Kansen en uitdagingen Stedebouw

  1. Kennis en kunde uit een rijke geschiedenis benutten
  2. Regionale opgave en opdrachtgever biedt nieuwe kansen
  3. Internationale opgave en positie biedt (export)kansen
  4. Uitdaging veranderend opdrachtgeverschap (privatisering, vraagmarkt), eigen belang en economische drijfveren zijn bepalend.
  5. Individualisering en liberalisering leidt tot afname van de waardering voor het collectieve belang, dit vormt een bedreiging voor de stedebouwkunde
  6. Integrale werkwijze en opgaven heeft geleid tot een vervaging van de zichtbaarheid van het profiel als verbindende stedebouwkunde in multidisciplinair werk
  7. Het financieel gestuurd en volgend onderwijs beperkt de innovatiekracht en levert niet de stedebouwkundigen waar de maatschappij behoefte aan heeft
  8. Door de verwijding tussen proces en inhoud kalft de inhoud af.

 Nadere toelichting op de kansen en uitdagingen (volgende uit het manifest):

Ad.1 Rijke geschiedenis :  Nederlandse stedebouw heeft een enorme rijkdom in kennis, kunde en geschiedenis. Daarmee verwierf het een prominente positie in de samenleving (Berlage, Van Eesteren, Stam Beese).  Het ambacht is een kracht die we moeten benutten voor ons vakgebied.

Ad.2 Regionale opgave : Provincies krijgen een belangrijker taak met ook een nadrukkelijke stedebouwkundige component. Bijvoorbeeld in regionale opgaven als krimp en regionale stedelijke netwerken. Nieuwe opgaven – nieuwe kansen.

Ad.3 Internationale opgave : Nederlandse stedebouw heeft een prominente positie in de internationale vakwereld. We zouden stedebouw veel meer moeten exporteren als je naar de wereldwijde stedelijke expansie kijkt.

Ad.4  Veranderend opdrachtgeverschap :  Van een aanbodgestuurde markt, waarin de overheid bepalend was, zijn we overgegaan naar een vraaggestuurde mark, waarin ontwikkelende partijen bepalend zijn. Kapitalisme, privatisering, marktwerking : economische drijfveren zijn bepalend, maatschappelijke niet meer.

Ad.5 Afname waardering collectief belang : De maatschappij verandert. De sociaal-maatschappelijke kant van de stedebouw, de ethiek, staat onder druk als gevolg van de liberalisering, populisme en individualisering. De waardering voor het publieke domein, de ruimtelijke samenhang en sociale relaties is sterk afgenomen.

Ad.6 Vervaagd profiel in multidisciplinair werk : De stedebouwkundige brengt inhoud, belangen en partijen bijeen in de ruimtelijke dimensie. De specialistische inhoud eist vaak de (politieke) aandacht op. Doordat de stedebouwkundige vaak op de achtergrond opereert, is de zichtbaarheid van en de waardering voor het stedebouwkundig werk afgenomen. Multidisciplinair is verworden tot identiteitloos en onaanspreekbaar. Tijd voor focus en samenwerking vanuit ieders aanspreekbare eigen disciplinaire kracht.

Ad.7 Financieel en volgend onderwijs : Financiële prikkels zijn leidend voor onderwijsinstellingen. De banaliteit van de fundraising voor groei op korte termijn regeert. Strategische onderwijs programma’s ontbreken bij veel opleidingen. En als deze er is richt deze zich op het verwerven van geld in de vorm van studenten en onderzoek en niet op het leveren van die stedebouwkundigen waar de maatschappij behoefte aan heeft.

Ad.8 Verwijding van proces en inhoud : Het ruimtelijk ontwerp is losgeweekt van het proces. Direct verband tussen programma, onderzoek, beleid en ontwerp is niet meer vanzelfsprekend. Bovendien versnippert de inhoud door breuken tussen initiatiefase – visiefase – planvormingsfase – realisatiefase. En sturen projectmanagers, procesmanagers, markt en politiek op planning, kosten, risico’s etc.