Ik zoek een stedebouwkundige of planoloog Meer informatie


Author Archive

BEP + PEP talk, 3 juni ’22

Op 3 juni organiseert PEP in samenwerking met Bureau Architectenregister de BEP+PEP talk, een voorlichting voor Master studenten over de beroepservaringperiode.

Tijdens deze online bijeenkomst wordt toegelicht wat het belang is van de titel en wordt het verschil tussen de zelfstandige route en het geïntegreerde programma (PEP) uitgelegd.

Ook delen alumni van zowel de zelfstandige route als het geïntegreerde programma hun ervaring en is er ruimte om vragen te stellen.

meer informatie

BNA Inspiration Night 23 juni ’22

 “Where Science meets Society”

Natuurinclusief ontwerpen is ontwerpen met en voor de natuur. Het is meer dan groen opnemen in een plan, op het dak of in de gevel. Het gaat om fysieke ruimte creëren en het beschermen van de biodiversiteit. Natuurinclusiviteit bevordert ons karakteristieke ecosysteem. Een ecosysteem dat door de intensivering van de landbouw en verstedelijking de afgelopen eeuw onder druk staat.

Uitgedrukt in MSA (Mean Species Abundance) heeft Nederland nog maar 15% van de oorspronkelijke inheemse planten- en diersoorten over. Om dat tij te keren is het belangrijk dat de inheemse natuur zijn plek in Nederland en terugwint. Dat steden vergroenen én dat bij het integreren van natuur in ontwerpen bewuste keuzes gemaakt worden om de invloed van invasieve exoten een halt toe te roepen. Door ruimte voor onder anderen planten, insecten, vogels en vleermuizen te creëren wordt het ecosysteem versterkt.

De BNA ziet voor architecten een rol weggelegd in het bijdragen aan een gezonde leefomgeving. Dat betekent dat de kennis over natuurinclusief ontwerpen vergroot moet worden en dat samenwerken in de keten cruciaal is.

Kom naar de BNA Inspiration night op 23 juni om elkaar te inspireren, nieuwe allianties te maken, elkaars persoonlijke drijfveren te leren kennen en de strategische keuzes scherper te stellen.

De BNA Inspiration night is er voor iedereen die de ambitie of de nieuwsgierigheid heeft om met groene ogen te ondernemen en ontwerpen. Velen gingen je voor en willen je graag helpen die stappen de nemen. Wat beweegt professionals, willen ze mensen helpen? Willen ze de planeet redden? Zichzelf en anderen – niet alleen financieel – verrijken?

We hopen er samen met jou een groene avond van te maken en nodigen je van harte uit voor dit interessante event met volop kans om te netwerken!

BNA Inspiration Night: Make Nature Happen wordt mede mogelijk gemaakt door onze partners Schüco, Vandaglas en Wycona by Hyrdro|

Bekijk hier het programma

De omgevallen boekenkast | Zef

Zef

Een belangrijk voordeel van het krijgen van een boek om te recenseren, behalve dat het gratis is, is dat je (ik althans) plichtsgetrouw het veel nauwgezetter dan anders gaat lezen; wat overigens ook soms een nadeel is. Want om het nieuwste boek van Zef Hemel echt te kunnen begrijpen heb ik het namelijk niet alleen één keer goed gelezen en nog eens herlezen,  maar moest ik om te snappen wat er allemaal in Hemels werkzame leven gebeurde in relatie tot de ruimtelijke ontwikkelingen van Nederland, de Randstad en Amsterdam  (één van de hoofdlijnen in het boek) zelf een aparte chronologie maken, want Zef springt in het boek wat heen en weer in de tijd. Daarnaast heb ik, gedeeltelijk op basis van de index, een overzicht moeten maken van de hoofdpunten en kernbegrippen in het verhaal, want de gedachtegangen van Zef meanderen af en toe nogal breeduit en zijn niet altijd even makkelijk te volgen. Verder komt Hemel af en toe weer terug op zaken, die lijken te horen bij de hoofdlijn van het verhaal, zoals de kleinzieligheid van Rotterdam, de onwil en het onvermogen van ‘Den Haag’ (de regering) en het idee fixe dat we (dat wil zeggen: de burgers) zonder overheid eigenlijk best met de stad uit de voeten kunnen. Dit laatste met name is een beetje vreemd om te horen van iemand die langdurig directielid is geweest van een gemeentelijke organisatie en tien jaar een leerstoel mocht bekleden die door dezelfde gemeente Amsterdam werd gefinancierd.

Op zich is het boek (Er was eens een stad; visionaire planologie, Uitgeverij Pluim, november 2021) een fascinerend verslag van de wederwaardigheden van een bevlogen professional in de ruimtelijke, met name Amsterdams-ambtelijke, ordeningswereld en zijn pogingen om tot een eigen vakopvatting en beroepsuitoefening te komen. Die beroepsuitoefening komt vooral naar voren in de drie autobiografische hoofdstukken getiteld De regio, De stad en De binnenstad, met 125 pagina’s samen goed voor een derde van dit boek van 365 pagina’s, exclusief de 21 pagina’s bibliografie en de 17 pagina’s index. Wie snel wil weten wat Zef Hemel vakmatig beoogt leze de 70 pagina’s (ofwel een vijfde van het boek) van het drieluik bestaande uit de Inleiding, het hoofdstuk 10 en de epiloog. Vooral in deze delen van het boek geeft Hemel een paar keer een omschrijving van wat hij onder visionaire planologie verstaat en wat volgens hem de visionair planoloog of visionair planner doet of zou moeten doen.

Om zijn denkbeelden te onderbouwen dan wel te rechtvaardigen haalt hij alleen al in de inleiding van nog geen 20 pagina’s de volgende personen aan: Willem Steigenga, Pier Carlo Palermo, Marijke van Schendelen, G.J. van den Berg, Ed Taverne, Donald Schön, Nathan Glazer, Alice Sparberg Alexiou, Max van den Berg, Robert Caro, Robert Moses, Manfred Bock, Richard Sennett, John Forester, Hannah Arendt, Vladimir Stissi, Lewis Mumford, Samuel Zipp en Nathan Storing, Patsy Healey, Susan Fainstein en Peter Hall. Daarnaast introduceert hij de zes historische figuren die hij ‘als planoloog’ bewondert en waar hij zes afzonderlijke hoofdstukken aan zal wijden: Patrick Geddes, Dirk Frieling, Theo van Lohuizen, Jane Jacobs, John Friedmann en James Throgmorton.

Deze zes levensbeschrijvende hoofdstukken zijn per paar gekoppeld aan de drie autobiografische hoofdstukken en leiden, tamelijk rechtlijnig, tot het afsluitende tiende hoofdstuk, Visionaire Planologie getiteld, net als de ondertitel van het boek zelf. Ook daar had een wat strengere eindredactie het 42 pagina’s tellende betoog van Hemel wat toegankelijker kunnen maken. Om te beginnen zijn in dit hoofdstuk (en het boek) als geheel nergens witregels of tussenkopjes gebruikt, wat wel het geval was in Zefs vorige boek uit 2016 waar ik eerder over blogde. Verder herhaalt hij, in dit laatste hoofdstuk, samenvattend, wat hij geleerd heeft van zijn zes historische helden (met name John Friedmann) en komt terug op (of gaat verder met) wat hem na zijn afstuderen (in 1981) allemaal op het spoor zette van de visionaire of narratieve planologie.

Tegelijkertijd voegt hij een ruim 3 pagina’s lang stuk over Cornelis van Eesteren (nog een held van hem) in en komt met extra argumentatie voor zijn opvattingen door (soms nogal uitgebreid) aan te haken bij werk en denkbeelden van Huub Dijstelbloem, Bruno Latour, Luuk Boelens, John Forestter, Chris Agyris, Amartya Sen, Martha Nussbaum, Prya Parker, Michel de Montaigne, Edward Wilson, Vincent van Rossum, Yuval Harari, Clifford Geertz, Philip Blom, Walter Fisher, Walter Benjamin, Herodotus, Gerald Burke, Paul Davidoff, Han Boering, Lev Tolstoj, Isaiah Berlin, Steven Johnson, Horst Rittel, Melvin Webber, Kelly Levin, Benjamin Cashore, Graeme Auld, Steven Bernstein en Malcolm Gladwell. Uiteindelijk komt hij, op basis van zijn Amsterdamse praktijkervaring en zijn reflecterend onderwijs-/onderzoekswerk, tot de conclusie dat “een planner dus niet hard hoeft in te grijpen, zich beroepend op zijn autoriteit; zijn werk kan veel bescheidener en subtieler. … Een goede planner toont bovenal empathie: hij is in staat te zien wat anderen zien, stelt burgers centraal…Als het goed is bedrijft hij planologie als improvisatie, bijna intuïtief, als kunst. Bovenal is hij een verteller van verhalen.”

Voorafgaand aan dit laatste hoofdstuk staat op pagina 324 een los lijstje van zeven competenties die de visionair planoloog in de eenentwintigste eeuw, volgens Hemel begrijp ik, moet bezitten en kunnen inzetten: waarnemen (bewust en met aandacht de zintuigen in je opnemen), berekenen (naar maat en schaal bepalen), ervaren (door ondervinding gewaarworden), leren (het verwerven en je eigen maken van kennis en vaardigheden), verbeelden (je een voorstelling maken), overtuigen ( door klem van woorden enz. doen geloven) en inspireren (bezielen, aanvuren). Hemel koppelt de eerste zes kwaliteiten aan respectievelijk Geddes, Van Lohuizen, Jacobs, Friedmann, Frieling en Throgmorton. Waar het zevende vinkje (inspireren) vandaan komt is niet geheel duidelijk.

Ook bij dit boek (overigens warm aanbevolen…) moet je, net als bij bijna elk boek, zelf een relevante rangorde in de gebruikte literatuur aanbrengen. Via het notenapparaat wordt duidelijk welke van de meer dan 250 alfabetisch gepresenteerde boeken in de bibliografie belangrijk zijn. De enthousiasmerende manier waarop Zef zijn omgevallen-boekenkast-kennis uitdraagt leverde een aantal publicaties op die ik aan mijn wensenlijst heb toegevoegd of op het ‘te-herlezen-stapeltje’ heb gelegd. Uit de boekenkast heb ik tijdens het lezen het werk van Arnold van der Valk over Van Lohuizen gepakt (Het levenswerk van Th. K. van Lohuizen 1890-1956; De eenheid van het stedebouwkundig werk, 1990), het, nu ook door Zef geciteerde, boek van Niek de Boer uit 1996 De Randstad bestaat niet; de onmacht tot grootstedelijk beleid, de essaybundel De stad als uitdaging; politiek, planning en praktijk van de stedenbouw uit 2000 van Yap Hong Seng, de autobiografie van Max van den Berg (Jongens, maak het maar mooi. Stadsontwikkelaar en ambtenaar in Amsterdam 19163-1986, 2006) en bij gebrek aan die biografie over Dirk Frieling zijn intreerede Een dichtbevolkte delta (1991) en zijn uittreerede Metropoolvorming opgenomen in Delta Darlings (2003). Maar ook Zef Hemels eerdere boek De toekomst van de stad; een pleidooi voor de metropool (2016) haalde ik erbij om hem nog beter te begrijpen.

Al vroeg in de Inleiding van zijn Er was eens een stad geeft Hemel aan ‘het elkaar verhalen vertellen’ de essentie van de ruimtelijke planning te vinden en dat visionaire of narratieve planologie te noemen. Iets verderop stelt hij dat planologen zowel ontwerper, onderzoeker, beleidsmedewerker, manager, activist als onderhandelaar kunnen zijn. Als stedebouwkundig ontwerper vraag ik me af of zijn aanpak van de planologie ons in de praktijk van de ruimtelijke ordening veel verder heeft geholpen dan wel gaat helpen. Ik zou de planologen van onze beroepsvereniging willen uitnodigen cq uitdagen om het betoog van Hemel scherper te analyseren dan ik kan. Met name het werk van de twee hedendaagse planningstheoretici (Friedmann en Throgmorton) vind ik moeilijk te plaatsen in relatie tot de (Nederlandse) planningspraktijken. Zelf zou ik vanuit stedebouwkundige invalshoek Hemels terughoudendheid om over stadsontwikkeling, stedebouw en stedebouwkundig ontwerpen te praten nader willen analyseren. Op zijn geschiedschrijving van de ruimtelijke ontwikkelingen van Amsterdam, de Randstad en Nederland in relatie tot grootstedelijke en perifere leefmilieus kom ik nog wel terug. Verder kunnen de denkbeelden van de ook in dit boek bewierookte Jane Jacobs natuurlijk niet onbe- en weersproken blijven. Wordt dus vervolgd.

NVTL & Vista: Excursie Markerwadden 10 Juni

Op 10 juni 2022 organiseren we een excursie naar de Marker Wadden. Dit unieke natuur-herstelproject in het Markermeer bestaat uit zeven nieuwe eilanden. Boven en onder water ontwikkelt zich langzaam een prachtig natuurgebied en met de excursie gaan we het hoofdeiland bezoeken.

Landschapsarchitect Rik de Visser van Vista landschapsarchitectuur en stedenbouw leidt ons rond en vertelt ons alle ins en outs over het gebied en het ontwerp. Vista ontwierp het landschapsplan voor baggerbedrijf Boskalis. Architect Franz Ziegler van Ziegler Branderhorst vertelt over het ontwerp en de bouw van de Nederzetting.

De tijdsduur van de gehele excursie (vaartocht en bezoek aan de Marker Wadden) bedraagt ca 4,5 uur. Gedurende de vaartocht wordt het verhaal van de zuiderzeewerken en de inpoldering van Flevoland en het Markermeer verteld.

Er zijn een beperkt aantal tickets aanwezig, dus wees er snel bij. Vol = vol.

Praktische informatie

  • Een ticket kost €35. Het ticket is inclusief vaartocht, toegang Marker Wadden en lunch (italiaanse bol met kaas of humus + flevosap).
  • De excursie duurt ca. 4,5 uur, dus zorg daarnaast zelf ook nog voor wat te eten en drinken.
  • De wandelroute over het eiland is ca. 4 km. Zorg voor goede wandelschoenen, de paden zijn nieuw en soms half verhard. Neem bij goed weer een zonnedeksel en zonnebrand mee.
  • Op het eiland is er een eilandpaviljoen met genderneutrale toiletten.

Opstaplocatie

Zorg dat je ruim van te voren bij de opstaplocatie aanwezig bent. Om 10.45 worden we ingescheept door de crew van ms Waddenzee.

Opstaplocatie MS Waddenzee: Oostvaardersdijk – naast de Batavia. Navigatiesystemen kennen het adres niet, gebruik daarvoor het adres Bataviaplein 2, Lelystad. Op de steiger van de Batavia staat het schip klaar bij de fietskar om ons in te schepen. Let op: MS Waddenzee ligt achter de Batavia. Vanaf de weg zie je het schip niet liggen.

Met de auto

Je kunt de auto parkeren in de VOC-garage (Vocweg 110, Lelystad). Tarief is € 1,20 per uur en € 10,00 per dag.

Ook is er bij Bataviastad (bataviaplein 60, Lelystad) ruime parkeergelegenheid. Daar wordt een standaard tarief van € 3,00 per dag gehanteerd.

Vanaf beide locaties is het 5 minuten lopen naar de steiger waar de MS Waddenzee ligt.

Vanaf de A6 neemt u afslag 11, Lelystad Noord. Volg de Houtribweg / N307 richting Bataviastad. Neem op de rotonde de tweede afslag. Neem op de rotonde de tweede afslag en rijd door op de Houtribweg / N307.

Neem op de rotonde de derde afslag en vervolg op de Houtribweg. Sla bij de volgende rotonde rechtsaf naar de Museumweg. Als u de weg blijft volgen rijdt u zo de VOC garage in.

Ook is er bij Bataviastad (bataviaplein 60, Lelystad) ruime parkeergelegenheid. Volg daarvoor de bordjes Bataviastad.

Met het openbaar vervoer

Vanaf het Centraal station Lelystad rijdt Arriva met stadsbus 3 naar Batavia stad. Vanaf daar is het enkele minuten lopen naar de aanlegsteiger.

Uitreiking Amsterdamse Architectuurprijs 2022 | 19 mei

Op donderdagavond 19 mei 2022 vindt de feestelijke uitreiking plaats van de vijftiende editie van de Amsterdamse Architectuurprijs. Tien gebouwen en projecten maken kans om tot beste gebouw van Amsterdam te worden uitgeroepen.

De uitreiking inclusief feest na afloop vindt plaats in de Centrale Markthal, de ooit grootste overdekte markthal van Europa.

Programma en locatie

Verzamelen: Jan van Galenstraat 6, 1051 KM Amsterdam

19.30 Feesttreintje over het terrein, langs oa dec muurschildering Keith Haring, naar de feestlocatie
20.00 – 21.30 Uitreiking AAP 2022
21.30 Start dansfeest + borrel
01.00 Einde

NIEUWE LOCATIE!
De verwachtingen zijn hooggespannen en dat merken we aan de kaartverkoop! Westbeat, als beoogde locatie, is een prachtig gebouw, maar (nog) niet optimaal geschikt voor de interactieve, feestelijke avond die we jullie willen bieden. Daarom hebben we besloten om uit te wijken naar de Centrale Markthal uit 1932, die momenteel wordt herbestemd door BOEi.

Tickets: €24,50, inclusief welkomstdrankje + hapjes
Ticketkosten zijn inclusief commissie- en transactiekosten. 

©  Centrale Markthal. Foto BOEi / Jan van Dalen

Dag van de Ontwerpkracht

De dag waar je hele zomer over doorpraat!

De aanpak van de grote opgaven, als de klimaatcrisis, energieopgave, landbouw- en voedseltransitie, biodiversiteit en het huisvestingsvraagstuk zal leiden tot een ‘wederombouw’ van Nederland. Hoe zorgen we dat de beoogde doelen worden bereikt én de ruimtelijke kwaliteit wordt verhoogd?

Hoe kom je met inzet van ontwerpkracht en cultureel opdrachtgeverschap tot gebiedsbrede toekomstgerichte plannen waarmee meerdere opgaven gecombineerd en integraal worden aangepakt? Hoe koppelen we lange en korte termijndoelstellingen aan elkaar?

Wat kunnen ontwerpers, opdrachtgevers, adviseurs en bestuurders van elkaar leren? Wat kunnen we leren van recente praktijkvoorbeelden? Wat leert ons de geschiedenis?

Met antwoorden op deze vragen willen we bijdragen aan het Programma Mooi Nederland van de minister van VRO. Met de ambitie om Nederland mooier te maken én effectieve oplossingen te bieden.

Georganiseerd door de beroepsverenigingen van landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen en planologen, NVTL en BNSP. Voor vertegenwoordigers van alle betrokken partijen, zoals ontwerpers, overheden, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en marktpartijen.

Met bijdragen van minister Hugo de Jonge (onder voorbehoud), het College van Rijksadviseurs, Winy Maas (MVRDV) en o.a. WUR, Vereniging Deltametropool, vooraanstaande ontwerpbureaus en partners in de ruimtelijke inrichting van Nederland.

Laat je inspireren door verhalen en analyses en doe mee met masterclasses, debat en bekijk de tentoonstelling over Ontwerpend Nederland of ga mee met de fietsexcursies!

Leden BNSP en NVTL nemen gratis deel, reserveer snel een ticket!

Geen lid? Koop een kaartje via deze link.

DE OMGEVALLEN BOEKENKAST | RIEK

RIEK

Hoewel in de afgelopen maanden twee op de vrouw gerichte bouwkundige publicaties zijn verschenen die het alleszins de moeite waard waren om gelezen te worden (wat ik dus deed) ben ik nog lang niet tevreden. Om te beginnen zijn ook deze twee ‘vrouwenboeken’ door vrouwen geschreven en verder verschijnen er nog steeds veel meer uitgaves over niet-vrouwen dan over vrouwen. In 2021 bijvoorbeeld verschenen in Nederland monografische publicaties* over leven en werk van de volgende architecten, stedebouwkundigen en landschapsarchitecten: Piet Oudolf, Jan Sterenberg (waar ik zelf ooit ben begonnen), Nico de Jonge, H+N+S (Dick Hamhuis/JanDirk Hoekstra + Lodewijk van Nieuwenhuijze  + Dirk Sijmons), Herman Hertzberger, Granpré Molière, Dudok (2x), Eduard Cuypers, Bedaux de Brouwer en het architectenbureau Baanders van Hermanus Baanders, zijn twee zonen Herman en Jan en diens zoon Jan jr, opgetekend door (achter)kleinzoon Rudolf-Jan … en een monografie van/over Riek Bakker: één vrouw en zeventien mannen!

We zijn dus niet echt opgeschoten sinds Grada Wolffensperger ruim een eeuw geleden als eerste vrouwelijke bouwkundig ingenieur in Delft afstudeerde. Erica Smeets-Klokgieters promoveerde in januari jongstleden op een onderzoek naar de eenentwintig tot 1946 afgestudeerde vrouwelijke architecten onder de titel:  ‘Hulde aan onze kranige Architecte!’ De opkomst van de eerste vrouwelijke architecten van Nederland. Het proefschrift zelf is via wat digitale omwegen te vinden via de repository van de Universiteit van Utrecht: ‘Hulde aan onze kranige architecte!’ : De opkomst van de eerste vrouwelijke architecten van Nederland (uu.nl) en beschrijft op indringende wijze de moeizame beroepspraktijk en de, soms ook ontluisterende, persoonlijke geschiedenissen van die eerste vrouwelijke bouwkundig ingenieurs.

Daarentegen is de wel zeer succesvolle carrière van de in Boskoop afgestudeerde Riek Bakker onderwerp van de in december 2021 bij Boom verschenen publicatie De Ruimte van Riek, bouwend aan Nederland van de co-auteurs Margreet Fogteloo en Riek Bakker. In feite is het een (auto)biografie met negen chronologische hoofdstukken over Rieks leven (met soms Joop-ter-Heulachtige titels zoals Op eigen benen; Weer op eigen benen en Hoe nu verder?) gelardeerd met besprekingen van acht min of meer achtereenvolgende projecten: vanaf de Kop van Zuid in Rotterdam (midden jaren 80) , via het Utrecht City Project en de VINEX-locatie Leidsche Rijn, de Regio Groningen Assen, Piushaven in Tilburg, Schiedam Park A4 en Masterplan Soesterberg tot het recente Park Achterhoek in Winterswijk. Alle projecten zijn van na 1986 toen ze het door haar en Ank Bleeker in 1977 opgerichte bureau Bakker en Bleeker (het latere Bureau B+B) had verlaten.

Ook komt in een projecthoofdstuk de door Riek voorgezeten Adviescommissie Gebiedsontwikkeling aan de orde. Opvallend afwezig is haar hoogleraarschap in Eindhoven (1998-2001) waarvan ik graag gehoord zou hebben hoe zij op academische wijze over haar werk en het fenomeen gebiedsontwikkeling had gereflecteerd. Verder had ik, in het huidig tijdsgewricht van representatie en identificatie, meer willen weten over de door haar bewonderde vakmatige voorbeelden; al dan niet van het mannelijk/vrouwelijk geslacht of seksuele geaardheid. Ze noemt er geen. En Fred Zandvoort, waar ze ooit begonnen is, is zelfs uit de index verdwenen, hoewel zijn bureau wel genoemd wordt. Misschien iets voor de derde (!) druk. Wel leren we zoveel familieleden van Riek (en haar partner Katrien) kennen, dat ik af en toe een zelfgemaakte stamboom moest raadplegen om te begrijpen over wie het ging.

Het boek is een uitgebreid en fascinerend verslag van de manier waarop soms tamelijk persoonlijke, om niet te zeggen intieme, gebeurtenissen in iemands leven een weerslag hebben gehad op diens professionele werk. Het hoort (“koop dat boek en beluister de podcasts”) op de verplichte leeslijst van (aankomende en ervaren) stedebouwkundigen en planologen als bron van inspiratie en informatie, ondanks dat het als monografisch werk tekort schiet vanwege het ontbreken van een omvattend overzicht van werken en functies en van een ordentelijke bibliografie. Niet iedereen heeft de vuistdikke publicatie over het bureau B+B (Bureau B+B Stedebouw en landschapsarchitectuur; een collectief talent 1977-2010) uit 2010 in zijn/haar boekenkast. Of het ‘vriendenboek’ BVR NL Ruimte en regie, verschenen in 2004 ter gelegenheid van zo’n tien jaar BVR, het bureau dat Riek Bakker en Jaap Van Rijs oprichtten na Rieks Rotterdamse directeurschap, of de tien jaar daarvoor verschenen uitgave Riek Bakker; Ruimte voor verbeelding naar aanleiding van de haar toegekende (grote) Rotterdam-Maaskantprijs in 1994. Noch de tijd om een en ander samen te voegen terwijl Rieks leven-en-werk toch een prachtig promotie-onderwerp zou zijn, tevens passend in de huidige tendens naar meer ‘meerstemmigheid’ (vrouw, LHBTIQA+, niet-academisch) in de officiële geschiedschrijving, hoewel ze zich nooit een feministe noemde.

Overigens is het met de wel-academisch gevormde vrouwen, volgens Erica Smeets, ook niet altijd even makkelijk gegaan. Van de eenentwintig vooroorlogse afgestudeerden aan de TH-Delft en AvB-Amsterdam oefenden slecht dertien het beroep uit, vijf  in een nauwe samenwerking met een mannelijke echtgenoot, géén met een vrouwelijke partner/levensgezel. Zeven vrouwen maakten carrière bij de overheid als gemeente-architect, stedebouwkundige (Lotte Beese, Wil van den Broek d’Obrenan, Jacoba (Ko) Mulder), planoloog (Toot Strumphler) of door zich te specialiseren in gewapend betonconstructies bij de Genie, wat Riné Boerée deed. Slechts één vrouw (de ongehuwde Wil Jansen) slaagde erin een redelijk succesvolle eigen praktijk op te bouwen, met een beetje hulp van familie en vrienden. Ada Struyk trouwde met een befaamd stedebouwkundige (J.A. Kuiper) en werd onder andere politica, lid van de Raad voor de Volkshuisvesting, bestuurslid van de Rotterdamse afdeling van de Vereniging van Vrouwen met een Academische Opleiding en vicevoorzitter van de VrouwenAdviesCommissie.

Het lijkt me echter niet dat deze vooroorlogse vrouwen de rolmodellen zouden moeten zijn die we onze huidige en toekomstige vrouwen in de bouw willen voorhouden. Maar ook de carrière van Riek lijkt me niet het meest realistisch te presenteren toekomstbeeld, vanwege het toch wel unieke karakter van haar leven en werk. Natuurlijk is het goed wanneer vrouwen, net als mannen, ervan dromen om hoofd stadsontwikkeling van een van de vier grote steden te worden, of hoogleraar aan een Technische Universiteit. Maar net als mannen vaak genoegen moeten nemen met een minder iconische werkkring zouden vrouwen kennis moeten kunnen nemen van een breed palet van stedebouwkundige (en planologische) beroepsuitoefeningen.

Nu we op televisie via het vermakelijke programma ‘Vrouwen die bouwen’ getuige kunnen zijn van de verder alledaagse werkzaamheden van een dwarsdoorsnede van de vrouwelijke werkers op de bouwplaats, zouden we, wat mij betreft ook en vooral via de boekdrukkunst, moeten kunnen horen van het dagelijkse werk dat door vrouwen gedaan wordt op particuliere stedebouwkundige en planologische bureaus en binnen de overheidsdiensten. Ik kijk dan ook met buitengewoon veel belangstelling uit naar het nieuwe project van uitgeverij nai010. Onder de titel Vrouwen in Architectuur wil men “de ontbrekende stemmen van vrouwen belichten en bijdragen aan een completere architectuurgeschiedenis en het heersende narratief breder, inclusiever en daarmee rijker en vitaler maken.” Ik hoop daarbij dat in die geschiedenis in ieder geval de stedebouwkundig discipline meegenomen wordt, hoewel het reflectieve planologische werk ook niet onbelangrijk is voor een goed begrip van het werken in en aan de gebouwde omgeving.

Verder neem ik aan dat nai010 ook een inventariserend bibliografisch onderzoek heeft laten verrichten naar het aandeel boeken over vrouwen in de (stede-)bouw dat ze de afgelopen tijd hebben uitgegeven om te bezien hoe de achterstand moet worden ingelopen. Hun voornemen elk jaar één publicatie aan de reeks over ‘ontbrekende stemmen’ toe te voegen loopt vooralsnog niet over van ambitie, gelet op de tientallen boeken die per jaar worden uitgeven. Hopelijk nemen andere uitgeverijen de uitdaging aan om ook iets zorgvuldiger naar hun eigen publicatie-beleid te kijken en kan ik in een volgende blog een betere publicitaire vrouw/man-verhouding melden dan de huidige, schamele en beschamende, één op zeventien.

Tjerk Ruimschotel

* Noel Kingsbury, Piet Oudolf/Hummelo, HL Books; Michiel Kruidenier, Architect Jan Sterenberg en het bouwen in de jaren ’80, nai010; Yvonne Horsten-van Santen, Luisterrijk cultuurlandschap; Nico de Jonge, landschapsarchitect, blauwdruk; Marieke Berkers e.a., denken, doen, laten; drie decennia sleutelen aan het landschap, H+N+S Landschap, blauwdruk; Christien Brinkgreve, De ruimte van Herman Hertzberger, Atlas Contact; Sjettie Bruins, M.J. Granpré Molière; Architectuur en stedenbouw als beroep en als culturele opdracht in de 20ste eeuw, Barkhuis; Iwan Baan, Dudok by Iwan Baan, nai010/Dudok Architectuur Centrum; Herman van Bergeijck, De stadsopbouw en stedenbouw van W.M. Dudok, uitgever Rode Haring; Constant van Nispen, Eduard Cuypers; architect met een eigen koers, Verloren; Hans Ibelings e.a. Bedaux de Brouwer Architecten, The Architecture Observer; Rudolf-Jan Baanders, Architectenbureau Baanders; van Jugendstil naar modernisme, De Onderste Steen.

BNSP-SALON #5 in Van Eesteren Museum

BNSP-SALON #5
Na-Oorlogse wijken: kansen en valkuilen voor verdichtingsopgaven

Datum: donderdag 21 april 2022
Locatie: Van Eesteren Museum Amsterdam
Noordzijde 31, 1064 GV Amsterdam

Programma

19:20 inloop
19:30 start en introductie door Eric Terlien, BNSP bestuurslid
19:35 korte presentaties en verhalen van experts Maurits de Hoog, Ivan Nio en Jeroen Drewes
20:40 pauze
20:50 panelgesprek transformatie naoorlogse woonwijken met vragen uit de zaal
21:30 einde avond

Sprekers:
Jeroen Drewes (adviseur KAW architecten, Ruimte zat in de stad)
Ivan Nio (stadssocioloog, buurtbiografieën Nieuw-West)
Maurits de Hoog (stedenbouwkundige, Super West)

aanmelding salon naoorlogse wijken
Naam
Naam
Voornaam
Achternaam
Discipline
Lidmaatschap

Nu in Blauwe Kamer: Academie voor Ruimte

Samen de stad maken, is makkelijker gezegd dan gedaan. Hoge ambities, complexe thema’s en verschillende belangen. Om zicht te krijgen op wat de grote thema’s zijn en wat die betekenen voor ontwerpers, organiseert de nieuwe Academie voor Ruimte – van BNSP en NVTL – drie pilots. Want, theoretische oplossingen zijn er genoeg, maar hoe pakken die uit in de praktijk?

De tweede en derde pilot starten binnenkort. Laat je gegevens achter en we houden je op de hoogte!

Nieuwsbrief Academie voor Ruimte
Naam
Naam
Voornaam
Achternaam
Lid BNSP / NVTL

Stuur je beste project in voor het Blauwe Kamer jaarboek ’22!

Ieder jaar maken we de stand op van het vak. Een onafhankelijke commissie van vakgenoten kiest de beste projecten uit de stedenbouw en landschapsarchitectuur en het team van Blauwe Kamer verwerkt dit tot een prachtig jaarboek.

Ben jij een ontwerper of opdrachtgever? Wil jij dat jouw project in het jaarboek staat? Stuur dan je beste plannen, projecten of studies in voor de editie van 2022.

De selectie wordt dit jaar gemaakt door voorzitter Esther Agricola, stedenbouwkundige Edzo Bindels, landschapsarchitecten Jana Crepon en Berdie Olthof, en onderzoeker Mike Emmerik.

Ingezonden projecten moeten afkomstig zijn uit de periode 2021-2022 (t/m maart). Alle soorten projecten zijn welkom: van uitgevoerde openbareruimteplannen tot strategische langetermijnvisies, van zelfgeïnitieerde initiatieven tot ontwerpend onderzoek, van herontwikkelingsprojecten tot cultuurhistorische studies en van Nederlands werk tot projecten in het buitenland (mits van een Nederlandse ontwerper).
Speciale aandacht vragen we voor inzendingen die betrekking hebben op opgaven in het landelijk gebied en op stedelijke vernieuwing en wonen. We benadrukken dat ook provincies, gemeenten, ontwikkelaars, corporaties en andere opdrachtgevers worden uitgenodigd om in te zenden.

  • Het aanmelden van projecten kan via het inschrijfformulier op de website van Blauwe Kamer. Hier kunt u ook de voorwaarden voor deelname downloaden.
  • De inzendingen dienen uiterlijk 12 april 2022 binnen te zijn op het secretariaat. 
  • Deelnamekosten: 69,50 euro voor de eerste inzending, 45 euro voor elke volgende inzending. De bedragen zijn exclusief btw. Betaling vindt plaats via de site van Uitgeverij Blauwdruk.
  • Maximaal vijf projecten per inzender. 
  • Elke inzender ontvangt één exemplaar van het Jaarboek 2022.
  • Het Jaarboek Landschapsarchitectuur en stedenbouw in Nederland 2022 verschijnt begin december in de wintereditie van Blauwe Kamer en als zelfstandige boekhandelseditie.

Contact
Martine Bakker, Generaal Foulkesweg 72
6703 BW Wageningen, 0317 425890
jaarboek@blauwekamer.nl

Recent nieuws

BEP + PEP talk, 3 juni ’22

17 mei 2022 netwerk

Op 3 juni organiseert PEP in samenwerking met Bureau Architectenregister de BEP+PEP talk, een voorlichting voor Master studenten over de beroepservaringperiode. Tijdens deze online bijeenkomst.

Lees verder

BNA Inspiration Night 23 juni ’22

17 mei 2022 netwerk

 “Where Science meets Society” Natuurinclusief ontwerpen is ontwerpen met en voor de natuur. Het is meer dan groen opnemen in een plan, op het dak.

Lees verder

De omgevallen boekenkast | Zef

9 mei 2022 Blog

Zef Een belangrijk voordeel van het krijgen van een boek om te recenseren, behalve dat het gratis is, is dat je (ik althans) plichtsgetrouw het.

Lees verder

Agenda

18 mei 2022

19:30 tot 21:30

Algemene Leden Vergadering

19 mei 2022

00:00

Plandag 2022

06 juli 2022

08:30 tot 18:00BNSP

Dag van de Ontwerpkracht