Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


De omgevallen boekenkast | Advies

25 november 2020 Blog

Door Tjerk Ruimschotel

 

Soms lijkt het er warempel op dat je als columnist/blogger gehoord en begrepen wordt. In mijn oktober-blog over de NOVI klaagde ik over het gebrek aan manipuleerbaar kaartmateriaal en prompt verscheen begin november de Atlas van de Regio (1). Geen papieren boekwerk  met een mooie voorplaat, maar “een interactieve kaartviewer die middels thematische kaarten verschillende ruimtelijke ontwikkelingen en opgaven in beeld breng. Zo’n 130 kaarten verdeeld over 12 thema’s om op elkaar te leggen en te vergelijken “. De Atlas biedt, volgens de samenstellers, het PBL “het kaartmateriaal voor het debat dat het Rijk, de regio’s en maatschappelijke partners voeren over ruimtelijke afwegingen”. En terwijl de atlas nadrukkelijk gepresenteerd wordt als hulpmiddel (‘tool’) in de discussies over de Nationale Omgevingsvisie lijkt ook hier de ‘gewone (al dan niet geïnteresseerde) burger’ als belangrijkste doelgroep buiten beeld te verdwijnen; in de dagbladpers werd geen aandacht aan de atlas besteed maar ook op de rijkswebsite over de NOVI wordt er niet naar verwezen. En nu we toch aan het mopperen zijn: in mijn NOVI-blog adviseerde ik om het kaartmateriaal van de beleidsbeslissingen uit de NOVI zélf te digitaliseren, zodat een ieder zijn eigen geografische/thematische uitsnede van De Visie kon maken – dat is er dus nog niet van gekomen. Maar misschien komt het nog en kan ik me voorlopig beter spiegelen aan de bewonderenswaardig positieve toon van onze huidige Rijksbouwmeester in zijn publicatie, verschenen in april van dit jaar.

Het fraai uitgegeven essay-in-boekvorm roept, naast irritatie over de wat zalvende en holistische argumentatie en over het gebrek aan realistische oplossingsrichtingen, toch ook vooral het opwekkende gevoel op dat we het, samen, wel kunnen klaren. Zoals Floris Alkemade zegt: “In de loop van de eeuwen is er een plannings- en ontwerpcultuur ….ontstaan vanwaaruit we – misschien wel beter dan wie dan ook – in staat zijn nu de verdere kennis en inzichten te ontwikkelen die niet alleen het eigen land maar de hele wereld dringend nodig heeft.” Hoewel hij met name verwijst naar onze “omgang met de natuurkracht van het opkomend water” die “onze cultuur en identiteit” en die plannings- en ontwerpcultuur heeft gevormd, denk ik dat het onze rijke ervaring met en reactie op natuurlijke,  sociaal-economische en militair-politieke processen is geweest die de ontwerpende en reflectieve disciplines op ruimtelijk terrein op het huidige niveau hebben gebracht. Het is dan ook jammer dat Alkemade nauwelijks een handelingsperspectief voor onze ruimtelijke professionals schetst. Gelukkig krijgt hij er per 1 december twee nieuwe rijksadviseurs bij om dit manco op te vullen.
Soms duurt het vrij lang voor je als blogger je zin krijgt. Toen, in 2004, de Rijksbouwmeester drie secondanten kreeg heb ik me beklaagd over het ontbreken van een stedebouwkundige in dit College van Rijksadviseurs. Wel waren er adviseurs voor het landschap, de infrastructuur en het cultureel erfgoed. Nadat ik ergens in 2009 in een column gezegd had dat er toch echt een stedebouwkundige bij moest, werd eerst het taakveld landschap verbreed met ‘water’ en infrastructuur met ‘stad’. Deze wat wonderlijke taakomschrijvingen werden pas in 2016 vervangen door zowel een landschapsarchitect als een stedebouwkundige aan te stellen als ‘Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving’. Over deze tenenkrommende terminologie en de ambtelijke, bestuurlijke en commerciële wildgroei eromheen valt een aparte blog te schrijven en misschien komt die er nog.

Aardig aan de twee nieuw benoemde rijksadviseurs is dat ze op een aantal verschillende manieren in de theorie en praktijk van hun vakgebieden werkzaam zijn geweest en erover gepubliceerd hebben. Landschapsarchitect Jannemarie de Jonge is zelfs gepromoveerd, en is daarmee, voor zo ver ik weet de eerste rijksadviseur met die beschouwende kwaliteit. De handelseditie van haar Landscape Architecture between Politics and Science: An integrative perspective on landscape planning and design in the network society (uit 2009) heb ik niet in de fysieke boekenkast. Maar het proefschrift is wel te downloaden (2) en geeft in het eerste deel een aardig historisch overzicht van de eerste decennia van de landschapsarchitectuur, de stedenbouw en de planologie als opkomende disciplines. En is verder nog steeds relevant. Veel van haar overig publicistisch werk is in opdracht en in samenwerking met andere auteurs gemaakt, en digitaal beschikbaar, zoals Een kwart eeuw EO Wijers-stichting Ontwerpprijsvraag als katalysator voor gebiedsontwikkeling (3) uit 2008 en Ontwerpen in de regio, (4) uit 2016, eveneens over de EO Wijers prijsvragen.

Ook stedebouwkundige Wouter Veldhuis (de andere rijksadviseur ) heeft veel gepubliceerd, is vaak opgetreden als co-auteur en zijn werk is soms digitaal beschikbaar. Een vroege bijdrage aan de vakontwikkeling leverde hij als redacteur (met Harko Stolte) van de bundel Zover het oog reikt; ontwerpend sturen aan de stad (1995). In mijn Amsterdam-boekenkast staan twee publicaties waar Wouter aan heeft medegewerkt: de Atlas Westelijke Tuinsteden Amsterdam; de geplande en de geleefde stad (2009) en het vervolg erop acht jaar later, Nieuw-West: parkstad of stadswijk; de vernieuwing van de Westelijke Tuinsteden Amsterdam. Ik heb de publicatie Verkenning van de rechtvaardige stad Stedenbouw en de economisering van de ruimte (5) die Wouter Veldhuis schreef samen met Simon Franke digitaal gelezen. Zijn recente opiniestuk Niets doen is wél een optie over de discussie over de stad tijdens en na corona/covid is terug te vinden op onze BNSP-site (6) en onlangs verder uitgewerkt in het essay Hier.Heerst.Veiligheid – En verliest het publiek domein zijn betekenis, geschreven samen met Tijs van den Boomen en Simon Franke en gratis te downloaden via Trancity (7). Een persoonlijke publicitaire relatie met Wouter heb ik in de vorm van de fantastische serie eye-openende kaartbeelden van Must (toentertijd bestaande uit Robert Broesi, Pieter Jannink en Wouter Veldhuis) in de Atlas van de verandering, Nederland herschikt van Theo Baart, Tracy Metz en mijzelf; gewoon een mooie papieren publicatie uit 2000.

Van de architect Francesco Veenstra die Floris Alkemade in september volgend jaar gaat opvolgen heb ik geen boeken in de kast liggen; sterker er zijn mij (of google, bing, bolcom en boekwinkeltjes) geen publicaties van of over hem bekend. Dat hoeft voor een Rijksbouwmeester op zich geen probleem te zijn en dat hij voorzitter is van een beroepsvereniging (de BNA) pleit wat mij betreft voldoende voor hem. Maar zelfs bij Floris Alkemade had ik, ondanks diens indrukwekkende lijst van ‘geraadpleegde bronnen’ en zijn tentoongespreide brede belangstelling, het gevoel dat de doorwerking van theorie naar praktijk, van globale problemen naar concrete voorstellen wat aan de magere kant bleef. Ik heb goede hoop dat Jannemarie de Jonge en Wouter Veldhuis vanuit hun brede beroepspraktijken Francesco Veenstra op dat terrein kunnen ondersteunen, maar ik zelf zou er voor de zekerheid toch nog een derde, meer wetenschappelijk reflecterende rijksadviseur aan toegevoegd hebben; dus gewoon iemand met een planologische achtergrond. Ik ben benieuwd hoelang het deze keer gaat duren voor dit advies opgevolgd wordt. Over de al dan niet gewenste sekse, gender, geloof, politieke voorkeur en/of ras van de bouwmeester en zijn/haar adviseurs laat ik me voorlopig maar niet uit.

  1. Atlas van de Regio | PBL Planbureau voor de Leefomgeving
  2. Landscape architecture between politics andd science
  3. Een kwart eeuw EOwijers
  4. EOWijers, ontwerpen in de regio | Jannemarie de Jonge
  5. Verkenning van de rechtvaardige stad – Trancity
  6. Niets doen is wél een optie | Wouter Veldhuis | MUST (bnsp.nl)
  7. Gratis downloads – Trancity