Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


De omgevallen boekenkast | Architoerisme

11 april 2018 Blog

Voor de bibliofiele stedebouwkundigen en planologen (en voor planologische en stedebouwkundige geïnteresseerde bibliofielen) is er medio april 2018 een bijzonder lang weekend: het begint vrijdagmiddag 20 april met de, door het aan de BNSP gelieerde netwerk Levende Stad georganiseerde, fietsexcursie door de Bijlmer, waarin ook een ontmoeting is gepland met Daan Dekker, de auteur van De betonnen droom, de biografie van de Bijlmer en zijn eigenzinnige bouwmeester, waarover ik eerder schreef in de BNSP-Nieuwsbrief van juni 2017.

En zondagmiddag 22 april verzorgt Suzanna Jansen een lezing én een rondwandeling door tuinstad Slotermeer, de ‘nieuwe stad’ van Cornelis van Eesteren, één van de hoofdpersonen uit haar roman Ondanks de zwaartekracht (zie ook BNSP-NB januari 2018). De wandeling voert door de buurt waarin Jansen zelf opgroeide en langs de balletschool van danseres Steffa Wine, de tweede hoofdpersoon uit het boek. Wat me in dat boek al irriteerde was de manier waarop Suzanne Jansen haar eigen (volgens mij weinig interessante) leventje toen en haar recente werkzaamheden ten behoeve van het boek tot hoofdthema’s van het boek maakte. In deze lezing en wandeling wordt het begrip architectuurtoerisme, wat op zich al een problematisch fenomeen is en waaronder ik ook recreatief bezoek versta van meer landschaps- en/of stedebouwkundige dan wel planologische aard, wel erg opgerekt en lijkt er een nieuwe categorie te ontstaan.

Waren het ooit vooral architecten en stedebouwkundigen, aannemers en ambtenaren en planologen en wetenschappers die kennis namen van wat er elders en eerder was gebouwd, later zouden burgers en bestuurders volgen. Waarmee ook de aard van het architectuurbezoek veranderde. Waar de bouwers professioneel geïnteresseerd waren in hoe een en ander opgebouwd was, waren burgers en bestuurders vooral benieuwd naar de kosten en hoe het eruit zag. In de Wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog maakte op zondag de gehele bevolking een uitje naar de stadsrand om de nieuwste stadsuitbreidingen en de modernste woningen te aanschouwen. Tegenwoordig trekt de Dag van de Architectuur vele bezoekers.

Er zit een positieve kant aan het bezoeken van de situatie ter plekke. Goede architectuur en stedebouw laten zich immers slecht vangen in een afbeelding. En de professional doet er goed aan zich, geholpen door papieren informatie zoals tekeningen en goede beschrijvingen, zelf een beeld te vormen. Zo was de Weense architect Adolf Loos er, naar eigen zeggen trots op wanneer een gebouw op een foto niet goed overkwam. Hij meende dat de ruimtelijke kwaliteit van een bouwwerk alleen in de werkelijkheid kon worden ervaren.

De Nederlandse architect Aldo van Eyck formuleerde het ooit als: ‘ruimte is het ervaren ervan’. Een goede woning heeft dan ook minder met de fysieke verschijningsvorm te maken dan met de wijze waarop ruimte gecreëerd wordt voor de manier van leven, voor de woonwensen van de bewoner. Het vereist nogal wat inlevingsvermogen om de kwaliteit van onze dagelijkse gebouwde omgeving

Het is dan ook in meerdere opzichten een hachelijke onderneming om met je gezin vakantie te vieren door een zomerlang met de auto alle nieuwbouwwijken van Nederland langs te gaan, zoals een landelijk bekende wethouder ooit deed. Hoe architectuurgevoelig hij zelf (en zijn gezin) ook was, als toeristische passant ontkwam hij er niet aan de woningen slechts in het voorbijgaan en dan vooral visueel te consumeren.

Een toerist zoekt namelijk op reis naar zaken die buitengewoon zijn, die niet ook thuis te vinden zijn. Maar wonen is per definitie heel gewoon en dus eigenlijk alleen maar te waarderen vanuit een dagelijks perspectief en zeker niet met de toeristische blik. Toerisme is gebaseerd op het ontsnappen aan de banale realiteit van alledag door te zoeken naar ‘ authenticiteit’. In vervallen bergdorpjes, pittoreske vissersplaatsjes en anderszins dode stadjes.

De minst dagelijkse wereld is die van de geschiedenis, want niet van nu. Vandaar die monumentale belangstelling voor gebouwen uit vervlogen tijden, voor landschappen waar veldslagen hebben plaatsgevonden of voor andere schuldige plekken van oorlog en ellende. Zo heb ik alleen al uit 1993 De Hollandse Waterlinie van Douwe Koen uit de serie ‘Cultuurhistorische route in de provincie Utrecht’ en De velden van weleer; reisgids naar de Eerste Wereldoorlog van Chrisje en Kees Brandts. In 2005 verscheen bij uitgeverij Open Kaart (met steun van het toenmalige Stimuleringsfonds Architectuur) de wandelgidsachtige publicatie De Atlantikwall; omstreden erfgoed van Rijnmond tot IJmond.

De overtreffende trap van deze vlucht uit de hedendaagse werkelijkheid is het zoeken naar en bezoeken van plekken die in de fictieve realiteit van de literatuur een rol hebben gespeeld. Zo verscheen in de jaren 80 eerst Het land der letteren, Nederland door schrijvers en dichters in kaart gebracht (1982) gevolgd door 3 delen over steden: Amsterdam (1984;); ’s Gravenhage (1984) en Leiden (1985). Gek genoeg is het daarbij gebleven, maar in 2004 publiceerde Pieter Steinz lezen op locatie; atlas van de wereldliteratuur, waarin Nederland behandeld werd in 5 van de 60 kaarten. Het wachten is op een actuele en sterk uitgebreide topo-literaire atlas, waarin we de ruimtelijke setting van geliefde romanpersonages kunnen terugvinden, want de literaire productie stagneert, ondanks de ontlezing, nog steeds niet.

Maar de, door het Van Eesterenmuseum georganiseerde lezing/wandeling, is een andersoortig architectuurtoerisme, waarbij we Amsterdam West niet bekijken vanwege de ruimtelijke kwaliteiten of de literaire connotaties (met bijvoorbeeld de zich daar afspelende romans van Walter van den Berg), maar omdat een non-fiction schrijfster erover geschreven heeft omdat ze er gewoond heeft en dat als kapstok gebruikte voor een documentaire vertelling. Dit is niet echt nieuw – in Jorwerd worden ze nog steeds gek van de Mak-fans die hem (en/of God) daar proberen terug te vinden – maar lijkt steeds meer toe te nemen en ik kan het nog niet goed plaatsen. Ook het verhelderende Architourism, Authentic, Escapist, Exotic, Spectacular uit 2005 geredigeerd door Joan Ockman & Salomon Frausto brengt me wat dit betreft niet verder.

Vooralsnog zal ik om me voor te bereiden op de confrontatie met Suzanna Jansen het drieluik van Walter van der Berg West (2007), Van dode mannen win je niet (2013) en Schuld (2016) moeten aanschaffen.

En om de Bijlmer nog beter te begrijpen, zal ik dan toch maar via Uitzending Gemist de recente opvoering van The Passion (Ik zie jou) gaan bekijken, want de zich daar ook afspelende, weinig verhullende, pseudo-pornofilm Blue Movie van Wim Verstappen uit 1971 heb ik op YouTube al wel gezien en lijkt me (hopelijk) ook wel een beetje gedateerd.

En zaterdag 21 april misschien op eigen gelegenheid Amsterdam-West en -Zuidoost doorkruisen om een en ander met eigen ogen te gaan zien.