Oproep om te reageren

Wij hebben, vanuit de werkgroep Integraliteit, een aantal kansen en bedreigingen geformuleerd in relatie tot de positie en het onderscheidende profiel van de stedebouwkundige. Zij belichten verschillende invalshoeken. Graag willen wij de bnsp-leden, maar ook andere geïnteresseerden, via deze website vragen om reactie.

Met de uitkomsten willen wij het debat over het vakgebied stedebouwkunde voeden en stimuleren. Zo zal er, gebruikmakend van de reacties, een actieprogramma worden op gesteld. Zo denken wij bijvoorbeeld aan het organiseren van een debatreeks. Resultaten en geplande acties zullen begin 2012 op deze site worden gepubliceerd.


(let op! eerst alle antwoorden invullen en dan pas onderaan op 'verzenden' drukken)



Tien vragen over uw achtergrond
Vragen 1 t/m 9 zijn verplicht

1 - Bij welke onderwijsinstelling bent u afgestudeerd?

2 - Wat was uw studierichting/afstudeerrichting?

3 - Wat is uw afstudeerjaar?

4 - Wat is uw beroepsdiscipline? (stedebouwkundige, planoloog, …)

5 - In welke fase werkt u vooral? -> initiatieffase, visiefase, planfase, realisatiefase of beheerfase.

6 - Waar werkt u vooral aan: proces, inhoud of strategie?

7 - Bij welke type werkgever werkt u? (gemeente, adviesbureau, ZPP, ...)

8 - In welke regio werkt u (hoofdzakelijk)? (regio conform SV Infrastructuur en Ruimte)

9 - Bent u lid van de BNSP?

Bent u geïnteresseerd in de uitkomsten van deze enquête en/of wilt u graag participeren in de beoogde debatreeks? Geef dan hier uw emailadres op

Op welke kansen/bedreigingen wilt u reageren?

Bij het reageren willen wij u vragen zowel aan te geven hoe de kans/bedreiging kan worden benut voor de profilering van het vak stedebouwkunde, als ook concrete acties voor te stellen hoe dit wordt bereikt.

1 - Kennis en kunde uit een rijke geschiedenis benutten.
Nederlandse stedebouw heeft een enorme rijkdom in kennis, kunde en geschiedenis. Daarmee verwierf het een prominente positie in de samenleving (Berlage, Van Eesteren, Stam Beese). Het ambacht is een kracht die we moeten benutten voor ons vakgebied.

2 - Regionale opgave en opdrachtgever biedt nieuwe kansen.
Provincies krijgen een belangrijker taak met ook een nadrukkelijke stedebouwkundige component. Bijvoorbeeld in regionale opgaven als krimp en regionale stedelijke netwerken. Nieuwe opgaven - nieuwe kansen.

3 - Internationale opgave en positie biedt (export)kansen.
Nederlandse stedebouw heeft een prominente positie in de internationale vakwereld. We zouden stedebouw veel meer moeten exporteren als je naar de wereldwijde stedelijke expansie kijkt.

4 - Uitdaging veranderend opdrachtgeverschap (privatisering, vraagmarkt), eigen belang en economische drijfveren zijn bepalend.
Van een aanbodgestuurde markt, waarin de overheid bepalend was, zijn we overgegaan naar een vraaggestuurde markt, waarin ontwikkelende partijen bepalend zijn. Kapitalisme, privatisering, marktwerking : economische drijfveren zijn bepalend, maatschappelijke niet meer.

5 - Individualisering en liberalisering leidt tot afname van de waardering voor het collectieve belang, dit vormt een bedreiging voor de stedebouwkunde.
De maatschappij verandert. De sociaal-maatschappelijke kant van de stedebouw, de ethiek, staat onder druk als gevolg van de liberalisering, populisme en individualisering. De waardering voor het publieke domein, de ruimtelijke samenhang en sociale relaties is sterk afgenomen.

6 - Integrale werkwijze en opgaven heeft geleid tot een vervaging van de zichtbaarheid van het profiel als verbindende stedebouwkunde in multidisciplinair werk
De stedebouwkundige brengt inhoud, belangen en partijen bijeen in de ruimtelijke dimensie. De specialistische inhoud eist vaak de (politieke) aandacht op. Doordat de stedebouwkundige vaak op de achtergrond opereert, is de zichtbaarheid van en de waardering voor het stedebouwkundig werk afgenomen. Multidisciplinair is verworden tot identiteitloos en onaanspreekbaar. Tijd voor focus en samenwerking vanuit ieders aanspreekbare eigen disciplinaire kracht.

7 - Het financieel gestuurd en volgend onderwijs beperkt de innovatiekracht en levert niet de stedebouwkundigen waar de maatschappij behoefte aan heeft.
Financiële prikkels zijn leidend voor onderwijsinstellingen. De banaliteit van de fundraising voor groei op korte termijn regeert. Strategische onderwijs programma's ontbreken bij veel opleidingen. En als deze er is richt deze zich op het verwerven van geld in de vorm van studenten en onderzoek en niet op het leveren van die stedebouwkundigen waar de maatschappij behoefte aan heeft.

8 - Door de verwijding tussen proces en inhoud kalft de inhoud af.
Het ruimtelijk ontwerp is losgeweekt van het proces. Direct verband tussen programma, onderzoek, beleid en ontwerp is niet meer vanzelfsprekend. Bovendien versnippert de inhoud door breuken tussen initiatiefase – visiefase – planvormingsfase – realisatiefase. En sturen projectmanagers, procesmanagers, markt en politiek op planning, kosten, risico's etc.