Verslag bijeenkomst Opleidingen & Onderwijs

Verslag bijeenkomst Opleidingen & Onderwijs
BNSP-werkgroep Ruimte + Mobiliteit
Datum: 31 mei 2011
Locatie: WTC – Almere
Aanwezigen: Rob van der Bijl (RVDB en lid van de BNSP-werkgroep Ruimte + Mobiliteit))
Hans Blom (Innovia consult en lid van de BNSP-werkgroep Ruimte + Mobiliteit)
André Botermans (gemeente Houten en lid van de BNSP-werkgroep Ruimte + Mobiliteit)
Jacob Buitenkant (INTI)
Rob Derks (Derks stedebouw b.v.)
Johan Diepens (Mobycon)
Marco Heiligers (coördinator en ontwikkelaar nieuwe bachelor-programma, Hogeschool Windesheim, Almere)
Janet Van der Hoeven (Traffic en Transport Engineering, Hogeschool Windesheim)
Saksia Hulskes (INTI)
Jaap Margry (SAB)
Sjef Moerdijk (Ministerie I&M en lid van de BNSP-werkgroep Ruimte + Mobiliteit)
Sjoerd Nota (Ruimte voor Iedereen, NHL Hogeschool en lid van de BNSP-werkgroep Ruimte + Mobiliteit)
Hillie Talens (CROW)
Miranda Thüsh (ThuisraadRO en lid van de BNSP-werkgroep Ruimte + Mobiliteit)
Hans Voerknecht (KPVV)
Marcel van Wietingen (Hogeschool NHTV)
Peter van der Waerden (Bouwkunde, TU Eindhoven)
Welkom
Marco Heiligers heet een ieder namens Windesheim Almere welkom en geeft een korte introductie van de plannen van Windesheim Almere. Marco zegt dat de uitkomsten van de dag voor hem belangrijke input zijn om de nieuw op te zetten opleidingen stedenbouw en verkeer vorm te geven.
Doel van de dag
Miranda geeft een korte introductie van de nieuwe BNSP-werkgroep Ruimte+Mobiliteit en een toelichting op het doel van de dag:
 Probleemverkenning; welke problemen doen zich voor t.a.v. de realisatie van doelstellingen op het gebied van verkeer, mobiliteit, ruimtelijke kwaliteit, ruimtelijke ordening en dergelijke?
 Wat kunnen het werkveld en de opleidingen doen om beter aan de doelstellingen tegemoet te komen?
 Welke rol kan de werkgroep ruimte+mobiliteit daar in vervullen?
Toekomstige opgaven
Er volgen twee korte presentaties;
Een presentatie van Miranda waarin getoond wordt hoe een brede benadering van een opgave kan leiden tot een succesvoller resultaat. Als voorbeeld dient de kern Raalte waar door een integrale aanpak vanuit stedenbouw, communicatie en verkeerskunde het fietsgebruik fors is toegenomen.
Sjoerd geeft aan de hand van een concreet voorbeeld aan, op welke wijze stedenbouw en verkeer elkaar op inrichtingsniveau steeds beter weten te vinden, maar dat het daar ook nog wel eens mis gaat.
Aan de hand van de 2 cases wordt onder leiding van Hans Blom een plenaire inventarisatie uitgevoerd naar de opgaven van de toekomst en de eisen die ze aan de betrokken experts stellen;
Opgaven;
 Binnenstedelijke gebiedsontwikkeling
 Knooppuntontwikkeling
 Bebouwde omgeving als weerslag van en faciltator voor maatschappij en gebruik
 Stad versus platteland
 Revitalisering bedrijventerreinen
 Duurzaamheid
 Krip & groei
Eisen aan betrokken experts
 Onderzoek en analyse ontbreekt
 Samenwerking
 Specialisme versus samenwerking
 Nieuwe manieren van werken
 Terugtredende overheid
 Toenemende rol projectontwikkelaar (verdienvermogen van plannen)
Profielen van verkeerskundigen en stedenbouwkundige
Om te onderzoeken of aankomende stedenbouwkundige en verkeerskundigen voldoende bagage hebben om succesvol deel te kunnen nemen in bovengenoemde opgaven, worden de profielen van verkeerskundigen en stedenbouwkundige geschetst. Daartoe gaan we in twee workshops uiteen. Uitkomsten van de workshops zijn:
Stedenbouwkundige profiel:
 Marginalisatie van de positie
 Territoriumdrift tussen stedenbouw en verkeer
 Well being – de mens weer centraal
 Kennis van de markt
 Van inspraak naar inzicht
 Identiteit creëren
 Samenwerking met eigen expertise als startpunt (planeconomie, verkeer, etc.)
 Lef (maar niet altijd en overal) + vakbekwaamheid + Creativiteit
 Bewustzijn van andere normen en kaders
 Willen leren van de ander
 Onderwijs werkt al integraal (deels) maar de praktijk vaak niet
 Opleiden voor de praktijk of sturing geven aan de praktijk (innoveren of praktijk centraal?)
 Teveel specialisten (Universiteiten)
 Rol van de opdrachtgever
 Planning
 Leidt poldermodel wel tot kwaliteit?
 Taalvaardigheid (kunnen verkopen wat je bedenkt)
 Kennis verschuift naar de makt: de rol van de stedenbouwkundige wordt een andere
 Richtlijnen zijn een hulpmiddel geen doel.
Verkeerskundige profiel
 Zowel generalisten als specialisten nodig
 Academisch opgeleide verkeerskundigen nodig
 Splitsing verkeerskunde en mobiliteit
 Er ontstaan twee stromingen: gedragsbeïnvloeding en technische ontwerpers
 Hechtere samenwerking tussen verkeer en andere disciplines
 Grote vraagstukken op het gebied van maatschappelijke + economische ontwikkelingen kunnen nu niet door verkeerskundigen opgepakt worden c.q. worden niet door verkeerskundigen opgepakt omdat de achtergrondkennis lijkt te ontbreken
 Kennis OV
 kennis over knelpunten en (in handboeken vastgelegde) oplossingen moet verschuiven naar kennis over verkeer
 betrokken disciplines (denk aan stedebouw, verkeer, psychologie, communicatie en dergelijke) moeten elkaars taal (werkwijze, middelen, etc.) wel kunnen verstaan, maar hoeven deze niet te spreken.
Conclusie
Wanneer de toekomstige opgaven en de gewenste profielen vergeleken worden met de capaciteiten en deskundigheid van de huidige afgestudeerden, ontstaat de indruk dat er nog onvoldoende aansluiting is. Gedurende deze middag was de tijd echter beperkt. Aan een nadere uitdieping bestaat onder de aanwezigen zeker behoefte.
Vervolg
De uitkomsten van de dag en de daaruit volgende conclusie zijn voor diverse deelnemers aanleiding om na te denken over een vervolg. Miranda geeft aan dat de BNSP-werkgroep Ruimte+Mobiliteit hierin graag een rol zou willen blijven vervullen. De werkgroep neemt het initiatief tot contact met een aantal deelnemers zodat bekeken kan worden welk vervolg gewenst is.