Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


Archive for the ‘Blog’ Category

De Omgevallen Boekenkast | A tot Z extra

Tjerk Ruimschotel

Terwijl ik nog overweeg toch zelf maar die door mij zo verlangde ambitieuze Gids voor de Stedebouwkundige en Volkshuisvestelijke ontwikkelingen van Almere te gaan schrijven, bedenk ik dat niet alleen proeftuin Almere (voorheen de Zuidweststad) typologisch goed beschreven, geanalyseerd en gewaardeerd moet worden (met beredeneerde bibliografie) maar dat het gehele Zuiderzeeproject (te beginnen met de Proefpolder Andijk, drooggevallen in augustus 1927) het verdient om periodiek opnieuw geboekstaafd moet worden. Per slot zijn niet alleen de verschillende fases van de ‘planning, inrichting en vormgeving’ van de IJsselmeerpolders zelf door de tijd ingehaald, maar ook, en misschien nog wel meer, de publicaties erover. Al was het maar opdat die vaak een bepaald tijdvak, onderwerp of gebied behandelen, of slechts één persoon.

Zo gaat de handelseditie van het proefschrift van Zef Hemel Het landschap van de IJsselmeerpolders; planning, inrichting en vormgeving (in 1994 verschenen als deel IV van de nogal fors uitgevallen monografie Cornelis van Eesteren, Architect-Urbanist) vooral over de relatie tussen Van Eesteren en het te ontwerpen landschap, inclusief de nederzetting Lelystad. Er zijn hele boekenkasten vol geschreven en gerapporteerd over vrijwel alle aspecten van de planvorming, politieke besluitvorming en uitvoering. Maar het blijft wat ingewikkeld om vandaag de dag een goed beeld te krijgen wat er nu precies bedacht, besloten en uitgevoerd is, ook omdat de provincie Flevoland niet samenvalt met het gebied van het Zuiderzeeproject.

De laatnegentiende-eeuwse Zuiderzeevereeniging stond aan de wieg van wat nu vooral Flevoland is. In zekere zin leefde die vereniging voort in het daarna opgerichte Sociaal Historisch Centrum voor Flevoland. Het SHCF beheerde onder andere het archief, de boekerij en de kranten(knipsel)verzameling van de Zuiderzeevereeniging en gaf tientallen boeken uit, maar er is geen website meer in de lucht sinds het SHCF in 2004 fuseerde met o.a. het Rijksarchief in Flevoland en het Nieuw Land Poldermuseum in het Nieuw Land Erfgoedcentrum en zich vestigde aan de kust van Lelystad. Dit Erfgoedcentrum werd in 20117 opgeheven en het SHCF is opgegaan in het Erfgoedpark Batavialand, wat vooral gericht is op het maritiem-archeologisch erfgoed en zich, net als Bataviastad, vooral lijkt te richten op fun en minder op kennisoverdracht. Ook het fonds van Uitgeverij de Twaalfde Provincie, dat veel Flevolands werk uitgaf, is nergens te vinden.

Aan de reeks edities van de handzame en uiterst informatieve pocket Het Zuiderzeeproject in zakformaat (1984, 1985 en 1987) werd, na de opheffing van de Dienst der Zuiderzeewerken en de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP) per 1 januari 1989, volgens mij  slechts één bewerkte herdruk van de derde druk toegevoegd door de provincie Flevoland. Ook werden in 1996 twee elkaar behoorlijk overlappende boekwerken uitgegeven ter gelegenheid van het formeel afronden van de projecttaken die de Directie IJsselmeergebied van Rijkswaterstaat had overgenomen van de RIJP.

De Hoofdafdeling Sociaal-Economische en Stedebouwkundige Ontwikkeling verzorgde de bundel Nieuwe ruimte; sociaal-economische en stedebouwkundige ontwikkeling van Zuidelijk Flevoland, waarin een twintigtal afdelingshoofden en andere deskundigen ‘op vaak wetenschappelijke wijze’ ingingen op de werkzaamheden van de hoofdafdeling. Tegelijkertijd schreef de Hoofdafdeling Landinrichting (met deels dezelfde mensen) de bundel Westelijk van de Knardijk; inrichting en ontwikkeling van Zuidelijk Flevoland 1968-1996, wat qua beschreven gebied en onderwerpen aansloot bij de publicatie Oostelijk van de Knardijk. De inrichting en ontwikkeling van Oostelijk Flevoland in de jaren 1957-1980 verzorgd door de RIJP in 1982.

In 1997 schreef de laatste Hoofdingenieur-Directeur van de Directie IJsselmeergebied een aanprijzend voorwoord in het monumentale proefschrift In praise of common sense. Planning the ordinary. A physical planning history of the new towns in the IJsselmeerpolders van Coen van der Wal met Nederlandse samenvatting. Maar vooral met een opbouw en inhoud die voorbeeldig genoemd kan worden.

In de inleiding wordt een samenvatting van de tot dan beschikbare literatuur gegeven, in een volgend deel wordt de ontwikkeling van polders, van nieuwe steden en van ontwerpen en planning in de twintigste eeuw gegeven. Vervolgens worden alle ontwerpen voor alle nederzettingen beschreven en volgen er conclusies die geplaatst worden in de ‘plan-versus-proces-tegenstelling en die tussen stad en platteland. Dit boek, nu bijna een kwart eeuw oud, is typisch zo’n werk waarvan je hoopt dat het na verloop van tijd een nieuwe geheel herziene en fors aangevulde editie krijgt. Maar meestal gebeurt dat niet, en zeker vrijwel nooit bij proefschriften.

Toch zou het de basis kunnen vormen voor een nieuw jubileumwerk, alleen zou ik dan meer aandacht besteed willen hebben aan de receptie van de gebouwde omgeving in kunst en cultuur, bijvoorbeeld in de fotografie, schilderkunst en literatuur. Boeken als Bedachte stad (1997) van Henry Sepers, Hotel Almere; verhalen uit de polder van Henk Blanken (2003) en LELYSTAD van Joris van Casteren uit 2008  (in 2017, bij het 50-jarig bestaan van Lelystad opnieuw uitgebracht in een luxe editie, met nieuw hoofdstuk) horen tot een aparte categorie binnen de geografische geschiedschrijving. Het werk van door de gemeente Almere aangestelde (betaalde en gehuisveste) gastschrijvers vormt daarbinnen een subcategorie. Tussen het Stephan Sanders’ Iets meer dan een seizoen: memoir uit 2013 en Redmon O’Hanlons De groene stad (2018) verscheen in 2015 van writer-in-residence Renate Dorrestein de post-apocalyptische roman Weerwater.

Haar uitgever fantaseerde in een column over nog veel meer geslaagde stedenromans, een beetje in lijn van de stedenfilms van Woody Allen (Barcelona, Rome, Parijs) wat volgens hem goed zou zijn voor de auteurs (die het verdienen om hun onder druk staande auteursinkomen door uitverkoren steden te laten aanvullen), goed voor de steden (effectieve stadspromotie, zelfs als er, zoals in Renates boek, rampen in voordoen), goed voor de boekwinkels, goed voor de lezers en voor de uitgever.

Of het eveneens bij Podium verschenen boek De ontdekking van Urk (2020) van Matthias Declerq zo’n goede stadspromotie is weet ik niet, wel goede, bekroonde, onderzoeksjournalistiek. En ik weet eigenlijk ook niet meer of het algemeen geroemde dystopische karakter van Dorresteins roman ligt in de constatering dat de wereld buiten de stad verdwenen is (althans niet meer bereikbaar) of in het feit dat Almere (en een deel van haar inwoners) het enige restant is van de menselijke beschaving op aarde. De stad is  in ieder geval herkenbaar beschreven, inclusief het haar ter beschikking gestelde glazen ‘tuinhuisje’ van De Fantasie nr. 1, met uitzicht op het Weerwater, de centrale waterplas van Almere.

De omgevallen boekenkast | Van A tot Z

Door Tjerk Ruimschotel

Als voorbereiding op de recente BNSP-excursie naar Oosterwold in Almere deed ik wat ik altijd doe wanneer ik vakmatig (of op vakantie) een stad, plaats, streek of land bezoek: ik zoek op welke relevante boeken ik al in de boekenkast heb staan, kijk wat er op internet te vinden is qua informatie en boeksuggesties en bedenk welk boek of welke boeken ik in dat kader kan en mag aanschaffen. Zo wilde ik de al eerder door mij aanbevolen (maar zelf nog nooit gekochte) biografie van Dirk Frieling, één van de belangrijkste peetvaders van Almere aanschaffen. Helaas was het in 2016 bij nai010 uitgevers/publishers verschenen boek Hoe maken we een metropool? Over het denken en doen van Dirk Frieling nergens meer te krijgen, zelfs niet tweedehands.

Navraag bij de auteur (JaapJan Berg) leerde me dat het vanwege een onoverbrugbaar verschil van mening tussen auteur en uitgever en de begeleidingscommissie nooit uitgegeven was, hoewel Dirk al tien jaar geleden overleden is. En dat terwijl een boek over Teun Koolhaas, een andere peetvader van Almere, bij diens leven, weliswaar vlak voor zijn overlijden in 2007, verscheen : Teun Koolhaas; polderperspectieven en waterfronten van Remco van Diepen. Treurig is wel dat hij in de krant ‘Rems neef’ genoemd wordt, hoewel ook erkend werd dat Teun ‘meer invloed gehad heeft op het gezicht van Nederland dan zijn bekendere [jongere] neef’.

Maar om Oosterwold te begrijpen moeten we misschien een geheel andere lijn volgen dan de, op zich waardevolle en eigenlijk nog niet geheel afgeronde, geschiedschrijving vanuit de instituties. Het kan aan mijn aankoopbeleid liggen maar mijn meest recente boekwerk dat probeerde het verleden (en de toekomst!) van Almere inzichtelijk te maken dateert uit 2007. In de bundel Adolescent Almere. Hoe een stad wordt gemaakt (onder redactie van JaapJan Berg, Simon Franke en Arnold Reijndorp) wordt geprobeerd de stad vanuit drie gezichtskringen te analyseren en te overdenken: de ongekende groei van de stad vanuit een architectonisch, stedebouwkundig en planologisch perspectief, de afkeer van de ‘grootstedelijke elite’ voor de suburbane ‘huizenzee’ en de beleving van de Almeerse inwoners zelf.

De ongekende groei is periodiek (bij de zoveelste woning, bij jubilea of bij pensionering in zicht) beschreven leidend tot een aardig overzicht van de opeenvolgende ontwikkelingstendensen. In 1988 verscheen van  K.E. Nawijn Almere, hoe het begon; achtergronden, herinneringen en feiten uit de eerste ontwikkelingsjaren van Almere.

In 2001 verschenen vier boekwerken ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van Almere waarvan twee door Brans Stassen verzorgd: Peetvaders van Almere; Interviews met bestuurders en ontwerpers en Bedacht en gebouwd; 25 jaar Almere Stad. Rond 2007 was er weer een publicitair golfje: Jan de Vetter schreef Almere halverwege; een persoonlijke impressie van 30 jaar sociale woningbouw in Almere, Gé Huismans voerde de redactie over de Plannenatlas Almere; Chronologie van 30 jaar plannen in Almere en Brans Stassen publiceerde Het DNA van Almere met 16 interviews.

De grootstedelijke afkeer van de buitenwijk speelt al decennia, om niet te zeggen eeuwenlang, een rol in de receptie van nieuwe woongebieden. De oorspronkelijke achtergrond van het begrip suburb wordt weerspiegeld in de woonplaatsen van de financiële en intellectuele elites, hoog en droog in de bestaande monumentale stad of op de buitens op het zand, terwijl alle arbeiders- en nieuwbouwwijken in de lagergelegen, veelal venige of waterige, kant van de steden zijn gesitueerd. De Almeerse bewoners zelf komt er, ook in mijn bibliotheek wat magertjes van af, waar tegenover wel een imposante reeks van woon-experimenten staat. Weliswaar binnen de strakke kaders van de woningbouwproductie of het stedebouwkundig planconcept, dan wel gedoogd op reservaatachtige locaties voor ‘stadrandwonen’ zoals aan de Paradijsvogelweg. De oerplanoloog van Almere Han Wezenaar bepleit in zijn proefschrift Buiten Westen; planologie op avontuur aan de stadsrand uit 1994 dit soort stadsrandgebieden te integreren in nieuwe stadsuitbreiding.

Het lijkt er evenwel op dat, ooit begonnen als architectonische pseudo-zelfbouwwijkjes zoals de Fantasie en de Realiteit en via de eigenbouw-binnen-het-stedebouwkundig-kader van het Homeruskwartier, er nu een alomvattende vorm van stadsrand-eigenbouw ontwikkeld gaat worden in het gebied rond de Paradijsvogelweg: Oosterwold.

Met de radicale democratisering van het bouwen is ook de informatievoorziening gedemocratiseerd, dat wil zeggen digitaal toegankelijk gemaakt. Op de website Maak Oosterwold | Landschap van initiatieven wordt informatie gegeven over het project, over lopende initiatieven en word je in elf stappen door het Handboek Handboek Oosterwold | (maakoosterwold.nl) geloodst tot het wonen in Oosterwold.

In de rubriek ‘naslag’ kun je bladeren in de Ontwikkelingsvisie van de gemeentes Almere en Zeewolde uit 2012 Almere Oosterwold, Ontwikkelstrategie Land-Goed voor Initiatieven, de Intergemeentelijke Structuurvisie uit 2013 Structuurvisie en het bestemmingsplan (cf de Crisis- en herstelwet) uit 2015 voor het Almeerse deel van Oosterwold Chw bestemmingsplan Oosterwold.

De informatie uit die stukken, bij elkaar honderden traditionele pagina’s A4 (soms niet eens printbaar), is aan de ene kant overweldigend, maar aan de andere kant ook geruststellend in de naar volledigheid strevende regels uit het bestemmingsplan en de explicitering van de ambities en drijfveren van de planontwikkelaars. Op verschillende plaatsen wordt verwezen naar eerdere plannen in het Almeerse, naar de beweegredenen van wethouder Adri Duivesteijn en naar de door hem in 2008 geïntroduceerde Almere Principles; voor een ecologisch, sociaal en economisch duurzame toekomst van Almere 2030. Voor de belangstellende bezoeker is er evenwel nog geen handzaam informatieboekje of startpagina om Oosterwold in kort bestek te begrijpen.  En ik weet dat ik ooit zelf gezegd heb dat het niet juist is een woonomgeving als toerist te bezoeken, maar ik merk dat ik niet alleen uitzie naar de aangekondigde evaluatie van de huidige fase van het Oosterwold-experiment, maar eigenlijk ook naar een ambitieuze Gids voor de Stedebouwkundige en Volkshuisvestelijke ontwikkelingen van Almere. Het wordt tijd om de proeftuin die de Zuidweststad nu al meer dan 50 jaar is, typologisch goed te beschrijven (met beredeneerde bibliografie), te analyseren (in beeld en tekst) en te waarderen op onbevangen wijze. Het proefschrift van Petra Brouwer Van stad naar stedelijkheid is immers al twintig jaar oud en ze beschrijft, volgens de ondertiteling de planning en planconceptie van Lelystad en Almere van 1959 slechts tot 1974. Ik heb begrepen dat een andere auteur (Fred Feddes) nu bezig is met dat boek over denken en doen van Dirk Frieling onder de werktitel Samen Nederland maken. Daar wachten we dan nog maar op. Misschien dat JaapJan ondertussen tijd heeft die door mij zo gewenste gids samen te stellen. Ik kan toch niet steeds zelf alle informatie bijeengaren (of een boek gaan schrijven) wanneer ik een publicitair gemis constateer.

Excursie Oosterwold 2021-09-10, recht van overpad

 

Excursie Oosterwold, een terugblik

De eerste echte fysieke BNSP-activiteit van 2021 was de excursie Oosterwold, Almere, op vrijdag 10 september jongstleden. Wat een plezier om weer op pad te kunnen!

Ivonne de Nood, projectdirecteur Almere 2.0 en voormalig gebiedsregisseur Oosterwold en Janet Leeffers, gebiedsmanager Oosterwold  nemen ons mee door dit unieke gebied met een oppervlakte van 4300 hectare.

Na een korte inleiding, in de schuur van de Stadsboerderij Almere, zijn we met een bustour gecombineerd met wandelingen op drie plekken in Oosterwold, het gebied in gegaan om de ontwikkelingen met eigen ogen te aanschouwen en werden we van informatie voorzien door de twee rondleiders. Een deelnemer, Erik Flapper, gaf uitleg (op verzoek) over het woonproject Eemgoed waar hij eind dit jaar met 80 andere eigenaars/initiatiefnemers gaat wonen.

Oosterwold hoe is het zover gekomen.

In 2008 is besloten tot de visievorming over de ontwikkeling van de oost- en westflank van Almere. Daar waar de westflank gaat voorzien in hoog stedelijke woon- en werkmilieus zou de oostkant meer laag stedelijk en landelijk worden ontwikkeld. Initiatiefnemers voor deze visie waren Adri Duivesteijn, toen wethouder Almere en Winy Maas MVRDV. Uitgangspunt voor Oosterwold was dat stedelijke onderbouwing werd geboden zonder directe invulling, deze invulling op ‘kale’ grond en zonder vooraf bepaalde maten zou moeten plaatsvinden door toekomstige bewoners.

Door de gemeente zijn spelregels opgesteld die initiatiefnemers verplicht zijn om te volgen. Een initiatiefnemer kan een particulier zijn, een collectief of zelfs een projectontwikkelaar zolang de spelregels van Oosterwold worden gehanteerd.
Kavels worden letterlijk als grond aangeboden, initiatiefnemers moeten zelf in alles voorzien, waterberging, riolering, kavelwegen, energievoorziening, bouwontwikkeling en ook dat een vorm van (vrije van klein- tot grootschalige) stadslandbouw op de kavel zou plaats vinden. Daarnaast: 12 procent van de kavel mag bebouwd worden, de overige oppervlakte is bedoeld voor privétuin, waterberging, stadlandbouw, openbaar gebied met een recht van overpad en de aanleg van een kavelweg. Uitruil hiervan met een partner is mogelijk.

De grond is grotendeels in bezit van het rijk en daardoor kan men het relatief goedkoop kopen. Omdat er totaal geen voorzieningen op voorhand zijn getroffen over bouwrijp maken en aanleg van nutsvoorzieningen worden deze kosten in de grondprijs uiteraard niet berekend. Kosten hiervoor moeten toekomstige bewoners zelf bij de grondprijs incalculeren en financieren.

De aanloopfase was spannend en verliep  met veel uitzoekerij, problemen, conflicten maar ook samenwerking, goede overleggen en successen zowel bij de initiatiefnemer als bij de gemeente, dus met recht pionieren voor iedereen.
Oosterwold is anno 2021 is een succes te noemen. 1500 woningen zijn gerealiseerd, 1000 woningen zijn in aanbouw en daarmee is het gebied aan Almerezijde, op een strook na, vol. Aan de Zeewoldezijde staat het gebied nog open voor ontwikkeling.
We rijden door het gebied en krijgen uitleg over eigendomsverhoudingen van aangelegde wegen, iedere initiatiefnemer is voor de helft van de weg eigenaar en de initiatiefnemers zelf zijn verenigd in kavelwegverenigingen om het geheel behapbaar te maken. De gemeente heeft naar aanleiding van alle aanloopperikelen over kavelwegen nu wel besloten om drie toegangswegen te realiseren waarop kavelbewoners aan kunnen sluiten. Voortschrijdend inzicht en overleg heeft hiertoe geleid.
Woningen in allerlei soorten, maten en verschijningsvormen in een compleet groene setting tonen zich aan ons. Je ruikt de ecologische, landschappelijke insteek van Oosterwold, het ruikt kruidig, puur en fris, overal staan bloeiende bloemen in bermen, op kavelranden. Woningen zijn omgeven door stadslandbouw zowel klein- als grootschalig, boomgaarden, kruiden- en moestuinen, voedselbossen, wadi’s, kavelsloten en het gebied komt idyllisch over. Allerlei vormen van energievoorziening passeren de revue. Ook problemen komen aan de orde, de vele helofytenfilters voor de zuivering van afvoerwater blijken vaak niet te voldoen en dat levert problemen op bij de waterzuiveringsinstallaties. Hieraan wordt nu gewerkt.

Oosterwold nu
Hoe nu verder. Projectontwikkelaars hebben het gebied ook gevonden en hebben wegen gezocht om te investeren.Goed om te weten is dat projectontwikkelaars eerst dan mogen gaan ontwikkelen wanneer zij een 75% bezetting hebben van bewoners/initiatiefnemers. Er wordt  niet op voorhand ontwikkeld.  Over het algemeen blijven bewoners eigenaar en initiatiefnemer maar een projectontwikkelaar kan wel ontzorgen en een aantal te nemen stappen op zich nemen vooral in aanleg van zaken die erg veel van een bewoner vragen ( nutsvoorzieningen, riolering, energievoorzieningen etc.) zolang dat maar op papier gebeurt in samenspraak en opdracht van de initiatiefnemers.

Drie voorbeelden passeren de revue: Tiny Housebuurtje, waar we doorheen rijden, een complex met Tiny Houses rondom een gemeenschappelijk voorzieningengebouw, gerealiseerd in nauwe samenwerking met een projectontwikkelaar en de bewoners, een geslaagd experiment!

Eemhof, een relatief grootschalige ontwikkeling voor 80 gezinnen, opgezet in meerdere rijen. Hier zijn de toekomstige bewoners actief in groepen, samen met de ontwikkelaar, een echtpaar, om hun woning en woonomgeving volgens de spelregels van Oosterwold te realiseren. Zij zijn compleet betrokken en hebben in samenwerking met de ontwikkelaar zelf groepen samengesteld die zich met alle ontwikkelingen bezig houden en de overige bewoners van informatie voorzien.
Een andere projectontwikkelaar heeft woningen gerealiseerd die de vergelijking met een nieuwbouwwijk in een VINEX-locatie prima aan kan. Past dit bij Oosterwold? Op zich wel want de uitruil met stadslandbouw heeft plaats gevonden en aan de spelregels is voldaan maar qua beeldvorming in het verdere unieke gebied past het minder (JF). De gemeente heeft met deze ontwikkeling ook een beste dobber gehad, het mag maar is het ook passend n de visie die men voor ogen had voor Oosterwold. Door deze aanpak worden toekomstige bewoners ontzorgd maar hebben ze dan nog wel dezelfde binding met het gebied.
Spannend detail, vanwege de stijging van de grondprijs, de crisis op de woningmarkt, zijn de woningen in dit complex in aankoop ook behoorlijk gestegen.

Daar waar de eerste pioniers alles zelf hebben opgepakt, alle bergen en hobbels hebben overwonnen en successen en aanpak ruimschoots hebben gedeeld met initiatiefnemers die na deze fase in het gebied zijn neergestreken, worden deze aankomende bewoners ontzorgt door de projectontwikkelaar en dat geeft wellicht een andere binding met het gebied.

De excursie werd afgesloten bij Vliervelden, de Stadsboerderij in Oosterwold waar een ecologische supermarkt, café en een appartementencomplex op het erf in gezamenlijkheid de kavel bevolken.

Aan de deelnemers is gevraagd te reflecteren op de excursie of voorbeelden aan te dragen waar volgens hen een soortgelijk initiatief ontwikkeld zou kunnen worden. We hopen jouw reactie te mogen ontvangen.

Heel veel dank aan Ivonne de Nood, Janet Leeffers, Caroline Spanjer en  Yolanda Sikking voor alle organisatie en de gedeelde informatie. We hebben genoten van zowel de voorlichting als de tour door dit unieke gebied.

Ter informatie en inspiratie nog twee interessante artikelen van Adri Duivesteijn  als extra leesmateriaal.

Website Adri Duivesteijn; Mooie kijk van Marit Geluk op de spelers van Oosterwold

Maaskantlezing 2008 Adri Duivesteijn

 

Ton Schaap ontvangt de 43e BNAKubus op 4 november 2021

Jury: ‘Supervisors als hij zijn hard nodig voor de steden van morgen’ 

De 43ste BNA Kubus 2021 gaat naar stedenbouwkundige Ton Schaap (1952). De jury roemt Schaap voor het leiderschap dat hij als supervisor al meer dan dertig jaar aan de dag legt in de gebiedsontwikkeling in met name Amsterdam. Schaap heeft als opdrachtgever vanuit de stedenbouw bijgedragen aan aansprekende en samenhangende gebiedsontwikkelingen en daarmee de ontwikkeling van kwalitatief hoogwaardige architectuur mogelijk gemaakt. Volgens de jury vormt dit ‘oeuvre’ een goed uitgangspunt voor een discussie over hoe nieuw elan te geven aan hedendaags opdrachtgeverschap. Deze zal dan ook worden gevoerd tijdens de uitreiking van de Kubus tijdens de BNA Architectendag op 4 november.

Ton Schaap is reeds vele jaren lid van de BNSP.  Het bestuur van de BNSP feliciteert Ton van harte met deze prijsuitreiking.

Meer informatie

Bron :BNA

French Urban Design ontmoetingsbijenkomst

Op 21 september organiseert de Franse Kamer van Koophandel in samenwerking met Ameublement Français (de Franse meubelbond) de eerste ”French Urban Design” bijeenkomst in Utrecht. Gedurende een middag krijgen Nederlandse landschapsarchitecten, ingenieursbureaus en distributeurs hier de gelegenheid kennis te maken met 7 bedrijven die stadsmeubilair ontwerpen en produceren.

Deze 7 bedrijven hebben ieder hun eigen stijl, maar hebben gemeen dat zij beschikken over uitstekende referenties, een reputatie van betrouwbaarheid en kwaliteit, een erkende know-how en dat zij zich bezighouden met een verantwoorde productie.

Ontdek ze hieronder en aarzel niet om uw deelname aan deze namiddag aan ons door te geven. Deelname is gratis.

OM TE REGISTREREN

De omgevallen boekenkast | Stede-Bouwvak

Nu we, Corona/Covid-gewijs, weer op reis lijken te mogen gaan, zijn er, behalve het opzoeken en bijhouden van de verschillende en steeds veranderende reisbeperkingen per land, twee prangende vragen: waar gaan we, als stedebouwkundigen naar toe en wat nemen we als vakantievakliteratuur mee? Wat ons op de volgende vraag brengt: welke op ons vak gerichte informatiebronnen hebben we daarvoor? Ooit gingen we bijvoorbeeld en masse naar steden als Barcelona, Berlijn of Bilbao om daar de ontwikkelingen ter plekke en ‘life’ te ervaren. Blijkbaar was daar voldoende informatie over geweest om onze beslissingen collectief te sturen. Tijdschriften, boeken, congressen en periodieken van beroepsverenigingen speelden daarin een rol en ik heb eerlijk gezegd geen idee hoe dat tegenwoordig precies gaat.
Zelf heb ik me daarnaast een tijdje laten leiden door de aanwijzing tot Europese Culturele Hoofdstad wat vaak interessante stadregeneratieve projecten met zich meebracht. Maar zo langzamerhand is ‘Europa’ zo uitgestrekt geworden en worden steeds onbeduidender stadjes naar voren geschoven dat het niet bij te houden is. Verder was het voor ons min of meer vanzelfsprekend om elke twee jaar (met het gehele, uitbreidende en uitdijende, gezin) naar Venetië te gaan voor de Architectuurbiënnale, omdat daar ook altijd interessante stedebouwkundige zaken te zien waren. Maar, maar dit jaar hoeven we niet meer zo nodig naar de, net als de EK, een jaar uitgestelde biënnale, zelfs niet terwijl het thema ‘How we live’ is, wat toch een tamelijk fundamenteel relevante kwestie voor stedebouwkundigen is. Mogelijk spelen naast corona een opkomende vliegschaamte en terughoudendheid voor al te exotisch stedebouwtoerisme een rol bij onze keuze ook dit jaar lekker-weg-in-eigen-land te gaan, of net over de grens. Daarom heb ik de jaarboeken landschapsarchitectuur en stedenbouw van de afgelopen 3 jaar maar weer eens doorgeploegd. Ook jaarlijks verschijnend als nummer 4 van het blad Blauwe Kamer geven de jaarboeken een inspirerend bedoeld beeld van ‘Het Beste’ van de recente ontwerp- en realiseringspraktijk.

In het Jaarboek landschapsarchitectuur en stedenbouw in Nederland 2020 wordt daarnaast apart aandacht besteed aan de stad Zwolle in een essay met de intrigerende titel: Het geheim van Zwolle; de succesvolle stedenbouw van een provinciestad. Alleen jammer voor ons dat die succesvolle stedenbouw slecht summier aangeduid wordt en Zwolse projecten nauwelijks eerder in de jaarboeken verschenen. Van de 21 Jaarboek 2020-projecten bleken er negen een ontwerp te zijn, twee waren studies en één een tentoonstelling, zodat er 9 reisbestemmingen overbleven, waaronder Antwerpen, wat nogal vaak in de jaarboeken verschijnt.

In de boekenkast heb ik alleen een ongedateerde publicatie Antwerpen Ontwerpen, die in 1990 verscheen naar aanleiding van de manifestatie Stad aan de Stroom, niet te verwarren met Antwerpen Ontwerpen; Stadsontwikkeling in Antwerpen uit 2012, waarin een overzicht wordt gegeven “van onze belangrijkste ruimtelijke ambities en realisaties van de laatste jaren.”

Om me verder voor te bereiden op een stadsontwikkelingstripje naar onze zuiderburen heb ik de ‘vakpublicatie’ Stad van morgen, de vernieuwing van de stadsvernieuwing (2016) en de ‘inspiratienota’ Ruimte geven aan de stad van morgen (2018) gedownload. Met enig (digitaal) uitzoekwerk is voor deze bestemming een alomvattende reisgids te maken, dus die staat al op onze eigen bucketlist Eropuit in Nederland (en omgeving). Met Zwolle ben ik nog bezig wat niet meevalt: ondanks aankondigingen drie jaar geleden is bijvoorbeeld De Historische Atlas van Zwolle nog niet verschenen, wat jammer is omdat, anders dan de titel suggereert, in deze serie vaak ook ingegaan wordt op recente stedebouwkundige ontwikkelingen en ik graag succesvolle stedenbouw wil bezoeken.

De jaarboeken inventariserend blijkt het Jaarboek landschapsarchitectuur en stedenbouw in Nederland 2019 duidelijk pre-corona te zijn ontwikkeld: van de 21 projecten zijn er tien gerealiseerd en te bezoeken, ware het niet dat er vijf in het buitenland gesitueerd zijn, waaronder Rusland en Italië. Het Jaarboek landschapsarchitectuur en stedenbouw in Nederland 2018 is het meest reisopwekkend: zes van de 20 projecten zijn nog ontwerpen, maar van de 14 resterende gerealiseerde projecten ligt slechts één in het buitenland.

De grote steden Amsterdam, Rotterdam Den Haag en Utrecht nemen, zoals vaker een stevig aantal projecten voor hun rekening, maar Tilburg scoort met drie projecten dit keer zeer hoog. De afgelopen jaren is Tilburg onderwerp geweest van een aantal interessante publicaties: in 1986 verscheen wolstad in ombouw; de inzet van het stadsvormonderzoek bij de herstructurering van de oude stad in Tilburg van Rein Geurtsen, Maurits de Hoog en Sjoerd Cusveller, die zijn afstudeerwerk hierin opnam.

In 1987 bewerkte Hans Wijffels zijn afstudeerscriptie en -ontwerp tot Tilburg, stad zonder concept; bespiegelingen van 150 jaar stadsontwikkeling. In de jaren negentig werd aan de TU Eindhoven, samen met de gemeente Tilburg, een ruimtelijk onderzoek naar dat concept uitgevoerd, wat resulteerde in de publicaties Stadsvorm Tilburg, historische ontwikkeling; een methodisch morfologisch onderzoek (1993) Stadsvorm Tilburg, Ontwikkeling 1975-1995 (1995) en Stadsvorm Tilburg, stadsontwerp en beeldkwaliteit (1996).

Om te begrijpen hoe dit kloeke drieluik de stadsontwikkeling van Tilburg de afgelopen decennia heeft bepaald probeerde ik het in 2018 verschenen ‘cahier’ Verweven Stad van stadsarchitect Ludo Hermans te kopen, maar dat lijkt nergens te verkrijgen te zijn.

Het in 2001 verschenen boek Architectuur en stedenbouw in de gemeente Tilburg, 1850-1940 stopt zoals de titel al aangaf in de jaren 30. Misschien kan de bestelde Historische Atlas van Tilburg (2019) me verder helpen, ondertussen ga ik maar eerst, zonder verdere boekenkennis, naar het krimpdorp bij ons in de buurt met de vakantie-thuis-vierende naam Uithuizen, waar volgens het Jaarboek 2020 de centrumvernieuwing het dorp ‘klaar maakt voor de toekomst’.

Volgens de selectiecommissie was het “uitermate bijzonder dat gemeente en provincie zoveel geld vrijgemaakten voor de herinrichting van een dorpshart dat kampt met leegstand en bevolkingskrimp. Want eigenlijk krijg je er niks voor terug behalve een geluksgevoel.” Als dat geen omweg waard is, weet ik het niet.

Jong BNSP ism Generation.Energy, verslag van de excursie naar Zonnepark ’t Oor

Op 24 juni is Jong BNSP op excursie geweest! Samen met Generation.Energy is deze excursie opgezet om van dichtbij te kunnen zien hoe creatieve koppelingen gemaakt kunnen worden binnen de energietransitie.

In het kader van ‘de terrassen mogen weer open’ hebben we een pop-up terras opgezet bij zonneveld ’t Oor. Dat heb je misschien wel eens gezien vanuit de trein, tussen Leidschedam-Voorburg en Leiden. Het gehele “oor” van het spoor wordt gebruikt voor de opwek van duurzame elektriciteit. Fred Verhaaren heeft ons meegenomen langs de vele bijzonderheden van dit ecologische zonnepark, waar de opwekking van energie gecombineerd wordt met voedselvoorziening, biodiversiteitsversterking én het creëren van een fijne plek.

Fred vertelt ons dat hij samen met zijn vrouw het terrein beheert. Ze hebben meegedaan aan een prijsvraag van de gemeente, waar na hard werken zonnepark ’t Oor het resultaat van is. Gaandeweg hebben ze geëxperimenteerd met de ecologische inpassing van de zonnepanelen: welke opstelling zorgt ervoor dat de bodem voldoende licht en water krijgt? Kun je zonnepanelen en permacultuur goed combineren? Hoe zorg je ervoor dat het gras niet boven de panelen uitgroeit?

Het antwoord op die laatste vraag zijn een kudde schaapjes; Ouessant schaapjes, het type dat klein genoeg is om onder de panelen te kunnen grazen. Door het zonneveld slim te zoneren kunnen de schapen grazen aan de ene zijde, terwijl het gras weer aangroeit aan de andere zijde. Zo wordt het gras nooit te lang, maar is er voldoende voedsel voor de schapen. Naast schapen zijn er ook kippen, eenden, vossen (vooral wegens de kippen) en bijen op het terrein. Allemaal doen ze wat: eitjes leggen, slakken eten of bloemen bestuiven.

Het zonnepark wordt ook gebruikt door vrijwilligers om bijen te houden en voedsel te produceren. In de begroeiing is daarom rekening gehouden met verschillende kruiden en bloemen die bestuivers aantrekken. Zo wordt iedere strook goed gebruikt. Deze weidse en gevarieerde opzet van het park zorgt ervoor dat het een fijne en aangename plek is: erg geschikt voor een terrasje op de donderdagmiddag!

Deze excursie heeft ons laten zien dat als je ervoor open staat om creatief na te denken en te experimenteren, je een plek kunt creëren waar niet alléén energie wordt opgewekt. In plaats van de bodem onder de panelen te laten verschralen, laat dit voorbeeld ons zien dat het mogelijk is om tegelijkertijd aan verschillende grote opgaven te werken. Een inspirerend voorbeeld voor de toekomst!

Publicatie De Woonwijk als noviteit aangeboden aan staatssecretaris Mona Keijzer

Staatssecretaris Mona Keijzer ontvangt van Jacqueline Tellinga, bestuurslid BNSP en initiatiefnemer van de oproep De Woonwijk als noviteit, de publicatie
Foto: Adrienne Norman

Persbericht: 28 juni 2021

Wat kunnen ontwerpers betekenen voor een stadshart zonder winkelhart? Bijna vijftig ontwerpteams bedachten een vrijmoedig idee om het centrum van Geleen weer leefbaar te maken. Geleen kampt met een winkelleegstand van dertig procent. De teams DTNP en New Urban Networks werden geselecteerd en werkten hun idee uit. Op 28 juni nam staatssecretaris Mona Keijzer (EZK) de publicatie van het resultaat in ontvangst. De oproep is een initiatief van de Beroepsvereniging van Nederlandse Stedenbouwkundigen en Planologen (BNSP) en wordt onder het motto ‘De woonwijk als noviteit’ voor verschillende locaties uitgeschreven.

Het plan Geleen KRAAKT Geleen van het team DTNP geeft ruimte aan de bewoners en ondernemers van Geleen. Er wordt niet gewacht op beleggers en ontwikkelaars. Lokale helden steken zelf hun handen uit de mouwen. Dichtgeslibde bouwblokken en monofunctionele winkelstraten worden opengebroken zodat collectieve tuinen, nieuwe woningtypen en nieuwe bedrijfspanden kunnen ontstaan: ‘Kraak de stad, breek de boel open!’.

 

Het plan Het verspreide Paleis van het team New Urban Networks verleidt de vele werknemers en studenten van de Brightlands Campus van Chemelot om in het centrum van Geleen te gaan wonen. Het team beschouwt het centrum als een paleis dat leeg is. Op de hogere verdiepingen huizen nog de oudere leden van de hofhouding, maar het ontbreekt aan de jonge prinsen en prinsessen die met hun vrolijke levensenergie het centrum zijn glans geven. Dit idee biedt het wonen als dienst aan, niet als bezit. Het kan er zomaar toe leiden dat volgend jaar expats hun intrek hebben genomen in een tot woon-werkhotel omgebouwd winkelpand, waar ze in de oude etalage koffie bestellen.

De gemeente Sittard-Geleen heeft de uitgewerkte plannen enthousiast ontvangen. De eerste verbindingen zijn gelegd. De dialoog is gestart. BNSP bestuurslid en initiator van de oproep Jacqueline Tellinga: “Dit is precies wat we voor ogen hadden met onze oproep. Geen vuistdikke rapporten maar de start van een optimistische dialoog dankzij de verbeeldingskracht van ontwerpers”. Eind augustus start de rijksregeling van EZK voor de herstructurering van winkelgebieden. Tellinga: “Zet dan ook de ramen open en benut de ideeënrijkdom en verbeeldingskracht van ontwerpers en planologen”.

De publicatie is een uitgave van de BNSP, bevat foto’s van Adrienne Norman, is vormgegeven door Stratford Design en is samengesteld door Jacqueline Tellinga, Saskia Voest en Judith Flapper. De publicatie wordt op verzoek toegezonden.
De maquettes van de twee teams zijn te zien in Geleen.  Alle inzendingen, de uitwerkingen van de twee geselecteerde ideeën, en het verslag van de selectiecommissie zijn gepubliceerd op de website van de BNSP.

PersmapPersbericht en afbeeldingen. De afbeeldingen zijn rechtenvrij te gebruiken. Foto’s Centrum Geleen en aanbieden publicatie aan staatssecretaris Mona Keijzer: Adrienne Norman.

 

 

Download hier bovenstaande publicatie

De Woonwijk als noviteit is een initiatief van de BNSP om nieuwe wegen te verkennen qua ontwerp en ontwikkelstrategie voor plekken die daarom verlegen zitten. Bij de eerste editie is samengewerkt met de NVTL, de gemeente Sittard-Geleen en de provincie Limburg.

 

De Omgevallen Boekenkast | BOEKLUST

Door Tjerk Ruimschotel

Na de (door veel te weinig leden bekeken) BNSP-Salon # 3 over Groot-Amsterdam (met fotograaf Theo Baart, Emiel Reiding (Metropoolregio Amsterdam MRA) en Ivonne de Nood Almere 2.0) medio mei jongstleden had ik een (veel te groot) aantal onderwerpen voor deze boekenblog. Allereerst natuurlijk de, al meer dan een halve eeuw durende, discussie over metropoolvorming, al dan niet in Nederland, al dan niet gewenst, al dan niet Amsterdams danwel Randstedelijk of Hollands. Vervolgens het werk van ruimtelijke fotografen in het algemeen en van Theo Baart in het bijzonder. Maar ook moest ik tijdens en na deze webmeeting denken aan de positie van de planoloog/stedebouwkundige in overheidsdienst of ingehuurd als adviseur. Onwillekeurig dacht ik ook aan mijn eigen werk in verschillende hoedanigheden in bijvoorbeeld Amsterdam, Hoofddorp en Almere, de vroegere en huidige woonplaatsen van Theo Baart, de initiatiefnemer van het recent verschenen boekwerk: Groot-Amsterdam, metropool in ontwikkeling. Omdat ik, mede vanwege een boekenquotum, pas onlangs het boek zelf aangeschaft had dacht ik nog niet direct aan een recensie.

Om te beginnen heb ik altijd een grote bewondering gehad voor de manier waarop Theo zijn fotografie inzet als een middel om zijn verwondering vorm te geven. Vaak vanuit een zelf gevoelde noodzaak zijn eigen (woon)situatie te begrijpen maar even vaak ook om de (veranderende) context van die situatie in de gaten te houden; letterlijk in beeld te krijgen. In de loop van de jaren heb ik af en toe te maken gekregen met Theo. Begin jaren 80, toen ik als ambtelijk stedebouwkundige werkte bij de op dat terrein samenwerkende gemeenten Haarlemmermeer, Uithoorn en Aalsmeer, had Theo samen met dichter/landschapsschrijver Willem van Toorn een soort rol gekregen als het lokaal artistiek-intellectuele geweten van de architectonisch-stedebouwkundige ontwikkelingen ter plekke, waar ik natuurlijk dankbaar gebruik van maakte.
Eind jaren 90 verscheen Bouwlust, het eerste deel van de Haarlemmermeer-trilogie, en mocht ik optreden bij een discussie over dit boek. Rond die tijd waren hij en ik, samen met Tracy Metz en de mannen van Must, betrokken bij een publiekspublicatie rond de, nooit verschenen Vijfde Nota van Jan Pronk, wat uiteindelijk resulteerde in de Atlas van de verandering; Nederland herschikt.

Uiteraard had ik in die tijd ook al zijn, meestal in samenwerking geproduceerde, boeken over het wonen in naoorlogse wijken, Nagele en de snelweg gekocht: Wonen in naoorlogse wijken (1985), Nagele N.O.P. (1988) en Snelweg (1996).

Later kon ik zijn eigen wooncarrière volgen via Territorium; vernieuwing van de Bijlmermeer (2003) en Eiland 7; berichten uit de nieuwbouwwijk (2008) en verscheen in 2015 Werklust; biografie van een gebruikslandschap.

Maar ik kwam Theo ook tegen als beeldend chroniqueur van nationale gebeurtenissen zoals de herbouw na De Vuurwerkramp (2000) in Bouwplaats Enschede; een stad herschept zichzelf (2007) en in de Atlas Nieuwe Steden; gedachte, gemaakte, ontworpen en toekomstige stad (2012). Na Enschede werd Theo Baart opnieuw ingeschakeld door Ton Schaap voor het juni 2008 nummer van het blad FORUM (Amsterdam) waarin Ton uitgebreid en soms onverbloemd vertelt over zijn vormende jaren, over zijn werkzaamheden als ambtenaar en over de invloeden op zijn werk.

Zelf heb ik het altijd belangrijk gevonden om, ook (of juist) als betrekkelijk anoniem stedebouwkundige (hetzij ambtelijk danwel adviserend werkzaam) een bijdrage te leveren aan het vakdebat. Via publicaties, discussies, onderwijs. Juist als adviseur werkzaam in een politieke context streefde ik ernaar om mijn ambtelijke en politiek-bestuurlijke superieuren op inspirerende wijze te confronteren met ontwikkelingen (binnen én buiten het vakgebied) die relevant zouden kunnen zijn voor de lokale en op realisatie gerichte problematiek waar we (op dat moment) mee bezig waren. Gedeeltelijk door jong talent in te schakelen, soms oude ervaring in te huren, af en toe kunstenaars aan de tekentafel uit te nodigen of met burgers de buurt in te gaan. Maar ik zou het een, wat mij betreft onwerkbare en onwenselijke, beperking van ons planologisch en stedebouwkundig werk vinden wanneer we als professionals ‘binnen de lijntjes blijven kleuren’ en ‘binnen de box blijven denken’ en mensen als Theo Baart zouden vragen ons te vertellen hoe het nu buiten de lijntjes en de box is. Pas door (af en toe en hier en daar) over de grenzen van je werk te gaan, herken je de werkelijke problematiek en kun je vervolgens proberen die werkelijk vernieuwende voorstellen te doen, waar je uiteindelijk om gevraagd bent. Niemand zit te wachten op meer van hetzelfde. Ik denk dan ook dat het geen enkele zin heeft om te proberen om onzekere of vastgeroeste collega’s te helpen met eigenzinnige analyses (en voorstellen) zoals die door Theo Baart (en vele anderen) keer op keer zijn gepresenteerd, hoe fraai ook vormgegeven (door studio Joost Grootens) als in Groot-Amsterdam.

Alleen wie zijn (m/v) eigen gedachtes en plannen ter discussie durft te stellen, door erover te publiceren, te doceren, te praten raakt geïnspireerd door mensen die vaak door anderen als dwarsdenkers worden ge(dis)kwalificeert. Niet alleen het publicistisch werk van Ton Schaap is een voorbeeld van die door mij zo noodzakelijk geachte reflectie; ook de moderator van de BNSP-salon, Maurits de Hoog, heeft in zijn lange ambtelijke (en in de daaraan voorafgaande zelfstandige) periode meer dan eens gepubliceerd, gedoceerd en de discussie gezocht.

In mijn boekenkast staan dan ook zijn 4 x Amsterdam (2005), Nieuwe Ritmes van de Stad (2009) en De Hollandse Metropool (2012). Recent (2020) is Tour Groot-Amsterdam verschenen, een verzameling essays (en bijpassende fietstochten) over stedebouw in de regio Amsterdam, ook digitaal te genieten: TourGrootAmsterdam.pdf (mauritsdehoog.nl)

Dat, zoals Emiel Reiding zei, het boek van Theo Baart is verspreid onder bestuurders binnen de Metropoolregio Amsterdam is zeer te prijzen. Dat het planologisch en stedebouwkundig deel van het boek verzorgd moest worden door de Noord-Hollandse planoloog Ton Bossink en stedebouwkundige Jurjen Tjarks zonder (veel) medewerking van de MRA geeft te denken. Misschien kan Emiel de komende tijd met zijn organisatie de acht routes van Theo op pagina 80 laten omwerken tot ‘Hoogiaanse’ fietsroutes met bijhorende essays vanuit de wereld van onze metropolitaine bestuurders en hun planologische en stedebouwkundige medewerkers. Zonder de MRA-bestuurders nou direct te willen overhoren, zou enig inzicht in hun observaties, analyses, overwegingen en beslissingen welkom zijn, als begin van democratische transparantie. Tot dan blijven betrokken burgers als Theo Baart buitenstaanders. Al dan niet roepende in de woestenij. Ik neem aan dat Yvonne ondertussen gebruik maakt van het feit dat Theo is neergestreken in haar Almere. Hoewel ik nog steeds ruimte (in de boekenkast en het boekenbudget) heb gereserveerd voor het afsluitende Haarlemmermeerboek Landlust kan aan de andere kant mijn verzameling Almere/Zuiderzeepolders best wat actuele uitbreiding hebben. We zien wel wat het eerst komt.

 

Ruimtelijk Traineeship Rotterdam IV zoekt trainees

GEMEENTE ROTTERDAM + URBIS + BGSV + KUIPERCOMPAGNONS ZOEKEN 4 TRAINEES

Profiel
Ben jij de stedelijk of landschappelijk ontwerper van de toekomst?
Ben jij de jonge professional die:

  • bij de start van zijn carrière direct de volledige breedte van het vak ziet
  • in 2 jaar tijd een groot netwerk opbouwt
  • max. 4 jaar een master heeft in stedenbouw of landschapsarchitectuur op WO-niveau
  • de titel stedenbouwkundige of landschapsarchitect binnen 2 jaar in de pocket wil hebben
  • de ambitie heeft om 4 werkterreinen te leren kennen
  • bereid is om de 2-jarige geïntegreerde route van de beroepservaring (PEP) te doorlopen
  • de Nederlandse taal uitstekend spreekt en schrijft
  • AutoCad en Adobe-software beheerst

Wil jij zo snel mogelijk een stevige en zelfstandige professional worden die zich in elk project staande kan houden? Dan is het Ruimtelijk Traineeship iets voor jou!

Traineeship
In 2 jaar tijd:

  • werk je bij 4 werkgevers; Gemeente Rotterdam, Urbis, BGSV en KuiperCompagnons
  • wissel je elke zes maanden van werkomgeving
  • krijg je nieuwe ervaringen mee
  • ontwikkel je nieuwe kennis
  • zet je je tanden in diverse opdrachten
  • volg je de geïntegreerde route van de beroepservaring (PEP)

Gevraagde competenties

  • Uitstekende ontwerpkwaliteiten
  • Goede communicatieve eigenschappen
  • Vermogen om snel te kunnen schakelen

Combinatie 4 werkgevers
Werken voor 4 werkgevers in 2 jaar betekent snel leren schakelen. De werkgevers verschillen in grootte, type opgaven, cultuur en mensen. Samen beslaan we het totale vakgebied. Het traineeship is daarom een uitgelezen mogelijkheid om veel te leren in korte tijd. Over de vakinhoud, maar ook zeker over jezelf.

 Wij bieden

  • 4 werkplekken van een half jaar (36 tot 40 uur per week) voor 4 trainees bij 4 werkgevers
  • Begeleiding door 4 mentoren
  • Deelname aan en vergoeding van het geïntegreerde programma bij PEP voor de beroepservaringsperiode (twv. € 5.000,00) inclusief in de werktijd
  • Een bruto maandsalaris van € 2.300,00

Periode
Het traineeship start in september 2021 voor de duur van 2 jaar.

Procedure
Heb jij voldoende ambitie, veerkracht en creativiteit om niet door 1 maar door 4 bedrijven geselecteerd te worden? Stuur voor 10 juni 2021:

  • Motivatiebrief (in het Nederlands)
  • CV
  • Portfolio: max. 10 MB met daarin eindpresentatiemateriaal en korte omschrijvingen (max. 150 woorden per project) en beeldmateriaal van het doorlopen proces

Naar Judith Flapper:
j.flapper@bnsp.nl

Uit de sollicitaties worden 8 tot 10 kandidaten geselecteerd die worden uitgenodigd voor de selectiedag op 25 juni 2021. Tijdens de selectiedag presenteren de kandidaten zichzelf door middel van een pitch en is er ruimte voor speeddates met de 4 werkgevers. Op basis van deze selectiedag worden kandidaten geselecteerd.

Informatie
Voor meer informatie over de vacature, neem contact op met Judith Flapper: j.flapper@bnsp.nlof 0648070793.

Meer informatie over de werkgevers

Recent nieuws

De Omgevallen Boekenkast | A tot Z extra

20 oktober 2021 Blog

Tjerk Ruimschotel Terwijl ik nog overweeg toch zelf maar die door mij zo verlangde ambitieuze Gids voor de Stedebouwkundige en Volkshuisvestelijke ontwikkelingen van Almere te.

Lees verder

LANDSCHAPSARCHITECTUUR TRAINEESHIP MIDDEN-NEDERLAND ZOEKT 2 TRAINEES: JANUARI 2022 – JANUARI 2024

13 oktober 2021 BNSP

Na de succesvolle start van een eerste lichting, zoeken Waterschap Vallei & Veluwe, H+N+S Landschapsarchitecten, Witteveen + Bos raadgevende ingenieurs en WING partner in ruimte.

Lees verder

Word nu lid van de BNSP en ontvang de rest van 2021 gratis lidmaatschap

6 oktober 2021 BNSP

Wanneer je nu een lidmaatschap aangaat geldt dit voor kalenderjaar 2022. Als welkomstgeschenk gaat je lidmaatschap direct in en profiteer je de rest van 2021.

Lees verder

Agenda

28 oktober 2021

20:00 tot 21:30BNSP

BNSP Salon #4

04 november 2021

15:00

JONGBNSP

25 november 2021

15:00 tot 18:00BNSP

BNSP/NVTL meet-up 25 november

29 december 2021

00:00

Excursie