Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


Archive for the ‘Blog’ Category

De omgevallen boekenkast | NOVICE

Door Tjerk Ruimschotel

Tenzij ik me hevig vergis, is nogal onopgemerkt de definitieve Eerste Nationale Omgevingsvisie (gekoosnaamd NOVI) met de ondertitel Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving, door de regering vastgesteld en op 11 september jongstleden naar de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer gestuurd. Wat normaliter een hoogtepunt in het nationale ruimtelijke ordeningsbeleid zou zijn geweest, was nu (vanwege Corona en/of Prinsjesdag?) nauwelijks nieuwswaardig in de landelijk pers. Ik heb namelijk behalve een itempje van de NOS  op 12 september nergens iets gevonden wat hier aan refereerde. Blijkbaar is de NOVI op 24 september in een Algemeen Overleg door leden van de Tweede Kamer behandeld en zal er ook plenair nog over gesproken worden, maar ik word googelend nauwelijks wijzer, tenzij ik me in de krochten van de verslagen van parlementaire commissievergaderingen ga begeven.

Alleen de website www.denationaleomgevingsvisie.nl lijkt enige gestructureerde informatie te bieden aan de burger/betrokkene die geïnteresseerd is in de NOVI en de totstandkoming ervan, maar ook daar moet je wel je best doen om de weg te vinden.  Een onverwachte bron van informatie op de website zijn de 13 ‘meest gestelde vragen’, die samen een vrijwel alles omvattend (en deels digitaal doorverwijzend) overzicht bieden van de inhoud van de NOVI. De voorgeformuleerde laatste vraag 13 had ik zelf al in gedachten:   Is er een gedrukt exemplaar verkrijgbaar van de Nationale Omgevingsvisie, Toelichting en/of Uitvoeringsagenda? En het antwoord vreesde ik ook al: De documenten zijn niet gedrukt verschenen. U kunt de pdf-versies vinden en desgewenst downloaden via: https://www.denationaleomgevingsvisie.nl/publicaties/novi-stukken+publicaties/default.aspx.

 

Deze, enigszins onder het menu-onderdeel ‘publicaties’ verscholen, map met overzichtslijsten van downloadbare ‘NOVI-stukken’ en ‘Onderzoeken en adviezen’ geeft een goed beeld van wat er de afgelopen periode is gebeurd en welke informatie beschikbaar is. Het doorploegen van het meest recente item, de 9 pagina’s tellende aanbiedingsbrief van de verantwoordelijk Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties levert wel een eerste samenvattend overzicht op. Maar helemaal duidelijk wordt niet waaruit die NOVI nou precies bestaat en wat de exacte betekenis ervan is.  Sinds de Draag bij aan de Nationale Omgevingsvisie uitnodiging uit 2015 is aan de NOVI gewerkt en er zijn in de periode daarna tientallen documenten, rapporten en andere publicaties verschenen, die op een of andere manier hun weerslag hebben gehad in de meer dan 170 downloadbare pagina’s van de NOVI. Maar hoe dat is gebeurd wordt nergens goed toegelicht. Zelfs het bestaan en de status van de Toelichting is wat schimmig. Ik heb alleen in de toelichting zelf gelezen heb dat die ‘integraal onderdeel’ uitmaakt van de Nationale Omgevingsvisie. En gelezen moet worden in samenhang met hoofdstuk 3: Nationale belangen en opgaven in de fysieke leefomgeving. En eigenlijk geen toelichting op de NOVI is.

.     

 

Gekoppeld aan de NOVI  is er nog een Milieueffectrapport Nationale Omgevingsvisie en, enigszins los ervan, een groot aantal start- en tussenproducties, achtergronddocumenten en bijdrages vanuit verschillende hoeken van ons werkterrein. Uiteraard het BNA/BNSP/NVTL – Manifest van juni 2019:  Bouwen aan het Nederland van de Toekomst, wat ons betreft gerelateerd aan de in maart 2019 verschenen BNSP/NVTL-publicatie Regio van de Toekomst – Schetsen voor de Nationale Omgevingsvisie .

Iets eerder verscheen Panorama Nederland van het College van Rijksadviseurs, terwijl Co Verdaas medio 2017 al opperde om van de visie een gesprek te maken: De Nationale Omgevingsvisie Een selectieve, cyclische en doelgerichte dialoog.  Bij elkaar boeiende lectuur die geanalyseerd zou moeten worden op de doorwerking ervan in de uiteindelijke versie van de NOVI.

Voor de leek en de onder tijdgebrek lijdende vakgenoot is via de NOVI-website de NOVI in een Notendop, een pdf, vormgegeven als een liggend A-4 boekje van 14 pagina’s te downloaden, met daarin de hoofdlijnen van beleid en een Discussiekaart als toekomstperspectief voor Nederland . De visie lijkt vooral te bestaan uit het verlangen om praktisch en eensgezinds samen te willen werken, in plaats van echt (politieke geïnspireerde) keuzes te maken op rijksniveau.


De Nationale Ontwikkelingsvisie is niet alleen qua inhoud maar vooral qua vorm een hybride beleidsstuk: de visie is niet gepubliceerd als fysiek boek, maar pdf-digitaal beschikbaar in de vorm van een opgemaakt boek, compleet met voorplaat, achterplat en zelfs (enigszins ridicuul) een ontwerp voor de 5 mm brede rug van een echt boek. Er is echter ook geen gebruik gemaakt van de digitale mogelijkheden om er een (al dan niet interactief) eigentijds product van te maken. Op zijn minst zou het omvangrijk werk makkelijker doorzoekbaar moeten zijn en zou je makkelijker moeten kunnen doorklikken op de honderden noten en verwijzingen. De wat krapjes ‘afgedrukte’ kaartbeelden schreeuwen erom om vergroot en gecombineerd te kunnen worden. Je zou verwachten dat je een eigen selectie zou kunnen maken via onderwerpen, trefwoorden (nergens is een index!) of geografische gebieden. En ergens had ik gehoopt dat er misschien wel een soort game van gemaakt zou zijn geworden in plaats van het wat obligate promotie-videootje.

Wie dacht dat ie met het verschijnen van de NOVI in ieder geval die ordner met gedownloade papieren SVIR-pagina’s kon weggooien komt bedrogen uit. In een niet geheel navolgbare paragraaf wordt eerst verteld dat het Nationaal Milieubeleidsplan; Een wereld en een wil: werken aan duurzaamheid  (2001) en de Rijksnatuurvisie 2014; Natuurlijk verder worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader.

Maar iets verder lijkt dat slechts betrekking te hebben op bepaalde  (niet met name genoemde) delen.  De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone alsook Bijlage 6, Essentiële onderdelen Nota Mobiliteit. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele(eveneens niet nader genoemde)  onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (2015) op grond van de Waterwet. Enigszins onbegrijpelijk dus.

 

Hopend dat de professionals er redactioneel en regelgevend uitkomen, verwonder ik me over de kernvraag aan het publiek: “In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050?” Een beetje vage en vooral zinloze vraag aan bijna de helft van de huidige Nederlandse bevolking, die tegen die tijd hoogbejaard of, volgens verwachting, dood zal zijn. De vraag zou, denk ik, hebben moeten zijn “Aan welke delen en/of aspecten van de instandhoudings- en veranderingsprocessen in Nederland op het terrein van (wat met een lelijk woord) de ‘leefomgeving’ wordt genoemd, wilt u dat op rijksniveau vanaf 2020 gewerkt wordt”. Om daar een beeld van te krijgen is de NOVI-2020 een aardige aanzet, maar ik ben vooral benieuwd naar die permanente bijstelling en aanscherping via de jaarlijkse Nationale NOVI-conferentie, de tweejaarlijkse PBL-Monitor en de vierjaarlijkse uitgebreide Beleidsevaluatie. Wanneer dat een beetje goed en inhoudelijk gepland wordt krijgen we steeds een bijdetijds antwoord op die vraag.
Of dat allemaal onder productie en regie van het ministerie van BZK of van een herboren VROM moet gaan weet ik niet en maakt me ook niet veel uit. In ieder geval lijkt me het optuigen van een Rijksomgevingsvisionaire Dienst een eerste begin. En wanneer we daarin goede ruimtelijke ordenaars en slimme professionals op het gebied van digitale speltechnieken en communicatievormen bijeen zetten, krijgen we misschien zelfs weer plezier in het vormgeven van de regelings-, besluitvormings- en realisatieprocessen van stad en land.  En overigens ben ik van mening dat in de NOVI de reserveringslocatie voor een kerncentrale in Groningen geschrapt had moeten worden.

De omgevallen boekenkast | Stedevaart

Door Tjerk Ruimschotel

Wie, nu we weer op reis (en vakantie) lijken te mogen, het recent verschenen boek Stedevaart er op na slaat om een leuke stedentrip te vinden, komt bedrogen uit.

Maar het boek is desondanks zeker een aanrader voor stedebouwkundigen en planologen, vooral voor wat het wel is én vanwege het feit dat ook duidelijk wordt wat er op ons terrein nog niet geschreven en uitgegeven is. Zo ben ik nog steeds op zoek naar goede gidsen en overzichtswerken voor het professioneel reizen naar en bezoeken van landen, streken, steden en plaatsen.

Enigszins op het verkeerde been gezet door recensies, quotes en de flaptekst vroeg ik een recensie-exemplaar aan. Op de flaptekst wordt de lezer beloofd dat hij door de auteur, Jan Brokken, mee op reis wordt genomen naar “22 steden, aan de hand van 22 markante persoonlijkheden die de geest van de stad incarneren.” Waarna een achttal duo’s wordt beschreven. Op de achterbinnenflap wordt dat nader uitgewerkt: “ In Stedevaart komen 22 steden en plaatsen aan bod”, waarna alle plaatsen en personen (met beroep) worden opgesomd. Die 22 klopt en ‘steden en plaatsen’ ook want naast (Europese) wereldsteden als Berlijn, Parijs en Sint-Petersburg komen plaatsen als Middelharnis, Aizpute en Arcachon (met inwoners rond de 10.000) voor. En over zijn woontijd op het eiland Curaçao noemt Brokken niet Willemstad (150.000 inw), maar twee wijken daarvan: Otrobanda en Marie Pompoen. Het gaat de auteur dan ook minder om steden, maar meer om plaatsen/plekken die betekenis hebben gehad voor de betreffende personen. Het ontbreken van de tussen-N in de titel wordt dan begrijpelijk.

Het boek is dan ook geen stedengids, zoals Lonely Planets Ultieme stedentrips; Inspiratie uit de beste steden van de wereld. En het is ook geen architectuur- laat staan een stedebouwgids; zo’n gids wijst de weg (in ruimte en tijd) in de architectonisch-stedebouwkundige productie van een bepaald gebied en omvat een logisch geografisch overzicht bij voorkeur via kaartmateriaal.

De verzameling steden van Brokken is niet geheel evident. Van de 22 verhalen zijn 13 in Zuid/West Europa gesitueerd, 4 in Oost-Europa, twee in Afrika, één in Japan en twee in de Nederlandse Antillen. Vier verhalen spelen zich af in miljoenensteden, drie in dorpen, maar het merendeel in de door Brokken gewaardeerde middelgrote provinciesteden “…met alle voorzieningen en geneugten die een beetje woonplaats moet hebben.” Er is geen inleiding terwijl de verantwoording alleen uitgebreid ingaat op de schrijf- en drukgeschiedenis van de afzonderlijke hoofdstukken. De meeste verhalen zijn eerder verschenen en soms voor deze bundel bewerkt, maar het boek is ook geen strikt autobiografisch-chronologische beschrijving van de door de auteur bezochte en bewoonde plaatsen. Toch lijkt vooral in de verhalen over de kleinere plaatsen Brokken zelf het belangrijkste personage te zijn en ergens (op pagina 259) stelt hij dat “ … door te reizen en door te lezen je telkens kleine stukjes toevoegt aan je eigen autobiografie.” Grappig dat hij hier lezen schrijft waar je schrijven verwachtte, maar de systematiek van de besproken steden/personages blijft me ontgaan. De helft van de personen die het wezen van de stad zouden belichamen zijn schilders en/of componisten. Maar het boek gaat niet over schilders en de stad die ze geschilderd hebben, zoals Canaletto en Venetië (en London) of Berkheyde en Amsterdam (en Haarlem). Of componisten die onlosmakelijk met een stad verbonden zijn zoals Mozart met Salzburg of Wagner met Bayreuth. Van de overige elf personen is ruim de helft schrijver, waaronder Brokken zelf. Van de ruim twintig personen is er slechts één vrouw, de botanist Eva Mameli Calvino, maar die is ook ‘de moeder van…”.

Stedevaart gaat echter niet over schrijvers die steden en stedelingen beschreven hebben zoals Berlin Alexanderplatz; Die Geschichte vom Franz Biberkopf uit 1929 van Alfred Döblin en onvergetelijk verfilmd door Fassbinder in 1980. Of over steden met rijke literaire associaties zoals Dublin en Split, en zelfs niet over steden waar de aanleg van een bibliotheek een regeneratieve betekenis heeft gehad, zoals Spijkenisse, Tilburg of Groningen om me tot Nederland te beperken. En hoewel Calatrava en Gehry als enige architecten opgevoerd worden gaat het ook niet over die plaatsen waar de aanleg van een iconisch museum, kunstcentrum of operagebouw een stadsontwikkelingsproces bespoedigd heeft. Zelfs geen rondrit langs de Europese (al dan niet culturele) hoofdsteden, maar ook niet langs veelal door de gebruikelijke stadsbeschrijvers gemeden steden. En het is ook niet zo dat de plaatsen via de besproken personen zo bijzonder zijn, integendeel: letterlijk wordt van Port Louis, de hoofdstad van Mauritius (in de Indische Oceaan) gezegd: “een volslagen, oninteressante stad” op de Chinese wijk na, de markt, een geurige kleurige tropische markt, en Villa Eureka. Het is overigens voor mij een ontdekking te merken dat bij sommigen, zoals bij Brokken, steden en plaatsen niet direct ruimtelijke associaties oproepen.

De allereerste zin van Stedevaart had al een waarschuwing moeten zijn: “Mahlers voorliefde voor Amsterdam had weinig met de stad zelf te maken. En inderdaad wie hoopte aan de hand van de componist Mahler de stad Amsterdam (nog) beter te leren kennen, kan het boek meteen weer neerleggen, want dat in Amsterdam veel van Mahlers werk uitgevoerd zou worden is niet direct geografisch verhelderende informatie. Bij het tweede verhaal begrijp je Brokken weer wat beter wanneer hij Bologna, de stad van (de schilder) Morandi beschrijft: “… niet groots of imponerend. Wel mooi, op een bescheiden uniforme manier, met duizenden eendere daken …” maar verder blijven de stadsbeschrijvingen tamelijk impliciet. Over Venetië lees ik vooral dat je er kunt verdwalen (in het pre-smartphone tijdperk). Waar Brokken expliciet over een stad schrijft gaat hij vooral in op het meest kenmerkende gebouw in die stad, zoals in de stukken over de bekende combi’s Valencia/Calatrava en Bilbao/Gehry. En ook bij het minder bekende Yamoussoukro, de nieuw-aangelegde hoofdstad van Ivoorkust bespreekt hij (naast de enige politicus in het boek Félix Houphouët-Boigny) vooral de bouw van de basiliek Notre-Dame de la Paix, een replica van de Sint Pieter in Rome, maar net iets groter.

Nadat ik een (vrijwel gelijke) eerdere versie van dit verhaal had gelezen in het themanummer De Grenzeloze Stad van De Gids uit 2009, raakte ik hevig gefascineerd door Afrikaanse architectuur en stadsontwikkeling, en door het verlangen van regeringen en regeringsleiders naar nieuwe hoofdsteden, zonder nou direct af te willen reizen naar West-Afrika.

En ook dit keer had ik, tijdens het lezen, nauwelijks de neiging om naar de beschreven plaatsen te gaan. Ik had daarentegen wel sterk het gevoel meer te willen lezen/zien van en luisteren naar de besproken personen. De meest interessante leek me Mikalojus Ciurlions schilder en componist in Vilnius, hoewel zijn symbolische (dus ietwat vaag zweverige) fantasiesteden en –landschappen niet direct mijn smaak zijn. De overige kunstenaars en componisten zijn gerubriceerd onder ‘tzt’.

Architecten als Calatrava blijf ik minder interessant vinden, en ook de gebouwen van Gehry roepen irritatie bij me op, maar ik moet toegeven dat ik, na het lezen van Paul Goldbergers Building Art; the Life and Work of Frank Gehry geraakt werd door het lagere schoolproject dat Frank (met zijn zus Doreen) opzette om kinderen te leren hoe je stedebouw bedrijft.

Deze video wordt niet getoond omdat er (nog) niet akkoord is gegaan met het plaatsen van cookies.
Wijzig keuze

De film Kid City uit 1972 geeft daar een ontroerend beeld van en was voor mij aanleiding twee nieuwe dossiers te starten: Kinderen & Stedebouw en Films & Stedebouw. Bij mij leidt lezen vrijwel altijd tot meer (willen) lezen en meer zoektochten op het internet. Wat dat betreft is Stedevaart een zeer inspirerend boek en een waardevolle bijdrage aan mijn autobiografie.

Omdat ik ooit een tijdje op Curaçao gewoond heb, staat op mijn bucketlist als eerste het herlezen van overzeese schrijvers als Tip Marugg (De morgen loeit weer aan)en Boeli van Leeuwen (De rots der struikeling).

En natuurlijk ook Cola Debrot, hoewel ik bang ben dat de novelle uit 1935 waarmee deze grondlegger van de Antilliaans-Nederlandse literatuur bekend werd (Mijn zuster de negerin) tegenwoordig geheel anders getiteld zou moeten worden.

Al zou ik geen idee hebben hoe dit zou kunnen zonder in een oeverloos gender- en/of raciaal debat terecht te komen. Verder bestel ik voor de vakantie in Balkonië  en Bad Meingarten wat stedebouwkundige publicaties en het Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin van Jan Brokken, voordat deze ontdekkingsreis naar de wortels van de Antilliaanse muziek en de Europese invloed die daarin doorklinkt, vanwege culturele toe-eigening dan wel witte dominantie niet meer verkrijgbaar mag zijn.

De omgevallen boekenkast | virtuele realiteit

Door Tjerk Ruimschotel

Terwijl anders mijn maandelijkse google tijdlijnen zevenmijlslaarsachtige voetafdrukken vertonen, waren die van de maanden april en mei eerder die van een klein duimpje. De aanwijzingen van onze overheid opvolgend ben ik maar op één plaats geweest: thuis.

In de jaren zeventig baarde een architect enig opzien door een huis te ontwerpen zonder ramen, want, zo zei hij, op televisie zijn veel meer en mooiere dingen te zien dan de tuintjes en straten waar de bewoners anders op uit gekeken zouden hebben. En inderdaad waren op televisie, tablets en smartphones de afgelopen maanden veel meer dingen te zien geweest dan dat wat ik uit het raam kijkend zag. Zo ongeveer alle papieren en digitale tijdschriften, kranten en andere platforms hebben ons gevoed, overvloedig mag ik wel zeggen, met al dan niet gratis films en series die we nog moesten zien en wie niet kon wachten totdat we weer fysiek op vakantie mochten, kon de de ene na de andere virtuele reis maken door landschappen, steden en musea – eventueel gekoppeld aan de loopband of hometrainer. In plaats van domweg je balkon op en neer te marathonnen, kon je nu beweging en visuele ervaring koppelen. Dat deed me denken aan een extreem voorbeeld van ontsnappingsliteratuur dat ik ooit las. Ver voor de digitale virtuele realiteiten die ons nu voorgeschoteld worden, moest je je verbeelding gebruiken wanneer je een reisboek las of een atlas bestudeerde. In gedachten waande je je dan in andere landen, op de maan of twintigduizend mijl onder zee.

In het boek Albert Speer; His Battle with Truth van Gitta Sereny uit 1995, vertelt Hitlers architect en Minister van Bewapening hoe hij zijn dagelijkse wandelingetje op de binnenplaats van de gevangenis in Spandau zinvol probeerde te maken. Allereerst door in gedachten de 626 kilometer lange reis van Berlijn naar zijn vaderlijk huis te lopen. Binnen een half jaar had hij met een gemiddeld dagreis van 7 kilometer Heidelberg bereikt. Daar (denkbeeldig) aangekomen wilde Speer op een iets minder abstracte manier via Wenen richting Istanboel reizen en besloot een ‘Reis om de Wereld’ te maken. Tegen Sereny zegt hij: “Na de wandelingen voorbereid te hebben door kaarten, reisverhalen en kunstgeschiedenisboeken te bestuderen, richtte ik me in mijn fantasie op de verschillen in landschappen, rivieren, bloemen, planten, bomen en rotsen. In de steden waar ik doorheen kwam, dacht ik aan kerken, musea, grote gebouwen en kunstwerken ”.

Toen hij na twintig jaar vrijgelaten werd, had hij, naar eigen zeggen (in Speer in Spandau; dagboeken,1976) nauwgezet bijgehouden, 31.936 kilometers afgelegd en was hij iets ten zuiden van Guadalajara in Mexico uitgekomen. Of ook dit een verzinsel of verdraaiing is, is in wezen niet belangrijk.

Zoals Benjamin Tiven in zijn artikel Dear Catastrophe Architect; Albert Speer and the Garden of Spandau (verschenen in het Bidouin – Failurenummer van zomer 2007) aan geeft loopt Speer in Spandau niet naar de toekomst maar (her)beleeft hij voortdurend zijn verleden. Niven betoogt dat toen Speer lid werd van de nazipartij hij een wereldvreemde en mislukte architect was. Maar zó bedreven in het behagen van de Führer dat hij de toonaangevende architect in Duitsland werd zonder zijn studie echt af te ronden. Speers ‘Wanderjahre’, de reizen die je onderneemt als onderdeel van je vorming, kwam laat bij hem. In de gevangenis keerde Speer terug naar de basis van ons vak: lopen. De ordening van ruimte, fysiek of symbolisch, hangt af van het feit dat die ruimte wordt ervaren, afgebakend, in kaart gebracht en begrepen door een mens, aldus Tiven.

Dit deed me onwillekeurig terugdenken aan mijn eigen ‘Wanderjahre’, temeer omdat zeer onlangs bekend werd dat Christo op 84 jarige leeftijd was overleden. Een jaar voor mijn afstuderen kon ik een rondreis door de Verenigde Staten maken; beginnend in Boston en via Chicago, San Francisco, Los Angeles en New York weer naar huis. Verder ging de reis, vanzelfsprekend autorijdend, door oneindige landbouwgebieden en tijdloze monumentale natuurgebieden. Belangrijke tussenstop, of misschien wel einddoel, was het bezoek aan Running Fence, het 40 kilometerlange kunstwerk van 6 meter hoog gordijndoek dat Christo daar in het wat saaie landschap ten noorden van San Francisco tijdelijk bouwde. Maar dat in ontelbare foto’s, films, tijdschriften en boeken vastgelegd is, waaronder het tweestoeptegelsdikke Christo Running Fence in beperkte oplage (met stukje doek erbij) uitgegeven in 1978.

Onderweg kocht en las ik een bescheiden stapeltje boeken. In New York las ik, het toen net verschenen, monumentale, meer dan 1100 pagina’s dikke en terecht met een Pullitzerprijs bekroonde boek van Robert A. Caro The Power Broker; Robert Moses and the Fall of New York 1975.

Op weg naar Los Angeles uiteraard Los Angeles: The Architecture of Four Ecologies, uit 1971 van Reyner Banham, die schreef dat hij leerde autorijden om die stad te begrijpen.

Ook geestverruimend, ook a Pelican book en ook voorzien van een prachtige voorplaat was het boek Mental Maps uit 1974 van Peter Gould en Rodney White.

En natuurlijk ook de bestseller van die dagen Zen and the Art of Motorcycle Maintance; An Inquiry into Values, van Robert M. Pirsig uit 1973 over ‘The Fabulous Journey of a Man in search of Himself’.

Na die reis kon ik beginnen met de laatste fase van mijn studie. Ik schreef over de betekenis van de kunst van Christo voor architectuur en stedebouw in wonen-TA/BK van augustus 1977 onder andere het artikel Bijdrage aan bestrijding van een onbegrepen omgeving. Voor mij was de essentie van zijn werk dat de persoonlijke wens om iets te maken, alleen zin heeft wanneer dat door zo veel mogelijk mensen meebeleefd en begrepen kon worden. Als het leidt naar ‘een collectieve ervaring in ruimte en tijd’. Ik studeerde individueel af op een plan voor het bewoonbaar maken van het Eiland van Dordrecht voor een kwart miljoen mensen.

De Coronacrisis heeft niet alleen bepaalde dingen uitgesteld, daar komen we wel overheen. Sommige mensen zijn in de tussentijd overleden en of dat inpakken van de Arc de Triomphe nu nog doorgaat is onzeker. Maar wel de realiteit. De echte, geen digitale.

 

Social Distancing Dashboard biedt routekaart voor stadsbewoners | TU Delft & AMS Institute

De eerste voorzichtige stappen zijn gezet om de COVID-19 lockdown te versoepelen. Voetgangers en fietsers keren terug naar de straten van de stad. Nu het drukker wordt, kan het bewaren van de afstand van 1,5 meter in veel stedelijke gebieden een uitdaging zijn vanwege de manier waarop de openbare ruimte is ontworpen. Om hier meer inzicht in te krijgen, hebben wetenschappers van de TU Delft in samenwerking met AMS Institute het Social Distancing Dashboard ontwikkeld.

Het Social Distancing Dashboard maakt stadsplattegronden die op straat- en wijkniveau laten zien of het mogelijk is om de afstand van 1,5 meter in de openbare ruimte na te leven. Het dashboard brengt een overzicht in kaart van verschillende factoren die daar invloed op hebben, zoals de breedte van voetpaden en de locaties van bushaltes.

Open toegankelijk

De kaarten zijn open toegankelijk en beschikbaar voor gebruik voor beleidsmakers die belast zijn met het nemen van beslissingen over volksgezondheid en stadsplanners, die werken aan COVID-19 gerelateerde interventies voor steden. Het dashboard is ook bedoeld om bewustzijn te creëren bij bewoners, die zich zo veilig mogelijk door de straten van de stad willen verplaatsen.

Het team van onderzoekers, onder leiding van de assistent-professor van de faculteit Industrieel Ontwerpen van de TU Delft en research fellow bij AMS Institute, Dr. Achilleas Psyllidis, gaf het startschot voor het project met een routekaart van Amsterdam. Meer dashboards zijn in de maak voor andere steden zoals Rotterdam, Delft en Den Haag.

Data-gedreven ontwerp

Om de breedte van de voetpaden automatisch in te schatten en in te delen volgens een risicoprofiel combineert het Social Distancing Dashboard gegevens vanuit meerdere bronnen: de Basisregistratie Grootschalige Topografie, het Centraal Bureau voor de Statistiek en OpenStreetMap. Het gebruik van deze hoge resolutie datasets maken het mogelijk om analyses uit te voeren op verschillende schaalniveaus. Variërend van postcodegebieden tot buurt-, wijk-, stads- en regionale niveaus.

Bewegen in de stad op afstand

Om op een voetpad te voldoen aan de 1,5 meter afstandsregel, zou het idealiter mogelijk moeten zijn dat twee mensen naast elkaar lopen in dezelfde of in tegengestelde richting zonder van het voetpad af te stappen. Dit betekent dat het voetpad minimaal 2,5 tot 3 meter breed moet zijn. Daarom kleuren veel straten aan de grachtengordel van het centrum van Amsterdam op de kaart rood. Een patroon wat voor veel van de kenmerkende smalle straten in historische stadscentra zal gelden, ook internationaal.

 

Niet geschrokken door het rood op de kaart ziet de gemeente Amsterdam het Social Distancing Dashboard als een kans. Chief Technology Officer, Ger Baron: “Deze kaart visualiseert de uitdaging van bewoners om te leven in de 1,5 meter samenleving en de uitdaging van gemeentes en overheden om deze te ontwerpen. We kunnen deze kaart inzetten om straten die op de kaart rood en oranje gemarkeerd worden te vergelijken met de werkelijke situatie op straat. De data helpt ons bij het bedenken van interventies, nieuwe manieren om de openbare ruimte te organiseren en om op een transparante manier samen te werken met burgers en bedrijven”.

Overgangsfase

Dr. Psyllidis: “Deze COVID-19-crisis heeft opnieuw het belang van data aangetoond  om besluitvorming te ondersteunen bij het ontwerpen van strategieën die steden en landen kunnen helpen bij de ‘overgangsfase’ naar een nieuwe werkelijkheid. Wij zijn van mening dat alle belanghebbenden in de stad moeten kunnen beschikken over instrumenten die kunnen helpen bij het maken van de juiste keuzes. Of dat nu op persoonlijk niveau is of op gemeentelijk niveau. Kennis is nodig om goede oplossingen te ontwerpen in de juiste context. Ons Social Distancing Dashboard project is een voorbeeld van hoe we kunnen bijdragen aan kennis en inzicht ten behoeve van besluitvorming over COVID-19 gerelateerde aanpassingen in de stedelijke planning.”

Vervolgstappen

Het doel van het Social Distancing Dashboard is om een overzicht te geven van verschillende aspecten die ervoor zorgen of er wel of niet aan de 1,5 meter afstandsregel kan worden voldaan. Het huidige dashboard bevat informatie over de breedte van de stoep en de locaties van het openbaar vervoer. Aangezien er meer factoren van invloed zijn, gaan de onderzoekers ook informatie opnemen over faciliteiten zoals supermarkten of andere locaties waar veel mensen komen. Daarnaast worden andere soorten data toegevoegd, zoals mobiliteitsgegevens en druktemetingen.

Automatische berekeningen

Het Social Distancing Dashboard wordt automatisch berekend, waardoor er een kleine foutmarge kan zijn. De Basisregistratie Grootschalige Topografie biedt de beste digitale kaart van Nederland, maar houdt nog geen rekening met nieuwe interventies die door verschillende gemeenten worden doorgevoerd om extra ruimte te creëren voor de 1,5 meter samenleving, bijvoorbeeld door het blokkeren van het autoverkeer op sommige plekken. Het onderzoeksteam is van plan om nauw samen te werken met geïnteresseerde gemeenten, om de gegevens te actualiseren en dichter bij de huidige praktijk te brengen.

Met dank aan TU Delft en AMS Institute  voor het delen van dit bericht

Meer informatie:

Social Distancing Dashboard

Beschrijvingspagina

TU Delft website

Niets doen is wél een optie | Wouter Veldhuis | MUST

Foto Unsplash/@tandemxvisuals

Door Wouter Veldhuis

Toen mijn vader nog huisarts was, keken wij ’s avonds vaak naar ‘Vinger aan de Pols’. Het televisieprogramma over ziekte en gezondheid, gepresenteerd door de onvolprezen Ria Bremer. Niet omdat mijn vader dit nodig vond voor mijn opvoeding of zijn bijscholing. Wel om zich voor te bereiden op de grote toeloop van patiënten die de daaropvolgende dagen allemaal met dezelfde gezondheidszorgen in zijn spreekkamer zaten. Net als bij zoveel andere klachten was zijn belangrijkste medicijn een goed gesprek waarmee deze zorgen werden weggenomen.

Als docent aan de Rotterdamse Academie van Bouwkunst heb ik vergelijkbare ervaringen. Er lopen veel studenten rond met een grote maatschappelijke betrokkenheid. Fantastisch – maar het kompas van sommigen is heel erg gevoelig voor de wekelijkse uitzendingen van ‘Tegenlicht’ of ‘Zembla’. En dan wordt het lastig om goede begeleiding te geven. De ene week is digitalisering van de leefomgeving het leitmotief. Een week later is het hele ontwerp omgegooid omdat de studenten een uitzending hebben gezien over de impact van genetische manipulatie in de landbouw.

(www.anderhalvemeterstore.nl)

Architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten doen niets liever dan vraagstukken oplossen. Wat dat betreft zijn het net wiskundigen. Geef ze een puzzel en ze gaan direct aan de slag om een elegante ruimtelijke oplossing te bedenken. En precies dat is de grootste valkuil, waar veel van mijn vakgenoten op dit moment met open ogen intuinen; we zien het dagelijks leven om ons heen instorten door een bijzonder venijnig virus en gaan onmiddellijk op zoek naar een ruimtelijk medicijn.

Verzetsbeweging tegen ‘het nieuwe normaal’

Het heilig vuur van de ontwerpers werd aangewakkerd door een opmerking van premier Rutte: ‘Houdt er rekening mee dat de anderhalvemetersamenleving het nieuwe normaal zal zijn’. Binnen 24 uur hadden enkele architecten al plannen klaarliggen voor gebouwen die aan de 1,5 meter-norm voldoen. Stedenbouwkundigen hadden binnen 48 uur visies om die gevaarlijk pandemische steden ingrijpend te verbouwen zodat er geen enkel risico meer is dat mensen elkaar fysiek tegen het lijf lopen. En landschapsarchitecten zagen hun kans schoon om voorstellen te tekenen waarin straten en parken keurig uitgelijnd zijn op een grid van 3 meter, de nieuwe gulden snede.

En ik? Ik moest elke keer denken aan die studenten die elke week zo in de war raken van een uitzending van ‘Tegenlicht’ en die patiënten in mijn vaders spreekkamer met de gezondheidsklacht van de week. Tijdens een Zoom-borrel van MUST deelde ik mijn gedachten met mijn collega-architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten. En al pratend kwamen wij tot de conclusie dat er weliswaar veel anders en beter kan in onze steden, maar dat de anderhalvemetersamenleving in ieder geval nooit het nieuwe normaal mag worden. In de Corona-oorlog vormden wij zo een kleine verzetsbeweging.

Iedere verzetsbeweging heeft een manifest. Die van ons paste in een simpele tweet: “Nieuwsgierig naar de visie van MUST op de 1,5 meter samenleving? Die is er niet! Wij werken aan de stad van de toekomst, niet aan trending topics. In de stad van de toekomst zijn wij nog steeds sociale wezen die het best gedijen in nabijheid van anderen, mentaal en fysiek.”

Er meldde zich gelijk een grote groep medestrijders – maar zoals in iedere oorlog volgden er echter ook felle tegenaanvallen. Vooral de architect die als slimme puzzelaar voor ieder probleem een elegant ruimtelijk medicijn weet te vinden voelde zich van zijn voetstuk getrokken. Kort samengevat: “Als de samenleving een probleem heeft MOET de architect klaarstaan om dit op te lossen! Je onttrekken aan deze verantwoordelijkheid is hoogverraad.” De vraag of de pandemie opgelost of voorkomen kan worden door gebouwen en steden anders te ontwerpen, wordt niet gesteld. De puzzel, het programma van eisen, is immers helder: iedereen moet overal 1,5 meter afstand van elkaar kunnen houden.

still:www.rekentube.nl

Enig opportunisme is dit vakgebied niet vreemd

Ik wil de goede bedoelingen van mijn vakgenoten niet in twijfel trekken. We willen allemaal onze bijdrage leveren aan een betere samenleving, denk ik. Maar het vakgebied is enig opportunisme niet vreemd. Als ergens werk van gemaakt kan worden dan staan architecten graag vooraan. Ik help iedereen graag herinneren aan de tijd dat ontwerpers vol enthousiasme alle steden wereldwijd volledig hebben verbouwd om ruimte te maken voor de toekomst (lees automobiliteit). En nu, na 50 jaar sloop en nieuwbouw, blijkt dat de auto misschien helemaal niet zo zaligmakend is, staat mijn beroepsgroep weer vooraan om alle ingrepen uit het verleden met evenzoveel energie ongedaan te maken. Vaak denk ik dan; misschien hadden we bij de opkomst van de auto even wat minder hard moeten laten zien hoe goed wij puzzeltjes kunnen oplossen.

Misschien was het beter geweest om even niets te doen en af te wachten tot de storm gaat liggen. De stad is een eeuwenoud robuust systeem dat zich niet zomaar laat opereren zonder ernstige wonden achter te laten. En precies dat denk ik nu ook.

De anderhalvemetersamenleving is geen blauwdruk voor de stad van de toekomst, maar een tijdelijke maatregel die op medische gronden noodzakelijk is om de pandemie te beteugelen. De bestrijding van de pandemie ligt niet in de handen van architecten en stedenbouwkundigen. Dit moeten we overlaten aan medici en gedragswetenschappers.

Laten we, in plaats van driftig te gaan tekenen aan een stad die bestand is tegen Corona-aanvallen, deze bijzondere tijd gebruiken om vooral goed na te denken over steden en gebouwen die aansluiten op onze toekomstige behoeften. Want we hebben nu wel de kans om ons te bezinnen en te onderzoeken wat wij nu zo missen aan het stadsleven dat tot stilstand is gekomen. En laten we vooral verkennen wat we liever niet meer terug willen. Kortom, doe nu even niets waar je later weer spijt van krijgt. Gebruik deze tijd om eerst eens na te denken over de vraag, in plaats van gelijk te ontwerpen aan een mogelijk antwoord.

Wouter Veldhuis/MUST

We eigenen ons de openbare ruimte weer toe

Wat mij betreft moeten we onszelf de vraag stellen hoe wij als ontwerpers kunnen bijdragen aan een Rechtvaardige Stad die mensen ruimte biedt om zichzelf te ontplooien en hen tegelijkertijd de gelegenheid biedt om zelf vorm te geven aan die stad. Nu onze steden even wat rustiger aan doen, zie je dat er een grote latente behoefte is om de openbare ruimte toe te eigenen. Stoepen komen weer tot leven nu er even geen toeristenstromen langs marcheren en fietsers veroveren de rijbanen nu er minder auto’s rijden. Zou het niet zonde zijn als deze ruimte voor stadsbewoners straks weer verdwijnt? En wat leren we van de enorme drukte in de stadparken, bossen en stranden? Wat mij betreft maakt dit duidelijk hoe ongelofelijk belangrijk het is dat iedere stad ademruimte heeft om er gezond en gelukkig te kunnen leven.

Wouter Veldhuis/MUST

Kortom, laten we nu de gelegenheid gebruiken om goed met elkaar na te denken over onze toekomst en verkennen hoe we met elkaar een stap in de goede richting kunnen zetten. Ons hele stedelijke systeem moet namelijk weer opnieuw opgestart worden. En als je slim bent installeer je dan ook een aantal updates. Tegelijkertijd maak ik mij geen enkele illusie dat dit makkelijk zal gaan. Want eerdere crises hebben ons geleerd dat niets zo makkelijk is als terugvallen in ons oude gedrag, als de kans zich weer voordoet. En dat zal nu niet anders zijn.

Wouter Veldhuis, architect en stedenbouwkundige, is mede-oprichter en directeur van Must, een invloedrijk stedebouwkundig bureau dat gespecialiseerd is in stedelijke vernieuwing, strategieën voor stad en regio, cartografie en onafhankelijk onderzoek. Hij is ook bestuurslid van Stad-Forum, een onafhankelijke denktank die de gemeente Amsterdam adviseert over stedelijke ontwikkeling.

Met dank aan Wouter Veldhuis en Tracy Metz, Stadsleven.nu,  voor het delen en de plaatsing van dit blog in wisselwerking met het plaatsen van het blog van Guido Wallagh op Stadsleven.nu

Anders kijken | Guido Wallagh, partner-adviseur INBO

In 1988 introduceerde het Rijk het begrip ‘dagelijkse leefomgeving’. Twee simpele woordjes in de Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening, die alles behalve dat zijn gebleken. Want met het begrip ‘dagelijkse leefomgeving’ is een enorme impuls gegeven aan de herinrichting van ons land, met een sleutelrol voor de openbare ruimte.

Sindsdien wordt de openbare ruimte niet meer beschouwd als overgebleven ruimte tussen gebouwen, maar vooral als een culturele opgave. Aanvankelijk gingen wij en masse naar Barcelona en Parijs om te kijken wat daarmee eigenlijk bedoeld werd. Inmiddels is Nederland zelf een lichtend voorbeeld.

Met name in de jaren ’90 en ’00 heeft de openbare ruimte in ons land een ware metamorfose ondergaan. Binnensteden, woonwijken, rivieroevers, landschappen en de kust: vrijwel elke openbare ruimte is onderwerp van maatschappelijk debat, ontwerp en herinrichting geweest.

Maar waar staat het debat over de openbare ruimte nu?

Kijken we naar Amsterdam, dan zien we iets opmerkelijks in het debat sluipen. Tot voor kort kwam dit debat namelijk steeds meer in het teken te staan van ‘te’. Te druk als het gaat over de openbare ruimte in de Amsterdamse binnenstad en de daarom heen liggende buurten. Te veel als het gaat over de openbare ruimte in de stadsdelen buiten de ring A10, zoals Nieuw-West en Noord.

Overal waar te voor staat is niet goed, behalve tevreden. Ik kan mij herinneren dat mijn oma dit gezegde vaak herhaalde. Als klein kind begreep ik er werkelijk geen woord van. Inmiddels en zeker nu wij in tijden van contactbeperkingen anders kijken naar de openbare ruimte, begrijp ik dit gezegde. Een debat over te druk of te veel biedt geen ruimte voor nuance en context. Terwijl de huidige crisistijd laat zien hoe belangrijk de openbare ruimte is, maar ook hoe zeer het ook aankomt op nuance en context.

Mij valt op hoe wij momenteel het alledaagse van de openbare ruimte weer weten te waarderen. Even geen openbare ruimte die alleen maar werkt als er een evenement of keiharde muziek is, maar gewoon een openbare ruimte waar men een luchtje schept, op adem komt, er even uit is.

Mij valt op dat wij elkaar weer aankijken en zelfs aanspreken. Even geen openbare ruimte waar stress en ik-ik-ik domineert, maar gewoon een openbare ruimte waar er tijd is voor een blik in elkaars ogen, een lach of een gesprekje.

Mij valt op hoe zeer de openbare ruimte weer van iedereen is geworden. Even geen openbare ruimte die gedomineerd wordt door een bepaalde groep, leefstijl of activiteit, maar een openbare ruimte waar het goed toeven met elkaar is.

Het klinkt basaal. Het lijkt zo doodnormaal. Maar we waren de afgelopen jaren in Amsterdam – en ook wel elders in het land – het alledaagse uit het oog aan het verliezen. Persoonlijk denk ik dat de intense ervaringen die wij nu opdoen het debat, het ontwerp en de inrichting weer terug brengen tot waar het over moet gaan: de alledaagse leefomgeving. Dat zal ons meer brengen dan het 1,5 meterproof maken van de openbare ruimte.

Guido Wallagh, partner-adviseur Inbo

Pakhuis De Zwijger | Robbert Bovee | Blijvend in gesprek, alleen nu online

Jaarlijks organiseren wij meer dan 600 programma’s over een breed pallet aan onderwerpen. Hierbij is het ruimtelijke domein een grote pijler binnen onze programmering. Ons doel is vooral het verbinden van verschillende domeinen die zich met hetzelfde vraagstuk bezighouden. Door niet alleen met vakgenoten in gesprek te gaan, maar ook hier buiten de eigen box te kijken komen we tot nieuwe inzichten.

Met de komst van het coronavirus is er veel veranderd. Niets is meer zoals het was en alles moet anders. In het onderwijs, de zorg,  de logistiek en de handhaving. Van de één op de andere dag moest ook Pakhuis de Zwijger zich aanpassen aan de verdergaande maatregelen, zo ontstond de LIVECAST.

Deze video wordt niet getoond omdat er (nog) niet akkoord is gegaan met het plaatsen van cookies.
Wijzig keuze

Onlangs hebben we in onze dependance in Amsterdam Zuidoost een tweede studio geopend om onder andere offline en online programma’s aan te bieden. Denk hierbij aan onze reguliere discussie avonden, maar ook maken we nu in samenwerking met gemeenten, ontwikkelaars en andere partijen een hoop nieuwe dingen.  Zoals video’s van gebiedsplannen, organiseren we online inspraakbijeenkomsten en online omgevingsparticipatie trajecten.

Juist in deze tijd vinden wij het extra belangrijk om elkaar te blijven ontmoeten, te informeren en te inspireren. Dat doen we dus even niet meer zoals je van ons gewend bent, maar ‘gewoon’ online. Samen met doeners en denkers van over de wereld onderzoeken we in wat voor een stad en land we leven en hoe we deze in de toekomst graag zouden zien. Want alleen als we het gesprek blijven voeren, leren we hoe we het morgen beter en slimmer kunnen doen.

Kijk mee via onze website of praat mee via de Zoom webinar. Bekijk onze agenda en reserveer nu gratis je online plekje!

Indien je interesse hebt om samen over interessante thema’s binnen het ruimtelijke domein te programmeren hoor ik het graag. Je kan me mailen op robbert@dezwijger.nl

 

 

Een paar kijktips:

Making social impact in… New York City

What is the impact of the coronavirus on New York City? And who are committed to support the people that are affected most by the crisis?

 

Floris Alkemade, rijksbouwmeester

Bouwmeester in crisistijd

Terugblikken op vijf jaar met Floris Alkemade als rijksbouwmeester

 

 

De omgevallen boekenkast | Beroepshalve

Door Tjerk Ruimschotel onze vaste blogger!

Terwijl een wat zwaarmoedige buurvrouw haar eigen Piet Hein Eekachtige doodskist in elkaar timmert, de zwaluwen hun nest verder uitbouwen, de boeren doorploegen en de minister-president met zijn corona-persconferenties het kijkcijferrecord van de Peter R. de Vries-uitzending over Joran van der Sloot met bijna een miljoen verbetert, probeer ik, zoals de BNSP onlangs haar leden vroeg, te bedenken wat de coronacrisis voor mij betekent.

Om te beginnen ga je (ik in ieder geval) in tijden van crisis vaak terugdenken aan de kleinere en grotere crises eerder tijdens je leven/carrière en hoe die zich verhouden tot deze. Op dezelfde manier dat veel gesprekken tijdens een maaltijd in een restaurant gaan over vroegere restaurantervaringen en tijdens de vakanties over vroegere en toekomstige vakanties. Het is daarbij, zoals ik al eerder zei, een beetje gek dat ik een blog schrijf voor de beroepsvereniging van stedebouwkundigen en planologen, terwijl ik weliswaar ingeschreven ben in het Architectenregister, waardoor ik de beschermde titel ‘stedenbouwkundige’ mag gebruiken, maar met de aantekening ‘beroepshalve niet actief’. Anders dan werkloos geworden collega’s heb ik daar (enigszins gedwongen door het leeftijdsdiscriminerende leeftijdsontslag) toch min of meer zelf voor gekozen door met pensioen te gaan na veertig jaar beroepspraktijk. Ik ben dan ook niet coronagewijs geraakt in mijn beroepsuitoefening, maar kan het toch niet laten om, desnoods zonder eigenbelang, na te denken over de toekomst van onze disciplines en de daarmee verbonden beroepsuitoefening.

Daarbij ga ik, als rechtgeaarde ontwerper uit van een aantal fundamenteel verschillende scenario’s. Zo kunnen we nadenken over een ‘nieuwe werkelijkheid’ van na de pandemie, die dan tussen de paar maanden en een paar jaar zou hebben geduurd. Zoals het er nu naar uitziet kunnen we op grond van allerlei individuele stokpaardjes, ideologische vooroordelen en trendwatcherig gezever drie soorten toekomstverwachtingen tegemoet zien, die door Robbert Dijkgraaf onlangs zijn gerubriceerd als: alles wordt erger, alles wordt beter, of alles blijft hetzelfde. (Bron NRC). Met hem denk ik dat de aanhangers van alle drie de varianten gelijk hebben, wat ons, vrees ik, niet veel verder zal helpen. En ondertussen worden we overladen met allerlei professiegerelateerde lees- en kijktips om de verveling van de tussentijd te verdrijven.

Maar we kunnen ook bedenken dat er nooit een goedwerkend vaccin ontwikkeld gaat worden en ook geen virusremmer. Dat wordt het wat achteloos geformuleerde voorvoegsel ‘anderhalvemeter-’ de nieuwe manier waarop we voortaan sociaal, economisch, maar vooral ruimtelijk met elkaar om moeten gaan. Wat dat betekent kunnen we nog niet eens beginnen te begrijpen wanneer je de bijna aandoenlijke maatregelen – die tegenwoordig protocollen genoemd worden – ziet van sportscholen en theaters om met afgeplakte toestellen en leeg te laten stoelen te demonstreren dat we gewoon verder kunnen.

Eigenlijk zou elke stad de open source methodiek van de illustratieve interactieve plattegrond van New York (te zien op www.sidewalkwidths.nyc), gemaakt door Meli Harvey, moeten overnemen om te laten zien dat de stoepen (en fietspaden) te smal zijn voor de anderhalve meter ‘social distancing’. Voorlopig denk ik dat we in de buurt gaan komen van wat Lieven de Cauter beschrijft in zijn boek De Capsulaire beschaving; over de stad in het tijdperk van de angst verschenen in 2004 als nummer 03 in de serie reflect van NAi Uitgevers. Hoewel ik bijna zeker wist het boek in bezit te hebben was een zoektocht door mijn boekenkasten tevergeefs en heb ik het voor de snel- en zekerheid maar elektronisch aangeschaft. In deze tijd van e-commerce en webwinkelen zouden we om verdere uitbuiting van de werknemers en verdere verdozing van het landschap tegen te gaan veel meer boeken in e-vorm moeten bestellen en lezen.

Het boek van De Cauter kent, tussen pro- en epiloog vijf ongetitelde delen met steeds twee teksten (en één keer drie) met titels als Opkomst van de generische stedelijkheid; De permanente catastrofe, Geologie van de angst en Welkom in de Nieuwe Imperialistische Wereldorde. De in totaal elf, soms in woede geschreven, teksten zijn tussen 1998 en 2004 in verschillende versies (en soms vertaald) in verschillende periodieken en bundels verschenen. De titel van de publicatie komt terug in deel twee met drie teksten: De capsulaire beschaving; De vermenigvuldiging van de heterotopieën en De capsule en het netwerk. De flaptekst vat het als volgt samen: “Cultuurfilosoof De Cauter schetst het beeld van een samenleving gedomineerd door angst en afsluiting. .. de opkomst van de capsulaire beschaving is een doemscenario … en voelen we ons gedwongen ons terug te trekken in de capsules van onze voertuigen, in architecturale cocons of urbanistische enclaves: malls, gated communities, pretparken “ en “Dit proces van capsularisering speelt zich af tegen de achtergrond van een dreigende demografisch-ecologische catastrofe en een militarisering van de planeet.”

De dreiging van een nauwelijks te bestrijden virusbesmetting zou de nog metaforisch verwoorde capsules van De Cauter concrete werkelijkheid kunnen maken: geen massale, collectieve vormen van vermaak (theater, bioscoop, stadion) of vervoer (bus, trein, vliegtuig). Maar individuele vormen in ongekende hoeveelheden en misschien ook geen massale collectieve vormen van wonen en werken, gekoppeld aan allerlei vormen van nationale, regionale of lokale begrenzingen en toegangscontroles. Om het, door zijn wat rommelige vorm en warrige inhoud niet altijd even helder geformuleerde, doemscenarioboek van Lieven beter te begrijpen is close reading van het werk zelf en van de tientallen literatuurverwijzingen nodig. Ik ben bang dat ik de veelal filosofische werken van Giorgio Agamben, Jean-Francois Lyotard en Paul Virilio voorlopig nog niet aangeschaft en gelezen heb.

Gelukkig had ik wel al in de boekenkast de aangehaalde sleutelwerken van René Boomkens (Een drempelwereld; moderne ervaringen en stedelijke openbaarheid uit 1998), Rem Koolhaas (S, M, L, XL uit 1995) en Michael Sorkin (Variations on a Theme Park; The New American City and the End of Public Space uit 1992).

Ik zal daar maar eens mee beginnen om verder te kunnen denken over wat deze crisis voor ons zou kunnen gaan betekenen. In ieder geval kan ik de boekenkast drastisch gaan herorganiseren.

Ik ben al begonnen: naast een grote stapel ‘niet-meer-relevant’ komen een aantal kleine stapeltjes met werktitels als stad en publieke ruimte; verstedelijking en suburbanisatie; mobiliteit en bereikbaarheid; geografie van de angst; gelijkhebbers en warhoofden. En misschien hou ik nog een stapeltje van professionele ontsnappingsliteratuur apart. Ondertussen heb ik nog geen reacties van De Cauter en/of van de door hem genoemde auteurs op de coronocrisis kunnen vinden. Van Michael Sorkin, geboren in 1948 was dat te verwachten; hij is afgelopen 26 maart aan de gevolgen van een coronabesmetting overleden. Een wat wrange aanleiding om voor mijn 71e verjaardag al die boeken van hem die nog steeds op mijn wishlist stonden te gaan vragen.

Om te beginnen het recente What Goes Up: The Right and Wrongs to the City (uit 2018) maar ook titels als All Over The Map: Writing on Buildings and Cities (2011) en Indefensible Space: The Architecture of the National Insecurity State (2008) vragen erom gelezen te worden.

En Twenty minutes in Manhattan (2013) staat op het boekenlijstje voor onze reis naar New York. Mocht die reis voorlopig nog niet (of nooit) doorgaan dan kan het boek op het stapeltje ‘leunstoelstudiereizen’.

Harry den Hartog: Shanghai na COVID-19: global city en bouwen voor de buurt

Entree van een  ‘xiaoqu’  (woonbuurt) met aangescherpte toegangscontrole / foto Harry den Hartog

Een mooi artikel van Harry den Hartog, gepubliceerd door Archined op vrijdag 24 april over Shanghai na COVID-19. Met dank aan Harry den Hartog en Archined voor het mogen delen van dit artikel!

De wereld is een dorp. Dankzij wijdvertakte netwerken kon het coronavirus in slechts enkele weken de hele wereldeconomie lamleggen. Uitbraken zijn wellicht een terugkerend fenomeen. In hoeverre kunnen architecten en stedenbouwers een rol spelen in het beheersbaarder maken van soortgelijke rampen? Gaat Shanghai haar stadsplanning aanpassen naar aanleiding van de corona-crisis?

Lees hier het gehele artikel

 

WING werkt! Jannemarie de Jonge

Wing werkt (op afstand)!

Met een hoofdvestiging in Wageningen, een nevenvestiging in Groningen en sinds anderhalf jaar een ‘online-collega’ in Myanmar, waren we bij Wing al een beetje gewend aan video vergaderen. Maar de Corona lock down heeft alles in een stroomversnelling gebracht. Een ‘task force digitaal werken’ met ruime inbreng van Millennial collega’s houdt iedereen scherp, adviseert en laat ons oefenen met allerlei nieuwe mogelijkheden.

Onze corebusiness is kennis en belangen bij elkaar brengen voor leerprocessen, visie- en besluitvorming over een duurzame leefomgeving. Dus allerlei bijeenkomsten, ontwerpateliers, dialooggesprekken en trainingen.  Veel werk kan nu in aangepaste vorm doorgaan. Voor regulier overleg zien we zelfs voordelen in het online werken: geen reistijd, meer vergaderdiscipline, minder CO2 uitstoot!

 

 

Ook werksessies en ontwerpateliers zijn goed te doen, zeker als je de betrokkenen al kent. Het delen van scherm of office-document en digitale tekenfuncties vervangen de functie van flip-over, presentatie of schetspapier. Met een simpele chatfunctie of een meer specifieke tool als Stormboard kan je prima brainstormen. Het inventariseren van meningen kan via een poll en break out sessies geven afwisseling en verdieping.

 

 

Gelukkig is terreinbezoek ook geen probleem – daar voelen we zelfs meer ‘ruimte’ voor –  en met het mooie weer heeft dat al bijzondere (drone)beelden opgeleverd voor de versterking van de zuidelijke Lekdijk.

 

Dronebeeld zuidelijke Lekdijk, foto Ties Blaauw

Lastiger is het als je nog in de fase zit van kennis maken, vertrouwen opbouwen. Of gesprekken over gevoelige onderwerpen. Daar missen we het directe contact. We hebben al ‘wandeloverleg’ en ‘wandelinterview’ geïntroduceerd en zeker met de zomer in het vooruitzicht zien we, zodra de overheid dat weer toestaat, mogelijkheden voor alternatieve locaties (deels) in de buitenlucht. Zo biedt onze betrokkenheid bij de Wageningse Wijngaard een prima ambiance voor ontmoetingen waar inhoud en inspiratie bij elkaar komen.

 

Wandelinterview Els Wouda

Uitdagend zijn participatietrajecten waar onbekenden met elkaar in gesprek gaan over beladen onderwerpen. We merken dat veel opdrachtgevers huiverig zijn om daar mee aan de slag te gaan en vooralsnog deze projecten uitstellen of on hold zetten. Toch zien we ook hier volop mogelijkheden, vooral door verschillende kanalen en instrumenten te combineren.

Een aandachtspunt bij video bijeenkomsten is de aandachtsboog van deelnemers. Net als in een fysieke bijeenkomst is het belangrijk om werkvormen te variëren en regelmatig te pauzeren. Maar op afstand is dat moeilijker aan te voelen, en de mogelijkheden om zitten, staan, praten, luisteren, kijken, schrijven of tekenen af te wisselen zijn lastiger te organiseren. We programmeren plenaire onderdelen naast kleinere deelsessie, benutten tools als Mentimeter of Typeform om deelnemers een actieve rol te geven. En soms bouw je bewust vertraging in: zo vroeg ik in een training gespreksbegeleiding collega Ynske om een blokje stoelyoga met de groep te doen.

Onze (digitale) nieuwsbrief heet ‘Wing Werkt!’ Wing werkt, ook nu, op afstand, digitaal, aan de kwaliteit van ons landschap, aan een duurzame leefomgeving. Meer dan ooit ervaar ik de waarde van ‘samen’, ook al is dat voorlopig vooral ‘alleen samen’. Ondanks alles maakt deze tijd ons creatief, we zoeken elkaar veel op voor collegiaal advies en bedenken oplossingen die wat ons betreft blijvertjes zijn- maar wel graag onder minder bedreigende omstandigheden.

Jannemarie de Jonge (landschapsarchitect, partner bij Wing, adviesbureau voor Ruimte en Ontwikkeling)

 

 

 

Foto’s: Ties Blaauw

Recent nieuws

Uit het netwerk

2020 AAO Design Matters Conference: Call for Presenters

2020 AAO Design Matters Conference: Call for Presenters We are now inviting proposals for conference breakout sessions. These sessions will take place virtually on December.

Lees verder
Blog

De omgevallen boekenkast | NOVICE

Door Tjerk Ruimschotel Tenzij ik me hevig vergis, is nogal onopgemerkt de definitieve Eerste Nationale Omgevingsvisie (gekoosnaamd NOVI) met de ondertitel Duurzaam perspectief voor onze.

Lees verder
BNSP

De woonwijk als noviteit, twee teams geselecteerd!

Twee teams gaan hun vrijmoedige ideeën voor Geleen Centrum uitwerken. Uit een enorme stapel met 47 plannen zijn twee verschillende teams geselecteerd die hun idee.

Lees verder

Agenda

27 oktober 2020

10:00 tot 11:00

AON webinair gecancelled!

16 december 2020

18:30 tot 20:30BNSP

ALV 2020

11 februari 2021

20:00 tot 21:30BNSP

Presentatie Milikowski verplaatst