Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


Archive for the ‘BNSP’ Category

Dag van de Ontwerpkracht

De dag waar je hele zomer over doorpraat!

De aanpak van de grote opgaven, als de klimaatcrisis, energieopgave, landbouw- en voedseltransitie, biodiversiteit en het huisvestingsvraagstuk zal leiden tot een ‘wederombouw’ van Nederland. Hoe zorgen we dat de beoogde doelen worden bereikt én de ruimtelijke kwaliteit wordt verhoogd?

Hoe kom je met inzet van ontwerpkracht en cultureel opdrachtgeverschap tot gebiedsbrede toekomstgerichte plannen waarmee meerdere opgaven gecombineerd en integraal worden aangepakt? Hoe koppelen we lange en korte termijndoelstellingen aan elkaar?

Wat kunnen ontwerpers, opdrachtgevers, adviseurs en bestuurders van elkaar leren? Wat kunnen we leren van recente praktijkvoorbeelden? Wat leert ons de geschiedenis?

Met antwoorden op deze vragen willen we bijdragen aan het Programma Mooi Nederland van de minister van VRO. Met de ambitie om Nederland mooier te maken én effectieve oplossingen te bieden.

Georganiseerd door de beroepsverenigingen van landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen en planologen, NVTL en BNSP. Voor vertegenwoordigers van alle betrokken partijen, zoals ontwerpers, overheden, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en marktpartijen.

Met bijdragen van minister Hugo de Jonge (onder voorbehoud), het College van Rijksadviseurs, Winy Maas (MVRDV) en o.a. WUR, Vereniging Deltametropool, vooraanstaande ontwerpbureaus en partners in de ruimtelijke inrichting van Nederland.

Laat je inspireren door verhalen en analyses en doe mee met masterclasses, debat en bekijk de tentoonstelling over Ontwerpend Nederland of ga mee met de fietsexcursies!

Leden BNSP en NVTL nemen gratis deel, reserveer snel een ticket!

Geen lid? Koop een kaartje via deze link.

DE OMGEVALLEN BOEKENKAST | RIEK

RIEK

Hoewel in de afgelopen maanden twee op de vrouw gerichte bouwkundige publicaties zijn verschenen die het alleszins de moeite waard waren om gelezen te worden (wat ik dus deed) ben ik nog lang niet tevreden. Om te beginnen zijn ook deze twee ‘vrouwenboeken’ door vrouwen geschreven en verder verschijnen er nog steeds veel meer uitgaves over niet-vrouwen dan over vrouwen. In 2021 bijvoorbeeld verschenen in Nederland monografische publicaties* over leven en werk van de volgende architecten, stedebouwkundigen en landschapsarchitecten: Piet Oudolf, Jan Sterenberg (waar ik zelf ooit ben begonnen), Nico de Jonge, H+N+S (Dick Hamhuis/JanDirk Hoekstra + Lodewijk van Nieuwenhuijze  + Dirk Sijmons), Herman Hertzberger, Granpré Molière, Dudok (2x), Eduard Cuypers, Bedaux de Brouwer en het architectenbureau Baanders van Hermanus Baanders, zijn twee zonen Herman en Jan en diens zoon Jan jr, opgetekend door (achter)kleinzoon Rudolf-Jan … en een monografie van/over Riek Bakker: één vrouw en zeventien mannen!

We zijn dus niet echt opgeschoten sinds Grada Wolffensperger ruim een eeuw geleden als eerste vrouwelijke bouwkundig ingenieur in Delft afstudeerde. Erica Smeets-Klokgieters promoveerde in januari jongstleden op een onderzoek naar de eenentwintig tot 1946 afgestudeerde vrouwelijke architecten onder de titel:  ‘Hulde aan onze kranige Architecte!’ De opkomst van de eerste vrouwelijke architecten van Nederland. Het proefschrift zelf is via wat digitale omwegen te vinden via de repository van de Universiteit van Utrecht: ‘Hulde aan onze kranige architecte!’ : De opkomst van de eerste vrouwelijke architecten van Nederland (uu.nl) en beschrijft op indringende wijze de moeizame beroepspraktijk en de, soms ook ontluisterende, persoonlijke geschiedenissen van die eerste vrouwelijke bouwkundig ingenieurs.

Daarentegen is de wel zeer succesvolle carrière van de in Boskoop afgestudeerde Riek Bakker onderwerp van de in december 2021 bij Boom verschenen publicatie De Ruimte van Riek, bouwend aan Nederland van de co-auteurs Margreet Fogteloo en Riek Bakker. In feite is het een (auto)biografie met negen chronologische hoofdstukken over Rieks leven (met soms Joop-ter-Heulachtige titels zoals Op eigen benen; Weer op eigen benen en Hoe nu verder?) gelardeerd met besprekingen van acht min of meer achtereenvolgende projecten: vanaf de Kop van Zuid in Rotterdam (midden jaren 80) , via het Utrecht City Project en de VINEX-locatie Leidsche Rijn, de Regio Groningen Assen, Piushaven in Tilburg, Schiedam Park A4 en Masterplan Soesterberg tot het recente Park Achterhoek in Winterswijk. Alle projecten zijn van na 1986 toen ze het door haar en Ank Bleeker in 1977 opgerichte bureau Bakker en Bleeker (het latere Bureau B+B) had verlaten.

Ook komt in een projecthoofdstuk de door Riek voorgezeten Adviescommissie Gebiedsontwikkeling aan de orde. Opvallend afwezig is haar hoogleraarschap in Eindhoven (1998-2001) waarvan ik graag gehoord zou hebben hoe zij op academische wijze over haar werk en het fenomeen gebiedsontwikkeling had gereflecteerd. Verder had ik, in het huidig tijdsgewricht van representatie en identificatie, meer willen weten over de door haar bewonderde vakmatige voorbeelden; al dan niet van het mannelijk/vrouwelijk geslacht of seksuele geaardheid. Ze noemt er geen. En Fred Zandvoort, waar ze ooit begonnen is, is zelfs uit de index verdwenen, hoewel zijn bureau wel genoemd wordt. Misschien iets voor de derde (!) druk. Wel leren we zoveel familieleden van Riek (en haar partner Katrien) kennen, dat ik af en toe een zelfgemaakte stamboom moest raadplegen om te begrijpen over wie het ging.

Het boek is een uitgebreid en fascinerend verslag van de manier waarop soms tamelijk persoonlijke, om niet te zeggen intieme, gebeurtenissen in iemands leven een weerslag hebben gehad op diens professionele werk. Het hoort (“koop dat boek en beluister de podcasts”) op de verplichte leeslijst van (aankomende en ervaren) stedebouwkundigen en planologen als bron van inspiratie en informatie, ondanks dat het als monografisch werk tekort schiet vanwege het ontbreken van een omvattend overzicht van werken en functies en van een ordentelijke bibliografie. Niet iedereen heeft de vuistdikke publicatie over het bureau B+B (Bureau B+B Stedebouw en landschapsarchitectuur; een collectief talent 1977-2010) uit 2010 in zijn/haar boekenkast. Of het ‘vriendenboek’ BVR NL Ruimte en regie, verschenen in 2004 ter gelegenheid van zo’n tien jaar BVR, het bureau dat Riek Bakker en Jaap Van Rijs oprichtten na Rieks Rotterdamse directeurschap, of de tien jaar daarvoor verschenen uitgave Riek Bakker; Ruimte voor verbeelding naar aanleiding van de haar toegekende (grote) Rotterdam-Maaskantprijs in 1994. Noch de tijd om een en ander samen te voegen terwijl Rieks leven-en-werk toch een prachtig promotie-onderwerp zou zijn, tevens passend in de huidige tendens naar meer ‘meerstemmigheid’ (vrouw, LHBTIQA+, niet-academisch) in de officiële geschiedschrijving, hoewel ze zich nooit een feministe noemde.

Overigens is het met de wel-academisch gevormde vrouwen, volgens Erica Smeets, ook niet altijd even makkelijk gegaan. Van de eenentwintig vooroorlogse afgestudeerden aan de TH-Delft en AvB-Amsterdam oefenden slecht dertien het beroep uit, vijf  in een nauwe samenwerking met een mannelijke echtgenoot, géén met een vrouwelijke partner/levensgezel. Zeven vrouwen maakten carrière bij de overheid als gemeente-architect, stedebouwkundige (Lotte Beese, Wil van den Broek d’Obrenan, Jacoba (Ko) Mulder), planoloog (Toot Strumphler) of door zich te specialiseren in gewapend betonconstructies bij de Genie, wat Riné Boerée deed. Slechts één vrouw (de ongehuwde Wil Jansen) slaagde erin een redelijk succesvolle eigen praktijk op te bouwen, met een beetje hulp van familie en vrienden. Ada Struyk trouwde met een befaamd stedebouwkundige (J.A. Kuiper) en werd onder andere politica, lid van de Raad voor de Volkshuisvesting, bestuurslid van de Rotterdamse afdeling van de Vereniging van Vrouwen met een Academische Opleiding en vicevoorzitter van de VrouwenAdviesCommissie.

Het lijkt me echter niet dat deze vooroorlogse vrouwen de rolmodellen zouden moeten zijn die we onze huidige en toekomstige vrouwen in de bouw willen voorhouden. Maar ook de carrière van Riek lijkt me niet het meest realistisch te presenteren toekomstbeeld, vanwege het toch wel unieke karakter van haar leven en werk. Natuurlijk is het goed wanneer vrouwen, net als mannen, ervan dromen om hoofd stadsontwikkeling van een van de vier grote steden te worden, of hoogleraar aan een Technische Universiteit. Maar net als mannen vaak genoegen moeten nemen met een minder iconische werkkring zouden vrouwen kennis moeten kunnen nemen van een breed palet van stedebouwkundige (en planologische) beroepsuitoefeningen.

Nu we op televisie via het vermakelijke programma ‘Vrouwen die bouwen’ getuige kunnen zijn van de verder alledaagse werkzaamheden van een dwarsdoorsnede van de vrouwelijke werkers op de bouwplaats, zouden we, wat mij betreft ook en vooral via de boekdrukkunst, moeten kunnen horen van het dagelijkse werk dat door vrouwen gedaan wordt op particuliere stedebouwkundige en planologische bureaus en binnen de overheidsdiensten. Ik kijk dan ook met buitengewoon veel belangstelling uit naar het nieuwe project van uitgeverij nai010. Onder de titel Vrouwen in Architectuur wil men “de ontbrekende stemmen van vrouwen belichten en bijdragen aan een completere architectuurgeschiedenis en het heersende narratief breder, inclusiever en daarmee rijker en vitaler maken.” Ik hoop daarbij dat in die geschiedenis in ieder geval de stedebouwkundig discipline meegenomen wordt, hoewel het reflectieve planologische werk ook niet onbelangrijk is voor een goed begrip van het werken in en aan de gebouwde omgeving.

Verder neem ik aan dat nai010 ook een inventariserend bibliografisch onderzoek heeft laten verrichten naar het aandeel boeken over vrouwen in de (stede-)bouw dat ze de afgelopen tijd hebben uitgegeven om te bezien hoe de achterstand moet worden ingelopen. Hun voornemen elk jaar één publicatie aan de reeks over ‘ontbrekende stemmen’ toe te voegen loopt vooralsnog niet over van ambitie, gelet op de tientallen boeken die per jaar worden uitgeven. Hopelijk nemen andere uitgeverijen de uitdaging aan om ook iets zorgvuldiger naar hun eigen publicatie-beleid te kijken en kan ik in een volgende blog een betere publicitaire vrouw/man-verhouding melden dan de huidige, schamele en beschamende, één op zeventien.

Tjerk Ruimschotel

* Noel Kingsbury, Piet Oudolf/Hummelo, HL Books; Michiel Kruidenier, Architect Jan Sterenberg en het bouwen in de jaren ’80, nai010; Yvonne Horsten-van Santen, Luisterrijk cultuurlandschap; Nico de Jonge, landschapsarchitect, blauwdruk; Marieke Berkers e.a., denken, doen, laten; drie decennia sleutelen aan het landschap, H+N+S Landschap, blauwdruk; Christien Brinkgreve, De ruimte van Herman Hertzberger, Atlas Contact; Sjettie Bruins, M.J. Granpré Molière; Architectuur en stedenbouw als beroep en als culturele opdracht in de 20ste eeuw, Barkhuis; Iwan Baan, Dudok by Iwan Baan, nai010/Dudok Architectuur Centrum; Herman van Bergeijck, De stadsopbouw en stedenbouw van W.M. Dudok, uitgever Rode Haring; Constant van Nispen, Eduard Cuypers; architect met een eigen koers, Verloren; Hans Ibelings e.a. Bedaux de Brouwer Architecten, The Architecture Observer; Rudolf-Jan Baanders, Architectenbureau Baanders; van Jugendstil naar modernisme, De Onderste Steen.

Onderzoeksproject Building for well-being gaat van start

Een aantrekkelijke woonomgeving creëren in een dichtbevolkte stad.Hogeschool van Amsterdam, Faculteit Techniek, lectoraat Bouwtransformatie, Frank Suurenbroek en Gideon Spanjar

Wellbeing van stedelingen

Hoe kunnen we met de aanpak van de woningbouwopgave ook de wellbeing van stedelingen versterken? Deze vraag onderzoekt de Hogeschool van Amsterdam (HvA) met behulp van nieuwe technologieën waaraan regieorgaan SIA een RAAK-mkb-subsidie heeft toegekend, levert inzichten op waarmee de bouwwereld tot evidencebased ontwerpoplossingen kan komen voor het creëren van een aantrekkelijke woonomgeving in een dichtbevolkte stad. De woningnood in Nederland, en vooral in de Randstad, is hoog. Het nieuwe kabinet heeft beloofd om 100 duizend woningen per jaar op te leveren. Dit brengt veelal met zich mee dat er nog meer gebouwd gaat binnen de stad. ‘Tegelijkertijd moeten gebouwen en wijken aan steeds meer eisen voldoen. Denk bijvoorbeeld aan de integratie van installaties voor duurzame warmte, het gebruik van circulaire materialen, en het plaatsen van oplaadpunten voor elektrische voertuigen; het budget heeft hiermee geen gelijke tred gehouden,’ zegt Frank Suurenbroek, lector Bouwtransformatie bij de HvA. ‘De kunst is bij dit alles oog te houden voor het welbevinden van mensen.’

Evidence-based inzichten

Bij de ontwikkeling van nieuwe wijken wordt al wel rekening gehouden met hoe mensen hun omgeving beleven. Maar dit gebeurt vooralsnog met weinig evidence-based kennis. ‘Met Building for well-being gaan we daar verandering in brengen,’ zegt Gideon Spanjar, als senior onderzoeker verbonden aan het lectoraat Bouwtransformatie van de HvA. ‘Geavanceerde biometrische technologie stelt ons nu in staat om evidence-based inzichten te genereren in welke factoren het meest bijdragen aan een hoogwaardige leefomgeving in een dichtbevolkte stad.’ Het consortium met achttien partners onderzoekt hoe mensen de stedelijke omgeving beleven, wat voor effect dit op hen heeft en hoe je hier in het ontwerptraject rekening mee kunt houden. In theorie kun je door te spelen met groen en materiaaltypes in de gevels bijvoorbeeld heel goed voorkomen dat mensen zich overweldigd voelen door hoogbouw. Maar hoe dit situationeel uitpakt voor de verschillende gebruikerstypen van de straatruimte is echter nog minder duidelijk.

Inrichting, groen en architectuur

’Mensen kiezen voor wandelroutes naar hun werk of het winkelcentrum die niet perse het kortst zijn. Niet alleen de inrichting van de straat en de aanwezigheid van groen, maar ook de architectuur van de gebouwen speelt hierbij een grote rol. Zeker in verdichte woonmilieus zijn er situaties die voor stress zorgen. Maar er zijn ook straten die hoog worden gewaardeerd door gebruikers en bijdragen aan het welbevinden van mensen,’ illustreert Spanjar.
Tot de partners in Building for well-being behoren ontwerpbureaus gespecialiseerd in architectuur, stedenbouw en landschapsinrichting en brancheorganisaties. Daarnaast is er een reflectiegroep bestaande uit ruimtelijk opdrachtgevers en vooraanstaande academici die mondiaal bezig zijn met neuroarchitectuur. Naast het lectoraat Bouwtransformatie is ook het lectoraat Responsible IT van de Faculteit Digitale Media en Creatieve Industrie van de HvA nauw bij het project betrokken.

Geavanceerde technologie

De metingen worden gedaan voor drie soorten gebruikers – bewoners, passanten en bezoekers – met geavanceerde technologie. ‘We gebruiken eye-trackers die registreren waar mensen naar kijken, en hoe lang,’ vertelt Suurenbroek. Dat gebeurt in een laboratoriumsituatie met een beeldscherm waarop we verschillende stedelijke situaties projecteren, buiten met een mobiele eyetracker, en in een virtual reality-omgeving gecreëerd op basis van ontwerpplannen van architecten in het consortium. ‘We weten straks preciezer welke ontwerptoepassingen wanneer bijdragen aan de well-being van gebruikers, en waarom,’ zegt Suurenbroek enthousiast. Het onderzoek levert bovendien waardevolle kennis op over de inzet van deze technologie in het ontwerpproces. Dit vergroot ook de overtuigingskracht van ontwerpers voor de toepassing van innovatieve oplossingen door hun opdrachtgevers.

Dialoog stimuleren

Het consortium stimuleert nadrukkelijk de dialoog en reflectie in de praktijk van de ruimtelijke ontwikkeling. ‘We brengen partijen bij elkaar om kennis te delen en ervaringen uit te wisselen. ’Vanuit die gedachte gaan we als onderzoekers ook in gesprek met gemeentes over de criteria die gesteld worden aan gebiedsontwikkeling. ‘Die kunnen misschien zodanig aangescherpt worden dat er aandacht is voor zowel duurzaamheid als beleving,’ aldus Suurenbroek. Suurenbroek en Spanjar hebben hoge verwachtingen van het project. ‘We krijgen vanuit de bouwwereld enthousiaste reacties op onze aanpak,’ zegt Suurenbroek. ‘Niet alleen vanwege de verbinding die we leggen tussen beleving en ontwerpoplossingen, maar ook omdat we de dialoog zoeken. Spanjar: ‘Een leefomgeving creëren die duurzaam krachtig en goed is, kan alleen als we samen het gesprek aangaan en vanuit verschillende disciplines de opgaven gezamenlijk vormgeven.’

Sensing Streetscapes

Building for Wellbeing bouwt voor op het project Sensing Streetscapes van het lectoraat Bouwtransformatie. Hierin werd de toepassing van nieuwe technologieën als artificial intelligence en eye-tracking bij het ontwerp van gebouwen en stedelijke gebieden succesvol verkend.

Uitnodiging digitale bijeenkomst Kennislab Omgevingswet | 14 maart 2022

De actualiteit van de invoering van de Omgevingswet met het DSO en de rol van Kennislab Omgevingswet

Donderdag 3 maart 2022 hebben vertegenwoordigers van stedenbouwkundige bureaus, Geo-ICT branche en softwareleveranciers samen met diverse vertegenwoordigers vanuit de VNG, de TBO en het Ministerie BZK, gesproken over het versterken van de samenwerking gericht op een succesvolle invoering van de Omgevingswet. Gezamenlijk is geconstateerd dat een constructieve en gelijkwaardige samenwerking tussen alle betrokken partijen en een duidelijke regie nodig is voor een succesvolle invoering. Kernbegrippen hierbij zijn open, voorspelbaar en transparant. Concreet is er gesproken om de samenwerking op zeven onderwerpen invulling te geven. Dit is opgenomen in het ‘Werkdocument samenwerking stedenbouwkundige bureaus, softwareleveranciers, rijk en overheden’. In het document staan voorstellen en lezenswaardige zinsneden.

Meer dan tien jaar wordt vanuit Kennislab Omgevingswet meegedacht aan de Omgevingswet, via reacties op internetconsultaties en via gremia, zoals het NWOG en COGO. Daarnaast worden vanaf 2019 door de gezamenlijke bureaus praktijkproeven voor het DSO gedaan. Momenteel wordt aan de praktijkproef met wijzigingsbesluiten van het omgevingsplan voor de woningbouwopgave en energietransitie gewerkt. In 2021 is een nieuwe overlegstructuur gevormd, de ‘markttafel’. Daaraan nemen BZK, TBO, VNG, het MKB en de stedenbouwkundige bureaus met softwareleveranciers deel. Dit overleg is gericht op een succesvolle invoering van de Omgevingswet met het DSO waarover met elkaar op een evenwichtige wijze van gedachten wordt gewisseld.

Uitnodiging digitale bijeenkomst 14 maart 2022 tussen 19.00 uur en 20.00 uur

Over het werkdocument gaan we met elkaar in gesprek op maandag 14 maart 2022, tussen 19.00 uur en 20.00 uur. We doen het digitaal. Ter voorbereiding wordt ieder gevraagd inbreng te leveren ‘welke hobbels moeten we nemen’ voor invoering van het DSO en de Omgevingswet? In het overleg van 3 maart is benadrukt dat de werkpraktijk meer direct gaat worden betrokken bij de planning en de keuzes die voor de invoering moeten worden gemaakt. Gevraagd wordt dat ieder uiterlijk aanstaande vrijdag 11 maart suggesties toestuurt aan ruud.louwes@rho.nl. Dan zullen wij hiervan een overzicht samenstellen voor het overleg op maandag 14 maart. Voor aanmeldingen stuur een mail naar ruud.louwes@rho.nl.

Vertegenwoordiging Kennislab Omgevingswet

Koos Seerden van Rho adviseurs en Dirk van de Wetering van de Antea Group vertegenwoordigen Kennislab Omgevingswet op directieniveau. Ruud Louwes van Rho adviseurs is coördinator en neemt deel aan diverse gremia, zoals NWG, COGO (samen met Niek van den Berg van Bugel Hajema) en markttafel. Rogier Begheyn van KuiperCompagnons geeft leiding aan de praktijkproef met wijzigingsbesluiten. Reinder Osinga van Movares Group – BRO nam deel een overleg van de markttafel. In de nabije toekomst vervult Kennislab Omgevingswet de belangrijk rol als vertegenwoordiger van advies-, ingenieurs- en stedenbouwkundige bureaus, aangesloten bij BNSP en NL Ingenieurs, in de samenwerking met Bzk/ADS, DSO-LV, TBO en VNG.

 

BNSP is initiatiefnemer in City Deal ‘Slimme stad’

Technologisering en digitalisering veranderen met een ongekende snelheid en impact de manier waarop we leven en de steden en dorpen waarin we leven. Daarbij ligt de focus vaak op techniek, maar hoe veranderen de stedenbouw, de landschapsinrichting en de architectuur als gevolg van deze nieuwe industriële revolutie? Hoe ontwerpen we leefbare ‘smart’ cities? Hoe moeten bestuurders, ontwerpers, inrichters en beheerders, hier mee aan de slag? En welke tools hebben we hiervoor nodig? Bijna twee jaar geleden alweer is de BNSP als één van de initiatiefnemers samen met tientallen partners (overheden, kennisinstellingen, technologiebedrijven) gestart met de City Deal ‘Slimme Stad’. Hiermee wil de BNSP de kloof dichten tussen de technologische ontwikkelingen enerzijds en de ruimtelijke ordening en ontwerp anderzijds, en haar leden een kennisplatform bieden om te leren, te innoveren en kennis te delen.

Agenda Stad

City Deals zijn voor het Ministerie van BZK het middel om de doelstelling van Agenda Stad te halen: het versterken van groei, innovatie en leefbaarheid in de Nederlandse steden. In City Deals worden concrete samenwerkingsafspraken tussen steden, Rijk, andere overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties verankerd. Die deals moeten leiden tot innovatieve oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken en/of maatregelen bevatten om het economisch ecosysteem van de stedelijke regio(’s) te versterken. Digitalisering en technologisering veranderen onze steden, regio’s en dorpen de komende jaren ingrijpend. Maar welke instrumenten hebben we nodig om dat op een zo goed mogelijke manier te laten verlopen, zodat we de leefbaarheid in onze steden kunnen vergroten? In de City Deal ‘Een slimme stad, zo doe je dat’ ontwikkelen, toetsen en implementeren we die instrumenten. In deze City Deal willen we werkgroepen opzetten waarmee regio’s, steden en dorpen worden ontworpen, ingericht, beheerd en bestuurd, zodat optimaal gebruik kan worden gemaakt van de kansen die digitalisering en technologisering bieden. De deelnemers aan de City Deal spannen zich gedurende de looptijd van de City Deal in om deze twaalf processen te veranderen, deze processen te borgen, te implementeren en opschaling te bereiken.

 

Halverwege

We zijn halverwege de City Deal ‘Een slimme stad’. In het afgelopen jaar hebben professionals van 60 partners van de City Deal verdeeld over nu 14 werkgroepen gewerkt aan de vraag hoe digitalisering en technologisering onze regio’s, steden en dorpen kunnen veranderen. De eerste resultaten liggen er. Zo hebben we geleerd hoe we crowd management kunnen uitvoeren met behoud van privacy. Hebben we smart mobility tools ontwikkeld die werken. Is de modelverordening smartcitytoepassingen een hele stap verder. Ontdekken we hoe we kunnen ontwerpen op een nieuwe manier. En leren we hoe een effectieve datastrategie opzetten. Maar er is vooral een heel stevig fundament gebouwd onder de ruimtelijke ordening van de toekomst. Een ruimtelijke ordening waar verbondenheid voorop staat. En dat is net zo breed bedoeld als u het leest. Want verbondenheid gaat over techniek, over kabels, leidingen en 5G. Maar ook over het benutten daarvan. Of contact tussen mensen. En tussen mensen en informatie. Een ruimtelijke ordening waarin afstand en plaats een compleet nieuwe betekenis hebben gekregen, omdat ze er niet meer toe doen en juist daarom er meer toe doen dan ooit.

Vervolg

De slimme stad gaat niet alleen over technologie en digitalisering, maar ook over het op een democratische manier gebruiken van alle kansen die die technologie en digitalisering bieden. Daar gaan we mee door. In het vervolg van de City Deal focussen we nog meer op het borgen van de (eerste) resultaten; op samenwerking met andere City Deals en het opzetten van de City Deal ‘Slim Maatwerk’; en op toepassen van de verworven kennis in gebiedsontwikkeling en andere showcaseprojecten. Alleen zo kunnen we de grote verbouwing waar Nederland voor staat goed aan pakken. Alleen zo kunnen we regio’s, steden en dorpen bouwen en houden waar we willen zijn. Nu en in de toekomst. Om ervoor te zorgen dat deze ontwerpprincipes straks goed geborgd zijn in de tools, is de BNSP op zoek naar leden die zich willen verdiepen in het beter gebruik van data voor het vormgeven aan de betere duurzame stad. Die voor zichzelf en achterban van de BNSP mee willen denken over de ontwikkeling van tools die belangrijk zijn in het kader van deze Smart City deal.

Ben je geïnteresseerd en wil je meedoen met één van de werkgroepen. Kijk op https://agendastad.nl/citydeal/een-slimme-stad-zo-doe-je-dat/ voor meer informatie, of stuur een mail aan secretariaat@bnsp.nl.

 

Vooraankondiging Activiteit Jong BNSP en Netwerk Jong Leefomgeving over Stedenbouwkunde & Omgevingswet

Het bestuur van Jong BNSP en Netwerk Jong Leefomgeving slaan de handen ineen voor de organisatie van een activiteit over Gebiedsontwikkeling! Subthema’s zijn Stedenbouwkunde én de Omgevingswet. Het programma zal bestaan uit een locatiebezoek aan een gebied dat een transformatie aan het ondergaan is en presentaties daarover door verschillende partijen, waaronder een architect. We sluiten de middag af met een borrel. Het programma wordt de komende weken verder uitgewerkt.

De activiteit vindt plaats op vrijdagmiddag 13 mei in Rijswijk en richt zich op jong professionals t/m 35 jaar die werkzaam zijn in het ruimtelijk domein/aan de fysieke leefomgeving.

Aanmelden kan nu al door het volgende formulier in te vullen:
https://lnkd.in/ee4m54Uf

Het coalitieakkoord en de Ruimtelijke Ordening van Nederland

Het regeerakkoord is er sinds woensdag 15 december.
Er komt een minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
Vooral voor de vakgroepen is hoofdstuk 2 , naast de overige inhoud uiteraard, een interessant hoofdstuk. Hierin staan de grote ruimtelijke ordeningsopgaven en de daaraan verbonden acties en financiën  benoemd.

Download hier het coalitieakkoord 2021-2025

Meer informatie

Bron: Bureau woordvoering kabinetsformatie

BNSP presenteert: Academie voor Ruimte

Met trots presenteert de BNSP, in samenwerking met de NVTL, de eerste pilotmodule van de Academie voor Ruimte! Deze reeks draait om de toekomst van ruimte, land en stad. Uiteraard behaal jij  naast het vergaren van kennis ook je bijscholingspunten wanneer je de Academie voor Ruimte volgt.

Op 13 januari is de eerste bijeenkomst, er zijn nog enkele plekken beschikbaar. De prijs voor drie dagdelen is €650,- per deelnemer exclusief BTW. Neem voor meer informatie contact op met secretariaat@bnsp.nl

 

 

Stedenbouwkundige bureaus en omgevingsplannen

De rol van de stedenbouwkundige bureaus benoemd in de kamerbrief van Minister Ollongren over de Omgevingswet

Ook de stedenbouwkundige bureaus, die in opdracht van de bevoegd gezagen werken aan onder meer omgevingsplannen, moeten met het DSO uit de voeten kunnen. Een groot deel van de werkzaamheden in de planketen wordt door deze bureaus verricht en het is van belang via kennislabs bij hen de kennis over het juridische instrumentarium en de werkwijzen via het DSO te verbreden. In overleg met de stedenbouwkundige bureaus en de leveranciers van lokale plansystemen wordt gewerkt aan aanvullende onderdelen voor het digitale stelsel, te weten:

  • Een set basismodellen die bureaus en bevoegde gezagen werk besparen.
  • Een mechanisme om plannen digitaal te kunnen uitwisselen tussen stedenbouwkundig bureaus enerzijds en plansoftware van
    softwareleveranciers anderzijds.
  • Het ontwikkelen van een zogenaamde ‘validatieservice’ om bronhouders te helpen met controleren of het opgestelde plan in technische zin goed is om
    door het DSO te verwerken.

Hierbij blijven we samen met stedenbouwkundige bureaus richting bestuurders en professionals herhalen: het hoeft niet allemaal tegelijk, ga er op voorhand vanuit dat ook na inwerkingtreding veel kan en moet gebeuren en richt je op de zaken die zowel belangrijk als urgent zijn. Er is overgangsrecht beschikbaar en gebiedsdekkende omgevingsplannen kunnen later. Het is belangrijk dat binnen de organisaties geïnvesteerd wordt in de kennis en kunde om uiteindelijk die plannen te maken en die instrumenten te benutten via de beschikbaar gestelde informatie en vooral door te oefenen.

Bovenstaand is een excerpt uit de Kamerbrief van Minister Ollongren dd 14 december. Kennislab heeft  binnen dit proces een cruciale rol vervuld inzake kennis vergaren, kennis delen, pilots uitvoeren en adviezen verstrekken richting overheden en ministeries inzake de invoering van de Omgevingswet gerelateerd aan de invoering van DSO.

De woonwijk als noviteit, hoofdartikel in Stadswerk

Onze oproep De woonwijk als noviteit, die afgelopen jaar in het stadscentrum van Geleen heeft plaats gevonden, heeft de Michiel Smit hoofdredacteur van Stadswerk ertoe aangezet om aan deze oproep en het vervolg ervan een groot artikel te wijden binnen het themanummer toekomstbestendige openbare ruimte.
” Veel stadscentra kampen met winkelleegstand, niet in de laatste plaats het Limburgse Geleen. Een ideeënoproep werd aangegrepen om dit op een innovatieve manier aan te pakken. Er kwamen twee concepten uit voort die nu verder worden uitgewerkt. Heeft Geleen hiermee een nieuwe formule te pakken die ook elders is toe te passen?”

Volgens Jacqueline Tellinga, initiator van De woonwijk en bestuurslid BNSP is dit zeker het geval.
“Met ‘De woonwijk als noviteit’ willen we ruimte geven aan vrijmoedige ontwerpideeën voor woonmilieus. Geleen laat dat zien voor winkelgebieden met veel leegstand. We zijn nu bezig met een
nieuwe casus, waarbij optimistische ontwerpen voor woonmilieus vanuit weer een heel ander perspectief worden verkend”.

Lees hier het hele artikel

foto cover: ©BNSP/Jacqueline Tellinga
foto:© Adrienne Norman

Recent nieuws

Inzending ARC22 Awards gestart!

18 mei 2022 netwerk

ARC Awards is dé ontwerpprijs van stoel tot stad. Onafhankelijke jury’s belichten het allerbeste werk in de categorieën architectuur, stedenbouw, interieur, detail, innovatie, jong talent en.

Lees verder

BEP + PEP talk, 3 juni ’22

17 mei 2022 netwerk

Op 3 juni organiseert PEP in samenwerking met Bureau Architectenregister de BEP+PEP talk, een voorlichting voor Master studenten over de beroepservaringperiode. Tijdens deze online bijeenkomst.

Lees verder

BNA Inspiration Night 23 juni ’22

17 mei 2022 netwerk

 “Where Science meets Society” Natuurinclusief ontwerpen is ontwerpen met en voor de natuur. Het is meer dan groen opnemen in een plan, op het dak.

Lees verder

Agenda

06 juli 2022

08:30 tot 18:00BNSP

Dag van de Ontwerpkracht