekende hoeveelheden en misschien ook geen massale collectieve vormen van wonen en werken, gekoppeld aan allerlei vormen van nationale, regionale of lokale begrenzingen en toegangscontroles. Om het, door zijn wat rommelige vorm en warrige inhoud niet altijd even helder geformuleerde, doemscenarioboek van Lieven beter te begrijpen is close reading van het werk zelf en van de tientallen literatuurverwijzingen nodig. Ik ben bang dat ik de veelal filosofische werken van Giorgio Agamben, Jean-Francois Lyotard en Paul Virilio voorlopig nog niet aangeschaft en gelezen heb.

Gelukkig had ik wel al in de boekenkast de aangehaalde sleutelwerken van René Boomkens (Een drempelwereld; moderne ervaringen en stedelijke openbaarheid uit 1998), Rem Koolhaas (S, M, L, XL uit 1995) en Michael Sorkin (Variations on a Theme Park; The New American City and the End of Public Space uit 1992).

Ik zal daar maar eens mee beginnen om verder te kunnen denken over wat deze crisis voor ons zou kunnen gaan betekenen. In ieder geval kan ik de boekenkast drastisch gaan herorganiseren.

Ik ben al begonnen: naast een grote stapel ‘niet-meer-relevant’ komen een aantal kleine stapeltjes met werktitels als stad en publieke ruimte; verstedelijking en suburbanisatie; mobiliteit en bereikbaarheid; geografie van de angst; gelijkhebbers en warhoofden. En misschien hou ik nog een stapeltje van professionele ontsnappingsliteratuur apart. Ondertussen heb ik nog geen reacties van De Cauter en/of van de door hem genoemde auteurs op de coronocrisis kunnen vinden. Van Michael Sorkin, geboren in 1948 was dat te verwachten; hij is afgelopen 26 maart aan de gevolgen van een coronabesmetting overleden. Een wat wrange aanleiding om voor mijn 71e verjaardag al die boeken van hem die nog steeds op mijn wishlist stonden te gaan vragen.

Om te beginnen het recente What Goes Up: The Right and Wrongs to the City (uit 2018) maar ook titels als All Over The Map: Writing on Buildings and Cities (2011) en Indefensible Space: The Architecture of the National Insecurity State (2008) vragen erom gelezen te worden.

En Twenty minutes in Manhattan (2013) staat op het boekenlijstje voor onze reis naar New York. Mocht die reis voorlopig nog niet (of nooit) doorgaan dan kan het boek op het stapeltje ‘leunstoelstudiereizen’.